Terwijl Den Haag verwarring zaait, proberen deze burgemeesters de rug recht te houden

2 uren geleden 1

Wat niet kan doorstromen, loopt over. Ter Apel, het overvolle aanmeldcentrum voor asielzoekers, houdt de deuren gesloten, omdat gemeenten netto te weinig asielzoekers onderbrengen. Dat is geen ‘crisis’, maar een wetmatigheid.

Uitvoering van de zogeheten spreidingswet, die asielzoekers sinds 2023 evenredig over het land moet verdelen, stagneert. Van de 342 gemeenten halen slechts 92 de doelstelling; in totaal moeten er ruim 40.000 plekken bij komen.

Het heeft mede te maken met demonstraties tegen de komst van azc’s. Door inwoners en, steeds vaker, extreemrechtse jongeren die georganiseerd van elders komen en geweld gebruiken. De protesten – in Loosdrecht, IJsselstein, Apeldoorn, Den Bosch, Den Haag – worden openlijk gesteund door landelijke politici met een antivreemdelingenagenda of geloof in omvolking.

Burgemeesters zeggen eenstemmig dat het asiel‑ en noodopvangsysteem niet levert, blijkt uit een rondgang door NRC. Acht burgemeesters en een loco-burgemeester van diverse politieke pluimage, in kleinere en grotere gemeenten, geven daarin lucht aan hun zorgen en vertellen wat wel en niet werkt.

Zij zien hoe sommige gemeenten probleemloos aan de spreidingswet voldoen. Andere hebben het moeilijker en zoeken creatieve oplossingen. Nog weer andere zwichten voor protesten en intimidatie, of lopen daarop vooruit.

De burgemeesters, eindverantwoordelijk voor de openbare orde, hebben begrip voor de druk waaronder hun collega’s staan, maar dat die gemeenten „de wet niet uitvoeren” noemen ze „onacceptabel”. „Hou je rug recht”, klinkt het eensgezind.

Maar ze zijn het er óók over eens dat gemeenten collectief door Den Haag in de steek zijn gelaten. Ze zijn verplicht tot opvang, maar het ontbreekt hun aan middelen en politieke rugdekking.

Ze moeten noodopvang en tijdelijke plekken organiseren om gaten in het stelsel te dichten. Crisisbestuur en improvisatie vervangen normale, gedegen planning. Druk op huisvesting en integratie van statushouders neemt toe. Lokale weerstand daartegen en wantrouwen groeien, draagvlak en gezag nemen af. Intussen raken asielzoekers, niet zelden oorlogsvluchtelingen, bang en gefrustreerd. Ook omdat ze beperkt mogen participeren in de samenleving, de chronische „mismatch tussen talenten en tekorten op de arbeidsmarkt”.

Het probleem zit dus „niet alleen in de instroom”, maar vooral in een stelsel „waarbij alle effecten van falend kabinetsbeleid neerslaan in lokale omgevingen”, zegt Ester Weststeijn, burgemeester van IJsselstein. „En dat is veel breder dan asiel alleen. Omdat men het woningtekort niet weet op te lossen, zitten veel statushouders [asielzoekers met een verblijfsvergunning] nog steeds bij de COA-opvang.”

Dat Den Haag verwarring blijft zaaien, illustreert het aanhoudend gebrek aan landelijke regie. Zie recent de opmerking van VVD-fractieleider Ruben Brekelmans, dat „gemeenten zelf mogen beslissen of ze asielzoekers opnemen”, en zo ja, hoeveel. „Er is ruimte in de spreidingswet om daar afspraken over te maken”, zei hij tegenover de NOS.

„Maar het is niet optioneel”, zegt Marco Out, partijloos burgemeester van Assen. „Die wet is een gezamenlijke opdracht.”


Aan deze rondgang onder (loco-)burgemeesters werkten mee

Harderwijk, VVD

Jeroen Joon

Assen, partijloos

Marco Out

Epe, CDA

Tom Horn

Ede, CDA

René Verhulst

Maashorst, PvdA

Hans van der Pas

IJsselstein, partijloos

Ester Weststeijn

Gouda, SGP

Pieter Verhoeve

Den Haag, GROENLINKS

Mariëlle Vavier

Hengelo, VVD

Sander Schelberg

Den Haag als obstakel

„Niemand woont in het rijk, iedereen woont in een gemeente”, zegt Sander Schelberg, burgemeester van Hengelo (VVD), „Dus wij zullen het moeten opknappen. Maar daar heb je steun [uit Den Haag] bij nodig, geen twijfelzaaierij.”

Het is „bijna usance”, zegt Tom Horn, burgemeester van Epe (CDA), „dat mensen in Den Haag die zelf onderdeel van de wetgevende macht zijn zeggen dat we ons niet aan de wet hoeven te houden. Ik vind het spijtig dat [Brekelmans] zijn woorden niet heeft teruggenomen.”

Brekelmans’ woorden komen neer op „democratische ondermijning”, zegt Jeroen Joon, burgemeester van Harderwijk (VVD). „Nu het van een partijgenoot komt, raakt het me nog meer. Als je als Kamerlid de wet wilt veranderen heb je er, zeker als je in de coalitie zit, alle gelegenheid toe. Maar tot die tijd voer je de wet uit. Daar moet geen haartje twijfel bij zitten.”

Uitspraken als die van Brekelmans zijn „grote obstakels voor lokale bestuurders”, zegt ook Mariëlle Vavier, locoburgemeester en wethouder asielzaken van Den Haag, fractievoorzitter van PRO. Tegelijkertijd onderstrepen ze een jarenlang „zwabberbeleid, dat er voor heeft gezorgd dat mensen in het land niet weten waar ze aan toe zijn”.

Asielzoekers Recht op opvang

In mei waren er zo’n 83.000 personen met recht op opvang door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) onder wie 19.000 statushouders. Reguliere COA-locaties vangen 42.000 mensen op, de COA-noodopvang 34.000. Daarnaast verblijven 7.000 mensen buiten het COA, bijvoorbeeld in een tijdelijke gemeentelijke opvang. Van de 342 gemeenten halen er 250 de doelstelling van de spreidingswet nog niet.

Ze noemt het overhaast sluiten van opvanglocaties na de ‘Syrië-crisis’ van 2015 door toenmalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD). Zijn partijgenoot Eric van der Burg, als staatssecretaris voor asiel indiener van de spreidingswet, noemde dat onverstandig, omdat er later inderhaast nieuwe opvang nodig bleek.

Vavier verwijst ook naar het flitsbezoek van PVV-leider Geert Wilders aan Kijkduin in november 2023, kort nadat zijn partij bij de Kamerverkiezingen de grootste was geworden. In een leeg hotel zouden daar tijdelijk asielzoekers worden ondergebracht. Wilders, die zich warm liep voor zijn ‘azc nee-tournee’, kwam de bewoners „een hart onder de riem steken”, zei hij, omdat plaatsen als Kijkduin worden „overspoeld met asielzoekers”.

Volgens locoburgemeester Vavier „gaan mensen dan meteen denken dat de spreidingswet van tafel is, dat asielzoekers het land niet meer inkomen en dat er helemaal geen asielopvang meer nodig is.” Hoe het rijk omsprong met de gemeenten toen Marjolein Faber (PVV) minister van Asiel was, „was bij tijd en wijle hallucinant”, zegt ze. „Er was geen dialoog. Zij wilde geen gemeenten bezoeken, niet zien hoe wij wel degelijk in staat zijn asielopvang te regelen. Het leek alsof er bewust op aangestuurd werd de opvang niet goed te organiseren.”

Zij en anderen zijn blij met Bart van den Brink, de nieuwe minister van Asiel en Migratie (CDA), die „voor de spreidingswet staat”. Komende week moeten achterblijvende gemeenten dat komen uitleggen, al is de vraag wat dat verder betekent. Het kabinet bood hun afgelopen week hulp in de vorm van ‘vliegende teams’, waarvan vermoedelijk vooral onderbemenste kleine gemeenten kunnen profiteren. En het onderstreepte maandag dat de spreidingswet „het uitgangspunt” blijft. „Uitsluiting begint met taal”, zegt Pieter Verhoeve, burgemeester van Gouda (SGP). „Goede taal helpt, normeren moet.”

Maar René Verhulst, burgemeester van Ede (CDA), mist in Den Haag vooralsnog „de overtuiging dat het ze menens is met strengere asielwetgeving. Dán zouden ze echt werken aan het draagvlak voor opvang.”

De Syrië-crisis (2015) en nu

Voor veel burgemeesters is ‘2015’, toen het asielstelsel door ruim 18.000 Syrische vluchtelingen op de proef werd gesteld, nog steeds een ijkpunt.

„De komst van het azc is toen gewoon gepresenteerd aan bewoners, inclusief een ondertekend bestuursakkoord over de locatie”, zegt Joon (Harderwijk). „We gingen wel in gesprek, maar het was een vaststaand besluit. Natuurlijk was er rumoer, maar veel minder dan nu. De laatste keer hebben we het anders aangepakt: we presenteerden een locatie en zijn toen gaan praten over invulling. Desondanks zie ik een verharding van de publieke opinie.”

Out (Assen) was toen in zijn huidige gemeente ook al burgemeester. Hij herinnert zich een grote bijeenkomst, die „ordentelijk” verliep. „Gemiddeld gezien was er een vrij groot draagvlak. Tien jaar later, toen verlenging aan de orde was, bleek dat nog steeds het geval.” Wat helpt: pragmatisme. „In Drenthe is een puzzel gelegd. Als één gemeente niet kan leveren, probeer je ergens anders wat meer te doen.”

René Verhulst, burgemeester van Ede (CDA), leerde zijn lessen in 2015 als burgemeester van Goes. Voor noodopvang stelde Goes de Zeelandhallen beschikbaar. „Omliggende bedrijven klaagden dat de uitgang op hun winkels uitkwam. Toen heb ik de uitgang naar de andere kant verlegd”, zegt Verhulst. „Als de omgeving om maatregelen vraagt, moet je ze nemen. En snel. Dat geeft vertrouwen.”

De temperatuur is nu wel anders, zegt hij. „Dat collega’s zich achter de oren krabben voordat ze zich aan een azc wagen, snap ik wel.”

Onvrede kanaliseren

Het Ede van Verhulst vangt al jaren geruisloos asielzoekers op, in twee vaste azc’s. Het geheim? Blijven praten. In Oudewater, waar Pieter Verhoeve (Gouda) eerder burgemeester was, zag hij hoe de vlam in de pan sloeg en de noodopvang werd bekogeld. „Ik heb toen geleerd dat je geen inwonersavonden moet houden met burgers die koken van woede, maar dat je moet luisteren”, zegt hij. In het klein: „in huiskamers, aan keukentafels. Vragen: waar zit je irritatie of frustratie? De publieke zaak is van ons allemaal en de bureaucratie is niet foutloos.”

Omgekeerd verwacht Verhoeve ook iets van wie wordt opgevangen, zegt hij: „Je doet mee met de taal en laat je handjes wapperen. Probeer tenminste vrijwilligerswerk te doen. Er zijn overal vacatures. Niet de verzorgingsstaat gebruiken en daar niks voor terug doen.”

Harderwijk heeft al tien jaar een azc naast een woonwijk, met ruim 800 bewoners waar volgens de spreidingswet 253 zou volstaan. „Het is geen probleem”, zegt Joon. „Ja, er is wel eens wat en dan ervaren omwonenden overlast, maar in het uitgaansleven gebeurt meer.”

Na tien jaar zou het azc er dichtgaan, maar dat is uitgesteld. Joon ging zelf met de buurt praten. „De meesten zitten er genuanceerd in”, zegt hij. „Ze zeggen: het staat er al tien jaar, een extra jaar is niet zo’n probleem als de overlast beperkt blijft. Een aantal heeft echt de pest in. Ik vind het zelf ook erg. We hadden een afspraak dat het azc op 1 juni leeg zou zijn. Maar we zien ook wat er in het land gebeurt, de ontzettend grote druk. Het is onacceptabel en onmenselijk als vluchtelingen [door gebrek aan opvang elders] op straat moeten slapen.”

Het college van Ester Weststeijn, die vorig jaar aantrad in IJsselstein, besloot onlangs om in een sportpark een noodopvang te openen tot december 2026. Bij protesten twee weken geleden werd de politie beschoten met vuurwerk. Tot nu toe had IJsselstein nog geen azc. „Juist omdat gemeenten zoals wij geen invulling gaven aan de spreidingswet, zit het COA met de handen in het haar.”

Dat lag volgens haar minder aan politieke onwil dan aan het ontbreken van locaties. „Heel Nederland woekert met de ruimte. Maar als onze asielketen klopte, zouden we niet het gedoe hebben van tijdelijke opvang op campings, boten en evenemententerreinen.”

Achteraf heeft ze te laat gecommuniceerd met bewoners, denkt ze. „Écht zonde en niet goed. In april namen we het besluit. Daarna liep het in Loosdrecht uit de hand en ontstond ook in IJsselstein onrust. Loosdrecht was de katalysator van de onvrede.” En die gaat niet alleen over asiel. „Ze verknopen asiel met gebrek aan woningen, kinderen die niet het huis uit kunnen, en dure benzine. Het sluit aan bij een diep gevoelde onzekerheid, beschermen wat je hebt.”

In de gemeente Den Haag, die 2.100 asielzoekers moet opvangen, liepen de gemoederen hoog op rond het besluit om dat in een voormalig ziekenhuis te doen. Collegevorming wordt een testcase, denkt Mariëlle Vavier. Richard de Mos, het gezicht van Hart voor Den Haag, heeft de raadsverkiezingen gewonnen met een uitgesproken anti-asielcampagne. „Ik ga ervan uit dat de volgende coalitie [vermoedelijk met De Mos] zich aan de wet houdt, al roept hij nu overal dat hij dat niet gaat doen.”

Inspraak of voldongen feit?

Het roept de vraag op hoe hard een gemeentelijk besluit volgens de spreidingswet is. Is het een voldongen feit, slikken of stikken? Kan het door inspraak afgezwakt worden? Hoeveel manoeuvreerruimte hebben bestuurders eigenlijk?

Volgens Vavier werkt het Haagse college met een strikt maar transparant proces. Gedegen onderzoek naar schaarse locaties, een voorgenomen besluit met een brief aan raad en buurt, en gesprekken in kleine ‘tafels’ met alle betrokkenen. Dat begint vaak met kritiek op de opvang, maar levert ook concrete klachten op over de wijk – verlichting, onveiligheid, routes – waar iets aan te doen is. Inspraak is nuttig, maar het is geen veto over de locatie of aantal asielzoekers, zegt ze. „Ingewikkeld om te horen, ook fijn om duidelijkheid te hebben.”

Hans van der Pas (PvdA) is burgemeester van Maashorst, waar in oktober een nieuw azc opent. Hij is door alle hoepels gesprongen: overleg met andere gemeenten, in samenspraak met gemeenteraad en bewoners voorwaarden opgesteld, enquêtes, draagvlak- en locatieonderzoeken gehouden. „Maar dan komen er andere krachten los”, zegt hij. „Mensen vinden alles prima, totdat ze horen dat het bij hen in de omgeving komt.”

In Uden, een van de zes dorpskernen van Maashorst, liepen demonstraties uit de hand, vooral na een gerucht dat een 15-jarig meisje zou zijn verkracht door een asielzoeker. Justitieonderzoek leverde geen bewijs op.

Van der Pas denkt dat de onrust niet te voorkomen was geweest. „Het is sterk afhankelijk van de lokale context en van wat er landelijk speelt.” Hij besloot de plannen door te zetten, ondanks protesten. Precies dat maakt ook dat burgers zeggen dat ze geen invloed hebben.

„Je staat er niet voor ons”, kreeg Weststeijn (IJsselstein) te horen. „Waarmee ze bedoelen: je moet ons gelijk geven en de noodopvang buiten de deur houden. Maar je moet als college een bredere afweging maken dan enkel onze eigen inwoners.”

Van der Pas hoort vaak hetzelfde: inspraak is zinloos, alles staat allang vast. Het verbaast hem. „Natuurlijk moet je luisteren naar zorgen, maar er zullen altijd inwoners zijn die het er niet mee eens zijn. Ook als er een nieuwe weg wordt aangelegd. Maar als we alleen naar het individueel belang en niet naar het algemeen belang kijken, zouden we tot weinig besluiten komen.”

Hij maakt zich zorgen over gemeenten waar demonstranten hun zin lijken te krijgen. „Ze kijken hoever ze kunnen gaan, welk effect het op beleidsmakers heeft. Geweld maakt veel indruk en het is mij en gemeenteraadsleden ook niet in de koude kleren gaan zitten. Maar je moet niet zeggen: dan gaat het azc niet door. Dan loont het om je te misdragen en organiseren we ons eigen falen. Het OM heeft nu gezegd: we willen er echt werk van maken. Maar dat hadden ze veel en veel eerder moeten doen. Dit is al jaren aan de gang.”

René Verhulst (Ede) erkent dat een college zelfstandig een overeenkomst mag sluiten met het COA. Maar daarmee zet je de gemeenteraad en bewoners buitenspel. Dat helpt niet voor het draagvlak; inspraak moet iets betekenen. „Een deel van de onvrede is weg te nemen door besluiten eerst voor te leggen aan de raad, met de mogelijkheid tot bijstelling van de plannen”, zegt hij.

Sander Schelberg (Hengelo) vraagt wijken niet om toestemming, maar medewerking. „We zeggen: mensen, er komt een azc en we gaan alles doen om het in goede banen te leiden. Zeg maar wat redelijk is en dat gaan we doen.”

Zijn ruggenspraak met het COA is minimaal, zijn manoeuvreerruimte buiten het standaardmodel juist maximaal. Hengelo vangt 855 mensen op, inclusief Oekraïeners, maar deels buiten het COA om in een groot kantoorpand dat de gemeente zelf heeft aangekocht. Andere COA-locaties worden gesloten zodra het kantoorpand verbouwd is en dan vangt de gemeente alleen ‘in eigen beheer’ op.

„We beginnen meteen met inburgering: vanaf dag één taalcursussen en integratiecursussen doen op onze kosten”, zegt Schelberg. „Werkgevers willen graag mensen in dienst nemen, maar niet als ze na drie maanden weer ergens anders worden opgevangen.”

Wat ging goed, wat kan beter?

Aan hun collega’s adviseren zij: blijf in gesprek. „Heb de moed om langs de deuren te gaan en het zelf te vertellen, wat het besluit ook is. Mensen waarderen het, ook tegenstanders”, zegt Joon (Harderwijk). „En laten we alsjeblieft aan de asielzoekers zelf denken. Zij zijn óók mijn inwoners.”

Ester Weststeijn (IJsselstein) steekt een hand in eigen boezem. „Toen we in maart het COA-verzoek kregen, zijn we als college eerst zelf gaan kijken hoe we er gehoor aan konden geven. Wijk bij Duurstede kreeg eenzelfde vraag, maar maakte die brief meteen openbaar en hield er een debat in de raad over. Het is een utopie dat je onrust kunt voorkomen, maar zo transparant had ik het achteraf ook willen doen.”

Allen hopen vooral op „consistent beleid” uit Den Haag – bij asiel én andere terreinen zoals jeugdzorg of sociale zekerheid. Nu wordt een probleem bij te gemeenten neergelegd zonder de middelen die erbij horen. „In de 35 jaar dat ik betrokken ben bij het lokaal bestuur is de verhouding rijk-gemeente steeds verder op de proef gesteld. Maar in het huis van Thorbecke moet de trap niet alleen naar beneden komen, maar ook omhoog lopen”, zegt Tom Horn (Epe).

„Medebewind, het uitvoeren van rijksbesluiten, wordt zo steeds moeilijker. Maar dat sommige gemeenten de spreidingswet naast zich neerleggen, kan gewoon niet. Een burgemeester is er ook om wat wettelijk is opgedragen uit te laten voeren. Die integriteit van bestuur moet gewaarborgd zijn.”

Interviews: Andreas Kouwenhoven, Tan Tunali, Iris Verhulsdonk.
Eindredactie: Hans Steketee
Vormgeving: Sanne van Griensven, Jet Peters

Lees het hele artikel