Waarom duizenden walvissen opeens naar de oostkust van Groenland trekken

4 uren geleden 2

Door warmer zeewater trekken duizenden baleinwalvissen naar het oosten van Groenland, waar inmiddels volop voedsel te vinden is.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Langs de oostkust van Groenland gebeurt iets opvallends: bultruggen, vinvissen en dwergvinvissen komen er tegenwoordig in grote aantallen voor. Dat was enkele tientallen jaren geleden heel anders. Toen werden deze walvissen in dit gebied maar zelden gezien. Onderzoekers denken dat vooral de klimaatverandering achter deze omslag zit. Door warmer zeewater en minder zee-ijs is een nieuw voedselgebied ontstaan dat aantrekkelijk is voor de dieren.

Onderzoekers uit Groenland, Denemarken en IJsland beschrijven de ontwikkeling in het wetenschappelijke tijdschrift Frontiers in Marine Science. Ze zagen dat de drie soorten baleinwalvissen tegenwoordig langs een groot deel van de oostkust van Groenland voorkomen. Sommige dieren trekken zelfs tot boven de poolcirkel.

Gigantische verplaatsing

“Wij laten zien dat de stijgende oceaantemperaturen en het verdwijnen van zee-ijs ervoor hebben gezorgd dat baleinwalvissen op grote schaal langs de oostkust van Groenland voorkomen”, zegt onderzoeksleider Mads Peter Heide-Jørgensen van het Greenland Institute of Natural Resources. Volgens hem heeft dat geleid tot grote groepen vinvissen, bultruggen en dwergvinvissen die regelmatig samen op voedsel jagen. Vroeger werden deze soorten hier juist maar weinig gezien.

De verandering is groot. Tijdens tellingen in 2024 kwamen de onderzoekers uit op ongeveer 3900 bultruggen, 5200 vinvissen en 6400 dwergvinvissen in het onderzochte gebied. Vooral bij bultruggen is de toename goed zichtbaar in oudere waarnemingen. Bij tellingen vanaf schepen werden voor 2007 geen bultruggen gezien. In 2007 waren er zeven waarnemingen, in 2015 waren dat er 26 en in 2024 meer dan 150. Ook vinvissen en dwergvinvissen werden in de loop van de jaren steeds vaker gezien.

Leestip: Opwarming dwingt Noord-Atlantische walvissen tot een nieuw menu

Om die ontwikkeling te volgen gebruikten de onderzoekers verschillende soorten gegevens. Ze vergeleken waarnemingen vanaf schepen vanaf 1987 met systematische tellingen vanuit vliegtuigen in 2015 en 2024. Ook gebruikten ze meldingen van lokale Inuit-jagers uit 2022. Daarnaast kregen vijftien walvissen een satellietzender. Daardoor konden de onderzoekers periodiek volgen waar de dieren heen zwommen en hoe lang ze in het gebied bleven.

Ook het zeewater zelf werd onderzocht. Satellietgegevens vanaf 1981 laten zien dat de omstandigheden rond het jaar 2000 duidelijk veranderden: het water werd warmer en de hoeveelheid zee-ijs begon af te nemen. Vooral in de zomer en de herfst is er tegenwoordig veel minder ijs langs de kust te vinden. Daardoor kunnen walvissen gemakkelijker gebieden bereiken die vroeger lange tijd door zee-ijs waren afgesloten.

Jagen op lodde

Maar alleen toegang hebben tot het gebied is niet genoeg: de walvissen moeten er ook iets te eten vinden. En juist daarbij lijkt een klein visje een belangrijke rol te spelen: de lodde. Deze koudwatervis kwam vroeger vooral voor in gebieden ten noorden van IJsland. Sinds het midden van de jaren 2000 lijkt de lodde zich meer richting het oosten van Groenland te hebben verplaatst. De walvissen lijken hun prooi te zijn gevolgd.

Bij dwergvinvissen die in Oost-Groenland werden gevangen werden resten van lodde in de maag gevonden. Voor bultruggen en vinvissen is dat niet rechtstreeks onderzocht, omdat deze dieren daar niet worden gevangen. Wel worden ze vaak jagend gezien in gebieden waar ook lodde voorkomt. Volgens de onderzoekers is het daarom aannemelijk dat de vis voor alle drie de soorten een belangrijke voedselbron is.

Waar moet de narwal nu heen?

Dat heeft gevolgen voor het hele ecosysteem. De drie walvissoorten eten tijdens hun verblijf van ongeveer vier maanden samen naar schatting meer dan 800.000 ton prooi. Die berekening is wel enigzins onzeker, en moet vooral als een grove schatting worden gezien. Bij een hogere voedselopname in de zomer kan de totale hoeveelheid zelfs boven een miljoen ton uitkomen.

Zo’n verandering kan verder doorwerken in de voedselketen. Lodde is namelijk niet alleen belangrijk voor walvissen, maar ook voor andere dieren. Als duizenden walvissen zich ieder jaar in hetzelfde gebied voeden kan dat de verdeling van prooisoorten in een gebied veranderen.

Volgens Heide-Jørgensen ondergaat het gebied ten oosten van Groenland daarom momenteel een grote ecologische omslag. Hij zegt: “Soorten die hier van nature voorkomen, zoals narwallen, delen hun leefgebied steeds vaker met baleinwalvissen en in het ergste geval worden ze zelfs door hen verdrongen. Deze duidelijke verandering in de samenstelling van soorten laat zien hoe veranderingen in het klimaat het mariene ecosysteem van Groenland opnieuw kunnen vormgeven.”

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Van vogels tot walvissen: deze taalpatronen duiken steeds weer op en Hoe de klimaatverandering langzaam het verhaal van 17e-eeuwse walvisvaarders uitwist . Of lees dit artikel: Deze walvis blijkt beter voorbereid te zijn op de klimaatverandering dan gedacht .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel