Uit onderzoek blijkt dat het probleem niet per se zit in hoe kinderen getallen begrijpen, maar in hoe hun brein hun eigen denkproces helpt bijsturen.
Naar schatting heeft in Nederland 2 tot 6 procent van de kinderen op de basisschool last van een rekenstoornis. Dat is een behoorlijk groot aandeel. Toch weten onderzoekers nog steeds niet precies waardoor die problemen ontstaan. Is het een kwestie van getallen simpelweg niet ‘snappen’? Of speelt er iets anders mee?
Een nieuwe manier om te kijken naar denkprocessen
Een internationaal team van wetenschappers heeft daarom een nieuw rekenmodel ontwikkeld. Met dit model onderzochten ze hoe kinderen met en zonder rekenstoornis omgaan met twee soorten taken: het vergelijken van getalnotaties (bijvoorbeeld de cijfers 6 en 9) en het vergelijken van hoeveelheden in een meer visuele vorm (zoals groepjes stippen).
Dit model kijkt niet alleen of een kind het goede antwoord geeft en hoe snel, maar ook naar verborgen stappen in het beslissingsproces. Hoeveel bewijs verzamelt een kind bijvoorbeeld voordat het een antwoord durft te geven? En wat doet het nadat het een fout heeft gemaakt?
Niet het resultaat, maar het proces is anders
Op het eerste gezicht presteerden kinderen met en zonder rekenstoornis vergelijkbaar op deze taken. Zodra de onderzoekers met hun model dieper in de data doken, kwamen de verschillen echter naar boven.
Kinderen met een rekenstoornis bleken minder voorzichtig te zijn bij het geven van antwoorden wanneer ze met geschreven cijfers werkten; ze hadden minder ‘bewijs’ nodig voordat ze een keuze maakten. Ook konden ze minder goed bijsturen na een fout.
Kinderen zonder rekenproblemen trapten na een verkeerd antwoord even op de rem en werden zorgvuldiger; kinderen met een rekenstoornis deden dat in mindere mate.
“Het gaat erom of kinderen hun strategie gaandeweg aanpassen”, legt co-auteur van de studie Hyesang Chang aan Scientias.nl uit. “Pakken ze een volgend probleem op dezelfde manier aan, of stellen ze hun werkwijze bij op basis van wat er net gebeurde?”
Of dat komt doordat deze kinderen hun fouten niet goed opmerken of doordat ze niet weten hoe ze hun aanpak moeten veranderen, kan het team op basis van dit onderzoek nog niet met zekerheid zeggen. “De studie was niet specifiek ontworpen om dat onderscheid te maken”, aldus Chang.
Wel opvallend: deze patronen waren het sterkst wanneer kinderen met geschreven cijfers werkten. Bij visuele hoeveelheden zoals stippen was dit niet het geval.
Het brein vertelt de rest van het verhaal
De onderzoekers lieten de kinderen dezelfde taken ook uitvoeren terwijl ze in een MRI-scanner lagen, zodat de hersenactiviteit in beeld gebracht kon worden. Dat leverde een helder plaatje op.
Bij kinderen met een rekenstoornis was een gebied vooraan in de hersenen, de middelste frontale gyrus, minder actief dan bij hun leeftijdsgenoten. Dit hersengebied speelt een belangrijke rol bij het reguleren van hoe zorgvuldig je een beslissing neemt. De verminderde activiteit in dit gebied hing rechtstreeks samen met het feit dat deze kinderen minder voorzichtig waren bij het vergelijken van geschreven getallen.
Daarnaast vonden de onderzoekers dat een ander hersengebied, de anterieure cingulate cortex, een soort foutdetector van het brein, bij kinderen met een rekenstoornis minder actief was. Dat verklaart waarom ze na een fout minder goed bijstuurden: het deel van hun brein dat normaal gesproken alarm slaat bij een vergissing, deed dat minder sterk.
“Deze frontale gebieden spelen mogelijk een bredere rol in verschillende domeinen en zijn niet uitsluitend gerelateerd aan wiskunde”, zegt Chang. Dezelfde regio’s worden namelijk ook in verband gebracht met andere leerproblemen, zoals ADHD en leesstoornissen. Dat roept de vraag op of kinderen met rekenproblemen ook op andere vlakken moeite kunnen ondervinden, bijvoorbeeld bij vakken die flexibel denken vereisen, zoals natuurkunde of techniek.
Het gaat niet alleen om getallen
De bevindingen ondersteunen een idee dat in de wetenschap steeds meer terrein wint: kinderen met rekenproblemen begrijpen hoeveelheden op zich best goed, maar lopen vast zodra ze met het symbooldeel van wiskunde aan de slag moeten. De vertaalslag van een hoeveelheid naar een geschreven getal: dát is waar het misgaat. Onderzoekers noemen dit het ’toegangsprobleem’: de kennis is er wel, maar de toegang ertoe via symbolen hapert.
Dit onderzoek laat vooral zien dat rekenproblemen verder reiken dan puur ‘niet goed zijn met getallen’. Het vermogen om je eigen denkproces in de gaten te houden en bij te sturen (iets dat wetenschappers metacognitie noemen) speelt ook een grote rol. Kinderen met rekenstoornissen hebben daar specifiek meer moeite mee wanneer het om geschreven getallen gaat.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Meer schermtijd op jonge leeftijd hangt samen met lagere scores voor lezen en rekenen en Moeite met sommen maken? Kinderen worden beter in rekenen dankzij muziekles. Of lees dit artikel: Bijen doen aan wiskunde zonder cijfers.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

17 uren geleden
3





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11153133/120226BIN_2031210687_weerbaarheid1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14123407/ITALY-MILANO-CORTINA-OLYMPIC-GAMES_72866388.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13184917/130226SPO_2031585782_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13085143/130226ECO_2031535517_3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/12174601/120226SPO_2031545249_lollobrigida.jpg)
English (US) ·