Milieudefensie vs Shell – de derde en beslissende ronde: cassatiezitting

1 uur geleden 2

Nu gaat het er echt om. Anderhalf jaar na de uitspraak in het hoger beroep vindt vrijdag in Den Haag de cassatiezitting plaats in de zaak van Milieudefensie tegen Shell. In het slepende juridische gevecht, dat al in 2019 begon, is het woord nu aan de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland.

Voor het hoger beroep waren drie lange dagen ingeruimd, maar de cassatiezitting zal in een halve dag gedaan zijn. De twee partijen krijgen elk een uur voor hun pleidooi. Het is het enige moment waarop ze de rechters in de ogen kunnen kijken en hun argumenten mondeling de gewenste nadruk kunnen geven. De Hoge Raad zal niet alle feiten opnieuw wegen, die kijkt of het recht goed is toegepast en het oordeel in hoger beroep voldoende is onderbouwd.

De consequenties van deze cassatiezaak kunnen desondanks heel groot zijn, zegt zowel de klimaatorganisatie als het oliebedrijf tijdens persmomenten die zij organiseerden voorafgaand aan de zitting. De Hoge Raad is het eindpunt, verder procederen is in Nederland niet mogelijk.

Als Milieudefensie gelijk krijgt, zal een gerechtshof zich opnieuw inhoudelijk over de zaak moeten buigen. Voor de hand ligt dan dat Shell opgelegd krijgt de uitstoot van CO2 met een bepaald percentage te verminderen. De impact van deze uitspraak zal groot zijn, omdat de zaak van begin af aan al gezien wordt als een voorbeeldzaak; als Shell tot uitstootreductie wordt gedwongen, dan zullen vermoedelijk meer bedrijven volgen.

Als Shell gelijk krijgt is de route van het aanpakken van bedrijven via de rechter, die ook andere klimaatorganisaties in navolging van Milieudefensie zijn gaan bewandelen, minder voor de hand liggend geworden. De hele wereld kijkt mee naar wat de Hoge Raad in Nederland beslist.

Baanbrekend vonnis

Even een opfrisser: de zaak draait om de volgens Milieudefensie tekortschietende vergroeningsambities van Shell. Vervuilende bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid om schade aan het klimaat te voorkomen en aan het Klimaatakkoord van Parijs te voldoen, meent de klimaatorganisatie. Milieudefensie eist dat Shell de uitstoot van CO2 in 2030 met 45 procent heeft verlaagd ten opzichte van 2019. En niet alleen de eigen uitstoot, maar ook de uitstoot die veroorzaakt wordt door de eindgebruikers van zijn producten – dat laatste vormt ruim 90 procent van de aan Shell gerelateerde uitstoot.

In 2021 kreeg Milieudefensie gelijk van de rechter. Het was een baanbrekend vonnis. Nog niet eerder legde een rechter een reductieplicht op aan een individueel bedrijf, en dat het een groot bedrijf uit de fossiele sector betrof maakte veel indruk. Het vonnis werd ontvangen als een keerpunt in de strijd tegen klimaatverandering en een omslag in het denken over de verantwoordelijkheid van vervuilende bedrijven.

Natuurlijk ging Shell in hoger beroep. Shell betwist niet dat het klimaat opwarmt, maar vindt niet dat van één individueel bedrijf gevraagd kan worden dat probleem op te lossen. Het zijn in hun ogen overheden die grenzen moeten stellen aan uitstoot, die dan voor iedereen gelden. Shell heeft ook grote moeite verantwoordelijk gehouden te worden voor de uitstoot van zijn klanten. Een reductieplicht voor alleen Shell helpt het klimaat ook helemaal niet, zegt het bedrijf, andere olie- en gasbedrijven zullen direct in het gat springen dat zij achterlaten.

In het vonnis in het hoger beroep ging het hof op veel punten mee met Milieudefensie, maar op twee cruciale punten niet. Oliebedrijven zijn volgens het hof inderdaad in hoge mate verantwoordelijk voor klimaatverandering, en er rust wel degelijk een zware plicht op het bedrijf om te verduurzamen, omdat mensenrechten ook doorwerken in het privaatrecht. Maar het concrete reductiepercentage van 45 procent wees de rechter niet toe. Die norm vond het hof niet fijnmazig genoeg onderbouwd om rechtstreeks op Shell toe te kunnen passen. Ook volgde het hof Shell in de redenering dat het niet effectief is om één bedrijf tot verduurzaming te verplichten. Shell won deze ronde.

De ontgoocheling bij Milieudefensie was groot. Donald Pols – die toen nog vaandeldrager was van Milieudefensie, maar begin mei zijn overstap naar Tata Steel aankondigde – was na de uitspraak in tranen. Al bij het verlaten van de rechtbank kondigde hij aan in cassatie te gaan.

Te nauwe blik

De advocaat van Milieudefensie, Roger Cox, zal vrijdag in zijn pleidooi veel aandacht besteden aan de vraag waarom een reductieverplichting wél toe wijzen is. Het hof nam in het grootste deel van het vonnis een veelheid aan gronden mee, naast de wetenschap ook onder meer de mensenrechten, het voorzorgsbeginsel en klimaatprotocollen van de Verenigde Naties. Maar bij de uiteindelijke afwijzing van de reductieverplichting is volgens Milieudefensie plots enkel naar de wetenschap gekeken.

Dat is een te nauwe blik geweest, meent Milieudefensie, waarmee een groot deel van de juridische basis ontbreekt. Wegen die bredere gronden ook in dit deel van het vonnis mee, dan is een reductiepercentage heus te rechtvaardigen. Dat kan 45 procent zijn of een ander – lager – percentage.

Voor Shell blijven de belangrijkste punten uit het hoger beroep overeind. Het bedrijf zegt natuurlijk mensenrechten te respecteren, maar er is niet zoiets als een mensenrecht op het afschalen van fossiele brandstoffen; energiezekerheid en betaalbaarheid van energie zijn voor burgers ook cruciaal en daarvoor zijn fossiele brandstoffen van belang, vindt het bedrijf.

Shells cassatieadvocaat, Freerk Vermeulen, zal ook voor het voetlicht proberen te brengen hoe ingewikkeld en vervlochten het energiesysteem is. Neem vliegtuigen en containerschepen, die kunnen niet zomaar stoppen met het gebruik van kerosine en stookolie. Als ze die niet van Shell kunnen krijgen dan gaan ze naar een ander. Elk onderdeel van het energiesysteem heeft weer eigen complexiteiten en daaraan wordt voorbijgegaan als Shell nu een reductieplicht opgelegd krijgt.

Een ander fundamenteel punt voor Shell is dat het aan overheden is om de energietransitie vorm te geven, niet aan de rechter. Als de rechter individuele reductiepaden voor bedrijven gaat vaststellen, kan dat zomaar de belangenafweging van regeringen doorkruisen. Een overheid kan bijvoorbeeld best gas willen opschalen als dat voor minder kolenuitstoot zorgt.

Afgelopen maart kwam er voor dit standpunt van Shell relevante jurisprudentie bij. Een Duitse rechter vonniste toen in een zaak over versnelde uitfasering van brandstofmotoren die aangespannen was tegen Mercedes en BMW in het voordeel van de autobedrijven. Het doorslaggevende argument was dat het aan wetgevers is om dergelijke normen op te leggen.

Heel wat gebeurd

Tussen het hoger beroep, dat in het voorjaar van 2024 diende, en nu is er in de wereld heel wat gebeurd. Verschillende wetgevende instanties verscherpten de uitstootnormen, zo geldt binnenkort in de Europese Unie een verplichting voor raffinaderijen om groene waterstof te gaan gebruiken. Shell ziet hierin bevestiging dat overheden goed kunnen normeren en dat internationale bedrijven zich hiernaar voegen.

En er is een nieuwe oorlog gaande, in Iran. Als de rechter een reductienorm oplegt, kan Shell niet meer flexibel reageren op externe omstandigheden zoals de schaarste aan kerosine en diesel die er nu is, zegt het bedrijf. Wetgevers kunnen in zulke gevallen uitzonderingen maken.

Uit de huidige energiecrisis concludeert Milieudefensie juist dat de afhankelijkheid van fossiele energie instabiliteit in de hand werkt en dat de overgang naar hernieuwbare energie moet versnellen.

De klimaatorganisatie zag de afgelopen jaren vooral tekenen dat Shells uitstoot zonder tussenkomst van een rechter niet snel zal afnemen. Vorig jaar kondigde Shell aan dat het meer vloeibaar gas wil gaan verkopen, onlangs was er de grote overname van een Canadese olieproducent, en er zijn voor miljarden aan investeringen in nieuwe olie- en gasvelden gepland.

Na de zitting van vrijdag volgt nog een papierwinkel. Beide partijen zullen schriftelijke toelichtingen indienen en ze mogen – ook schriftelijk – nog eens op elkaar reageren. Dan volgen adviezen aan de Hoge Raad van de procureur-generaal en een advocaat-generaal. Zo’n advies is standaard onderdeel van een cassatiezaak, maar dat het er twee zijn is uitzonderlijk en hangt samen met de complexiteit van de zaak en de mogelijk verstrekkende gevolgen van het vonnis.

De Hoge Raad zal de tijd nemen om tot een besluit te komen, verwachten beide partijen, ze rekenen op een uitspraak in het voorjaar van 2027.

Lees het hele artikel