Verrassing: andersdenkenden blijken vaak minder dom dan je dacht

1 dag geleden 2

Notoire hardrijders, mannen van mijn leeftijd die ook buiten de sportschool altijd op gymschoenen lopen, homofobe gelovigen. Het zijn slechts een paar van de vele subgroepen in onze maatschappij waarmee ik niet in discussie ga. Al jaren denk ik: zonde van de tijd en misschien zelfs gevaarlijk; je kunt deze mensen beter met wetgeving en handhaving in toom houden.

Maar een berichtje op de nieuwsbrief van de British Psychological Society bracht mij op andere gedachten.

We mijden andersdenkenden

Dat bericht ging over een publicatie van Michael Kardas, Loran Nordgren en Derek Rucker. Deze drie gedragswetenschappers stellen allereerst vast dat veel mensen, net als ik, het liefst inhoudelijke gesprekken met andersdenkenden vermijden, omdat ze verwachten dat zulke gesprekken onplezierig zijn en uiteindelijk toch niets uithalen.

Die terughoudendheid is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Wanneer een gesprek verandert in een woordenwisseling, denk ik algauw: die ander spoort niet. En mijn gesprekspartner denkt, hoe onterecht ook, hetzelfde over mij.

Hoe meer we hebben geïnvesteerd in een garderobe of een overtuiging, hoe minder we openstaan voor informatie die daaraan morrelt. Dissonante argumenten slaan we als vliegen van ons af, om te kunnen blijven geloven in ons eigen gelijk.

Desalniettemin, zeggen Kardas, Nordgren en Rucker, kan een beschaafd gesprek ervoor zorgen dat we meer begrip krijgen voor elkaar. Dat klinkt misschien hopeloos naïef, maar het is wel wat hun onderzoek laat zien.

Wat een beschaafd gesprek kan doen

De gedragswetenschappers organiseerden gesprekken tussen honderden proefpersonen. Die spraken een op een over hete hangijzers als: zijn katten betere huisdieren dan honden; cancel culture; en het presidentschap van Joe Biden. Elke deelnemer sprak iemand met een tegengestelde mening. Ook moesten de proefpersonen en een extra groep respondenten inschatten in hoeverre zulke gesprekken zouden leiden tot verandering van mening.

Daarbij gold wel het volgende: Kardas en collega’s hadden de deelnemers verboden persoonlijke informatie te delen en grove of agressieve taal te gebruiken. En ze gaven de deelnemers een paar gesprekspunten, zoals: waarom denk je dat katten/honden beter zijn als huisdier. En: wat vind je van mijn mening?

Wat waren de resultaten? De gesprekken verminderden polarisatie veel sterker dan de deelnemers zelf hadden verwacht. Steeds weer. Bij elk onderwerp. Met andere woorden: de deelnemers onderschatten systematisch hoeveel de standpunten naar elkaar toe zouden bewegen, simpelweg door het voeren van een beschaafd gesprek. De vermindering in polarisatie was meteen na het gesprek zichtbaar en ook nog na een week.

Hoe komt dat? Volgens de onderzoekers vermoed je al snel dat andersdenkenden er een fundamenteel andere mening op na houden. Dat is gebaseerd op het naïeve idee dat jijzelf én de ander alle aspecten van een fenomeen – bijvoorbeeld cancel culture – kunnen overzien en daar vervolgens een totaal verschillend oordeel over vellen.

Maar in werkelijkheid zie jij en ziet de ander slechts een deel van die aspecten. De een ziet bijvoorbeeld vooral die elementen van cancel culture die gaan over vrijheid van meningsuiting. En de ander ziet vooral die kanten die betrekking hebben op sociale rechtvaardigheid.

Illustratie Ben Tiggelaar

Wanneer je in een respectvol gesprek ontdekt dat een onderwerp aspecten heeft die jij nog niet kende maar die voor de ander van grote waarde zijn, leidt dit tot een kleinere kloof tussen de standpunten.

Contact tussen groepen werkt ook

Nu denk je misschien: leuk onderzoek, maar wat heb ik eraan? Ik kan toch niet met elk dwaallicht respectvol in gesprek gaan en dan maar hopen dat er wederzijds begrip ontstaat? En dan het liefst vooral bij die ander.

Gelukkig hoeft dat ook niet, want volgens sociaal psychologen kun je op ongeveer dezelfde manier begrip kweken tussen complete groepen die onderling van elkaar verschillen.

Een grote overzichtsstudie van Thomas Pettigrew en Linda Tropp laat zien dat wanneer mensen uit verschillende groepen contact met elkaar hebben, de wederzijdse vooroordelen afnemen. In de sociale psychologie heet dit de intergroup contact theory.

Onderling contact leidt tot meer kennis over de ander, minder angst voor het onbekende en meer empathie. En die effecten zijn nog sterker als je aan de volgende vier klassieke voorwaarden voldoet die ooit door de beroemde psycholoog Gordon Allport werden geformuleerd.

  • De groepen hebben een gelijke status.
  • Ze hebben dezelfde doelen.
  • Ze concurreren niet, maar werken samen.
  • Ze krijgen steun van een autoriteit, bijvoorbeeld in de vorm van normen en waarden.

Tja, waar vind je nog zo’n fijne omgeving met allemaal andersdenkenden? Ik denk dat de werkplek voor veel mensen de beste kandidaat is. Beter dan de sportvereniging, de kerk en de fanfare. Op je werk kom je in contact met mensen die je nooit zou uitnodigen op je verjaardag. En meestal gebeurt dat ook nog op een tamelijk beschaafde manier en redelijk volgens de vier voorwaarden van Allport.

Praktisch

Tijd om af te ronden. Twee conclusies: een kleine en een grote.

De kleine conclusie. Gesprekken voeren met andersdenkenden is tóch nuttig. Mits je daartoe in staat en bereid bent. Van de proefpersonen, zo noteerden Kardas en collega’s, weigerde 5 tot 9 procent verder te praten nadat ze hadden ontdekt dat hun gesprekspartner een tegengestelde mening had.

De grote conclusie. Werk is niet alleen zinvol als je bij Artsen Zonder Grenzen zit. Het gaat niet alleen om wat je bijdraagt of presteert. Werken is ook samenleven. Werken is ook oefenen in verdraagzaamheid. Elke werkvloer faciliteert dagelijks ontmoetingen tussen mensen die verschillend denken en handelen. Daarin schuilt veel meer maatschappelijke waarde dan wij er doorgaans aan toekennen.

Lees het hele artikel