Synchrone hersengolven: oogcontact is de geheime manier waarop baby’s taal leren

6 uren geleden 1

Leg je telefoon weg en kijk je baby recht in de ogen: dat maakt letterlijk het verschil tussen wel of niet leren. Wetenschappers uit Cambridge en Singapore ontdekten dat oogcontact de hersengolven van baby en spreker synchroniseert en dat dit essentieel is om taal te leren.

Baby’s worden voortdurend overspoeld door prikkels: beelden, geluiden, stemmen en gezichten bombarderen hun zintuigen. Ze moeten op de een of andere manier bepalen waar ze aandacht aan besteden en waarvan ze leren. Daarbij vertrouwen ze vaak op sociale signalen, zoals oogcontact, ‘babytaal’ of het horen van hun eigen naam. Maar hoe dit precies bijdraagt aan leren, was tot nu toe onduidelijk.

Onderzoekers van de Universiteit van Cambridge en de Nanyang Technological University (NTU) in Singapore toonden eerder al aan dat de hersengolven van baby en volwassene synchroniseren zodra ze elkaar aankijken. In een nieuwe studie laten ze zien dat dit oogcontact fungeert als een soort schakelaar: het helpt de baby bepalen wat belangrijk is en synchroniseert zijn of haar hersengolven met die van de spreker om te leren.

Drie neptalen en een bril

Tijdens het experiment luisterden baby’s naar drie onzintaaltjes, bestaande uit een aantal herhaalde lettergreeptrio’s. Elke taal werd gekoppeld aan dezelfde spreker op een scherm, een vrouw die telkens een andere bril droeg: de ene keer had zij heldere glazen, de volgende keer licht getinte glazen waardoor haar ogen moeilijker te zien waren en een derde keer droeg ze een donkere zonnebril waarbij de ogen volledig onzichtbaar waren.

Tijdens het eerste deel van het experiment, waarin de baby’s kennismaakten met de taaltjes, registreerde het team de hersenactiviteit van 42 baby’s van acht tot tien maanden oud uit Cambridge en Singapore met behulp van EEG. De dreumesen kregen een soort badmutsje met elektroden die hersengolven oppikken. De hersengolven van de spreker zelf waren ook vastgelegd. Dit gebeurde al eerder, tijdens het opnemen van de video’s. Om te testen of de baby’s daadwerkelijk iets hadden geleerd van de geluidsbeelden, kregen ze in deel twee van het experiment losse zinnetjes uit de verschillende taaltjes te horen, plus compleet nieuw verzonnen woorden. Zouden de baby’s langer kijken naar een spreker die een onbekende taal gebruikt dan naar een taal die ze al kennen?

Melissa Ooi en haar kind You Ern nemen deel aan het onderzoek naar oogcontact en leren. Foto: Victoria Leong/University of Cambridge

Geen passieve sponsjes

“We lieten de baby’s naar alle drie de taaltjes luisteren en het bleek dat ze heel selectief waren in wat ze daadwerkelijk leerden”, vertelt onderzoeker Leong van Cambridge University. “Het zijn zeker geen passieve sponsjes. Ze hoorden alle drie de taaltjes, maar leerden er maar één en dat was precies de taal waarbij ze de ogen van de spreker konden zien.”

De hersengolven van de baby’s liepen vaker synchroon met die van de spreker op het moment dat de kinderen ook echt aan het leren waren. Sterker nog: die mate van synchronie voorspelt het leren beter dan als je puur naar de hersenactiviteit van de baby kijkt. Maar deze synchronisatie trad alleen op als de baby de ogen van de spreker volledig kon zien.

Selectieproces

Opvallend genoeg keken de baby’s ongeveer even lang naar het scherm in de drie deelexperimenten. Daarvoor maakte het dus niet uit of ze de ogen van de spreker konden zien. Toch blijkt oogcontact onmisbaar om te bepalen welke taal ertoe doet. Cambridge-onderzoeker Kaili Clackson: “Zelfs wanneer de baby’s schijnbaar aandachtig naar het scherm zaten te staren, kwam er zonder oogcontact niets binnen in de piepjonge hoofdjes. Die hersensynchronie laat zien dat het om een selectieproces gaat.”

Het onderzoeksteam trof dit patroon zowel in Cambridge als in Singapore aan, wat doet vermoeden dat het om een universeel mechanisme gaat en niet om iets cultuurspecifieks. Wel keken de baby’s in Singapore over het geheel genomen langer naar de spreker, mogelijk omdat haar etniciteit voor hen minder vertrouwd en dus opvallender was. Dit had echter geen invloed op het leren zelf.

Oogcontact is een van de sociale signalen waarmee we intentie overbrengen op de luisteraar, maar zeker niet de enige: ook glimlachen, wijzen en het noemen van de naam van een kind spelen een rol. Dat is met name belangrijk in culturen waar oogcontact tussen kind en volwassene minder gangbaar is of zelfs als ongepast wordt gezien, zoals in bepaalde Arabische landen. “Deze signalen zijn ontzettend krachtig”, legt Clackson uit. “Want als je nieuwe informatie daarmee inleidt, vertel je de baby eigenlijk: dit is belangrijk, hier moet je naar luisteren.”

Leg die telefoon weg

Het is te hopen dat ouders door deze bevindingen bewuster worden van het belang van actief contact met hun kind. “Als ouders moeten we ons bewust zijn van het belang van sociale signalen zoals oogcontact en het noemen van de naam van je kind”, aldus Leong. “Die signalen trekken niet alleen de aandacht van je kind, ze zetten ook het leerproces in gang.”

“Als je met je telefoon bezig bent en afgeleid bent terwijl je instructies geeft, of je kroost iets probeert te leren, is de kans veel kleiner dat het goed bij ze binnenkomt. Leg je telefoon dus weg en kijk je kind recht in de ogen als je tegen ze praat. Zo vergroot je de kans dat ze er wat van opsteken. Laat zien dat je het serieus meent, dat je wilt dat ze opletten en iets leren.”

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel