Trumps olieprijsschok als kopzorg voor centrale banken

2 dagen geleden 4

Daar gluurt het weer, van achter het gordijn: het inflatiespook. Nog vers in het geheugen van jullie NRC Voorkennis-lezers zal de periode 2021-2023 liggen, toen het spook hevig rondwaarde in de wereldeconomie. In Nederland stegen de prijzen (volgens de consumentenprijsindex, CPI) in die periode met in totaal 17 procent. Nu, in het voorjaar van 2026, heeft het inflatiespook de gedaante van Donald Trump.

Toegegeven, dat is wat kort door de bocht. Maar: hoe langer de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran duurt, des te kansrijker het scenario van langdurig hoge olie- en gasprijzen. En dan kan zich een patroon herhalen dat we kennen uit de vorige inflatiegolf: de doorwerking van die energieprijsstijgingen in prijzen van allerlei producten en diensten (die dan dus ook oplopen).

Waar inflatierisico dreigt, staat één beroepsgroep bijzonder op scherp: centrale bankiers. Zij zijn immers de hoeders van de prijsstabiliteit. Deze week houdt een hele reeks centrale banken rentevergaderingen. Maandag beet die van Australië het spits af: zij verhoogde de rente, in reactie op het gestegen inflatierisico. De Amerikaanse Federal Reserve hield daarentegen woensdag de rente ongewijzigd. Deze donderdag vergadert de Europese Centrale Bank, alsmede de Japanse, Britse en Zwitserse centrale banken.

Waar al die centrale banken nu mee zitten: reageren op een olieprijsschok is allesbehalve eenvoudig.

De olieprijs en het bredere prijspeil

Centrale banken zijn geneigd een tijdelijke en/of niet al te grote prijsstijging van olie en gas door de vingers te zien. Energie is slechts één component binnen het inflatiecijfer (een ‘mandje’ waarin allerlei consumentenprijzen zitten, van elektronica tot kappers en van alcohol tot horeca). Dat inflatiecijfer zien de grote centrale banken het liefst rond de 2 procent op jaarbasis liggen. Als energie slechts kortstondig duurder is, stijgt de totale inflatie eventjes mee, maar ze zakt ook vanzelf weer als de energieprijzen dalen. Zo’n prijspiekje kun je als centrale bank prima even ‘uitzitten’.

Vervelend wordt het wanneer de energieprijsstijging hardnekkig blijkt. Want dan kan de duurdere energie de algehele inflatie omhoog gaan trekken. Dat kan op meerdere manieren:

  • Hogere brandstofkosten betekenen in veel gevallen hogere transportkosten en hogere productiekosten. Na een tijdje gaan bedrijven die hogere lasten doorberekenen aan de consument, in de vorm van hogere consumentenprijzen.
  • Als werknemers financieel in de knel komen door een exploderende energierekening, kunnen ze hogere looneisen gaan stellen. Dat betekent hogere loonkosten voor bedrijven – die deze kosten wederom kunnen gaan doorberekenen.
  • Een abrupte energieprijsstijging is voor burgers en ondernemers zeer zichtbaar en voelbaar (de prijzen aan de pomp, de gasrekening). Dat kan een door centrale banken alom gevreesd psychologisch effect hebben: mensen gaan dan ook een hogere inflatie verwachten in de (nabije) toekomst. Dan gaan ze juist nú meer kopen, om de toekomstige inflatie voor te zijn. Meer consumptie jaagt de prijzen op – en zo kan de verwachte inflatie omslaan in daadwerkelijke inflatie.

Wat nu gedaan? Aan de stijging van olie- en gasprijzen kunnen centrale banken helemaal niets doen: dat is het pakkie-an van Trump, Netanyahu en het Iraanse regime. Maar tegen de bovengenoemde, indirecte inflatie-effecten staan centrale banken niet machteloos: ze kunnen de rente verhogen. Een hogere rente maakt geld lenen onaantrekkelijk. Dat remt de consumptie en de investeringen af en drukt uiteindelijk ook de prijsstijgingen de kop in.

Nu is de vraag: hoelang gaat de oorlog in het Midden-Oosten duren? Niemand die het weet.

Het trauma van de vorige inflatiegolf

Er is een vergissing die centrale bankiers hoe dan ook willen vermijden: het inflatierisico onderschatten. Dat deden ze, achteraf gezien, behoorlijk bij de vorige inflatiegolf. Die was in 2021 begonnen door acute tekorten aan allerlei producten door de coronapandemie. De schaarste dreef de prijzen op. Ook de energieprijzen begonnen in 2021 al te stijgen. Het aanvankelijke idee bij onder meer de ECB en de Amerikaanse Fed was dat de inflatie transitory zou zijn, van voorbijgaande aard. En dat de rente dus niet, of niet heel snel, omhoog hoefde. Dat bleek een kapitale vergissing. Zeker toen de grootschalige Russische inval in Oekraïne (februari 2022) de energieprijzen deed exploderen, nam de inflatie niveaus aan die decennia niet waren gezien (de piek in de eurozone lag bij 10,6 procent in oktober 2022). Geschrokken centrale banken schroefden in allerijl de rente op.

Nu lijken centrale bankiers vastbesloten om de inflatie in toom te houden. „Wij zulllen al het nodige doen om de inflatie onder controle te houden en om zeker te stellen dat de Fransen en de Europeanen niet dezelfde inflatiestijgingen moeten meemaken zoals we die zagen in 2022 en 2023”, zei ECB-voorzitter Christine Lagarde vorige week op de Franse televisie.

De rente snel omhoog dan maar? Zo simpel is het ook weer niet.

  • Renteverhogingen hebben ook nadelen: ze raken de economische groei, die, door de oorlog in het Midden-Oosten, toch al onder druk lijkt te komen door de hoge olieprijs en door afnemend vertrouwen van consumenten en bedrijven.
  • Dat centrale banken de vorige keer de inflatie onderschatten, betekent niet dat er nu een precies draaiboek met daarin lessons learned klaarligt. De economische situatie nu is anders dan toen. De wereld komt niet net uit een pandemie, bijvoorbeeld.
  • Monetair beleid werkt altijd met vertraging. Een renteverhoging nú werkt pas over een jaar à anderhalf jaar door in de inflatie. De grote onzekerheid over het verloop van de oorlog maakt de timing van eventuele rentestappen extra precair.

Powell en Lagarde aan zet

Wat betekent dit concreet voor de Fed en de ECB, de twee belangrijkste centrale banken?

  • Gisteravond draaide het bestuur van de Fed (nog) niet aan de renteknop. Het belangrijkste Fed-rentetarief blijft voorlopig tussen de 3,5 en 3,75 procent liggen. „De implicaties van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten voor de Amerikaanse economie zijn onzeker”, zei Fed-voorzitter Jerome Powell in een persconferentie. Op de „korte termijn” zal de inflatie toenemen door de stijging van de energieprijzen. Maar het is „te vroeg” om „de duur” en „de schaal” van de effecten van de oorlog op de economie te beoordelen, aldus Powell. Opvallend is dat de meeste Fed-bestuursleden zeggen te verwachten dat de Fed de rente later dit jaar verláágt in plaats van verhoogt. Die verwachting hadden ze in december ook al uitgesproken, omdat de Amerikaanse economie afkoelt.
  • Het ECB-bestuur is vandaag bijeen in Frankfurt, vanmiddag vlak na 14.15 lees je op ons Economieblog het rentebesluit. De ECB-rente ligt al sinds medio vorig jaar op 2 procent, bij een inflatie die eveneens netjes rond de 2 ligt. Hoelang nog? Een ECB-renteverhoging vandaag wordt door de meeste analisten niet verwacht, maar een renteverhoging bij de volgende vergadering, in april, is nu denkbaar geworden, meent onder meer ABN Amro. Het woord is vanmiddag aan Lagarde.
Lees het hele artikel