Zo’n 2.500 raadsleden, drie op de tien, verdienen minder dan het minimumuurloon uit de CAO voor gemeenteambtenaren. Dat bedraagt 16 euro per uur. Ongeveer 18 procent verdient zelfs mínder dan het wettelijke minimum van 14,70 euro. Dat heeft NRC berekend op basis van een enquête onder 136 raadsleden, waarvan de resultaten gelden als representatief voor alle 8.500 raadsleden in Nederland.
Gemeenteraadsleden krijgen een vaste vergoeding per maand, gebaseerd op het aantal inwoners in de gemeente. In de kleinste gemeenten ontvangen ze 1.305 euro bruto, in de vier grote steden 3.200 euro.
De vergoeding staat niet in verhouding tot de tijd die je erin stopt
Er is geen norm voor hoeveel tijd raadsleden aan hun werk moeten besteden. NRC vroeg ze te schatten hoeveel uur ze er per week aan kwijt zijn. Op basis daarvan is hun vergoeding per uur berekend. Gemiddeld krijgen raadsleden zo’n 22 euro per uur, blijkt uit de rondvraag. Bovengenoemde percentages kunnen in werkelijkheid 8 procentpunt afwijken, vanwege de foutmarge van de resultaten.
‘Jammer’
De tijdsinvestering van raadsleden loopt sterk uiteen. Sommige, uit een kleine gemeente, vertellen meer dan dertig uur te werken voor de raad. Daartegenover staan raadsleden in middelgrote gemeenten die minder dan vijftien uur nodig hebben. Gemiddeld krijgen raadsleden zo’n 22 euro per uur, blijkt uit de rondvraag.
Meerdere ondervraagde raadsleden begonnen over de beloning. „Die staat niet in verhouding tot de tijd die je erin stopt”, vindt Ron de Wit (Lokale Partij Ommen). „Ik heb niet eerder zo’n laag uurloon verdiend”, zegt Bertus Reinders (Gemeentebelangen in Aa en Hunze). „Dat lokt niet en dat is jammer.”
NRC vergeleek de resultaten met de Basismonitor Politieke Ambtsdragers (BPA), een onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, uit 2024. Daarvoor werden bijna 1.300 raadsleden gevraagd hun werkuren in te schatten. Hier valt het gemiddeld uurloon iets lager uit: zo’n 20 euro per uur.
De vergoeding blijft vooral achter in kleine gemeenten, bleek al in 2021 uit het Nationaal Raadsledenonderzoek. In gemeenten tot zestigduizend inwoners (ruim driekwart is van deze grootte) verdienden raadsleden in 2021 gemiddeld 16 tot 20 euro. In gemeenten boven de zestigduizend inwoners (bijvoorbeeld gemeenten ter omvang van Hoorn, Hilversum en Leeuwarden) was dit gemiddeld 20 tot 23 euro.
Lees ook
‘Nederland moet vitaler worden’ – toch gaat het tijdens de verkiezingen amper over sport en bewegen
Geen beroepspolitici
„Als je het afzet tegen wat je van een werkgever krijgt, is het echt een schijntje”, zegt Claudia van Domburgh, raadslid voor GroenLinks-PvdA in het Brabantse Halderberge. „Ik snap dat ze in grote steden meer werk hebben, maar wij moeten alle dossiers ook gewoon doen, hè.”
Van Domburgh is een dag minder gaan werken, om genoeg tijd te hebben voor het raadswerk. De beloning is ook zo bedoeld: om te compenseren voor de dagen dat raadsleden niet hun reguliere werk kunnen uitvoeren. Raadsleden worden niet beschouwd als beroepspolitici, ze vormen een ‘lekenbestuur’ dat volop in de samenleving staat, zo is de gedachte. Acht op de tien raadsleden vertelden aan NRC hun werk te combineren met een (voltijds)baan.
Raadsleden geven hun financiële beloning het rapportcijfer 5,7
Iedere ambtsdrager, van Kamerlid tot wethouder of Statenlid, mag zelf bepalen hoeveel uren ze in het werk stoppen. „In een democratie moeten ze de vrijheid hebben zoveel mogelijk hun eigen invulling te geven aan het ambt”, zegt politicoloog Hans Vollaard (Universiteit Utrecht), tevens coördinator van de BPA.
Dat de lonen worden berekend op basis van zelf opgegeven uren, verdient een kanttekening volgens Vollaard: „Hoeveel tijd raadsleden besteden aan hun werk, verschilt van week tot week en vinden ze vaak lastig in te schatten. Vandaar dat we daar met enige bescheidenheid mee omgaan.”
Taakzwaarte en rapportcijfers
Moeten lokale ambtsdragers wel worden beloond op basis van het inwonertal van hun gemeente? Volgens Vollaard is dat een terechte vraag: „Niet alleen het inwonertal is van invloed op de taakzwaarte, ook de omvang van de begroting, het aantal raadsleden per inwoner, de hoeveelheid wethouders, en de hoeveelheid raadsleden per wethouder.”
Dat de compensatie voor raadsleden soms tekortschiet, signaleerde ook het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers vorige maand in een rapport. Het adviescollege stelt voor de beloning voor gemeenten boven de 24.000 inwoners de komende drie jaar met 18 procent te verhogen. In de kleinste gemeenten zou een stijging van 9,9 procent volstaan, omdat de beloning voor deze raadsleden nog in 2019 werd verhoogd. Dit was bovenop de jaarlijkse inflatiecorrectie.
Raadsleden geven hun financiële beloning het rapportcijfer 5,7 – zo blijkt uit de BPA. In gemeenten met twintig- tot vijftigduizend inwoners (als Ermelo en Vlissingen) blijken de volksvertegenwoordigers minder tevreden dan in grotere of kleinere gemeenten. Ongeveer een kwart van de raadsleden is zeer tevreden met de vergoeding: 23 procent gaf die een 8 of hoger.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/13143014/180326WET_2031777873_DTV_Nieuw.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/17181037/170326VER_2032370954_.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/31c3a62-DijkgraafRobbert1280.png)

/https://content.production.cdn.art19.com/images/32/72/c4/96/3272c496-bf41-45dd-8195-295963ed0df6/5bb2118837344d29a0018d83929b67a986a5e62c63f1c911cb90076dabc29e54910f0c7029d0ff6ee3b5a45c84fdb2fb55f75d8631e5f9c3399e98e0873ff5e3.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/15010422/ANP-553343157.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/15114051/150326VER_2032299837_Cuba03.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/11164120/150326WET_2031865013_Huntington_HP.jpg)
English (US) ·