Nog slechts één rondje zien de fans Max Verstappen op racesnelheid voorbijkomen, in de allerlaatste GP op Zandvoort

1 dag geleden 2

Vijf jaar Verstappen-gekte in Zandvoort eindigt op de laadbak van een rode takelwagen. Behoedzaam stuurt de chauffeur de truck een loods in, niet ver van de plek op het circuit waar het wrak achterop de wagen zojuist gecrasht is. Het linker voorwiel ligt in een vreemde hoek op de gebroken neus. De takelwagen is nog niet binnen, of een hoge garagedeur zakt naar beneden.

Max Verstappen is dan al met een buggy teruggebracht naar de paddock. Het was een harde klap, tegen de muur van de kombocht die de ronde over het circuit van Zandvoort afsluit, maar Verstappen is ongedeerd. Hij heeft geluk dat een paar andere coureurs zijn dwars over de baan schuivende Red Bull ternauwernood konden ontwijken.

De ruim honderdduizend bezoekers, die goeddeels voor Verstappen zijn gekomen, hebben hem deze zondag één keer op racesnelheid zien langskomen. De laatste keer, want de Formule 1 keert niet meer terug naar Zandvoort.

Ooit (tussen 1952 en 1985) was het parcours aan de Noordzee een vaste waarde in de Formule 1, waarna het verouderde en verdween. Meeliftend op Verstappens succes keerde het in 2021 terug. Nu de hype voorzichtig tanende is, trekt de organisatie de stekker uit de grand prix.

Weinig emotioneel

Gedurende het weekend toont Verstappen zich weinig emotioneel over het afscheid – niet dat hij normaliter wel een melancholicus is. Verstappen „kan genieten” van al zijn fans op de tribune, zegt hij zaterdag in de paddock, en vindt het „heel jammer” dat het de laatste keer zal zijn. Bovenal kijkt hij ernaar uit om te slapen: Verstappen voelt zich niet zo lekker.

Voor hem is één ding het belangrijkst. Niet waar hij racet, of welke sentimenten aan die locatie verbonden zijn, maar of hij kan meestrijden om de overwinning. En in Zandvoort valt dat zoals zo vaak dit seizoen tegen. Niet omdat hij ziek is – eenmaal achter het stuur „gaat het wel weer” – maar vanwege z’n auto. In de sprintrace speelt hij geen grote rol, in de kwalificatie wordt hij slechts zevende. Thuisvoordeel is er niet in de Formule 1: „Je wint niet ineens een halve seconde omdat je in Zandvoort aankomt.”

Nogal een verschil met 2021, toen Verstappen met de Nederlandse vlag om zijn schouders op het podium stond, na een cruciale overwinning midden in de titelstrijd met Lewis Hamilton. Ook in 2022 en 2023 won Verstappen.

De Formule 1 in Zandvoort – het leek een anachronisme toen de herboren Grand Prix van Nederland in 2019 werd aangekondigd. In de jaren vijftig en zestig, toen de auto’s tussen het racen door gestald werden bij plaatselijke garagehouders, viel het dorpscircuit nog niet uit de toon. Zandvoort was één van de vele houtje-touwtje racebanen op ogenschijnlijk vrij willekeurige locaties die de sport in zijn amateuristische beginjaren bezocht; weinig anders dan de bergweggetjes bij het Italiaanse Pescara of de route nationale even buiten Reims.

Maar in het uiterst commerciële heden, waarin F1-teams miljardenbedrijven zijn, elke stap die de coureurs doen wordt vastgelegd voor content op sociale media en Netflix de sport als een soort soapserie heeft ontsloten voor het grote publiek, is Zandvoort wel een buitenbeentje tussen locaties met wereldallure zoals Singapore, Mexico-Stad en Las Vegas. 

Als WK-finale bij FC Dordrecht

Een grand prix op het circuit van Zandvoort voelt een beetje als een WK-finale in het stadion van bijvoorbeeld FC Dordrecht. Je loopt in de zeebries de boulevard af, langs afbladderende wederopbouwflats en mistroostige eettentjes, steekt een fietspad over, wandelt onder een oud betonnen tunneltje door en staat dan plotseling tussen de glinsterende gastenverblijven van de F1-teams. 

Binnen de circuithekken heerst de klinische professionaliteit van de moderne Formule 1. Het gaat om de details. Zo rukken, als zaterdag het racen erop zit, twee mannen met emmers blauwe verf uit naar een stukje gras waar het logo van een cruisemaatschappij op is geverfd: eerder op de dag is er een racewagen overheen gereden, en nu is het embleem niet meer perfect zichtbaar op helikoptershots.

Op het circuit is er óók geen ontkomen aan het ononderbroken muziekfestival dat in Zandvoort steevast de races omlijst en dat als voorbeeld is gaan fungeren voor de 23 andere F1-circuits. Als coureur Fernando Alonso zaterdagavond een rondje hardloopt over het circuit, trilt hij bijna uit zijn sportschoenen door de dreunende synthbeats van het concert van De Jeugd van Tegenwoordig in de fanzone honderden meters verderop.

Maar tussen de gelikte presentatie en het entertainmentbombardement door zie je nog altijd het klassieke Zandvoort. De silhouetten van de duizenden toeschouwers op de duintoppen tekenen zich af tegen de bewolkte lucht – een beeld dat rechtstreeks uit filmklassieker Grand Prix (1966) had kunnen komen. Het enige verschil is dat het publiek nu als één man de telefoon heft wanneer het veld net na de start komt aangestormd.

Max Verstappen crasht in de eerste ronde.

Foto Jakub Porzycki/REUTERS

Op dat moment is de baan nog iets vochtig. Vijftig minuten eerder, precies als Verstappen zijn pitbox binnenloopt en staande naast zijn blinkend gepoetste auto zijn overall dichtritst, vallen er plotseling dikke, koude druppels uit de lucht. Een flinke stortbui die ook snel weer ophoudt, maar de toeschouwers niettemin hoop geeft. Met Verstappen op een opdrogende baan weet je immers nooit wat er kan gebeuren.

In dit geval glijdt Verstappen weg op het glibberige asfalt in de schuine bocht. Vrijwel alle toeschouwers blijven ondanks de crash zitten. Ze zien Lando Norris winnen, in een McLaren. Een oranje auto, maar niet de kleur oranje waarvoor de meesten gekomen zijn.

Lees het hele artikel