Onlangs beschreef ik op deze plaats mijn vrees dat mijn naam plotseling zou opduiken in de Epstein-files. Leuk grapje, zullen de lezers misschien gedacht hebben, maar ik kan ze verzekeren dat de realiteit me steeds dichter op de hielen zit. Ik begin het nu echt benauwd te krijgen.
Wat is het geval? Een beroemde Amerikaanse collega van mij, David Brooks, blijkt ook voor te komen in de miljoenen vrijgegeven Epstein-documenten. Hij werkt al jaren als columnist voor The New York Times, net als NRC een zogenoemde kwaliteitskrant; abonnees van NRC krijgen de NYT er tegenwoordig dan ook gratis bij.
Is het een wonder dat ik het gevoel krijg dat het net zich ook om mij begint te sluiten? Gelukkig verkeer ik minder dan Brooks in de hoogste contreien van de Amerikaanse politiek, maar het is inmiddels bekend dat de tentakels van Epstein zich ook uitstrekten tot de Europese politiek – vooral de Britse premier kan daarover meepraten.
De hoofdredactie van de NYT sprong voor Brooks in de bres met een korte verklaring. Ik mag hopen dat mijn hoofdredactie daar eventueel een voorbeeld aan wil nemen. ,,Als journalist’’, schreef de hoofdredactie, verwijzend naar een bijeenkomst in 2011, ,,bezoekt David Brooks regelmatig gebeurtenissen waarbij hij bekende en belangrijke zakenmensen spreekt voor zijn columns.’’ Epstein was ook aanwezig, maar Brooks had volgens zijn hoofdredactie geen contact met hem.
Hoe de elite bleef profiteren van een zedendelinquent
Zelf zou ik mijn hoofdredactie dringend afraden te vermelden welke belangrijke evenementen ik bezoek – maar dit terzijde. Pijnlijker voor de hoofdredactie van de NYT is het feit dat Brooks onlangs in een column de affaire-Epstein volledig bagatelliseerde. Waar maken we ons toch druk over, was de teneur, er was zoveel belangrijker onheil op de wereld. Brooks vond dat de aandacht voor de Epstein-affaire werd aangewakkerd door allerlei complotdenkers. ,,Zeg wat je wilt over onze financiële, educatieve, non-profit en politieke elites, maar zij zijn geen massaverkrachters.’’
Daar heeft Brooks zeker een punt, maar je hoort hem niet over het feit dat die elites, onder wie hijzelf, op die bijeenkomst in 2011 iemand in hun midden koesterden die nog maar net zijn dertien maanden durende huisarrest had uitgezeten voor het aanzetten tot prostitutie van een minderjarige vrouw.
Dat verwijt treft helaas ook Woody Allen, een van mijn favoriete filmregisseurs. Volgens de vrijgegeven documenten heeft ook hij de jaren na diens veroordeling contact gehouden met Epstein. Ze waren in New York buren en Epstein verwende Allen en zijn vrouw Soon-Yi Previn met allerlei voordeeltjes. Hij hielp hen aan een rondleiding door het Witte Huis en zorgde ervoor dat hun dochter tot een belangrijke opleiding werd toegelaten.
Er is een macabere mailwisseling gevonden tussen Epstein en diens broer Mark uit 2012. Epstein vertelt dat Woody Allen bij hem in Parijs op bezoek is. ,,For les pedophile convention?’’ grapt de broer. ,,I think pedophilee is the plural’’’, grapt Epstein terug.
Epstein moet zich in die jaren onaantastbaar hebben gewaand. Al zijn machtige relaties wisten dat hij een veroordeelde zedendelinquent was, toch bleven ze van zijn gunsten profiteren. Ik ook? Ik ontken!
De journalistieke principes van NRC

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/10201039/100226VER_2031476325_Karskens.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/10212206/100226SPO_2031496434_HolmLagegreid.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/10194204/100226VER_2031495354_Bikker.jpg)

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08104641/080226SPO_2031423390_Dekker.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08181620/080226SPO_2031427296_Eitrem.jpg)


English (US) ·