Stikstofpakket van het kabinet gepresenteerd: het platteland wacht een grote verbouwing

2 uren geleden 1

Het Nederlandse platteland staat een grote verbouwing te wachten, als het aan dit kabinet ligt. Om van het ‘stikstofslot’ af te komen en de natuur te herstellen, krijgt ieder boerenbedrijf tegen 2035 te maken met uitstootnormen. Nederland moet toewerken naar een duurzamer manier van landbouw bedrijven, vindt het kabinet.

Duizenden boeren die vlakbij kwetsbare natuur werken en wonen, zullen daarbij forser dan anderen moeten reduceren en moeten op kleinere schaal werken, sterk verduurzamen, verhuizen en mogelijk stoppen. Boeren zullen het op termijn met minder vee moeten doen en dat zullen velen naar verwachting niet redden. Boerengemeenschappen rond bijvoorbeeld de Veluwe en de Peel zullen ingrijpend veranderen.

Boerenactiegroepen hebben afgelopen weken nadrukkelijk gezegd nieuwe acties niet uit te sluiten

Het is de eerste keer in zeven jaar dat het kabinet met een alomvattend plan komt om uit de stikstofcrisis te komen en de natuur te herstellen. Naast agrariërs moeten ook veel bedrijven hun stikstofuitstoot verminderen. Zodra het enigszins kan, wil het kabinet de stikstofreductie inzetten om het verlenen van vergunningen te vergemakkelijken. Sinds een uitspraak van de Raad van State in 2019 is Nederland verplicht om eerst de verzwakte natuur te herstellen voor er weer stikstof uitgestoten kan worden.

De vorige keer dat een kabinet reductiedoelen voor de agrarische sector suggereerde, leidde dat tot grote onvrede onder boeren. De beelden van het Malieveld vol trekkers, geblokkeerde wegen en boeren die met brandende fakkels bij de minister thuis stonden, zijn in Den Haag niet vergeten. Boerenactiegroepen hebben de afgelopen weken nadrukkelijk gezegd dat nieuwe acties niet zijn uitgesloten.

Pijnlijke maatregelen

Als de plannen slagen, zou dat betekenen dat er makkelijker huizen gebouwd kunnen worden, het elektriciteitsnetwerk kan worden uitgebreid en bedrijven en boeren makkelijker kunnen vernieuwen en verduurzamen. „Echte keuzes zijn te lang uitgesteld”, zei premier Rob Jetten vrijdag. „Makkelijk zal het niet zijn, maar de prijs van nog langer niets doen is vele malen hoger.” 

Maar óf de plannen slagen en wanneer dan, is de vraag. Dit kabinet heeft geen meerderheid in de Tweede of Eerste Kamer en rekent op steun van zowel links als rechts. Ook de uitvoerbaarheid van de plannen is onzeker. Aan veel details moet nog worden geschaafd, blijkt uit de kabinetsbrief. 

In het regeerakkoord sprak het kabinet af dat de stikstofuitstoot van álle sectoren fors terug moest. De uitstoot van de landbouw, de grootste bron van stikstofbelasting van de natuur, moet tegen 2035 met bijna de helft (42-46 procent) gereduceerd worden. Andere sectoren moeten de helft van hun uitstoot reduceren, maar voor hen is dat vaak wat makkelijker.  

Duidelijk is dat pijnlijke maatregelen voor de landbouw onontkoombaar zijn, zei minister Jaimi van Essen (Landbouw, D66) weken geleden al. Langzaam heeft hij dat idee erin gemasseerd bij iedereen die ermee te maken krijgt, vooral belangenorganisaties van boeren. Niet voor niks: de vrees voor nieuwe boerenprotesten is groot.

Lees ook

Een Utrechtse boer mag straks geen mest meer uitrijden, z’n collega in Gelderland – een weiland verderop – nog wel

Landerijen in het Binnenveld langs de provinciegrens tussen Utrecht en Gelderland.

Pluimvee en varkens

Veehouders krijgen volgens deze plannen per bedrijf uitstootplafonds opgelegd. Daar moeten ze uiterlijk in 2035 aan voldoen. Voor de melkveehouderij heeft Van Essen al normen vastgelegd – zij moeten gaan werken volgens „de best beschikbare technieken”. Dat vraagt veel, erkent de minister in de begeleidende Kamerbrief „maar niet het onmogelijke”.

De melkveehouderij krijgt bovendien te maken met een ‘grondgebondendheidsnorm’: het aantal koeien dat gehouden mag worden is afhankelijk van de hoeveelheid land die een boer tot zijn beschikking heeft. Dat betekent voor veel boeren: of minder vee, of meer land, en beide zijn duur en ingewikkeld. Afspraken voor andere sectoren in de intensieve veehouderij – pluimvee en varkens – worden volgend jaar vastgelegd, schrijft de minister.

Sowieso steekt het kabinet de komende jaren 2,2 miljard euro in natuurherstel

Veehouders moeten reduceren, maar hebben de vrijheid om zelf in te vullen hoe. De ‘boer aan het roer’ is een wens van de sector en politieke partijen als de BBB. Maar het is ook complex: het kabinet moet in kaart brengen welke maatregelen boeren kunnen nemen, én wat voor effect ze dan eventueel hebben. De mogelijkheden voor pluimveehouders en bijvoorbeeld melkveehouders verschillen enorm. 

De plannen moeten zorgen voor natuurherstel door de stikstofoverbelasting van natuurgebieden terug te dringen. Sowieso steekt het kabinet de komende jaren 2,2 miljard euro in natuurherstel. Dit jaar zal al honderd miljoen gaan naar diverse projecten, zoals een project rond het Bargerveen – een van de laatste hoogveengebieden van Nederland.

Lees ook

Landbouwminister Van Essen gaat toch geen zienswijzen vragen aan individuele boeren voor openbaarmaking stalgegevens

Landbouwminister Jaimi van Essen tijdens een rondleiding bij een biologisch melkveehouder.

Duizenden boerenbedrijven

Voor bedrijven dicht in de buurt van kwetsbare natuurgebieden gelden strengere normen, omdat relatief veel van de stikstofuitstoot dichtbij het bedrijf terechtkomt. Voor zo’n 85 natuurgebieden gaat een strook van zo’n 500 meter gelden, kondigde het ministerie van Landbouw aan. Voor vijftien natuurgebieden, met een hoge stikstofbelasting, stelt het kabinet een bredere zone van een kilometer voor. Naar verwachting zullen veehouderijen in die zones zo’n 62 á 66 procent van hun uitstoot moeten reduceren – 20 procentpunt extra bovenop de algemene maatregelen. 

In de praktijk zal het voor veel boerenbedrijven bijna onmogelijk zijn om daaraan te kunnen voldoen. Boeren mogen zich verenigen en in overleg met lokale natuurorganisaties en overheden nog een eigen plan indienen, maar als dat niet of onvoldoende oplevert dan zal het kabinet de bindende normen in gaan voeren. Het gaat bij elkaar om duizenden boerenbedrijven die binnen de zones liggen. 

Opvallend is dat rond het grootste natuurgebied van Nederland, de Veluwe, geen zone van 1.000 meter gaat gelden zoals in andere gebieden, maar een kleinere van 500 meter. Het kabinet mist daarmee bewust een grote kans om fors te reduceren in het gebied waar het er het meeste toe doet. In de Veluwe ligt ongeveer de helft van de stikstofgevoelige natuurgebieden van Nederland. 

Uit eerder RIVM-onderzoek blijkt dat zo’n 370 agrariërs binnen 500 meter van dat natuurgebied werken. Door de zone rond de Veluwe te beperken worden 300 boeren ontzien en wordt een extra reductie van 30 procent gemist. De minister tekende vorige week, in relatieve stilte, al een overeenkomst met de provincie Gelderland en andere betrokkenen waarin hij zijn steun geeft aan de provinciale aanpak die al was opgestart. Het totale pakket, met ook maatregelen buiten de ‘zones’, moet in die provincie 65 procent van de uitstoot reduceren, wat wel weer overeenkomt met de landelijke doelen.

De boer staat er niet alleen voor, schrijft Van Essen. Veehouders die minder vee willen houden, investeren in emissiereducerende technieken of hun bedrijven verplaatsen, dan wel beëindigen, kunnen rekenen op „ruimhartige ondersteuning”. Het kabinet zet dan ook de vrijwillige beëindigingsregeling van veehouderijen door en zet daar nog eens 2,75 miljard euro voor opzij, boven de ruim 4 miljard die eerder al uitgegeven is.

De stoppersregelingen waren de speerpunt van het beleid van de afgelopen jaren. Honderden boeren staakten al hun bedrijven, het leidt in veel gebieden tot sloop en leegstand. Ook het afromen van dierrechten gaat door: als een boer stopt, wordt een deel van zijn productierechten ingetrokken, in plaats van weer verhandeld.  

Een spoedwet

Het kabinet wil ook op korte termijn, via een spoedwet, de zogenoemde kritische depositiewaarde uit de wet halen. Die waarde drukt uit hoeveel stikstof een hectare natuur kan verdragen zonder te verslechteren. Die drempel is echter ongeschikt voor kabinetsbeleid, zeggen critici. Uit wetenschappelijke inzichten bleek bijvoorbeeld dat bepaalde types natuurgebied veel minder stikstof konden verwerken dan eerder aangenomen. Doelen baseren op de kritische depositiewaarden bleek daarmee kwetsbaar én bovendien onhaalbaar: in 2035 zou 74 procent van het natuurgebied onder de drempel moeten zijn. Volgens prognoses van het RIVM bleef dat steken op nog geen 40 procent.

Mocht het niet lukken die doelen te halen, dan dreigt het kabinet als ‘ultieme remedie’ om in 2035  te eisen dat alle boeren minder dieren mogen houden

Het kabinet gaat in plaats daarvan de emissiedoelen in de wet zetten. In oktober stuurt het kabinet het hele pakket naar de Tweede Kamer. „Dit wetsvoorstel voorziet in een gefinancierd en onafhankelijk getoetst programma van maatregelen, waarmee het kabinet er zorg voor draagt dat voor een aanzienlijk deel van de Natura 2000-gebieden verslechtering stopt en behoud wordt geborgd”, staat in de Kamerbrief. Dat zou voldoende moeten zijn om het verlenen van vergunningen weer vlot te trekken, denkt Van Essen. Mocht het niet lukken om die doelen te halen, dan dreigt het kabinet als „ultieme remedie” om in 2035  te eisen dat álle boeren minder dieren mogen houden.

Tot onmiddellijke verlichting van de druk op de vergunningspraktijk zal het pakket van Van Essen niet leiden. Het kabinet durft het nog niet aan om de vergunningen te versoepelen door de zogenaamde rekenkundige ondergrens onmiddellijk te verhogen, zoals de Tweede Kamer graag wil. Uiterlijk voor het einde van 2027 wil Van Essen deze nu verhogen. „De veranderingen die voor ons liggen vragen veel, zeker ook van boeren”, zei Van Essen. Maar het kan niet anders, zei hij, „om de stilstand te doorbreken.” 

Lees ook

Landbouwminister Jaimi van Essen tracht harde doelen te halen op een zachte manier

Minister-president Jetten (D66) en landbouwminister Van Essen (midden) tijdens een werkbezoek aan Staatsbosbeheer.
Lees het hele artikel