Oud-zorgminister Bruno Bruins (VVD), in het begin van de coronacrisis verantwoordelijk voor de virusbestrijding, zag het als zijn belangrijkste taak om informatie over het virus te verzamelen en die in Kamerbrieven te delen. Dat zei hij vrijdag tijdens zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie corona. „Ik wilde Nederland zo goed mogelijk informeren, ook toen we nog heel weinig of niets wisten. Het was als varen in de mist terwijl je ook probeert om zekerheden te verkrijgen.”
Bruins bleef in zijn verhoor herhalen dat hij op zijn departement vooral informatie aan het verzamelen was. Hij bevestigde daarmee zijn imago van destijds als bureaucratische procesmanager. Het leidde tot enige verwondering bij de leden van de enquêtecommissie, zo vroeg D66’er Dion Huidekooper of alleen informatie verzamelen voor een minister die verantwoordelijk was voor de virusbestrijding niet een „smalle taakopvatting” was. Bruins ontkende dat, en zei dat voor het nemen van de juiste maatregelen die informatie heel hard nodig was. De ex-minister zei dat het doel van het kabinetsbeleid in het begin het ‘indammen’ van het coronavirus was, een strategie waarover de commissieleden verder geen vragen meer stelden.
De commissie had wel veel vragen over de zinsnede uit een vroege Kamerbrief van Bruins dat Nederland „goed voorbereid” was op een pandemie. Gevraagd naar wat hij daarmee bedoelde, zei Bruins dat het kabinet het coronavirus al tot A-ziekte verklaarde voordat de Wereldgezondheidsorganisatie de epidemie tot internationale noodsituatie had verklaard. Bruins noemde dat een „belangrijke voorzorgsmaatregel” die hem al meer bevoegdheden gaf om maatregelen af te kondigen. Bestaande crisisdraaiboeken waren niet zaligmakend, zei de oud-minister. „Die waren voor crises in het algemeen, en het regel voor regel nagaan van die draaiboeken had voor mij geen prioriteit.”
Bruins stelde dat het onmogelijk is om op een pandemie van deze omvang voorbereid te zijn en dat het „ongelofelijk moeilijk” was om de situatie precies te beoordelen.
Geen formele adviseurs buiten OMT
Bruins gaf toe dat de adviezen van het Outbreak Management Team (OMT), het orgaan van met name medische en virologische experts, „leidend” waren in de besluitvorming van het kabinet, zeker in het begin van de crisis. Hij erkende dat er geen andere formele adviseurs waren die bijvoorbeeld de maatschappelijke impact van maatregelen meewogen. Bruins vindt nog altijd, „met de kennis van toen”, dat de maatregelen die het kabinet in februari en maart 2020 nam „passend” waren, en niet te laat of te soft. Evenementen als carnaval afgelasten was volgens Bruins niet aan de orde. „Je wil de pandemie intomen, maar ook de samenleving niet onnodig hinderen. In die week waren er nog geen coronapatiënten in Nederland bekend.”
Het verhoor met een behoorlijk defensieve Bruins duurde minder dan twee uur, terwijl voor de verhoren drie uur de tijd is. Het lukte de commissieleden zichtbaar niet om Bruins kritischer te laten reflecteren, maar ze slaagden er ook niet om het de oud-bewindspersoon echt moeilijk te maken. D66-Kamerlid Huidekooper vroeg Bruins nog naar zijn tragische afscheid – in een Kamerdebat eind maart 2020 zakte hij overwerkt in elkaar en moest hij aftreden. Dat was een „ongemakkelijke ervaring”, aldus Bruins, die toen geen andere optie zag dan opstappen. „Je weet dat heel Nederland dat beeld ziet, en dat is niet goed middenin een pandemie.”
Liveblog Parlementaire enquête corona
Oud-coronaminister Bruins zag informatie verzamelen als belangrijkste taak


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/27095237/290526SPO_2033983888_3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/29150003/290526ECO_2034025278_Nexperia2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/28143611/290526BIN_2033879332_drone2.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/27191233/270526BUI_2034038419_klette.jpg)




English (US) ·