Muziek wordt volgens componist Leo Samama ‘geschilderd op het witte canvas van de stilte’ - hij wordt 75

4 uren geleden 2

In deze Voorburgse huiskamer moet een uomo universalis wonen. Alles hier ademt kunst en kennis: schilderingen aan de muren, de uitpuilende boekenkast – en wat niet in het wandmeubel past, overwoekert als een papieren klimplant de kleine vleugel.

Dit is de biotoop van musicoloog, leraar, schrijver, radiomaker, denker, bestuurder, fotograaf en – vooral – componist Leo Samama. Hij maakte erudiete hoorcolleges over beroemde componisten, over het belang van cultuur en over de taal van muziek. Op zijn naam staat een tiental boeken, waaronder kronieken van de klassieke traditie in Nederland, bespiegelingen over de zin van muziek en een lijvige biografie over componist Alphons Diepenbrock.

Hij was artistiek directeur van het Residentie Orkest en het Nederlands Kamerkoor, adviseur en bestuurder bij tal van andere ensembles en de medeoprichter van de Nederlandse Strijkkwartet Academie en van Tenso, een Europees netwerk voor kamerkoren.

Heb je dan nog tijd voor iets anders? Jawel! Samama schreef meer dan honderd muziekwerken, zoals Treurmuziek voor de herdenking van de dood van prins Claus, en een feestelijke fanfare voor de eerste Koningsdag van diens zoon Willem-Alexander. Altijd tonaal, „want zo zit ons gehoor in elkaar”, en zoekend naar een eigen maar begrijpelijk verhaal. Dat doet Samama vaak met de nodige humor, getuige het koorwerk Als daar muziek voor is of One minute of fame voor basklarinet en piano (die anderhalve minuut duurt). Hij componeert zichzelf, zegt Samama. En dus laat zijn stijl, zoals zijn persoon, zich nauwelijks afbakenen.

Nu, op de woensdag van de gemeenteraadsverkiezingen, een week voor zijn 75ste verjaardag – die gevierd zal worden met een concert en een album met zijn drie pianosonates – pakt Samama een stuk fruit van de schaal op de keukentafel en vertelt over een door hem bedachte onderwijsmethode: Met één appel in de hand.

„Wist je dat je met deze ene appel vakken als wiskunde, sterrenkunde en biologie – wat eigenlijk niet – inzichtelijk kan maken? Het probleem op onze scholen blijft dat we kinderen leren papegaaien. Hoeveel is één plus één? Twee meneer. Maar je moet hen zelf leren onderzoeken, ontdekken en denken. Snijd bij het rekenen één appel doormidden. Hoeveel delen tel je dan? Laat hem vallen en de wet van de zwaartekracht wordt ineens veel helderder.”

Leerschool

De verhandeling herinnert Samama aan zijn beginjaren als docent muziekgeschiedenis op het Utrechts conservatorium bijna een halve eeuw geleden. De vroegwijze twintiger koesterde toen al uitgesproken denkbeelden over het onderwijs.

„Ik hield mijn studenten musicologie voor dat ik ze ‘slechts’ het wetenschappelijk ambacht wilde bijbrengen ofwel: het zelf leren nadenken. Na het eerste college vroegen ze: ‘Waarom deelt u geen reader uit?’ Ik zei: ‘Dan gaan jullie geloven dat daarin staat hoe het moet en hoe het is. Ik heb bijna drie uur gesproken en de helft ervan was klinkklare onzin. Volgende week gaan jullie me vertellen welke helft.’ Hierna vloog de meute de bibliotheek in. En de lessen erna begonnen ze me kritische vragen te stellen. Sommige mededocenten namen me deze werkwijze trouwens niet in dank af, want zij ondergingen hetzelfde lot. ‘Wees blij, nu worden het echte studenten’, luidde mijn antwoord op hun verwijten.”

Het leven als leerschool is de rode draad van zijn bestaan. In allerlei hoedanigheden drukte Samama de afgelopen halve eeuw een stempel op de Nederlandse klassieke muziekwereld. „Mijn zegen en vloek was een brede belangstelling”, blikt hij terug. „Nu zie ik de voordelen van deze grondhouding, maar vroeger viel het me op dat anderen het een obstakel vonden. In het land der componisten ben ik een musicoloog die ook muziek schrijft. In het land der musicologen sta ik te boek als een componist die muziekwetenschappen studeerde.”

En dan zijn er nog al die andere bezigheden. „Veel mensen weten niet in welke hoek ze me moeten plaatsen. ‘Waar gaat mijn hart naar uit?’, willen ze soms van me horen. Naar alles. Een onderliggende fascinatie daarbij blijft wel de existentiële vraag: ‘Wat is waarheid?’ In mijn ogen bestaat er geen absolute waarheid. Nou ja, vooruit, één: de eindigheid van het leven. Maar toch, wat valt er over kunst, muziek, cultuur of mensen met zekerheid zeggen? En kunnen we met elkaars verschillen samenleven? Daarin ligt mijn fundament.”

Componist Leo Samama is altijd aan het werk.

Foto Andreas Terlaak

Wit canvas van de stilte

Samama kan zich geen wereld voorstellen zonder muziek, „de enige kunst waarmee een mens vanaf de geboorte verbonden is”, vindt hij. „Geluid vormt de basis van taal. Waarschijnlijk bracht de mens in zijn oertijd eerst klank voort, en splitsten we die later in betekenisvolle taal en niet-betekenisvolle muziek. Noten kunnen ons dieper raken dan woorden, omdat we geen tekst hoeven te interpreteren. Voor menigeen belichaamt muziek daardoor iets hogers of, zo je wilt, goddelijks.”

Muziek wordt in zijn ogen „geschilderd op het witte canvas van de stilte”. Maar zij ontstaat niet uit het niets. Wat de componist schept, komt voort uit een optelsom van luisterervaringen. „De heilige inspiratie, de duif op je schouder, is in werkelijkheid de bierbrouwerij van het geheugen. De inval ligt daar al deels klaar. Je moet je ervoor openstellen. Het blijft zoeken en puzzelen. In mijn geval gaat op een gegeven moment het vliegwiel draaien, dan geeft het materiaal richting en huppel ik er met mijn wichelroede achteraan. Het is wat de neurobioloog Dick Swaab beweert: de hersens dirigeren de mens, niet andersom.”

Zijn muziek verraadt de enorme waaier van invloeden waaraan Samama zich blootstelt. De melodieën zijn avontuurlijk en speels. De veelkleurige nieuwsgierigheid die eruit opstijgt, hoort bij de Joodse wereld die hem grootbracht. Zijn voornaam komt van zijn grootvader van moederskant: de rechtsgeleerde en filosoof Leo Polak, die tijdens de oorlog in nazi-strafkamp Sachsenhausen werd vermoord. Samama erfde eveneens diens hartstocht voor het onderwijs. „Hoe zwaar het bestaan in de barakken en steengroeven ook was, mijn opa gaf dagelijks college, ontdekte ik in het dagboek van een overlevende. Hij kon niet ophouden met lesgeven, zelfs niet te midden van onmenselijke wreedheden.”

Leo Polak bezat een grote en kostbare boekenverzameling die hij uit handen van de nazi’s wist te houden. „Zijn boeken merkte hij met een eigendomsplaatje, een ex libris. Daarop stond behalve zijn naam het Italiaanse woord eppur, dat ‘En toch’ betekent. Hij wilde hiermee aangeven dat je je mening nooit heilig mag verklaren, want er bestaat altijd een andere kijk op de zaak. Elk boek belichaamde voor mijn opa een ‘en toch’. Anderen in hun waarde laten en zelf op onderzoek uitgaan vormden de kern van mijn opvoeding.”

https://www.youtube.com/embed/HCXvOCS384w

Teruggeven

Samama’s grootmoeder Henriette Polak-Schwarz ontsnapte aan de Holocaust met twee van haar drie dochters. „Die derde, een viooltalent”, vertelt Samama, „stond op een kwade dag op een slecht moment op de verkeerde plek. Ze werd opgepakt en vermoord in de gaskamers. Maar als kinderen kregen we vooral de avonturen uit de oorlog voorgeschoteld, niet de verschrikkingen.”

Eind jaren veertig was Samama’s oma een van de drie erfgenamen van Polak & Schwarz, een miljoenenbedrijf in geur- en smaakstoffen. „Met haar rijkdom ondersteunde ze kunst en samenleving, ze behoorde bovendien tot de oprichters van het Humanistisch Verbond. Want grootmoeder vond het – net als haar man – belangrijk dat mensen zelfstandig leerden denken.”

Aan de andere kant van zijn familie groeide vader Sylvio Samama een eeuw geleden op in Tunesië. Na de nazi-inval in Noord-Afrika trok hij, met zijn broer en twee zussen, in het Franse Vreemdelingenlegioen achter de Amerikaanse legers aan naar Europa. Zeventien was hij. In een dorp nabij Parijs brak hij een knie. En dus ging zijn bataljon zonder hem naar Nederland om Arnhem te bevrijden. Vrijwel niemand hiervan keerde levend terug.

In een naoorlogs zomerkamp voor Joodse studenten in de Franse Alpen ontmoetten Leo’s ouders elkaar. In Nederland vond Sylvio Samama – na verschillende ambachten – zijn bestemming als impresario van klassieke musici. Zijn ouders gaven Samama op zijn zesde een abonnement voor het Amsterdamse Concertgebouw en lieten hem al vroeg kennismaken met de geesteswetenschappen.

„Mijn vader gaf me vaak boekjes met citaten. Bijvoorbeeld van denkers als Spinoza of Descartes. Ik snapte daar uiteraard geen klap van. Sinds mijn kindertijd ben ik een slechte slaper, omdat het zo druk blijft in mijn hoofd. ‘Neem zo’n boek mee naar bed’, ried mijn vader me aan. ‘Probeer de eerste vijf regels te begrijpen, dan doezel je vanzelf weg.’ En ja hoor, het hielp.”

Samama’s opvoeding paste in de Joodse culturele overtuiging dat de mens moet blijven leren. „Wie in een stoel gaat zitten en denkt het allemaal wel te weten, heeft het einde bereikt. Hersens doe je niet in een potje met een deksel erop. In zijn geschriften hamerde mijn opa Polak op het belang van autonoom denken. Alles zelf onderzoeken. Vragen stellen. Aan anderen, maar evengoed aan jezelf. En durven zeggen: dat weet ik niet. Mijn grootmoeder leerde ons een tweede ideaal: het leven is niet enkel nemen, je moet ook iets teruggeven. In intellectuele zin betekent dat: je bent tegelijk leerling en leraar.”

https://www.youtube.com/embed/JmpaXQaKUa0
Lees het hele artikel