Het is zaterdagochtend net na acht uur als de mobiele telefoon keihard begint te piepen. In het hostel vlak bij de haven van Tel Aviv klinkt gevloek uit verschillende kamers. Er is een handvol toeristen, het hostel zit vooral vol met Israëliërs die vrijdagavond tot laat in de nacht uit zijn geweest in Tel Aviv. In aanloop naar het poerimfeest komende week, [waarbij wordt gevierd hoe het joodse volk werd gered van de vernietigingsdrang van de Perzische koning, zoals beschreven in het bijbelboek Ester] waren er allerlei verkleedfeesten in de stad. De feestvierders worden na een korte nacht met moeite wakker.
Kamerdeuren gaan open, slaperige hoofden. Waar is de schuilkelder hier? Niemand die het weet. Het hostel heeft er geen, dat weet het meisje van de receptie wel.
Israël heeft Iran aangevallen, zoemt het even later door de lobby waar gisteren nog werd gefeest en waar hostelgasten zich nu in joggingbroeken verzamelen. Weer gevloek.
Een van de gasten gaat op badslippers naar buiten om uit te zoeken waar de dichtstbijzijnde schuilkelder is. Achter het volgende gebouw, hoort hij. Met een groepje lopen we achter hem aan. We hoeven er niet in te zitten, legt hij onderweg uit. „We moeten alleen weten waar het is.”
Een ander vertelt dat raketten uit Libanon binnen anderhalve minuut Israël bereiken, waardoor er weinig tijd is om de schuilkelder te bereiken. Nu het gevaar uit Iran komt, hebben we tien minuten. Dat is prettig. „Alleen zijn de raketten veel groter, dat is een nadeel.”
Terug in het hostel bestellen twee jonge vrouwen met konijnenoren – een deel van hun feestelijke outfit van de avond ervoor – koffie.
De man in een hokje naast een parkeerplaats wijst naar de ingang van een appartementengebouw. Dáár naar binnen. De schuilkelder is groot en leeg op een paar fietsen en winkelwagentjes na. We lopen terug, door lege straten. Twee hardlopers komen langs. Mafkezen, vindt de groep. Terug in het hostel bestellen twee jonge vrouwen met konijnenoren – een deel van hun feestelijke outfit van de avond ervoor – koffie.
Volle schuilkelder
Even voor tien uur gaat het alarm opnieuw. Dit keer gaat een sliert hostelgasten op een drafje naar buiten. Ook het meisje van de receptie, die om acht uur ’s ochtends nog stoïcijns bleef doorwerken, gaat mee. Op straat sluiten mensen aan. In de schuilkelder is het vol: mensen in pyjama, in sportkleding, een groepje mannen in werkkleding, kinderen en twee golden retrievers. Uit het appartementengebouw worden stapels plastic stoelen en kratten naar beneden gezeuld, zodat iedereen kan zitten. De sfeer is gemoedelijk. Iedereen zoekt op de telefoon naar informatie.
Rami Mordov (57) vertelt dat hij thuis in Ganei Tikva, net buiten Tel Aviv, de hond aan het uitlaten was toen het alarm klonk. Zijn spinningles zou over drie kwartier beginnen, dus hij belde de sportschool. Ja hoor, alle lessen zouden gewoon doorgaan. Toen hij arriveerde was de club dicht. Hij besloot dan maar naar Tel Aviv te rijden om koffie te drinken op de boulevard. Toen hij zijn auto had geparkeerd ging het alarm en liep hij achter anderen aan naar de dichtstbijzijnde schuilkelder. „En nu zit ik hier.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/28141729/280226BUI_2031932255_TelAviv.jpg)
Inwoners van Tel Aviv schuilen in de kelders tijdens een luchtalarm.
Foto Tomer Neuberg/ReutersOver zijn drie kinderen maakt hij zich geen zorgen. De twee jongsten wonen bij hun moeder en hebben een ‘veiligheidskamer’ in het huis. „Daar zitten ze veilig.”
Na een uurtje kunnen we naar buiten. Een half uur later gaat het alarm weer. Het zijn deels dezelfde en deels anderen die binnenkomen. Een van de twee golden retrievers is er weer en een vrouw met een klein hondje dat aan een stuk door blaft.
Restaurants en cafés zijn dicht
Een uur later zitten we voor de derde keer in de schuilkelder. Inmiddels staan er een paar bureaustoelen en een rieten bankje. Amir (53) wil niet met zijn achternaam in NRC omdat hij volgens zijn familie ‘te links’ denkt over de oorlog in Gaza en hij heeft geen zin in gedoe. Hij woont sinds een jaar met zijn gezin in Zuid-Afrika en is een paar weken in Israël voor familiebezoek.
Hij vindt het heel fijn dat zijn vrouw en twee kinderen niet mee zijn, zegt hij. „Ik hoef me alleen druk te maken over mezelf. Dat is een hele zorg minder.”
Hij ziet dat best veel Israëliërs die de mogelijkheid hebben om het land te verlaten, dat doen. En dat is volgens hem niet alleen vanwege de veiligheid maar ook om economische redenen. Het leven is duur, zegt hij. „Het grootbrengen van kinderen is voor veel Israëliërs onbetaalbaar. En er is nauwelijks een sociaal vangnet.”
We mogen naar buiten. Weer staan we in de lege, stille straat. Sommige mensen gaan de schuilkelder überhaupt niet in, zegt Amir. „Ze nemen gewoon het risico. Het blijft een afweging.” Rami Mordov zei eerder dat hij altijd ziet dat mensen lakser worden naarmate het langer duurt.
Alle restaurants en cafés zijn dicht maar het restaurantje Abulalafia naast de haven van Tel Aviv is gewoon open. „Daar kun je best gaan zitten”, zegt Amir. „Als het alarm afgaat en je hebt geen tijd om de schuilkelder te bereiken, blijf dan laag bij de grond en ga tegen een binnenmuur liggen. In de keuken bijvoorbeeld. Legertrucje. Dat doe ik ook. Dat is ook best veilig.”
Om half drie gaat het alarm weer. De vierde keer. Nu is er arak met sinas te drinken. Er kwam later nog chips en hummus bij.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/28210811/IRAN-CRISIS-BLAST_73225988.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/28161658/280226VER_2031934727_DemoMalieveld3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/28170228/280226DEN_2031933699_Jetten.jpg)


English (US) ·