Rabobank heeft ‘hele ruime oorlogskas’ voor overnames

10 uren geleden 2

Rabobank heeft een „hele ruime oorlogskas” om overnames te doen en het bestuur van de bank steekt ook „heel wat tijd” in het zoeken naar mogelijke acquisities. Dat zei bestuursvoorzitter Stefaan Decraene dinsdagochtend bij de presentatie van de jaarcijfers. Hij herhaalde tegelijkertijd de uitspraak van zijn financieel directeur Bas Brouwers vorig jaar dat het geld nou ook weer „geen gaten in onze zakken brandt”. Decraene: „We zijn voorzichtige bankiers.”

Potentiële aankopen moeten volgens Decraene binnen de strategie van de bank passen. Een overname moet daarom de inkomsten en de geografie van de bank diversifiëren, legde de Belgische Rabo-baas uit. Hij wilde verder niet ingaan op potentiële overnamekandidaten – volgens Brouwers zegt Decraene daar intern grappend over „als ik je dat vertel, moet ik je vermoorden”.

Uit de overnamestrategie is wel op te maken dat een overname in Nederland of een overname van een andere bank niet per se logisch zou zijn: Rabobank is in het thuisland wat betreft sparen, hypotheken en leningen aan mkb-bedrijven al marktleider en ook groot onder grotere bedrijven. En haalt haar inkomsten, net als de meeste andere banken, grotendeels uit rentemarges. Een overname over de grens, in Europa of in grote landbouwlanden in de rest van de wereld en/of in een bedrijfstak waarin veel vaste vergoedingen [fees in bankenjargon] te verdienen zijn zoals leasing, zou dan logischer zijn.

Veel winst, hoge kapitaalratio

Dat de Rabobank zoveel geld in kas heeft voor overnames, komt mede doordat de bank al een paar jaar hoge winsten boekt. Afgelopen jaar bijna 5 miljard euro: de op één-na-hoogste winst die de bank ooit maakte. De hoogste winst was een jaar eerder (5,2 miljard euro).

Een groot deel van die winsten worden toegevoegd aan de reserves van de bank. Anders dan een beursgenoteerde bank, heeft de coöperatieve Rabobank geen aandeelhouders om de winst aan uit te keren. Wel certificaathouders, maar hun vergoeding stijgt (of daalt) anders dan bij aandeelhouders niet mee met de hoogte van de winst. Afgelopen jaar betekende dat zo’n 20 procent van de winst aan hen werd overgemaakt. Bij andere banken is dat de helft of meer.

Door de toevoegingen aan de reserves is de kapitaalratio (CET1) van de bank – een maatstaf voor hoe sterk een bank is qua financiële buffers – gestegen tot 20,3 procent. Dat is veel hoger dan de andere grootbanken in Nederland en Europa – ING rapporteerde in januari bijvoorbeeld een CET1-ratio van 13,1 procent.

Lees ook

Waar ING en ABN Amro kiezen voor beleggersdouceurtjes, lopen de kapitaalbuffers van Rabobank op

Het hoofdkantoor van ABN Amro. De bank deelt 54 eurocent uit aan interimdividend. Foto ANP

De „grote oorlogskas” zorgt er niet alleen voor dat Rabobank naar „externe groei” kijkt – overnames dus. De hoge buffers zorgen er ook voor dat de bank organische, „interne” groei makkelijk kan financieren: als een klant een extra lening wil, kan de bank die makkelijk verstrekken. Daarnaast geeft de bank in toenemende mate geld weg, „coöperatief dividend” noemt de bank dat. Dat gaat bijvoorbeeld naar lokale (sport)verenigingen, isolatie van huizen van hypotheekklanten, maar ook naar de bouw van een vleugel van een kinderkankeronderzoeksziekenhuis in Utrecht.

Op de vraag of een deel van de winst niet naar de klanten zou moeten, in de vorm van lagere tarieven of meer spaarrente, zei Brouwers dat Rabobank in zijn ogen al een „competitief” aanbod heeft. „Onze spaartarieven zijn beter dan wat we zien van onze grote concurrenten.” Op de basisspaarrekening biedt Rabobank een rente van 1,40 procent. ING en ABN Amro hebben beiden een spaarrente 1,25 procent.

Liveblog Economieblog

Douaniers voeren actie tegen ‘nullijn’ ambtenaren die ‘betrouwbare overheid’ zou ondermijnen in havens en op Schiphol

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel