Waarom Nederlandse benzine de duurste is in heel de Europese Unie

1 uur geleden 1

Er moet inmiddels ergens een klein vogelkerkhofje zijn op de internationale energiemarkt. Deze week begon met het zoveelste vooruitzicht op een echte deal tussen de Verenigde Staten en Iran in hun conflict dat nu al drie maanden duurt. De olieprijs daalde, maar niet voor lang. De markt bleek ook ditmaal blij met een dode mus: de zoveelste. Want later die week vloog de munitie opnieuw over en weer. Op de beurzen is het acroniem TACO (Trump Always Chickens Out) al lang vervangen door NACHO: Not A Chance Hormuz Opens. 

Wat merkt de niet-elektrische autorijder van zulke dagelijkse schommelingen? Bijna niets. De benzineprijs aan de pomp is en blijft hoog. Donderdag stond de gemiddelde adviesprijs voor loodvrije benzine in Nederland op 2,57 euro per liter, en de gemiddelde prijs in de praktijk op 2,38 euro – nog steeds peperduur. Duurder dan in enig ander EU-land.

De Europese Commissie houdt de benzineprijzen bij. Daaruit valt af te leiden dat de verschillen voornamelijk het gevolg zijn van de hoogte van de belasting. De Nederlandse heffing is de hoogste in de hele EU.

Met ingang van dit jaar bedraagt de accijns 84,47 cent per liter. Daarbovenop komt 21 procent btw. Zo is er een behoorlijke vaste component in de belasting op benzine van 1,02 euro: de accijns plus de btw daarop. Dat betaalt de automobilist onafhankelijk van de onderliggende ‘kale’ benzineprijs. Over die onderliggende benzineprijs wordt dan óók nog 21 procent btw geheven. Zo verandert een kale benzineprijs van 1,13 euro in een pompprijs van 2,38.

Geen wonder dat bewoners van grensstreken hun toevlucht zoeken in Duitsland en – nog liever – België. In bijgaande grafiek kun je zien dat daar de belasting op benzine structureel lager is, en vrijwel altijd lager is geweest, dan hier. 

En er is meer aan de hand: ook de kale benzineprijs – dus zonder belasting – is bij de buren lager. In Nederland is die volgens de laatste gegevens 1,13 euro, in Duitsland 1,06 euro en in België 96 cent – volgens opgave van de Europese Commissie. Waar komt dát verschil vandaan? Een ambtelijk rapport van vorig jaar, geschreven in opdracht van het ministerie van Financiën, zoekt het in de uitsplitsing van de kosten in de benzineketen zelf. Van raffinage tot opslag en vervoer, de kosten van de verplichting om bijvoorbeeld meer biobrandstof bij te mengen – én de exploitatie van de pomphouder zelf, inclusief de winstmarge.

Waarschijnlijk moet vooral in die laatste categorie de verklaring worden gezocht voor de verschillen met de buurlanden in de kale benzineprijs. De speelruimte voor de prijzen lijkt groot. Binnenlandse prijsverschillen aan de pomp zijn in Nederland al enorm; vergelijk de literprijs bij lokale benzinestations met die aan de snelweg – waar voor de stations overigens peperdure licenties moeten worden verkregen. Het rapport maakt duidelijk dat de verschillen in Duitsland nog groter zijn dan in Nederland. En dat, aardig detail, de prijzen oplopen naarmate de Nederlandse grens dichterbij komt – Duitse pomphouders zijn ook niet gek.

Minder schommelingen

Hoge vaste belastingen op benzine, zoals de Nederlandse accijns, doen automobilisten pijn. Maar ze hebben ook een – relatief – voordeel. Omdat in Nederland sowieso al 1,02 euro op een liter benzine moet worden betaald, vertaalt een stijging van de kale benzineprijs zich maar voor een deel in een hogere prijs aan de pomp. Een groot deel van de literprijs ligt immers al vast, waardoor het variabele deel, dat afhangt van de schommelende kale prijs, minder doorklinkt. 

Als bijvoorbeeld de kale prijs met 100 procent stijgt, van 0,5 euro naar 1 euro, dan resulteert dat met de huidige Nederlandse accijns aan de pomp in een prijsstijging met 37 procent. Stel dat de accijns slechts de helft was, dan zou bij een zelfde stijging van de kale prijs de prijsstijging aan de pomp veel hoger zijn: 54 procent. Al was de benzine dan natuurlijk zélf veel goedkoper.

Die combinatie van minder dure brandstof en heftiger schommelingen aan de pomp heb je in de Verenigde Staten. Daar zijn vrijwel alle belastingen vast, zoals accijns, en bedragen ze gemiddeld 11 cent per liter – bijna een tiende van de heffing in Nederland. Al zijn de regionale verschillen tussen Amerikaanse deelstaten groot. 

Die lage vaste belasting resulteert in forse prijsschokken: de veranderingen in de kale prijs klinken bijna direct door aan de pomp. Het verklaart mede waarom de benzineprijzen in de VS heel snel politiek worden. Amerikanen verbruiken meer benzine, de kosten ervan voor woon-werkverkeer worden zelden vergoed, de prijsstijgingen zijn er op dit moment veel heftiger en ze hakken dieper in het inkomen.

Tot slot: is benzine nu écht duur? Gecorrigeerd voor inflatie, de algemene stijging van de prijzen door de jaren heen, valt dat – zie de grafiek – reuze mee. Dat geldt niet voor diesel: gebruikers daarvan hebben pas écht recht van klagen. 

Lees het hele artikel