Schaatsende filosoof Davide Ghiotto: ‘Schaatsen is voor mij nooit een spel geweest’

3 uren geleden 1

„Ik kan niet schaatsen”, zegt Davide Ghiotto.

Wacht even. De tweevoudig wereldkampioen, ’s werelds snelste man op de tien kilometer en kandidaat voor olympisch goud, vindt dat hij niet kan scháátsen? Dat klopt, zegt hij. Althans, als het gaat om mooi, technisch verzorgd schaatsen. Handig zijn op de baan. Goed in een groepje kunnen rijden. Allemaal zaken, zegt hij, die hij niet beheerst. „Ik kan hard rechtdoor schaatsen en bochten maken. Dat is het. Basta.”

Davide Ghiotto (32) is de belangrijkste mannelijke langebaanschaatser van Italië. Deze vrijdag is hij kandidaat voor een gouden medaille op de Winterspelen in Milaan. Op de tien kilometer, de afstand die hij al drie jaar domineert en waarop hij een jaar geleden een nieuw wereldrecord reed. Toch valt hij niet te betrappen op praatjes of overdreven zelfvertrouwen, integendeel. Hij is hard voor zichzelf, vrijwel nooit tevreden.

Misschien is dat ook wel de verklaring voor zijn succes. Ghiotto begon pas op latere leeftijd serieus met schaatsen, rond zijn negentiende. Dat hij op zijn derde Olympische Spelen favoriet is voor goud, heeft hij te danken aan absolute toewijding, volstrekte controle en een barbaars trainingsregime. Hij heeft een „testa molto dura”, een heel harde kop, zegt hij tijdens een uitgebreid gesprek bij hem thuis aan de keukentafel. „Als ik iets wil, dan doe ik het.”

Leuren voor een contractje

Davide Ghiotto woont in San Gottardo, een gehucht in de heuvels nabij Vicenza, aan de noordrand van de Povlakte. Een twee-onder-een-kap-woning net buiten het dorp; alleen de auto met logo van het Italiaans olympisch comité verraadt dat hier een topsporter woont. Op de dag dat NRC langskomt, is het volop zomer. Ghiotto heeft ’s ochtends getraind op de fiets, is fris gedoucht en maakt koffie op een elektrische koffiepot. Zijn oudste zoontje Filippo (dan 4) is naar de crèche, zijn pasgeboren tweede Nicolò doet een slaapje. Ghiotto’s vriendin Susy is ook thuis.

Hij groeide op twintig kilometer hiervandaan, in een voorstadje van Vicenza. Niet bepaald een omgeving die schaatsen ademt – de sport is sowieso vrij marginaal in Italië. Zijn vader Federico was wielrenner, vanaf eind jaren tachtig reed hij als knecht bij kleine Italiaanse profploegen. In 1993, het jaar dat Davide werd geboren, besloot Federico te stoppen. Het was elk seizoen weer leuren voor een contractje, en hij verdiende te weinig geld om een gezin te onderhouden. Bovendien waren het „moeilijke jaren in het wielrennen”, zo vertelt hij in een videogesprek – een eufemisme voor: de hoogtijdagen van epo. „De keuze was: doping nemen of niet. Ik heb voor dat laatste gekozen.” Hij ging aan de slag als arbeider in een houtfabriek, waar hij nog altijd werkt.

Davide, de oudste van drie kinderen, begon rond zijn tiende met inline skaten – een sport die zijn vader een stuk veiliger achtte voor zijn zoon dan wielrennen. Hij was snel en sterk, zegt Federico, maar geen natuurtalent. Bovendien miste Davide de assertiviteit die je nodig hebt in een skeelerpeloton, waar je voortdurend moet duwen, sleuren en positioneren.

Davide Ghiotto traint op inline skates op de skeelerbaan in Montecchio Maggiore, nabij Vicenza.

Davide Ghiotto traint op inline skates op de skeelerbaan in Montecchio Maggiore, nabij Vicenza.

Massimiliano Donati
Davide Ghiotto uit Italië in actie tijdens de 5.000 meter bij het langebaanschaatsen op de Olympische Winterspelen

Davide Ghiotto uit Italië in actie tijdens de 5.000 meter bij het langebaanschaatsen op de Olympische Winterspelen

Foto TERESA SUAREZ/EPA

Rond zijn eindexamen maakte hij de overstap naar het ijs. Dat paste hem beter: in z’n eentje tegen de klok. Er was nóg een gunstige bijkomstigheid: anders dan skeeleren is schaatsen een olympische sport. In Italië kom je daarmee, als je goed genoeg bent, in aanmerking voor een toelage van de overheid. Ghiotto besloot te gaan studeren in Trento, in de Dolomieten, op twee uur rijden van zijn ouderlijk huis. Zo kon hij iedere dag trainen op de nabijgelegen schaatsbaan van Baselga di Pinè.

Door zijn late overstap, zegt Ghiotto, is hij een technisch beperkte schaatser. „Ik kan hard rijden maar het lukt me nog altijd niet om te spelen met mijn schaatsen. Wanneer ik in Thialf train en de rijders voor me wisselen plots van baan, word ik een beetje bang. Ik kan niet remmen.”

Ghiotto neemt een slok van zijn koffie. „Er is ook een voordeel. Omdat ik destijds heel bewust heb gekozen voor het schaatsen, ben ik gefocust. Ik ga naar de baan, doe mijn trainingen, ik ben heel precies. Ik wil geen tijd verliezen. Schaatsen is voor mij nooit een spel geweest, iets wat je voor de lol doet met vrienden.” Toen hij in Trento studeerde, zegt hij, moest hij huur betalen, en benzine om op en neer te rijden naar Baselga. „Dus als ik bij de baan kwam en het regende, ging ik gewoon trainen. Ook al was ik alleen op het ijs.”

Fiscaal opsporingsambtenaar

In 2016, hij studeerde nog, kwam Ghiotto in de nationale schaatsploeg. Die is Italië ondergebracht bij het ministerie van Defensie; technisch gesproken is hij als ambtenaar in dienst van de Guardia di Finanza, de militaire financiële politie. Het salaris is bescheiden, 1.600 à 1.700 euro in de maand, maar hij heeft een betrekking voor het leven. Dat geeft „rust” en „mentale zekerheid”, zegt Ghiotto. „Ik kan me voor honderd procent aan het schaatsen wijden, en weet dat ik daarna ook werk heb.” Als hij wil, kan hij na zijn sportcarrière aan de slag als fiscaal agent.

Een geboren campionissimo is hij nooit geweest, het succes liet lang op zich wachten. Zijn eerste Olympische Spelen, in 2018 in Pyeongchang , liepen uit op een fiasco: laatste op de tien kilometer, 47 seconden achter winnaar Ted-Jan Bloemen. Maar daarna begonnen de jaren van trainen en wedstrijden rijden te renderen. Op de Spelen van Beijing, in 2022, behaalde hij zijn eerste podiumplek ooit: een bronzen medaille.

Ghiotto’s accreditaties voor schaatstoernooien (links) en behaalde medailles

Massimiliano Donati

Die olympische rit, zegt Federico Ghiotto, was een beslissend moment in de carrière van zijn zoon. Ghiotto reed tegen Nils van der Poel, de excentrieke Zweedse schaatser die in Beijing heer en meester was op de lange afstanden. „Davide kon aardig bij hem in de buurt blijven, ook al was Van der Poel oppermachtig. Toen is er iets geklikt in zijn hoofd. Hij wist dat hij ook ooit een kampioen zou kunnen worden.”

Met Van der Poel – inmiddels gestopt – heeft Ghiotto nog altijd contact, vertelt hij thuis in San Gottardo. Toen hij in januari vorig jaar in Calgary een aanval deed op diens wereldrecord op de tien kilometer, ontving hij van tevoren een appje ter aanmoediging. Na zijn geslaagde poging, in een prachtige tijd van 12.25,69, kreeg Ghiotto opnieuw een bericht. Hij laat het zien op zijn telefoon: „Nu heb jij de titel, Davide. Zorg er goed voor, zodat-ie in nóg betere staat is wanneer jij hem op jouw beurt weer doorgeeft.” Over zijn gezicht schuift een glimlach.

Fietsritten van 180 kilometer

Het geheim achter Ghiotto‘s succes, zeggen de mensen die hem goed kennen, is zijn ongekende trainingsarbeid: op het ijs, in het krachthonk, op de skeelers, hardlopend – en vooral op de fiets. „Hij wil altijd nét iets meer geven, het is nooit genoeg”, zegt zijn vader Federico. „Wat hij zich in z‘n hoofd haalt, móet-ie doen.’”

Wie Davide Ghiotto’s account bekijkt op trainingsapp Strava, met name in het voorjaar en de zomer, kan zijn ogen inderdaad niet geloven: fietsritten van 150 à 180 kilometer, soms wel drie per week, met ook nog eens een stevig aantal hoogtemeters. Van zo’n trainingsbelasting zou de gemiddelde topsporter snel opbranden, maar voor hem werkt het, zegt Ghiotto. Hij rijdt alleen of met een groepje wielrenners uit de buurt. Zijn twaalf jaar jongere broer Manuel, die schaatst bij de junioren, gaat ook wel eens mee.

Davide Ghiotto traint op de fiets in de heuvels bij zijn woonplaats San Gottardo, nabij Vicenza.

Davide Ghiotto traint op de fiets in de heuvels bij zijn woonplaats San Gottardo, nabij Vicenza.

Massimiliano Donati

Je houdt van jezelf afmatten?

„Ja, zeker. Vanaf dat ik jong was. Toen ik nog niets voorstelde als skeeleraar, trainde ik al kneiterhard. Trainingsritten van vijftig, zestig kilometer. Ik was toen vijftien.”

Wat voel je als je je zo zwaar inspant?

„Dan denk ik helemaal niets. Op die momenten van echte vermoeidheid ben ik alleen maar bezig met hoe ik het einde van de training haal. Als ik op de fiets een klimmetje oprij, doe ik dat zo hard dat ik geen tijd heb om aan andere dingen te denken. Nog tien minuten, nog vijf minuten, nog twee minuten. Als ik boven kom, voel ik me helemaal uitgepierd.”

Ben je iemand die buiten de sport veel nadenkt?

„Ja. Al denk ik, nu ik een gezin heb, ook veel aan praktische zaken: kinderen wegbrengen, boodschappen doen, rekeningen betalen. Als ik me stevig heb ingespannen, voel ik me veel relaxter, ook al ben ik moe.”

Ze zijn net een echtpaar. Ze hebben voortdurend ruzie, en dan maken ze het weer goed.

Zijn onbegrensde trainingslust, zegt Ghiotto, kan ook een valkuil zijn. Dan doet hij te veel. Fietst hij vierenhalf uur in plaats van de voorgeschreven drie. Schaatst hij honderd rondjes, ook al is hij na negentig al helemaal uitgeput.

Dat kan leiden tot botsingen met zijn trainer, Maurizio Marchetto. Oudgediende Marchetto (69), in de jaren tachtig al bondscoach van de Italianen, leerde hem zijn schaatstechniek te verbeteren en voorziet hem van uitgekiende schema’s. Maar zijn pogingen om de eigengereide Ghiotto af te remmen, zorgen ook voor frictie. „Ze zijn net een echtpaar”, zegt Federico Ghiotto lachend. „Ze hebben voortdurend ruzie, en dan maken ze het weer goed.”

„Van Marchetto moet ik af en toe een dagje wat minder doen,” zegt Davide Ghiotto. „Maar ik vind: als ik train, moet ik mezelf uitputten. Ik probeer mijn lichaam te volgen. Ik weet meteen: vandaag voel ik me goed, of niet. Daar pas ik de zwaarte van mijn training op aan. Toch ga nog regelmatig de fout in. Wil ik per se rondjes van 30 seconden schaatsen terwijl Marchetto zegt: 31 of 32.”

Ziet Marchetto op Strava wat je allemaal doet?

Lachend: „Ik weet niet of hij Strava heeft.”

Kijk je jezelf wel eens terug op beeld?

„Nee, nooit. Ik vind niet dat ik mooi schaats, dus ik zie dat liever niet. Heb ik ook discussies over met Marchetto. Hij wil analyses met me doen, maar ik heb nog nooit een hele race van mezelf teruggekeken.”

Zelfs niet je wereldrecord?

„Nee, alleen de laatste paar rondjes. Die had de [internationale schaatsbond] ISU op Instagram gezet. Daar ben ik moe, dus toen ik zag hoe ik daar schaatste, dacht ik: néééé. Maar het gaat goed dus ik verander niets aan mijn stijl. Wel ben ik alert op een bepaald gevoel dat ik probeer te bereiken. Dat vind ik belangrijker dan techniek.”

Progressieve filosoof

Ghiotto geeft een rondleiding door het huis. Zijn garage is een soort man cave zoals je die wel vaker ziet bij topsporters: gewichten, fietshelmen, sportvoeding, medailles. Maar in de woonkamer op één hoog treffen we iets opmerkelijks: planken vol filosofieboeken. Montesquieu, Locke, Plato, Descartes – de kleurige ruggen keurig naast elkaar.

Davide Ghiotto is afgestudeerd als filosoof. Die opmerkelijke studiekeuze hield verband met zijn overstap naar de schaatssport, vertelt hij. „Toen ik naar Trento verhuisde, dacht ik: ik mag geen tijd verliezen aan mijn studie. Dus wilde ik iets doen wat ik leuk vond. Filosofie vond ik leuk. Het kostte me geen moeite me aan de studie te zetten, ook al was ik moe van het trainen.”

Davide Ghiotto in zijn garage thuis in San Gottardo.

Davide Ghiotto in zijn garage thuis in San Gottardo.

Massimiliano Donati

Wat is je lievelingsfilosoof?

„Nietzsche. En Schopenhauer.”

Waar ging je afstudeerscriptie over?

„Over zelfmoord. In Italië wordt dat helaas als iets negatiefs gezien. We zijn als land nog altijd diep geworteld in het christendom, dat zelfmoord veroordeelt. Ik heb geprobeerd zelfmoord te ontdoen van zijn religieuze lading en terug te brengen tot een rationeel idee. Te kijken of iemand die zo’n besluit neemt, vanuit zijn eigen perspectief misschien wel gelijk heeft.”

Zou je jezelf progressief noemen?

„Ja, zeker. Ik ben, binnen bepaalde grenzen, ook voorstander van de legalisering van cannabis. Hoe meer je iets inperkt, hoe meer mensen ernaar verlangen. Italië heeft een probleem met de maffia. Die zou je door legalisering van cannabis ook beter onder controle kunnen krijgen.”

Italië is de laatste jaren juist conservatiever aan het worden, toch?

„Op dit moment hebben we een behoorlijk rechts kabinet. Als het bijvoorbeeld gaat om homorechten, lopen we flink achter. De katholieke kerk is nog altijd heel aanwezig, het is lastig om die mentaliteit te veranderen. Hopelijk worden we als land wat meer open minded.”

Geloof je in God?

„Nee. Ik ben katholiek opgevoed, heb alle sacramenten ontvangen. Maar in de loop der jaren ben ik opgehouden me gelovig te voelen. Mijn zoontjes zijn niet gedoopt, Susy en ik zijn niet getrouwd. Misschien doen we dat ooit nog eens voor de burgerlijke stand, maar zeker niet in de kerk. Dat zou ik bijna een belediging vinden voor wie werkelijk in God gelooft. Als ik naar een kerkelijk huwelijk ga of een uitvaartmis, ga ik ook niet ter communie omdat iedereen dat doet.”

Is dat niet ook een voorbeeld van hard zijn voor jezelf? ‘Ik moet eerlijk zijn’?

„Nee, ik vind het niet van respect getuigen als je een hostie haalt terwijl je niet gelooft. Mijn ouders gaan naar de kerk. Mijn oma ook.”

Onbekend in eigen land

In Italië is schaatsen altijd een kleine sport geweest. Slechts twee (onoverdekte) ijsbanen heeft het land, de nationale schaatsbond telt 748 leden die aan shorttrack of langebaanschaatsen doen. Als Ghiotto’s ouders hun zoon willen zien schaatsen op een EK of WK, moeten ze een tijdelijk abonnement nemen op een betaalzender. Geen wonder dat Italiaanse schaatsers, anders dan hun concurrenten in Nederland, vrijwel onbekend zijn in eigen land. Herkend op straat wordt hij nooit, vertelt Ghiotto. „Toen ik dat wereldrecord reed, kreeg ik vooral veel felicitaties uit Nederland. Daar begrijpen ze echt wat schaatsen is.”

In Milaan kwam Ghiotto al in actie op de 5.000 meter, waarop hij nipt vierde werd. Volgende week volgt de ploegenachtervolging. Maar hét grote doel, al vier jaar lang: goud op de 10.000 meter, in eigen land. Als Ghiotto deze vrijdag in Milaan wint, zou hij de eerste mannelijke Italiaanse olympisch kampioen zijn op de langebaan in twintig jaar: alleen Enrico Fabris won eerder goud, in 2006.

Op de tien kilometer is de concurrentie sinds mensenheugenis niet zo groot geweest: ook de Pool Vladimir Semirunniy, de Noor Sander Eitrem (olympisch kampioen op de 5.000 meter) en het jonge supertalent Metodej Jilek uit Tsjechië maken kans op goud. „Dit is de eerste keer in mijn carrière dat ik op de tien kilometer zo’n hoog niveau zie over de hele linie”, zegt Ghiotto’s coach Marchetto, die al meer dan veertig jaar actief is in het schaatsen.

17 September 2025
Davide Ghiotto, Italian speed skater, world champion in the 10,000 metres at the 2023 World Single Distances Speed Skating Championships in Heerenveen and current world record holder in the distance, photographed at home while training on his bike in the hills of Zovencedo (Vicenza province), where he lives, and on roller skates at the rink in Montecchio Maggiore (Vicenza).
Photo by Massimiliano Donati

17 September 2025 Davide Ghiotto, Italian speed skater, world champion in the 10,000 metres at the 2023 World Single Distances Speed Skating Championships in Heerenveen and current world record holder in the distance, photographed at home while training on his bike in the hills of Zovencedo (Vicenza province), where he lives, and on roller skates at the rink in Montecchio Maggiore (Vicenza). Photo by Massimiliano Donati

Massimiliano Donati

Toen ik dat wereldrecord reed, kreeg ik vooral veel felicitaties uit Nederland.

De druk op Ghiotto is, kort gezegd, aanzienlijk – en hij heeft de neiging daar zelf aan bij te dragen. Hij kan boos worden op zichzelf als hij niet aan zijn eigen verwachtingen voldoet. Dan loopt hij na afloop van een wedstrijd zonder iets te zeggen langs de wachtende journalisten, met een gezicht als een donderwolk. In de aanloop naar de Spelen, vertelt hij, praat hij daarom met een mental coach.

Zegt die mental coach wel eens: Davide, wees eens wat minder hard voor jezelf?

„Dat hangt ervan af. Misschien als hij iets positiefs heeft gevonden in een wedstrijd die verder slecht is gegaan. Helaas zijn wij topsporters nogal gehecht aan resultaten. En daar hoort hard zijn voor jezelf nu eenmaal bij. In onze sport telt alleen winnen. Niemand weet nog wie er buiten het podium vielen.” 

Hoe ga je de olympische tien kilometer in je hoofd benaderen?

„Alsof het mijn laatste race ooit is. Op dit moment denk ik niet verder dan de vijf kilometer, de tien kilometer en de ploegenachtervolging in Milaan. Voor de periode erna is het leeg in mijn hoofd.”

Davide Ghiotto

Davide Ghiotto

Massimiliano Donati

Of Ghiotto’s ouders aanwezig zullen zijn bij de wedstrijd van zijn leven, is nog de vraag. Er zijn geen vrijkaartjes beschikbaar voor familieleden van Italiaanse olympiërs, ook al zijn de Spelen in eigen land, en de reguliere tickets zijn behoorlijk duur. Federico Ghiotto en zijn vrouw hebben zich er al bij neergelegd dat ze de 5.000 meter en de ploegenachtervolging thuis op de televisie moeten kijken, zegt hij. Maar voor de tien kilometer willen ze graag naar Milaan komen. „Linksom of rechtsom gaan we het regelen.”

Davide Ghiotto zelf zit er wat minder flexibel in. Hij heeft zijn ouders „verboden zelf tickets te kopen”, zegt hij. „Een gemiddeld maandsalaris in Italië is 1.200 à 1.300 euro, een beetje behoorlijk kaartje kost bijna 400 euro. Dat is een belediging voor wie werkt voor zijn geld.”

En ach, zo voegt hij eraan toe, een olympische race zonder familie is ook wel zo rustig. „Als ze erbij zijn, geeft dat stress, want dan voel ik me schuldig dat ik ze niet gedag kan zeggen. Als ze er niet zijn, kan ik me beter concentreren.”

Lees het hele artikel