Vrouwen kunnen beter tegen pijn dan mannen? Dat is een van vele pijnfabeltjes

3 dagen geleden 1

Bij het WK voetbal komende zomer zal het weer vaak zijn te zien. Een voetballer wordt (ogenschijnlijk) geraakt en gaat naar de grond, waar hij minutenlang en met van pijn vertrokken gezicht zijn scheenbeen vasthoudt. Als de scheidsrechter geen overtreding vaststelt en de wedstrijd wordt hervat, komt de voetballer overeind en rent na enig gehink door. Het was dus allemaal aanstellerij, is dan ook vaak de conclusie van ‘voetbalkenners’ in de tv-studio en thuis op de bank.

Stellen die voetballers zich inderdaad aan? „Dat denk ik niet”, zegt pijnonderzoeker Hans Timmerman (UMC Groningen). „Op het moment dat voetballers weer opstaan hebben ze een paar minuten kunnen wrijven over de pijnlijke plek.” Dat helpt om minder pijn te ervaren. „Daarna gaat het belang van de wedstrijd weer zwaar wegen voor de sporter, die de pijn dan ook echt minder voelt.”

Over pijn bestaan veel pasklare ideeën, zegt collega-onderzoeker Esmeralda Blaney Davidson (Radboudumc): „Er is bijvoorbeeld een soort wedstrijdje tussen mannen en vrouwen over vraag: wie kan de meeste pijn verdragen? Vrouwen, wordt dan gezegd, want die doorstaan een bevalling. Mannen zouden dat niet kunnen.” Die piepen al bij wat dan ook een ‘mannengriep’ wordt genoemd. „In werkelijkheid blijkt uit pijntesten dat mannen gemiddeld juist een iets hogere pijndrempel hebben.”

Dus mannen kunnen beter tegen pijn? „Dat is een waardeoordeel”, zegt Timmerman meteen: „Hoe je pijn ervaart is niet goed of slecht.” Blaney Davidson vult aan: „Pijn heeft ook nut, namelijk als waarschuwing voor schade.” Bovendien, zo benadrukken beiden, zijn er ook veel vrouwen die juist een heel hoge pijndrempel hebben: „Iedereen ervaart pijn anders, pijn is heel persoonlijk.”

Dit soort uitleg geven Blaney Davidson en Timmerman graag en vaak, bijvoorbeeld op hun eigen Instagram-account en in filmpjes op YouTube. Nu is er van hun hand Het Pijn Boek, een soort mini-encyclopedie over pijn in gewonemensentaal. De pijnexperts vertellen over hun boek op een zonnig terras in Hilversum, na een optreden bij de radio. „Heel erg leuk”, zegt Blaney

Davidson daarover: „Maar een kwartier is eigenlijk te kort.”

Over pijn is namelijk heel veel te vertellen, blijkt uit hun ontdekkingstocht door de wetenschappelijke literatuur. Van de pijnkreet die in vele talen erg op ons ‘auw’ lijkt tot pijntestjes die je zelf kan doen. Van de gruwelen van clusterhoofdpijn tot de rol van boodschapperstoffen in het immuunsysteem (cytokinen) bij pijn. Van de pijnstillende werking van een verblijf in de natuur tot de voelbare pijn die de foto van een ex-geliefde kan opwekken.

„De meeste mensen weten heel weinig over pijn”, zegt Blaney Davidson. Dat is een gemiste kans voor pijnpatiënten. „Want kennis over pijn hélpt”, benadrukt Timmerman, „om minder pijn te ervaren”. Blaney Davidson: „Als je snapt hoe de pijn bij jou werkt, gaat de pijn niet over, maar kun je er beter mee leven. Want kennis geeft controle.”

Het pijnboek is dan ook bedoeld als „educatie”, zegt Timmerman, „voor mevrouw Jansen en meneer Pieterse”. Het is een helpboek, maar geen zelfhulpboek: „En ook zonder patiëntenverhalen. Want ieder verhaal is anders. Wij presenteren de wetenschap, waar jij als lezer het eigen pijnverhaal uit kan halen.”

Voor de verslaggever werkt dat in elk geval. Al lezend groeit het besef over de eigen pijnbeleving (paniekerig bij hoofdpijn, onverschillig over kluswondjes) en het al dan niet ingebeelde vermogen om zelf na te denken over pijn. Dus ook over de voetballer die een tik op zijn scheenbeen heeft gekregen.

Door te wrijven op de pijnlijke plek activeert de voetballer de dikke zenuwvezels die sensorische informatie over aanraking doorgeven. Daardoor wordt in het ruggenmerg de overdracht van pijnsignalen uit dunne zenuwvezels geremd. Hierdoor bereikt minder pijninformatie de hersenen en wordt de pijn gedempt, zegt Timmerman over wat bekendstaat als de poorttheorie. „Ook prikkels zoals kou uit ijszakken kunnen zo bijdragen aan het verminderen van pijn.”

Foto Hannah Mckay/Reuters, bewerking nrc

De voetballer geeft nog een inkijkje in pijn. De speciale pijnprikkelreceptoren in het getroffen lichaamsdeel – nociceptoren – sturen nog steeds alarmsignalen over dreigende schade naar de hersenen. Die vertalen dat in pijn. Als de voetballer blijft meedoen aan de wedstrijd ervaart hij die pijn waarschijnlijk minder dan wanneer hij wordt gewisseld en daarover heel teleurgesteld is.

Het gevoel van pijn is namelijk verweven met tal van emoties, ervaringen, omstandigheden, persoonlijkheidskenmerken en eigenlijk het hele bewustzijn. Bij pijn zijn meerdere delen van het zenuwstelsel en het brein betrokken. De mate waarin je pijn ervaart wordt even goed bepaald door je genetische blauwdruk als door je sociaal-economische positie.

Zonder brein geen pijn. De pijn zit niet alleen op één plek, maar eigenlijk in het hele brein

Als iemand op zijn duim slaat, voelt-ie daar de pijn. Waar zit de pijn dan? Timmerman: „In je duim zit de schade en vandaar gaat het signaal naar het brein. Dat zegt vervolgens: ‘Oké, daar in de duim doet het pijn.’ Dat is bij acute pijn altijd zo. Dat regelen je hersenen.” Die kunnen zich weleens vergissen en pijn registreren in een lichaamsdeel dat er niet meer is, de zogeheten fantoompijn. Blaney Davidson: „Dat laat ook zien dat de pijn niet in het lichaamsdeel zit.” Timmerman: „Zonder brein geen pijn. De pijn zit niet alleen op één plek, maar eigenlijk in het hele brein.”

Dat zijn beide pijnexperts nog veel beter gaan beseffen door hun onderzoek voor het boek. „Zo heb ik door het lezen van een studie met hondenpuppy’s ontdekt dat sociale pijn met dezelfde hersengebieden is verbonden als fysieke pijn”, vertelt Blaney Davidson. In deze studie werden puppy’s van hun moeder gescheiden en begonnen te janken. Dat janken werd veel minder toen de puppy’s morfine kregen: een middel tegen fysieke pijn dempte de sociale pijn. „Echt mind blowing. Nu snap ik bijvoorbeeld beter hoe een groot sociaal netwerk iemand kan helpen om minder pijn te ervaren.”

Er speelt zoveel mee bij pijn, zegt Timmerman. „Hoe heb jij als kind pijn ervaren? Wat zijn jouw andere ervaringen geweest? Dat komt allemaal ergens samen in de prefrontale cortex, dus het denkende en rationele deel van je brein. Die beslist wat de pijn voor je betekent. Vervolgens kun je de pijn laten afnemen door bijvoorbeeld het knuffelen van puppy’s en het eten van chocola. Dat vind ik waanzinnig.”

En muziek werkt ook, zegt Timmerman. „Ja! En je favoriete muziek zorgt voor meer pijnstilling. En als je eerst luistert naar muziek die je verschrikkelijk vindt en daarna naar je naar favoriete muziek, dan is het effect nog sterker. Dat zou je kunnen doen bij een pijnlijke injectie of een vervelend tandartsbezoek. Dat betekent niet dat de muziek vrolijk moet zijn of opzwepend, ook verdrietige muziek werkt. Het is een pijnstiller zonder bijwerking. Precies zoals Bob Marley al zong: ‘One good thing about music, when it hits you, you feel no pain.’”

„Er is heel veel onbegrip voor mensen die pijn hebben”, zegt Blaney Davidson. „Als je een been gebroken hebt, ziet iedereen dat. Als je kanker hebt, wordt gezegd: wat naar voor je. Als je pijn hebt, is de reactie vaak: zit je nu weer te klagen over pijn? Terwijl: die pijn is echt!”

Bij mensen met langdurige pijnklachten verandert het brein letterlijk

Een op de vier mensen heeft chronische pijn. Die stellen zich niet aan. Timmerman: „Het idee is dat pijn weer overgaat, maar pijn gaat vaak niet over. Als je een keer niet mee kunt met een uitje door de pijn, wordt daar misschien een keer rekening mee gehouden. Maar na de tweede keer word je niet meer gevraagd en raak je sociaal geïsoleerd – wat de pijn kan verergeren.”

Het aantal mensen met chronische pijn ligt hoger dan in 2006. Maar hoe dat komt, „dat weten we niet”, zegt Timmerman. „In elk geval moeten we ernaar streven het aantal de komende jaren stabiel te houden en liefst omlaag te krijgen.”

Blaney Davidson: „De vraag is of we echt grip krijgen op die chronische pijn. Moeten we echt inzetten op de pijn zelf? Of moeten we kijken naar wat een persoon nodig heeft om deel te nemen aan de samenleving? Welke pijn is voor jou als persoon acceptabel? Wat voor plaats geef je het?”

foto Robin Rudel/REUTERS, bewerking nrc

Aan pijn kun je niet wennen, zegt Blaney Davidson. „Bij mensen met langdurige pijnklachten verandert het brein letterlijk. De grijze massa in de hersenen neemt bij hen sneller af dan bij gezonde mensen. Ze hebben meer, vaak blijvende schade aan hun zenuwstelsel.”

Timmerman: „Mensen met chronische pijn kunnen last krijgen van wat heet ‘centrale sensitisatie’. Daarbij maakt het brein het hele zenuwstelsel hypergevoelig, zodat zelfs een normale aanraking pijnlijk kan zijn. We snappen nog niet goed hoe het werkt.”

Vrouwen hebben vaker last van chronische pijn dan mannen (31 tegen 18 procent.) Maar hoe dat komt? „We weten het niet”, zegt Timmerman. „Mogelijk heeft het te maken dat vrouwen vaker lijden aan ziekten die gepaard gaan met pijn.”

Tegelijkertijd wordt pijn bij vrouwen minder serieus genomen. Na een operatie krijgen vrouwen vaker kalmeringsmiddelen en mannen pijnstillers. „Bizar hè”, zegt Blaney Davidson. „Pijn bij vrouwen wordt standaard onderschat en bij mannen overschat, zo laten tig studies zien. Zo moesten vele tientallen zorgprofessionals beelden van mannen en vrouwen bekijken en een score geven voor hoeveel pijn zij dachten dat de personen hadden. Steeds werd de pijn van de vrouw lager ingeschat dan die van de man. Niet alleen mannen, maar ook vrouwen denken, dat vrouwen overdrijven. Vrouwen krijgen daardoor later een diagnose dan mannen. Het is schrijnend.”

Waar mensen met kanker bijvoorbeeld hun verhaal delen op Instagram, blijven mensen met pijn meer op de achtergrond

In hun boek spreken Blaney Davidson en Timmerman over een pijnpuzzel. Er zijn gaten in de kennis. „Zelfs van een simpele pijnstiller als paracetamol weten we niet echt hoe die werkt”, zegt Blaney Davidson. „En er is een groot gat in de kennis over hoe medicijnen werken bij mannen en bij vrouwen. De data van de studies naar geneesmiddelen moeten er gewoon nog zijn, die zou je nog eens goed moeten onderzoeken op de werking bij vrouwen. Misschien liggen er wel medicijnen op de plank, omdat die voor de hele populatie niet werkten. Die werken misschien wel hartstikke goed voor vrouwen. Dit is laaghangend fruit en hoeft ook niet duur te zijn.”

Als pijn- en breinonderzoekers, zegt zij, „zitten we allemaal op kleine eilandjes, zonder dat we weten of we het echt over precies hetzelfde hebben. Ik denk dat we ook daarom pijn niet helemaal kunnen bevatten. Daarnaast hebben we tools nodig – een stofje, een of andere biomarker – om vast te stellen of het zinvol is om bijvoorbeeld bij een patiënt met artrose het gewricht te vervangen. Bij een deel van de patiënten verdwijnt de pijn, een deel houdt pijn.”

Timmerman: „Wij willen nu in Groningen een studie doen met mensen die een nier gaan doneren. Want we weten dat bijna een kwart van deze mensen na drie maanden nog pijn heeft of ongemak ervaart. We willen hen gaan monitoren en kijken of we eerder kunnen interveniëren. We moeten nog afwachten of we het geld voor het onderzoek gaan krijgen.”

Er zijn in Nederland geen fondsen of lobbyclubs voor pijn. Blaney Davidson: „Pijn is hier veelal gekoppeld aan ziekten als reuma of kanker. Dus als ik bij een subsidiegever aankom met een voorstel voor een pijnonderzoek, dan is de reactie vaak: los de reuma op, dan ben ik ook van de pijn af. Dat is alleen lang niet altijd waar. Pijn begint vaak met een ziekte, maar kan dan ontsporen en blijven – ook als de ziekte is genezen.”

Timmerman: „Pijn is vrij onzichtbaar. Waar mensen met kanker bijvoorbeeld hun verhaal delen op Instagram, blijven mensen met pijn meer op de achtergrond. Weinig beroemde mensen praten over hun pijn. Lady Gaga wel, over haar fibromyalgie, maar zij is een uitzondering. Pijn heeft geen gezicht.”

Hun boek is ook bedoeld als pijnstiller. „Dat werkt al zo”, zegt Blaney Davidson. „Mijn vader heeft een kapotte nek en daardoor chronische pijn. Hij heeft het manuscript voor publicatie meegelezen en zei op een gegeven moment: ‘Ik kan nu gewoon volgen waar mijn pijn zit. Het is heel raar, maar ik heb nu minder pijn.’ Voor mij is het boek daarmee nu al geslaagd.”

Lees het hele artikel