9 september 1970. Feyenoord speelt in De Kuip tegen het Argentijnse Estudiantes de La Plata. Van zo’n twee meter buiten het strafschopgebied schuift invaller Joop van Daele de bal laag in de linkerhoek: 1-0. De Rotterdammers winnen als eerste Nederlandse club ooit de Wereldbeker voor clubs. Maar de wedstrijd – of eerder, de schoppartij – komt niet zozeer bekend te staan om de goal van Van Daele, als wel om zijn brilletje: dat wordt door de Argentijnse verdediger Oscar Malbernat van zijn hoofd gerukt en door diens teamgenoot Carlos Pachamé in tweeën gebroken. Acteur Luc Lutz zong er een liedje over.
Tegen deze misdadigers spelen we nóóit meer, zullen sommige onthutste Feyenoord-spelers achteraf zeggen.
Het is zeker niet de enige Argentijnse voetbalwedstrijd die vanwege ongeregeldheden in het historische voetbalcanon belandde. Ook de herinnering van de WK-finale tussen Argentinië en Spanje deze zomer werd getekend door opstootjes, een rode kaart, harde overtredingen en een knokpartij achteraf.
Wereldwijd werd met verbazing en weerzin naar het Argentijnse wangedrag gekeken. De FIFA kondigde een onderzoek aan naar het gedrag van verschillende spelers, onder wie hoofdrolspeler Leandro Paredes, die de Spaanse Gavi in zijn gezicht sloeg en diens ploeggenoot Eric García bij de keel greep.
Al eerder in het toernooi wekte het ontregelende Argentijnse spel bij sommigen verontwaardiging – en bij anderen juist bewondering. Want de Argentijnen bereikten wél de finale. In hoeverre was de Argentijnse voetbalvertoning op het WK ‘typisch Argentijns’?
La nuestra
Vlugge één-tweetjes, gambetas (dribbels), sombreros (lobjes over het hoofd): het frivole en snelle spel van de Argentijnse club River Plate uit Buenos Aires levert de selectie uit de jaren veertig de bijnaam La Maquina (‘de machine’) op. Het zijn de jaren waarin het voetbal in Argentinië in het teken staat van spektakel en plezier, schrijft voetbaljournalist Jonathan Wilson in zijn boek Angels With Dirty Faces.
Dat die gloriedagen worden opgevolgd door negatiever, fysieker en defensiever voetbal, versterkt de romantiek die La Maquina nog altijd omringt, het nostalgische verlangen naar de speelstijl die la nuestra (‘onze manier’) werd gedoopt.
https://www.youtube.com/embed/7P5jJExreywIn de tweede helft van de negentiende eeuw introduceren de Britten het voetbal in Argentinië. De eerste wedstrijd ooit wordt gespeeld in 1867. Zo’n vijftien jaar later is het de dominante sport, grootgemaakt door leraar en voetbalfanaat Alexander Watson Hutton, die de voorloper van de Argentijnse voetbalbond opricht.
Er ontstaat al gauw tweespalt – zoals in de Argentijnse voetbalgeschiedenis voortdurend gebeurt. Het door de Britten geïntroduceerde spel is gestructureerd, met veel lange en hoge ballen en gericht op verdedigen. Maar het voetbal in Argentinië ontwikkelt ook een andere stijl: de criollo-stijl. Korte passjes, draaibewegingen, dribbels, balbezit, snelheid. En: rivaliteit.
Criollo verwijst naar geboren Zuid-Amerikanen met (meestal) Spaanse wortels. De speelstijl wordt een manier van de Argentijnen om zich, zowel sportief als maatschappelijk, tegen de Britten af te zetten, schrijft Wilson. Het grijpt daarbij terug op de romantiek van de gaucho, de vrijgevochten Zuid-Amerikaanse cowboy en struisvogeljager. Het Argentijnse woord voor dribbel, gambeta, verwijst naar de rennende beweging van een nandoe (Zuid-Amerikaanse struisvogel).
Op tournée in Engeland in 1924 maken de Argentijnen indruk met het ritmische spel, maar niet veel later slaat bewondering om in weerzin. In 1929 is Chelsea op bezoek in Buenos Aires, bij een zogenoemd Capital XI. Na een harde Britse tackel bestormen fans het veld en belagen de bezoekers. Ze krijgen hulp van de spelers: Luis Monti trapt George Rodger zo hard in zijn kruis dat hij met een brancard van het veld moet.
Garra
Dat is de keerzijde van het temperament van de Argentijnen, zegt voetbaljournalist Diego Estévez. Hij schreef acht boeken over het Argentijnse voetbal, waaronder 38 Campeones de Fútbol Argentino, over alle Argentijnse teams die tot 2010 een grote prijs wonnen. „Iedereen valt nu over de acties van Leandro Paredes, maar vroeger gebeurde dat veel vaker. Het werd alleen niet over de hele wereld uitgezonden.”
Vechtpartijen vindt hij „niet leuk”, zegt hij. „Ik vind dat je na een wedstrijd de tegenstander de hand moet schudden, en in geval van verlies moet applaudisseren. Argentijnen hebben warm bloed. Het is datzelfde warme bloed dat Argentinië tot drie keer toe het wereldkampioenschap bezorgde.”
Noem het garra, zegt hij (vergelijkbaar met de in Europa gangbare Italiaanse term grinta). Letterlijk betekent het ‘klauw’, maar het staat voor „karakter en vechtlust”, volgens Estévez. Ongeacht de wisselende speelstijlen die nog zouden volgen: garra is volgens hem een constante in het Argentijnse voetbal.
Lange tijd blijft Argentinië ondanks de hoogtijdagen van la nuestra grotendeels afwezig op het wereldtoneel – tot het WK van 1958. De verwachtingen zijn hooggespannen, maar al in de groepsfase lijdt het elftal een historische nederlaag tegen Tsjecho-Slowakije: 6-1. De filosofie van la nuestra komt bruut ten einde.
Vier jaar later speelt Argentinië zijn eerste WK-wedstrijd tegen Bulgarije. Geen trucjes, geen spektakel. Wel getreiter en dusdanig harde overtredingen dat de Bulgaren Hristo Iliev en Todor Diev geblesseerd uitvallen. Argentinië wint met 1-0. „Een triomf als deze laat een bittere nasmaak achter”, citeert Wilson het Argentijnse voetbaltijdschrift El Gráfico.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/13135654/160826SPO_2035827352_wk1978-1.jpg)
Een luchtgevecht tijdens de WK-wedstrijd tussen Argentinië en Bulgarije in 1962.
Foto ANP / TopfotoNa het echec van 1958 is het Argentijnse voetbal drastisch veranderd. Victorio Spinetto introduceert als trainer van Vélez een verdedigende speelstijl gericht op resultaat in plaats van esthetiek – . Het ‘antivoetbal’ is geboren.
Osvaldo Zubeldía, die bij het Vélez van Spinetto speelde, gaat halverwege de jaren zestig als trainer van Estudiantes nog een stap verder. Spugen, beledigen, verwonden en schwalbes worden onderdeel van het strijdplan.
Waar het La Maquina-elftal van River Plate de belichaming was van la nuestra, wordt het Estudiantes van Zubeldía de gewelddadige belichaming van het antivoetbal, met hoofdrolspelers Carlos Bilardo, Oscar Malbernat en Carlos Pachamé. Het is datzelfde Estudiantes dat in 1970 tegen Feyenoord speelt en het brilletje van Van Daele jat.
Het spel van Estudiantes veroorzaakt een tweestrijd: tussen hen die de nieuwe stijl en de bijkomende resultaten (zes trofeeën in vier jaar voor Estudiantes) omarmen en voetballiefhebbers die terugverlangen naar la nuestra.
In 1966 wordt het Argentijnse elftal wereldwijd bekritiseerd om zijn optreden op het WK, waar het in de kwartfinales wordt uitgeschakeld door Engeland. De Britten klagen achteraf over het excessieve hangen en wurgen. Maar bij thuiskomst wordt de ploeg ontvangen door een juichende menigte en bejubeld om de vechtlust. Dít Argentinië wilde tenminste winnen.
Menottismo
Weer die vlugge één-tweetjes, dribbels over het middenveld, schijnbewegingen. Maar dit keer niet van de Argentijnen; het is het Oranje van 1974 – het Nederlands elftal van Johan Cruijff – en het verslaat Argentinië in de groepsfase met 4-0.
De nederlaag wakkert een contrarevolutie aan, schrijft Wilson. César Luis Menotti wordt aangesteld als bondscoach, tot dan toe trainer van Huracán, dat onder zijn leiding met aanvallend combinatiespel in de prijzen valt.
De duistere afslag die het voetbal in de jaren zestig nam was resultaat van de nederlaag tegen Tsjecho-Slowakije. De nederlaag tegen Oranje in 1974 de directe aanleiding voor de tegenreactie.
De omslag heeft resultaat. Op het eerstvolgende WK, in 1978, neemt Argentinië wraak op Nederland door de finale te winnen en de eerste wereldtitel binnen te halen. Wel is het antivoetbal dusdanig doorgedrongen in de vezels van het Argentijnse voetbal, dat het sporen achterlaat: ook de op esthetiek gerichte stijl van Menotti laat ruimte voor tactische overtredingen en handsballen.
In Nederland wordt het Argentijnse spel in die finale gezien als negatief en frustrerend. Niet in de laatste plaats omdat de Argentijnen vlak voor de aftrap plotseling protesteren tegen het gips om de arm van René van de Kerkhof, in de ogen van de Nederlanders een poging het spel vooraf al te ontregelen. Maar in Argentinië worden Menotti en zijn ploeg gelauwerd om de terugkeer van het technische en artistieke voetbal.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/13124846/160826SPO_2035827352_wk1978.jpg)
Argentinië verslaat Nederland in de WK-finale van 1978.
Foto Getty ImagesBilardismo
Heeft Argentinië de Braziliaanse verdediger Branco tijdens een wedstrijd op het WK in 1990 vergiftigd? Op enig moment tijdens die wedstrijd gooit de Argentijnse fysiotherapeut een waterfles naar Branco, die een slok neemt. Later zou de Braziliaan zeggen duizelig te zijn geworden van het water en vergiftiging te vermoeden. Als toenmalig coach Carlos Bilardo er vijftien jaar later naar gevraagd wordt, ontkent hij het niet. De reactie van Bilardo onderstreept zijn gedachtegoed dat alles geoorloofd is voor de winst.
Na een teleurstellend WK in 1982 gooit Argentinië wéér drastisch het roer om: Menotti wordt vervangen door Bilardo, de spil van het Estudiantes uit de jaren zestig. Het antivoetbal is terug.
Intussen is Argentinië al een tijd in de ban van de jonge Diego Maradona. Met zijn technische begaafdheid past hij in de traditie van la nuestra. Tegelijkertijd maken zijn opvliegende temperament en zijn onsportieve uitspattingen dat hij goed in het straatje van Bilardo past.
Die beide kanten laat Maradona zien in de kwartfinale van het WK van 1986, waar hij zowel het ‘Hand van God’-doelpunt maakt (een bewuste handsbal) en het ‘Doelpunt van de Eeuw’ (een treffer na een weergaloze dribbel vanaf het middenveld). Argentinië wint dat jaar voor de tweede keer de wereldtitel.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/13125426/160826SPO_2035827352_handvgod.jpg)
De ‘Hand van God’-goal van Maradona op het door Argentinië gewonnen WK van 1986.
Foto ANP / Presse SportsDe derde weg
9 december 2022. De Argentijn Leandro Paredes haalt Nathan Aké hard onderuit tijdens de kwartfinale van het WK in Qatar en jaagt vervolgens de bal richting de reservebank van Oranje. Hij krijgt een beuk van Oranje-aanvoerder Virgil van Dijk en de Nederlandse wisselspelers stormen het veld op.
Vier jaar later, 19 juli 2026. Het laatste fluitsignaal heeft geklonken, Spanje is wereldkampioen. Maar het is tegenstander Argentinië dat het meest besproken elftal van het WK wordt, nadat de Argentijnen met de Spanjaarden op de vuist gaan. Wederom aangevoerd door Leandro Paredes – is hij de personificatie van het huidige Argentijnse antivoetbal?
Ja, zegt Wilson: „Paredes is de Carlos Bilardo van vandaag.” En ook Enzo Fernández, die in de finale na twee keer geel het veld moet verlaten, vertoont volgens Wilson trekken van bilardismo. Maar dat betekent niet dat dit elftal onder die school geschaard moet worden, zegt hij. „Sinds de jaren negentig is er een derde weg, die elementen van beide scholen bevat. Marcelo Bielsa introduceerde dat. Hij won weinig prijzen, maar legde wel de bouwstenen van de hedendaagse Argentijnse speelstijl.”
In de praktijk betekent dat volgens Wilson dat het wervelende, aantrekkelijke spel bij tegenslag altijd kan omslaan in onplezierig gedram. „De teams uit 2022 en 2026 hebben ongeveer dezelfde spelers. Maar toch zat de ploeg van dit jaar dichter bij Bilardo dan bij Menotti. In 2022 was er meer momentum. Nu waren er moeilijke wedstrijden geweest tegen Kaapverdië en Egypte.”
Ook Estévez ziet de huidige stijl als een „mix van Bilardo en Menotti, van tactiek en fantasie”. Hij ziet Paredes juist als voorbeeld van die mix, niet als uiterste van één van de twee. „Hij heeft spelinzicht, techniek én karakter.” Herinnerd aan het incident in 2022 moet Estévez hard lachen. „Wat een fantastische wedstrijd was dat! Dankzij de passie van beide teams.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/10135301/140826SPO_2035827352_paredes02.jpg)
Leandro Paredes grijpt Eric García bij de keel na afloop van de door Spanje gewonnen WK-finale.
Foto AFPParedes speelt sinds vorig jaar weer in Argentinië, bij Boca Juniors – de club waar hij op zijn zestiende debuteerde en die bekendstaat om het harde, defensieve spel. Sinds zijn terugkeer is hij met vijftien gele kaarten de speler met de meeste kaarten in de Argentijnse competitie, blijkt uit cijfers die databureau Opta verzamelde.
Ook op de WK’s van 2022 en 2026 kreeg hij bij elkaar viermaal geel: samen met mede-Argentijnen Gonzalo Montiel en Cristian Romero is hij daarmee recordkaarthouder. Maar: op die WK’s had hij ook een passnauwkeurigheid van bijna 94 procent. Slechts vier spelers hadden meer geslaagde passes dan hij.
In Argentinië is hij een held, zegt Estévez. En dat geldt voor alle spelers. Een negatieve sfeer rondom het elftal? „Helemaal niet. Ze hebben voor Argentinië gevochten. Argentinië is trots.” Mooi voetbal, garra, de grens opzoeken én eroverheen gaan: „Het Argentijnse voetbal heeft dat allemaal. Daarom hebben we zes finales gehaald en er drie gewonnen.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18094903/190826WET_2036007190_kikker.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19125712/190826ECO_2036039645_meta11.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19110453/190826VER_2036042930_.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14092934/170826OPI_2035933738_Economist_AI-Agents.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14140748/160826BIN_2035764251_voorzorgHP.jpg)


English (US) ·