Verpleeghuisbewoners opsluiten wordt taboe: ook mensen met dementie zijn bovenal vrije burgers

3 uren geleden 1

Wie is de volgende die wegloopt? Wie treedt in de voetsporen van de meneer die vorig jaar tot twee keer toe wegglipte van de gesloten afdeling en de politie aan het werk zette? Jo Hoeks (92) van verdieping drie? Een van de zes vrouwen rond de eettafel op de tweede? Hun rondschuifelende medebewoner misschien, die het bezoek aanklampt in haar lichtgroene joggingpak?

De kans lijkt klein. Mevrouw Hoeks dwaalt al een paar jaar niet meer en ze heeft nooit moeite gehad met de gesloten afdelingsdeur. Ook de zes vrouwen rond de eettafel zitten vredig naast hun rollators. Eén zit zelfs in een rolstoel. Ja, de vrouw in het joggingpak, die loopt kennelijk graag. Maar even makkelijk houdt ze halt op de drempel van haar afdeling. Met een grote lach zwaait ze gedag.

Zijn dit nou weglopers?

En toch: de kans neemt aanzienlijk toe dat bewoners van Berkenstaete de benen nemen. Het verpleeghuis, in het dorp Son en Breugel net boven Eindhoven gelegen, opent later dit jaar de deuren van de gesloten afdelingen. De 33 bewoners, allen met dementie, kunnen straks – zo ze willen – de afdeling af, de hoofdingang uit en de frisse lucht in. Op naar Son en Breugel, op naar de Jumbo, op naar een bankje bij het Wilhelminakanaal – niet té dicht bij het water, God verhoede.

Ze herkent ons meestal nog wel, maar of ik nou de moeder ben, de zus, tante, vriendin of dochter, dat is vaak helemaal weg

De wet schrijft het alle verpleeghuizen van Nederland voor: open uw deuren. Staart u zich niet langer blind op hun veiligheid, zoals de vorige wet u ingaf. Die richtte zich te veel op dwangzorg in de psychiatrie en te weinig op mensen met dementie. Dwang is voortaan taboe, tenzij het écht niet anders kan. Want hoe dement ook, bewoners van verpleeghuizen zijn vrije burgers, zoals iedereen.

De nieuwe regels, gevat in de Wet zorg en dwang, zijn niet eens meer zo nieuw. In 2020 ging de wet in. De pandemie zorgde voor vertraging maar ook anno 2026, vier jaar na het wegebben van corona, hebben „de meeste verpleeghuizen” hun deuren nog niet geopend, meldt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd op basis van „signalen uit het veld”. Via tientallen verrassingsbezoeken hoopt de Inspectie verpleeghuizen te bewegen tot tempo. „Het is gewoon een enorme omwenteling”, zegt Katinka van Boxtel, verantwoordelijk voor het beleid in Berkenstaete. Ze is voorzitter van de raad van bestuur van de Brabantse zorginstelling Archipel. Berkenstaete is een van de tien locaties.

Deurcode  van een van de gesloten afdelingen, om de bewoners binnen te houden.

Deurcode van een van de gesloten afdelingen, om de bewoners binnen te houden.

Foto Merlin Daleman

Cijfercode

Loop naar binnen door de hoofdingang, sla rechtsaf en je belandt in een enorme binnenhal met glazen plafond: het Atrium. Er zijn zitjes, tafeltjes, een restaurant, een rijkdom aan planten in de borders. Drie galerijlagen met appartementen omheinen deze centrale hal. Ouderen wonen hier zelfstandig – ze huren hun appartement van een wooncoöperatie en kopen zelf zorg in. Gaan en staan waar ze willen.

Dat geldt niet voor de bewoners van het bouwsel in het hart van het atrium: een brede cilinder, drie verdiepingen hoog, elke omringd met een verhoogde wering van glas. Hier bevinden zich de gesloten afdelingen – de hofjes één, twee en drie, in Berkenstaete-taal.

Naast de dichte deuren van elk hofje hangt een toetsenpaneel. „4 cijferige deurcode, toets maand en jaartal„, vermeldt het bordje ernaast. De deur opent en een gang belegd met laminaat strekt zich uit. Links de kamers van de bewoners, rechts de huiskamer met deze vrijdagochtend de zes vrouwen aan tafel naast hun rollators. Op tv Omroep Brabant, in het keukentje medewerkers die de lunch bereiden.

De hofjesbewoners kunnen de deuren van hun eigen kamer van binnenuit openen. Maar hun levens spelen zich voor het overgrote deel binnen af. Hun actieradius beperkt zich tot de gang en galerij rondom hun hofje, die uitkijkt op het atrium. Medewerkers begeleiden hen naar de dagbesteding op de begane grond, van sjoelen tot bloemschikken, met familie lopen ze ommetjes. De gesloten deur van de afdeling is een niet te nemen horde: de logica van de deurcode ontgaat hun bijna allemaal, in hun doorgaans vergevorderde stadium van dementie. „Ze herkent ons meestal nog wel”, zegt Franneke Hoeks (60) met naast zich zus Treke (57), na een bezoekje aan hun moeder, „maar of ik nou de moeder ben of de zus, tante, vriendin, dochter, dat is vaak helemaal weg.”

Sommige bewoners rammelen aan de deurkruk, vooral de nieuwelingen. Of ze zeggen tegen bezoekende familie: ‘Hoe komen jullie hier nou uit?’ Maar de dementie schrijdt voort en hun wereld wordt almaar kleiner. „Bewoners gaan steeds meer terug naar wat we hun ‘kleine ik’ noemen”, zegt Eline van Bilsen (25), die als netwerkverpleegkundige de kwaliteit van de zorg in Berkenstaete bewaakt. „Ze verlangen vaak erg naar geborgenheid. Er zijn bewoners die om die reden slapen met een verzwaarde deken.”

‘Beetje ontdaan’

Woonbegeleider Tamara Steman (48) schat dat van de 33 bewoners „misschien zes of zeven” weleens de drang voelen het op een lopen te zetten. „Het voordeel is dat we in een dorp zitten. En de buurt kent de bewoners goed.” Van Bilsen: „Omwonenden kunnen ons snel alarmeren.” Franneke en Treke maken zich geen zorgen, mocht hun moeder tóch de straat op gaan. „Er zijn heel veel lieve mensen in de wereld.”

De zussen schrokken dan ook „enorm” van de „heftige reacties” van familie van andere bewoners tijdens een bijeenkomst over het opendeurenbeleid begin december. „We waren echt een beetje ontdaan”, zegt Franneke. „Mensen waren bang dat hun moeder of vader zou gaan dwalen. Dat ze in het kanaal zouden belanden. Of in Eindhoven. Dat is kennelijk weleens gebeurd. Maar die meneer is weer teruggekomen, dus ja: hoe erg is dat dan?”

Ik zal je precies vertellen hoe erg dat was, zegt de dochter van die meneer, Gertie Neervoort (59) heet ze. Ze begint met de mededeling dat haar vader, Albert van Beuningen, in december overleed na een kort ziekbed, net negentig jaar oud. Nee, zegt ze: dat stond los van Alberts weglopen. Hij kwam uit Eindhoven, stratenmaker, PSV-fan. Gediagnosticeerd met dementie in 2022, verhuisd naar de gesloten afdeling eind 2023. „Hij herkende familie nog wel, ook zijn kleinkinderen. Maar wat hij een uur tevoren had gedaan, wist hij echt niet. En vooral: hij wist nooit wáár hij was.”

Mensen waren bang dat hun moeder of vader zou gaan dwalen. Dat ze in het kanaal zouden belanden. Of in Eindhoven

In mei glipte hij weg uit hofje drie – „ik weet nog steeds niet hoe” – en achter zijn rollator overbrugde hij de 280 meter naar de bushalte. Stapte de bus in. Geld genoeg voor een kaartje had hij niet, een jonge vrouw ontfermde zich over hem en betaalde. Hij moest naar Eindhoven, zei hij. Een maandag was het, PSV werd gehuldigd als eredivisiekampioen. De jonge vrouw vertrouwde het niet, stapte met hem in Eindhoven uit. Hij keek verward om zich heen en zei: „Ja, maar waar ben ik nu?” De vrouw belde de politie. Die kwam dochter Gertie op het spoor, die zich naar de bushalte spoedde. „Ik zag hem zitten, rustig nog. Maar toen zag hij mij. Nou: tránen met tuiten. Hij zei: ‘Wat ben ík blij dat je me gevonden hebt.’”

Op een zaterdagochtend in oktober ontsnapte hij weer. „Toen waren we hem echt kwijt”, zegt Gertie. Zo’n tien mensen gingen op zoek, familie en personeel, in de auto, per fiets, te voet. „We keken ook bij het kanaal. Ik was echt in paniek.” Na anderhalf uur zoeken ging de telefoon. Een man had Albert aangetroffen, languit op de grond na een val langs een doorgaande weg op het industrieterrein niet ver van Berkenstaete. De man had hem overeind geholpen met een andere gestopte chauffeur. De man zag het nummer op het label aan de rollator. Gerties nummer. Haar man was vlakbij en reed erheen. „Mijn vader zag mijn man en opnieuw: de tranen kwamen meteen.” Gertie was boos op Berkenstaete. „Echt: enórm boos.”

Huiskamer van een gesloten afdeling in verpleeghuis Berkenstaete.

Huiskamer van een gesloten afdeling in verpleeghuis Berkenstaete.

Foto Merlin Daleman

Vrijheid versus veiligheid

„Ik snápte die boosheid”, zegt bestuurder Van Boxtel. „En tegelijkertijd: meneer had het recht om vrij te bewegen, dat probeer ik dan ook duidelijk te maken.” Ze memoreert dat sommige verpleeghuisbewoners „niet eens zo lang geleden” met „Zweedse banden” werden gefixeerd in hun rolstoel, uit angst dat ze zouden opstaan en vallen. „Die banden”, zegt woonbegeleider Steman, 27 dienstjaren op de teller, „gebruikten we tot een jaar of twaalf, vijftien geleden ook in sommige bedden. Want ja, als een mevrouw drie keer per week uit haar bed viel, dan was je drie keer héél blij dat ze haar heup niet had gebroken.”

Eline van Bilsen trok drie jaar geleden als verpleegkundig stagiaire nog geregeld ‘bedhekken’ een centimeter of twintig omhoog om een nachtelijke tuimeling te voorkomen. Bij bewoners aangeschoven aan tafel zette ze de rolstoel vaak op de rem. „Dat was heel normaal.” Ja, bewoners stribbelden weleens tegen. „Dan zetten ze zich af tegen de tafel en dat lukte dan niet”, zegt ze. „Of ze gingen mopperen”, zegt Steman. „Sommigen gooiden zelfs met spullen.” Van Bilsen: „Je deed het met de beste wil. Omdat je je verantwoordelijk voelde voor hun veiligheid.”

Dat mensen dementie hebben, betekent niet dat ze gek zijn. Ze weten wat een kanaal is. Daar springen ze echt niet zomaar in

„Nu draaien we het om”, zegt Van Boxtel. „Waar we het voorheen voor iedereen veilig maakten omdat vrijheid voor een paar mensen te gevaarlijk was, zeggen we nu: vrijheid voor iedereen. En voor bewoners voor wie dat te riskant is, moeten we een goede oplossing bedenken.” 

Ja, zegt ze: het opendeurenbeleid gaat gepaard met risico’s. „Beloven dat iemand 100 procent veilig bij ons kan wonen, dat moeten we niet meer willen.” De angst dat bewoners in het kanaal belanden, deelt ze niet. „Ik begrijp die angst natuurlijk. Maar dat mensen dementie hebben, betekent niet dat ze gek zijn. Ze weten wat een kanaal is. Daar springen ze echt niet zomaar in.”

Valgevaarlijk

De Inspectie laat weten dat verpleeghuizen die de deuren hebben geopend daarmee „positieve ervaringen” hebben. Scepsis ebt weg: dat de deur van het slot is gehaald en dat op de drempel van de afdeling niemand meer tegen bewoners zegt: tot hier en niet verder, leidt eerder tot rust dan tot onrust, zo ervaren bestuurders en zorgverleners.

Als Van Boxtel zo vóór vrijheid pleit, waarom zijn de afdelingen op Berkenstaete dan nu nog altijd gesloten? Tsja, zegt bestuurder Van Boxtel: „Gewoon de deuren opengooien is niet de bedoeling. De wet vereist een risicoanalyse: hoe gaan jullie dit verantwoord doen?”

Per bewoner wordt dus afgewogen: kan mevrouw gaan en staan waar ze wil? Of moet het misschien nét een tandje onvrijer, met een gps-tracker om haar hals wanneer ze naar buiten gaat? Of is mevrouw zo valgevaarlijk dat ze tóch binnen moet blijven? Let wel, de lat ligt hoog. Vrijheid voorop, dicteert de wet. Ténzij er een „aanzienlijk risico” is op levensgevaar of zwaar letsel.

„Nou, dan had ik héél hard gehoopt dat mijn vader in die ‘tenzij-groep’ terecht was gekomen”, zegt Gertie Neervoort. „Ja, ik kies echt voor veiligheid. Stel hij was onderkoeld geraakt en overleden! Het is toch dieptriest als hij zó aan zijn eind was gekomen?”

Van Boxtel: „In wezen sluiten wij mensen op, hè. En dát in de laatste fase van hun leven. Wie zijn wij om hen hun vrijheid te ontzeggen?”

Joukje Elzinga (87) woont op de gesloten afdeling maar is zo ‘goed’ dat zij ‘nu al’ veel naar buiten gaat. Links haar zoon Tewis Elzinga (63).

Joukje Elzinga (87) woont op de gesloten afdeling maar is zo ‘goed’ dat zij ‘nu al’ veel naar buiten gaat. Links haar zoon Tewis Elzinga (63).

Foto Merlin Daleman
Lees het hele artikel