Zelfrijdende auto’s beloven een veiligere en comfortabelere toekomst. Je kunt lekker achterover hangen in de stoel en ondertussen gebeuren er veel minder ongelukken en behoort filefrustratie tot het verleden. Maar helaas, er wringt iets fundamenteels in onze bovenkamer.
Dat stelt hoogleraar Engineering Psychology Ronald McLeod, een van de knapste koppen ter wereld op het gebied van Human Factors, het vakgebied dat onderzoekt hoe mensen omgaan met complexe, geautomatiseerde systemen. In zijn boek Transitioning to Autonomy beschrijft hij hoe groot de kloof is tussen wat de technologie van ons verwacht en wat wij cognitief aankunnen.
Zijn inzicht kwam niet alleen uit jarenlange academische studie, maar ook uit eigen ervaring. Toen hij een nieuwe auto met autonome functies kocht, kreeg hij er nauwelijks uitleg bij. “Ik kreeg de sleutels zonder enige training in mijn handen gedrukt en werd losgelaten in de spits van Glasgow”, herinnert hij zich. “Geen enkele ethische commissie zou zo’n experiment toestaan en toch is dit wat elke dag met talloze bestuurders wereldwijd gebeurt.”
De bestuurder als toezichthouder
Vrijwel elke nieuwe auto bevat tegenwoordig rijhulpsystemen, zoals rijstrookassistentie, automatische noodremmen, adaptive cruise control en verkeersbordherkenning. Sommige functies zijn zelfs verplicht, met als doel menselijke fouten te verminderen. Maar zodra deze systemen aan springen, verandert de rol van de bestuurder fundamenteel. Je bent geen actieve chauffeur meer, maar wordt meer en meer een toezichthouder. Je moet het systeem monitoren en op elk moment kunnen ingrijpen.
Psychologen noemen dit een vigilantietaak: langdurig alert blijven tijdens periodes waarin er weinig gebeurt. En daar zijn mensen beroerd in. “We zijn niet in staat om langdurig bewust onze aandacht vast te houden”, legt McLeod uit. “En toch is dat precies wat deze systemen van ons verwachten.”
Ongemakkelijk
Sterker nog: in sommige opzichten is deze rol zwaarder dan zelf rijden. Je moet continu een mentaal model bijhouden van wat de auto doet, wat hij kan, waar zijn grenzen liggen en of hij de gevaren wel ziet die jij al hebt opgemerkt. McLeod beschrijft een ongemakkelijk moment waarin hij langzaam rijdend verkeer naderde, terwijl zijn auto gewoon snelheid hield. “Ik zag het gevaar voor me opdoemen, maar had geen idee of de auto dat ook zag”, vertelt hij. “Die onzekerheid zorgt voor spanning. Hoe lang wacht je voordat je zelf ingrijpt?”
Fundamenteel verschillende taken
En dit is precies waar de schoen wringt. Er zit volgens hem een cruciale ontwerpfout in de nieuwste generatie auto’s. Moderne dashboards communiceren onvoldoende wat het systeem weet of denkt. Essentiële informatie over de aanpak en beperkingen zit verstopt in dikke handleidingen of wordt onduidelijk weergegeven.
“Automatisering verandert de rol van mensen”, zegt hij. “Nieuwe technologie zonder training of waarschuwing zorgt ervoor dat mensen maar wat doen achter het stuur. Ze gaan gokken en zijn dus gedoemd om ettelijke malen te falen. Een auto besturen en toezicht houden op een autonoom systeem zijn fundamenteel verschillende taken.”
Blinde vlek
Deze problematiek beperkt zich niet tot de auto-industrie. McLeod ziet dezelfde psychologische blinde vlek terug bij vliegtuigongelukken zoals die met de Boeing 737 MAX, bij rampen op zee, bij nucleaire incidenten en zelfs bij Hawk-Eye, het computersysteem dat de baan van de bal volgt en de lijnen controleert bij tennis en veel andere sporten. “Organisaties lijken niet te beseffen dat de eisen die we aan mensen stellen enorm veranderen”, legt hij uit.
Psychologische dimensie
Wat is dan de oplossing? We hoeven echt geen streep te zetten door alle autonome technologie, maar we moeten haar wel op een slimme manier introduceren. Denk hierbij aan simulatietrainingen, interfaces die we intuïtief kunnen begrijpen en aangepaste rijexamens waarin ook de toezichthoudende vaardigheden worden getest.
“We moeten de psychologische dimensie net zo serieus nemen als de hardware en software”, vindt McLeod. “Autonome functies zetten het rijden op zijn kop. De hele gebruikerservaring moet worden herontworpen om de nieuwe cognitieve eisen het hoofd te kunnen bieden. Zonder een fundamentele koerswijziging, een fundamentele verandering in denken, zal veel leed en ellende de revue passeren voordat de veilige wereld die ons is beloofd werkelijkheid wordt.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Het is zover: zelfrijdende auto’s kunnen nu beter rijden dan mensen en De zelfrijdende auto gaat waarschijnlijk helemaal geen energie besparen. Of lees dit artikel: Zelfrijdende auto kan de doorstroming met meer dan een derde verbeteren.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

4 uren geleden
1





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11103636/100226ECO_2031450801_boekholt2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11131853/web-110226ECO_2031508057_.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/10163427/100226VER_2031483828_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11125655/110226SPO_2031512690_.jpg)
English (US) ·