Stapt een sector over op petroleum als dominante grondstof, dan raakt hij al snel verslaafd – zo nuttig blijkt olie steeds weer te zijn. Zie de casus Egypte. Ja, mummificeren ging met bijenwas ook wel aardig, maar met asfalt van grondstoffen uit de Dode Zee bleek het conserveren van mensenlichamen toch echt veel makkelijker. De technologische ontwikkeling maakte het hiernamaals toegankelijk voor meer sociale klassen – zeker vanaf zo’n 750 jaar voor nul werd asfalt in mummies steeds populairder.
Aardolie vind je al heel lang terug op de meest onverwachte plekken, laat dit voorbeeld maar zien. In 95 procent van alle geproduceerde goederen zitten chemische stoffen op basis van fossiele stoffen als olie en gas, volgens brancheorganisatie Petrochemicals Europe. 12 procent van de wereldwijde olieproductie gaat naar de petrochemie, volgt uit cijfers van het Internationaal Energie Agentschap. De wereldeconomie draait dus niet alleen op fossiele stoffen als brandstof, maar ook als grondstof. Dat olie- en gasprijzen sinds de Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran fors zijn gestegen, heeft dus gevolgen voor de hele maakindustrie.
„Veel mensen realiseren zich niet dat dingen plastic zijn”, zegt Gert-Jan Gruter. Hij is bijzonder hoogleraar industriële duurzame chemie aan de Universiteit van Amsterdam, en hoofd technologie bij chemiebedrijf Avantium. „Het gaat om 80 procent van alle chemische productie. Als je kijkt naar coatings [een beschermend laagje op bijvoorbeeld meubels], laminaatvloeren of zelfs verf: dat is gewoon allemaal kunststof uit olie.” Zo is 95 procent van alle verf op de markt op plastic- of polymeerbasis, volgens cijfers van consultancybureau Kusumgar, Nerlfi & Growney. Verf is daardoor ook een van de belangrijkste bronnen van microplastics in wateren.
Zullen consumenten de stijgende prijzen van olie als fossiele grondstof dan even sterk merken als die van brandstoffen? Het antwoord is nee, zegt Gruter. Goedkope massaproducten waarvan de prijs met name voortkomt uit de grondstofprijs, zullen het meest in koopprijs gaan stijgen. In andere gevallen kan de grondstofprijs verwaarloosbaar zijn voor de productprijs, bijvoorbeeld als de prijs van het product vooral voortkomt uit verwerkingskosten.
De gevolgen worden eerder gemerkt aan de andere kant, bij fabrikanten. In het bijzonder de petrochemische sector, vertelt Mark Intven, hoofd Klimaat en Energie bij chemiebranchevereniging VNCI. „Dat gaat op twee manieren. Voor de chemische industrie bepaalt hoofdzakelijk de olie- en gasprijs de grondstofprijs. Wanneer olie uit raffinaderijen komt, gesplitst in verschillende typen olie, is daarvan het type nafta heel belangrijk om materialen van te maken. Daarnaast is de industrie erg energie-intensief: veel hoge temperaturen zijn nodig. Daarvoor worden ook veelal gas- of oliegestookte installaties gebruikt.” Overigens wegen de energiekosten ook voor de industrie het zwaarst: die kunnen voor petrochemische installaties tot 75 procent van de totale kosten uitmaken.
Waar hoge energiekosten door de oorlog in Oekraïne de inflatie omhoogstuwden, is dat bij hoge grondstofkosten dus nog niet per se het geval. Vier petrochemische producten uitgelicht – en hoe de gestegen olie-als-grondstofprijs daarin doorwerkt.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/23145327/230326ECO_2032268423_Verpakking.jpg)
PET-flesjes.
Foto Getty ImagesVerpakkingen
De grootste en meest zichtbare toepassing van olie is in plastic verpakkingen. Het gaat om alles: van flesjes en bakjes tot wikkels en folies, die je terugvindt in je afhaalbestelling, bij ongeveer alle supermarktproducten – en overal in de natuur.
Plastic is dan ook topspul, als je een manier vindt om het uit het milieu te weren: vind maar eens een alternatief verpakkingsmateriaal dat dezelfde handige eigenschappen heeft. Plastic is licht en dun (dus kent weinig extra transportkosten), lost niet op in water (waar een papieren zak al snel scheurt), kan transparant zijn of juist verhullend, vervormbaar of juist hard, vliegt niet in brand, en: is goedkoop.
Juist door dat laatste kunnen plastic verpakkingen naar verhouding fors duurder worden, zegt Gruter. „Zijn de volumes groot en de prijzen laag, dan maakt de grondstofprijs veel uit voor het product. Het aandeel olie in plastic is heel hoog – de olieprijs is het meest bepalend voor de productprijs. Het industriële proces is uitgeoptimaliseerd: supergrote fabrieken, een economy of scale.”
Omdat een enkele plastic verpakking zo goedkoop is, zullen eigenlijk alleen groothandelaren last hebben van stijgende prijzen. Bij een vrij forse olieprijsstijging van 10 procent zou een tasje straks 11 cent kosten in plaats van 10 – voor de consument niet desastreus. En kost een pak pasta een cent meer, dan valt dat in het niet bij de prijs van de pasta zelf. Maar een producent die op jaarbasis tonnen aan plastic verbruikt, zal dat wel terugzien op de balans.
Gruter rekent voor: „Coca-Cola koopt bijvoorbeeld 2 miljoen ton PET-plastic per jaar in. Zeg dat die plastic hun 1 euro per kilo kost, en de prijs met 10 procent stijgt, dan kost dat zo 200 miljoen per jaar meer.” Voor de gemiddelde Europeaanse consument, die op jaarbasis zo’n 36 kilo aan plastic verpakkingen weggooit, is die prijsstijging verwaarloosbaar.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/23161310/230326ECO_2032268423_Medicijnen.jpg)
Pillen.
Foto Universal Images Group via Getty ImagesMedicijnen
De farmaceutische industrie is dol op koolstof, en haalt die uit olie. In 90 procent van alle verkochte medicijnen is de werkende stof een klein organisch molecuul, vrijwel altijd voortgekomen uit olie, dat ook nog vaak gemaakt wordt met oplosmiddelen op basis van olie.
Toch zal de olieprijs nauwelijks effect hebben op de medicijnprijs, redeneert Gruter. Die wordt anders dan bij plastic tasjes veel meer bepaald door andere kosten, zoals onderzoeksgeld voor de ontwikkeling van een medicijn, en onderhandelingen met zorgverzekeraars.
Ook voor bulkmedicijnen waarvan het patent vervallen is – twintig jaar na aanvraag – is de olieprijs niet erg belangrijk voor de productprijs. Dat heeft ermee te maken dat de hoeveelheden van medicijnen klein zijn: een paracetamolpil bevat een halve gram werkende stof – slechts een minuscuul beetje olie.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/23145250/230326ECO_2032268423_Kunstmest.jpg)
Kunstmestkorrels.
Foto Karl-Josef Hildenbrand/Getty ImagesKunstmest
Na plastic is kunstmest het belangrijkste product van de petrochemie, schrijft het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Synthetische meststoffen zijn cruciaal voor de helft van de wereldwijde voedselproductie. Kunstmest wordt gemaakt van ammoniak (NH3), dat weer wordt gemaakt van stikstofgas uit de lucht (N2) en methaan (CH4) uit aardgas.
Net als bij plastic verpakkingen geldt voor kunstmest dat de grondstofprijs van groot belang is voor de productprijs ervan. De prijs van aardgas bepaalt voor zo’n 70 procent de productiekosten van meststoffen. Wederom raakt dat producenten meer dan consumenten: de kostprijs van voedsel wordt slechts indirect door de prijs van mest beïnvloed. De producent die grootschalig kunstmest gebruikt, zal dat op jaarbasis wel merken, net als boeren.
Toen gasprijzen door de Russische inval in Oekraïne omhoogschoten, vonden producenten in Europa een omweg, zegt Mark Intven van VNCI. Kunstmestproducenten gingen ammoniak meer importeren en minder zelf maken uit aardgas. „Toen was er wel een verbod op Russisch gas, maar niet op ammoniak. Rusland ging dat tegen dumpprijzen aanbieden, en kon daarmee de sancties omzeilen.”
„Je ziet nu opnieuw door de blokkade van de Straat van Hormuz dat kunstmest fors geraakt wordt”, zegt Intven. „Dat komt doordat er veel gastoeleveringen uit dat gebied komen. Er is een grote toeleveringsafhankelijkheid. Je ziet zo dat de gastoevoer minder gediversificeerd is dan de olietoevoer.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/23162018/230326ECO_2032268423_Textiel.jpg)
Kleding.
Foto Ramon van Flymen/ANPTextiel
„De prijs van olie in textiel werkt gek”, zegt Gruter. Er zit een beetje plastic in, hetzelfde soort als je in flessen vindt, toch heeft de olieprijs een grote invloed op de productprijs.
„De textielindustrie werkt met marges. In de nogal versnipperde keten – van vezelgaren spinnen tot weven, texturizen en kleuren – komt er iedere keer een percentage aan kosten bovenop. Dat betekent dat de grondstofprijs gedurende de hele keten steeds meer optelt.”
Hij geeft een voorbeeld: als een textielvezel 10 procent duurder wordt, dan wordt elke stap in de keten 10 procent duurder. Als een keten uit zeven stappen bestaat, dan zou de textielprijs wel 70 procent hoger kunnen zijn.
„Textiel is iets wat mensen veel gebruiken, naast kleding ook voor gordijnen of tapijt. Consumenten zullen een prijsstijging hier sneller merken dan bij verpakkingen.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/23111959/230326ECO_2032495984_volker.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/23103833/230326ECO_2032491312_Danone.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21033925/2026-03-17T190119Z_458319288_RC2S9X9E3JAK_RTRMADP_3_USA-SEC-MUSK.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/20154721/210326CUL_2032005113_WEB_FI_Genomineerden.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21155111/210326VER_2032472327_Orban.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/21194211/FILES-US-POLITICS-MUELLER_73673925.jpg)

English (US) ·