Het was vanaf maart 2020 twee jaar lang hét motto van het kabinet: Alleen samen krijgen we corona onder controle. Maar als de eerste zes weken van openbare verhoren in de parlementaire enquête Corona de buitenwereld iets hebben geleerd, is het wel: van controle was eigenlijk de hele pandemie geen sprake. En samen ging het ook lang niet altijd.
„Het waren best wel stevige disputen”, refereerde oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) vrijdagmiddag aan het gekibbel met zijn partijgenoot en toenmalig minister van Justitie Ferd Grapperhaus. Die wilde eind 2020 dat politiemensen voorrang zouden krijgen bij het vaccineren, De Jonge weigerde dat. „Toen heb ik gewoon de poot stijf gehouden: hoe begrijpelijk jullie pleidooi ook is, we gaan het niet doen”, zei De Jonge, die vrijdag als laatste voor de zomer verhoord werd door de commissie.
De ruzie was opvallend, want de twee CDA’ers stonden bij de totstandkoming van coronamaatregelen juist vaak samen met premier Mark Rutte tegenover andere kabinetsleden, zo bleek de afgelopen weken bij het verhoren van alle hoofdrolspelers. „Super. Te gek. […] Samen met Ferd tegen de rest”, appte Rutte eind 2020 aan De Jonge.
Zo ondervonden Rutte, De Jonge en Grapperhaus bij het plan voor invoering van een avondklok weerstand van D66-ministers Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken), die de maatregel een te grote inbreuk op de burgerlijke vrijheid vonden.
Dat de vaccinatiecampagne met de oudste Nederlanders begon (na de zorgmedewerkers), leidde tot „chagrijn” bij de economische ‘trojka’ van Koolmees, Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD). Zij wilden met een jonger leeftijdscohort beginnen, omdat de ziekenhuizen dan sneller leeg zouden raken en de samenleving eerder van het slot kon. Onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) was boos dat De Jonge er eind 2021 een derde scholensluiting doorheen drukte.
Samen met NCTV-baas Pieter-Jaap Aalbersberg hadden Rutte, De Jonge en Grapperhaus last van „tunnelvisie”, sneerde oud-staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, toen CDA) bij haar verhoor deze week. Het viertal was volgens haar volledig gefocust op het beperken van ziekenhuisopnames en had nauwelijks oog voor andere belangen.
Hartverscheurende mails
Die kritiek was vaker te horen. Het voorkomen van een tekort aan IC-bedden had telkens prioriteit – ten koste van de economie, het onderwijs en het mentale welzijn van jongeren. Ambtenaar Marina Eckenhausen vertelde dat ze zorgminister De Jonge tijdens een gesprek adviseerde ook gedragsdeskundigen, economen en sociaal experts bij het beleid te betrekken. „Hij nam het in ontvangst en er is verder niet op doorgegaan. De meeting was vrij kort daarna klaar.”
Volgens Kinderombudsman Margrite Kalverboer stond het welzijn van kinderen „niet voorop”. Scholierenvertegenwoordiger Nienke Luijckx kreeg in het voorjaar van 2021 „hartverscheurende mails” over de eenzaamheid onder scholieren. Ze sprak erover met onderwijsminister Slob; de scholen gingen er niet sneller van open.
Oud-minister De Jonge bestreed tijdens zijn verhoor vrijdag het verwijt van een te eenzijdige blik. Voor het kabinet was het voortdurend een „balanceeract”, zei hij. Het beperken van economische en maatschappelijke schade werd pas in 2021 een formeel beleidsdoel, maar volgens De Jonge was het vanaf het begin een „impliciet” doel. „De balans tussen zo open mogelijk en zo veilig mogelijk kwam tijdens iedere vergadering, iedere dag voorbij.” Oud-premier Rutte zei tijdens zijn verhoor ongeveer hetzelfde.
De angst voor een nieuw tekort aan IC-bedden bleef de hele pandemie het beleid bepalen
De verhoren lieten zien hoe heftig het begin van de pandemie voor de verantwoordelijken was. De beelden uit het Italiaanse Bergamo, waar coronapatiënten in ziekenhuisgangen stierven bij gebrek aan bedden, kwamen volgens oud-premier Rutte „als een mokerslag” binnen. „We waren totaal overwhelmed”, zei De Jonge. Alles wees er in maart 2020 op dat Nederland ook die kant op zou gaan. Rutte: „We hadden zo’n 850 IC-bedden, de voorspelling was dat we er 2.400 nodig zouden hebben. Die waren er niet.”
Dat het scenario van „code zwart” werd voorkomen was te danken aan hulp uit Duitsland, waar nog wel bedden vrij waren. De emoties onder kabinetsleden waren groot toen het verlossende bericht over de Duitse hulp het Torentje bereikte, zei Rutte; met name bij zorgministers De Jonge en Martin van Rijn. Die ervaring uit het begin droeg eraan bij dat de angst voor nieuw tekort aan IC-bedden de hele pandemie het beleid bleef bepalen. Het belangrijkste doel bleef „het zwarte scenario voorkomen”, zei oud-minister Koolmees.
Jojo-beleid
De focus op ziekenhuisopnames leidde soms tot „jojo-beleid”, erkende oud-minister Grapperhaus tijdens zijn verhoor. Liepen de besmettingen op, dan werden de maatregelen strenger. Liepen ze terug, dan werd er versoepeld – soms te snel. Meermaals onderschatte het kabinet het virus. Na de eerste coronagolf werd de opgebouwde crisisstructuur in de zomer van 2020 weer afgeschaald, tot onvrede van de burgemeesters in het Veiligheidsberaad. Of het sluiten van de scholen effect had gehad op het terugdringen van besmettingen liet het kabinet niet evalueren. Toen Nederland dat najaar werd overspoeld door een tweede besmettingsgolf stonden de bewindslieden meteen weer in crisisstand. De scholen gingen uiteindelijk weer dicht.
Tijdens de verhoren werd duidelijk hoe omstreden maatregelen zoals de avondklok en de scholensluiting onder de betrokkenen zelf waren. Niemand wenste er echt verantwoordelijkheid voor te nemen, iedereen benadrukte zijn aarzelingen. Het kon écht niet anders, de ziekenhuizen liepen vol. Neem de avondklok: de politie was tegen, burgemeesters waren tegen, oud-minister Grapperhaus zei huilend dat hij er aanvankelijk voor weigerde te tekenen. Kabinetsleden zeiden het advies van virusexperts te hebben gevolgd, terwijl OMT-voorzitter Van Dissel suggereerde dat het idee misschien uit het kabinet zelf kwam.
Tijdens de verhoren werd duidelijk hoe omstreden maatregelen zoals de avondklok en de scholensluiting onder de betrokkenen zelf waren
Zo bleef het kabinet impulsief reageren op het ongrijpbare virus. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema noemde de maatregelen „steeds idioter”, OMT-voorzitter Van Dissel sprak van een „spaghettibrij, een wirwar”. De maatregelen veranderden vaak en kenden veel uitzonderingen: hoeveel mensen iemand thuis mocht ontvangen, welke winkels er open mochten en tot hoe laat, leerlingen die wél naar school mochten omdat hun ouders een „vitaal” beroep hadden, kappers die open mochten terwijl theaters dicht bleven.
Het kabinet raakte gaandeweg „een deel van het contact met de samenleving kwijt”, zei oud-premier Dick Schoof, destijds de hoogste ambtenaar op het ministerie van Justitie en Veiligheid. Mensen hielden zich steeds minder aan de via persconferenties gepresenteerde maatregelen: „steeds dezelfde boodschap” leidde volgens Schoof tot „vermoeidheid bij het publiek”. Ook daarom kwam het einde van de pandemie in 2022 als geroepen.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/09113142/100726SPO_2035057114_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/08100046/100726SPO_2034610473_1-1.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/64ea993-Vries%2520Marijn%2520de%25202023%252001%25201280.png)




/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/07193336/070726VER_2035048550_Rusland.jpg)

English (US) ·