Ook vrouwelijke boomkikkers kunnen keuzestress ervaren. Althans: hoe groter het kikkerkoor van aanbidders, des te trager hun partnerkeuze tot stand komt, als ze überhaupt nog kiezen. Bovendien is de gekozen kikker in zo’n geval zelden de beste vangst, schrijven Amerikaanse biologen in iScience. Vrouwtjes kiezen bij te veel lawaai veel minder vaak voor de man met de meest imposante kwaak.
Waar het de mens betreft, zijn de gevolgen van een keuzeoverdaad uitgebreid psychologisch onderzocht. Klassiek is het ‘jamonderzoek’ uit 2000, waaruit bleek dat mensen in een supermarkt sneller een potje jam kochten bij een keuze tussen zes soorten dan bij vierentwintig soorten.
Maar zulke overdaad kan ook andere diersoorten parten spelen, bijvoorbeeld bij de zoektocht naar een partner: hoe meer aanbod, des te lastiger de keuze. Als dieren geluid inzetten als versiertruc, dan ontstaat er bij een te grote groep bovendien zo’n kakofonie dat het helemaal ondoenlijk wordt om te onderscheiden welke partner de luidste, langste of mooiste roep heeft. Zingen honderden kikkermannetjes tegelijk, dan kan het geluid oplopen tot wel 108 decibel op een halve meter afstand (vergelijkbaar met een popconcert).
In het huidige onderzoek focusten de biologen zich op een in de Verenigde Staten veelvoorkomende grijze boomkikkersoort van zo’n 5 centimeter groot, Dryophytes chrysoscelis. Uit laboratoriumexperimenten was al bekend dat vrouwtjes van die soort de voorkeur geven aan mannetjes met een zo lang mogelijke paringsroep, maar die resultaten waren niet waarheidsgetrouw omdat er ‘losse’ geluiden werden gebruikt.
Kwaakserenades met achtergrondlawaai
Daar brachten de Amerikaanse biologen nu verandering in door de (in het wild verzamelde) vrouwtjes verschillende kwaakgeluiden door elkaar heen te laten horen: één lange roep, die aannemelijkerwijs het aantrekkelijkst zou zijn, en tot wel zeven kortere roepen. In sommige gevallen speelden ze nog extra achtergrondlawaai af.
De vrouwelijke kikkers konden in een omheining naar de opgenomen kwaakserenades luisteren. Elke roep werd via een andere speaker afgespeeld; de kikkervrouwtjes konden naar de ‘man’ van hun voorkeur toespringen. Hadden ze de keuze tussen één lange roep en één korte roep, dan gingen ze in 77 procent van de gevallen binnen twee minuten op de langste af. Maar hoorden ze acht verschillende roepen tegelijkertijd, dan kozen ze slechts in een kwart van de gevallen voor de speaker met de lange roep. Ook wachtten ze langer met het maken van de keuze, en soms bleven ze zelfs op hun plek zitten.
Voor mannetjes die minder aantrekkelijk kwaken kan het dus lonend zijn om grotere groepen op te zoeken. De onderzoekers vermoeden dat hun ontdekking bijdraagt aan het verklaren van de befaamde ‘lek-paradox’: het verschijnsel dat, op plekken waar mannetjes massaal pronken (zogeheten leks) tóch niet alleen de meest aantrekkelijke exemplaren aan hun trekken komen. Dat is gunstig voor de genetische diversiteit, en zou dus kunnen worden begrepen door de overdosis aan geluid. Als een vrouwtje toch geen onderscheid kan horen, zal de partnerkeuze sneller een geval zijn van ‘god zegene de greep’.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19164857/web-19082026culKIDJO.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/17131519/200826CUL_2033180120_dragend.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19094342/190826WET_2036037919_Antarctica.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14092934/170826OPI_2035933738_Economist_AI-Agents.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14140748/160826BIN_2035764251_voorzorgHP.jpg)


English (US) ·