Rancuneuze Realpolitik

1 dag geleden 2

Zijn de huidige oorlogen niet ook gewoon een probleem van oude leiders die eenvoudigweg bezig zijn met hun nalatenschap? Dat ze nog één keer, misschien wel de laatste keer, hun voetafdruk stevig in het natte cement van de wereldpolitiek willen achterlaten?

Ik heb vaak genoeg beweerd dat we in Nederland nog weleens lijden aan geopolitieke, geo-ideologische dan wel geo-religieuze ongeletterdheid. En dat de dimensie van overtuiging in de buitenlandpolitieke besluiten van landen, regimes en leiders vaak te laat wordt onderkend. Ik geloof dat die boodschap nu inmiddels ook niet meer zo origineel is, nu de geo-ideologisch en religieus gemotiveerde bommen en granaten ons om de oren vliegen op diverse schouwtonelen van de wereldpolitiek.

Daarom is het tijd te doen wat voor een historicus altijd een belangrijke leidraad moet zijn, de geschiedenis eens van de andere kant te bekijken. Geschiedenis is nooit monocausaal. Historische gebeurtenissen zijn zelden of nooit tot één Grote Oorzaak te reduceren. (Daarom kan ik mensen die zoeken naar de single unifying theory achter radicalisering, terrorisme of oorlog ook nooit helemaal serieus nemen.)

Want, wat nou als er soms óók iets heel anders meespeelt bij die schokkende en ingrijpende politieke statements en besluiten rondom oorlog en vrede? Dat de directe motivatie daarvoor heel profaan en strikt persoonlijk is?

Stel, de president wil een smet op zijn blazoen wegvegen en iets rechtzetten. Denk aan de recent uitgelekte brief van oud-premier Dries van Agt die in 2021 de koning voorstelde excuses voor de behandeling van de Molukse minderheid in Nederland te maken. Dat was een zeer brisante brief, omdat Van Agt als minister van Justitie de hardliner was die in 1977 bevel gaf de Molukse treinkaping met geweld te beëindigen en daarmee de dood van zes van de negen kapers en een passagier op de koop toe nam. Van Agt had ook zelf excuses kunnen maken, maar dacht dat als de koning dit wilde doen, het toch wat meer impact zou hebben.

Soms ook wil een leider geen fout rechtzetten, maar gewoon wraak nemen – voor zichzelf of voor zijn vader. Dan gaat het domweg om rancuneuze Realpolitik. Denk aan de invasie in Irak in 2003 die door sommige tijdgenoten wel wordt verklaard vanuit de wens van George W. Bush het werk van zijn vader, George H.W. Bush alsnog af te maken. (Die had immers Koeweit in 1991 voortijdig verlaten zonder Saddam Hussein te onttronen, die vervolgens had gedreigd Bush senior om te brengen.)

Of hij (of zij, maar dat heb ik minder vaak gevonden) wil gewoon een onuitwisbare afdruk in de geschiedenisboeken zetten. Oorlog als nalatenschap, zeg maar.

Nu is er best veel onderzoek gedaan naar ‘leader legacy’, waarbij dat vaak als een positief verschijnsel wordt geduid. Dit soort leiderschap-met-een-oog-op-nalatenschap wordt gezien als ‘goed voor de organisatie’. De leider wordt dan geacht impact te willen maken op nakomende generaties, beredeneerd vanuit de langetermijnwaarden van zijn of haar onderneming. Het gaat de leider erom ‘to extend the self into the future through impacts on future others’ (zie bijv. Haque et al., 2024; Fox et al., 2011). In bedrijven wordt leiders ook ingeprent hoe belangrijk dit soort intergenerationeel leiderschap is bij het binden van nieuw personeel aan de corporate identity, en omgekeerd.

Wat als de langetermijn­perspectieven helemaal niet goed voor de omgeving zijn?

Maar wat nu als die langetermijnperspectieven en -waarden helemaal niet goed voor de omgeving zijn, maar juist schadelijk? En wat als de leider de president van Rusland, van de VS, Israël of Iran is? Zo zou je de oorlog in Oekraïne óók kunnen duiden als een poging van Poetin om het ‘weggeven’ van de Krim aan Oekraïne door Chroesjtsjov te herstellen, en de smaad van de implosie van de Sovjet-Unie onder Gorbatsjov uit te wissen.

Trump is helemaal een meester van dit soort wraakzuchtig ‘legacy leadership’. In 2020 waarschuwde hij Iran dat hij ‘52 doelwitten’ zou laten beschieten als het regime wraak zou willen nemen voor het doden van hun generaal Qassem Soleimani. Dat was precies het aantal Amerikaanse gijzelaars dat in 1979 in Teheran door het ayatollah-regime gevangen werd gehouden, een drama dat Trump destijds al raakte en waar hij in 1980 al over tekeer ging. Op 28 februari jongstleden, in een filmpje voor het Amerikaanse volk, wees Trump ook weer expliciet naar dat gijzeldrama als één van de redenen om Iran aan te vallen.

En Benjamin Netanyahu, de premier van Israël, heeft zelf gezegd dat de dood van zijn broer Jonathan tijdens een antiterrorismemissie in 1976 een levensveranderende gebeurtenis was, die hem ertoe bracht de politiek in te gaan met een missie: de as van terrorisme te bestrijden, of het nu soennitisch of sjiitisch is, uitgaat van staten of niet-statelijke organisaties.

Wat moeten we nu met deze inzichten over ‘legacy leadership’ dat niet generatief (goed voor de toekomstige generaties) is maar juist destructief?

Ten eerste moet dit verschijnsel zeer serieus genomen worden. Juist in organisaties waar leiders zich omringen met gelijken, waar er weinig checks and balances zijn van onafhankelijke instanties (die tot strategische terughoudendheid manen, bijvoorbeeld), kan zo’n persoonlijke vendetta van een leider uitgroeien tot geïnstitutionaliseerd beleid. Het kan dan ook de eerste en tweede en derde echelons van de macht gaan doordrenken. (Dat betekent dat het wegvallen van Poetin of Trump nog helemaal geen verbetering hoeft te brengen).

Dat betekent ten tweede ook – zoals bevestigd door onderzoek naar de gevolgen van ‘leader decapitation – dat de leider die daarna opstaat, vaak nog radicaler en meedogenlozer zal opereren. Dat lijkt nu al te gelden voor Mojtaba Khamenei, die bij de Amerikaans-Israëlische aanval van 28 februari niet alleen zijn vader, maar nog vijf familieleden verloor.

Wat moeten we met dergelijke leiders die van de geschiedenis een plakboek maken om hun gekrenkte trots te repareren? Ik vrees dat we de genoemde leiders (bij gebrek aan effectieve controle) bloedserieus moeten nemen. We zullen in onze diplomatie dus niet alleen moeten uitgaan van landsgrenzen en -belangen, van ideologie en overtuiging, maar ook de persoonlijke krassen op de ziel van die machthebbers moeten incalculeren.

Lees het hele artikel