Vergrijzing op de Wadden: hoe regel je de zorg voor ouderen op Vlieland? ‘Hier kijkt men naar elkaar om’

2 uren geleden 1

Johan Kuiper (81) moest naar het ziekenhuis voor zijn oog. Even voor twaalf uur ’s middags reed hij met de scootmobiel de boot op die vanuit Oost-Vlieland, het enige dorp van het Waddeneiland, naar Harlingen vaart. Anderhalf uur duurt de overtocht. Vanuit de haven op het vasteland tufte hij verder, drie kilometer naar het Frisius MC. Om drie uur verliet hij de polikliniek weer, maar de boot naar Vlieland vertrekt pas om tien voor zeven ’s avonds. „Steenkoud was het. En een maandag. Alles was dicht.” Urenlang dronk Johan koffie in de terminal van Rederij Doeksen. Om negen uur ’s avonds was hij thuis.

Van Vlieland wil hij nooit meer weg. Johan woont al bijna een halve eeuw op het eiland met zijn vrouw Ria Kuiper (80). Hun zoons wonen ook op het eiland en werken voor de rederij. Johan en Ria zijn Zeeuwen van geboorte, „maar in Zeeland kennen we niemand meer, joh”, zegt hij. Hij deed „van alles” op Vlieland. Plantte helmgras, was bus- en taxichauffeur, werkte als onderaannemer.

Op zijn 58ste werd Johan afgekeurd. Herseninfarct. „Ik ben er gelukkig goed bovenop gekomen.” Ria heeft dementie en recht op een van de zeven interne zorgplekken van het eiland, in woonzorgcentrum De Ton. Maar ja, daar was alleen plek voor haar en ze wilden samen blijven – zij en hun hond Hidde, een Friese Stabij.

Tot hun grote geluk kwam in maart vorig jaar een huis vrij in de Boswijk, een in 2022 verrezen wijkje voor ouderen. Nu hebben ze een huis zonder drempels, met vloerverwarming, ventilatie, een hoog-laagbed, douchestoel en een paar keer per dag een zorgverlener over de vloer.

Johan en Ria Kuiper wonen in een zorghuis.

Foto Kees van de Veen

Meer baankansen aan ‘de wal’

Een groeiende vraag naar hulp, personeelstekorten in de zorg, overbelaste mantelzorgers: op de Waddeneilanden tekenen de problemen van een ouder wordende samenleving zich nóg scherper af dan op het vasteland. Dat blijkt uit het deze dinsdag verschenen onderzoeksrapport Samen ouder worden op de Waddeneilanden van kennisinstituut Planbureau Fryslân in samenspraak met de vijf Waddengemeenten en Rijksuniversiteit Groningen. Het aandeel 65-plussers van Texel tot en met Schiermonnikoog is groter dan op het vasteland. Het aandeel jongeren is juist kleiner. Die maken veel meer kans op een baan aan ‘de wal’, zoals op de Wadden het vasteland wordt genoemd.

Er is ook een „gigantisch” gebrek aan geschikte huizen, zegt onderzoeker Jesse David Marinus (29), verbonden aan Planbureau Fryslân en de Rijksuniversiteit Groningen. „Je staat op de meeste eilanden zeven tot acht jaar op de wachtlijst voor een sociale huurwoning.” Koophuizen zijn schaars en duur, van particuliere huur is nauwelijks sprake.

Ik zorg in m’n eentje voor tien ouderen

Het woonprobleem bemoeilijkt het aantrekken van zorgpersoneel, terwijl de eilanden al kampen met uiterst krappe marges. Terschelling (ca. 4.900 inwoners): twee wijkverpleegkundigen. Schiermonnikoog (ca. 970 inwoners): één wijkverpleegkundige en één fysio. Vlieland (1.200 inwoners): geen psycholoog, zelfs geen spreekuur van een per boot afreizende psycholoog of praktijkondersteuner-ggz.

Voor het ziekenhuis moet je naar de wal: als je geluk hebt, kun je terecht in de polikliniek in Harlingen. Meestal moet je dertig kilometer doorreizen naar de hoofdlocatie van het Frisius MC in Leeuwarden.

‘Het eiland voelt als familie’

„Hallo!” klinkt het opgewekt in de gang van Johan en Ria. „Ah”, zegt hij, „de zorg” – voor Ria. „Hoe is het hier?” zegt de vrouw wanneer ze in haar witte uniform de woonkamer binnenstapt, „goed?” Maja Westerman heet ze (65) en ze woont in Harlingen. De boot naar Vlieland vaart in de winter drie keer per dag: „Ik werk vier dagen hier, dan twee dagen thuis en dan weer drie dagen hier.”

Westerman slaapt in een „personeelshuis” van haar werkgever, de Friese ouderenzorginstelling Kwadrant, op een halve minuut lopen van het huis van Johan en Ria. „Ik zorg in m’n eentje voor tien ouderen.” Drie in deze seniorenstraat, zeven intern in woonzorgcentrum De Ton. „Daar doe ik echt alles. Wassen, aankleden, medicijnen geven… Best druk, hoor. Want ik moet ’s ochtends ook nog hier naar dit laantje toe. Ben ik drie kwartier bezig. Staat het in De Ton drie kwartier stil.”

Aan de andere kant van het dorp, op nog geen kwartier lopen, wonen oud-huisartsen Remmie (70) en Erik Hammers (69). Zeven jaar geleden verruilden ze het vasteland voor Vlieland. Een terugkeer, voor Remmie: ze is opgegroeid op het eiland, haar familie komt hiervandaan. Dat wil zeggen: haar grootouders waren „immigranten”, vertelt ze, „van Terschelling”.

Voor haar studie geneeskunde en loopbaan stak Remmie over naar ‘de wal’. Dat ze ooit zou terugkeren, stond vast. „Het eiland voelt als familie voor haar”, zegt Erik, die zelf in Twente opgroeide. „En we hadden hier een huis”, zegt Remmie, „dat scheelt natuurlijk alles.”

Hun nieuwbouwhuis staat op een kavel die al decennia familiebezit is. Vroeger stond hier de woning van haar grootouders. „Mijn ouders hebben deze plek aan mij kunnen schenken. Dat is een van de weinige manieren om hier te kúnnen wonen. Of je moet enorm rijk zijn. Maar zelfs dan moet er maar net plek zijn.”

Hun huis staat aan de lange, rechte hoofdstraat van Vlieland, de oude Dorpsstraat met z’n winkeltjes, cafés en woonhuizen achter sierlijke, bakstenen gevels. In de zomer een toeristische straat, maar nu het domein van eilanders. Hun achtertuin grenst aan de dijk. Daarachter: de Waddenzee.

Oud-huisartsen Remmie (70) en Erik Hammers (69) verruilden zeven jaar geleden het vasteland voor Vlieland.

Foto’s Kees van de Veen

Leiden, Wassenaar en Wageningen

Hier op Vlieland willen ze oud worden, in de voetsporen van Remmies moeder – nu 96. Sinds kort is ze een van de zeven bewoners van woonzorgcentrum De Ton. „Heel fijn, die voorziening”, zegt Erik, „op Schiermonnikoog moet je naar de wal als je veel meer zorg nodig hebt.”

Zijzelf hopen jaren vooruit te kunnen in hun eigen huis. Op mantelzorg hoeven ze niet te rekenen: hun drie kinderen wonen met hun gezinnen op een dag reizen – in Leiden, Wassenaar en Wageningen. De boottocht naar Vlieland is bovendien niet goedkoop. Een retourtje voor een gezin met twee jonge kinderen kost zo’n 60 euro (Vlielanders zelf krijgen korting).

Maar zorgen maken ze zich niet, „mensen kijken hier om naar elkaar”, zegt Erik. „Toen mijn schoonmoeder op leeftijd kwam en haar overburen zagen dat haar gordijnen lang dicht bleven, liepen ze achterom bij haar naar binnen.” En met hun eigen netwerk zit het goed. Niet alleen wonen nog altijd veel familieleden en bekenden op het eiland, maar ook Remmie is actief voor de seniorenvereniging, die voor de 190 leden koffieochtenden, fietstochten en spelletjesmiddagen organiseert. Erik is lid geworden van de cliëntenraad van zorgorganisatie Kwadrant.

Mochten ze te slecht ter been worden om in hun eigen huis te blijven: aangebouwd aan de achterzijde hebben ze hun reservehuisje klaarstaan, een drempelloos studiootje inclusief kleine keuken en badkamer. Alles gelijkvloers. Aan de badkamermuur zijn de platen al gemonteerd waaraan de douchestoel kan worden vastgeschroefd.

Biljartmiddag in dorpshuis De Vliestroom.

Foto Kees van de Veen

Een hele dag reizen

Ina de Zeeuw (57), de enige fysiotherapeut van Vlieland, houdt praktijk boven in het dorpshuis dat in 2022 werd opgeleverd samen met de Boswijk, de buurt voor senioren. In de hal beneden spelen oudere mannen biljart. Rechts houdt de begrafeniscommissie kantoor en de tandarts werkt hier ook als hij eens in de twee weken overkomt van de wal.

„Wanneer ik zou uitvallen, is er niet zomaar vervanging”, zegt De Zeeuw. „Dan moeten mensen een hele dag reizen voor een halfuur fysiotherapie. Vind maar eens iemand die op Vlieland wil werken. Die moet je dan ook nog huisvesten.” 

De Zeeuw woont pal naast haar werkplek en is al 32 jaar fysiotherapeut op het eiland. Volgens haar is oud worden op Vlieland niet voor iedereen weggelegd. „Als je gezondheid achteruitgaat en je moet drie keer in de week naar het ziekenhuis, dan wordt het moeilijk.” De eilanders zijn dat gewend, zegt De Zeeuw: „Die leven met het ritme van de boot.”

Bij gepensioneerden afkomstig van het vasteland ziet ze soms wat anders gebeuren. Die dachten op Vlieland van hun oude dag te gaan genieten, maar meerdere stellen heeft ze weer zien vertrekken. „Die wilden toch dichter bij de kinderen wonen, of bij een ziekenhuis.”

Maar ouder worden op het eiland valt ook de geboren en getogen Vlielander Tonny Stuivenga (68) niet mee. Ze woont sinds november noodgedwongen gescheiden van haar partner, Hans Veenstra (78). Hij had al last van spasmen in zijn been en een dwarslaesie toen hij in november ’s nachts thuis uit bed viel. „Ik hoorde hem knallen”, zegt Tonny. „Ik zeg: wat doe jíj nou?” Hans kon niet meer zelf opstaan en Tonny kreeg hem ook niet overeind. Ze belde „de meiden” van De Ton. Die tilden Hans weer op. „Het gíng gewoon niet meer, hier thuis.” In De Ton was plek: „Er was net iemand overleden.”

Tonny Stuivenga (links) gaat geregeld op bezoek bij haar man Hans in verzorgingshuis De Ton.

Foto Kees van de Veen

Maar ja: Tonny kan daar dus niet terecht. Elke dag gaat ze naar Hans. Ze willen weer samenwonen, zoals ze de afgelopen vier jaar deden. „We hebben het hartstikke leuk samen.” Ze hopen op een seniorenappartement in de Boswijk, maar die zit vol. Ironisch genoeg hádden Tonny en Hans vier jaar geleden wél de mogelijkheid erheen te verhuizen. Maar de huur was te hoog, vond Tonny.

Het is stil thuis. Ze mist hem het meest als ze „geen doel” heeft, wanneer ze ’s middags thuis „moet vertoeven”. Heus, ze heeft zat vrienden en vriendinnen bij wie ze terechtkan. „Maar moet ik dan werkelijk alle huisjes langs om me een beetje lekker te voelen?” Nee, dat wil ze niet. De grenzen van dit eiland voelt ze, zo zegt ze, „als een messteek” door haar heengaan. 

Kunnen ze misschien ergens aan ‘de wal’ samenwonen? Vlieland verlaten? Geen optie, zegt Tonny. Ze heeft het geprobeerd, in haar jonge jaren woonde ze in de buurt van Den Haag, later in Soesterberg. Maar ze keerde altijd terug. Vlieland, dat is van haar. Haar twee broers en zus wonen er ook. „Ik hoor hier”, zegt Tonny. „Als ik de boot terug neem uit Harlingen, hè, en ik rúík dat wad… Hééérlijk. Sta ik zo een uur op dat dek.”

Lees ook

‘Mijn kinderen zeggen dat ik alles vergeet’, vertelt de Turks-Nederlandse vrouw aan de geriater met behulp van de tolk

Marleen Harkes onderzoekt een patiënt in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam.
Lees het hele artikel