De ministers van Financiën en presidenten van centrale banken die dinsdagochtend het atrium van het IMF-hoofdkantoor in Washington D.C. betraden, kregen op de grote schermen een duidelijke boodschap mee: „De Iran-oorlog dreigt de wereldeconomie uit koers te brengen.”
Groundhog Day noemde een van de aanwezigen het. Voor het tweede jaar op rij stond de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank in de Amerikaanse hoofdstad voor een groot deel in het teken van een hyperontwrichtend besluit dat een paar straten verderop, in het Witte Huis, was genomen. Vorig jaar waren dat de net aangekondigde importheffingen. Dit jaar de Iran-oorlog.
De rekenmeesters van het IMF hadden eind februari net hun voorspellingen voor de wereldeconomie af – en die konden meteen weer de prullenbak in. Eigenlijk moest deze vergadering, waar traditiegetrouw de mondiale financiële beleidsmakers op afkomen, een redelijk positieve editie worden. Met de wereldeconomie ging het verrassend goed, de heffingen hadden niet de schok veroorzaakt die vorig jaar gevreesd werd.
In plaats daarvan ontvouwde zich in en om het brutalistische gebouw van het IMF een week vol zorgen, vragen en onzekerheden. De financiële instelling publiceerde dinsdag noodgedwongen geen voorspelling voor de wereldeconomie, maar drie scenario’s die Financial Times-columnist Gillian Tett in een panel kenschetste als „slecht, heel slecht of vreselijk slecht”.
Op de ‘aandeelhoudersvergadering van de wereldeconomie’ tekenden zich in de dagen daarna verschillende breuklijnen af: van Hormuz-pessimisme tot AI-optimisme, van een noodzaak tot verduurzaming tot Verenigde Staten die daar niks van moeten hebben.
Afrikaanse landen worden hard getroffenDe (ongelijke) schok
Niemand weet precies wat de Iran-oorlog betekent voor de wereldeconomie. Maar de boodschap die op en rondom de voorjaarsvergadering werd afgegeven, was duidelijk: bereid je voor op het ergste.
In veel sessies kwam naar voren dat ook als de Straat van Hormuz weer opengaat, de mondiale economie niet opeens weer de oude zal zijn. Productie-installaties in het Midden-Oosten zijn verwoest, putten in Irak zijn bij gebrek aan opslagcapaciteit gesloten, en het zal tijd en moeite kosten om die weer te openen. Ondertussen hebben de laatste schepen met olie uit de Straat hun bestemmingen bereikt, en worden veel tekorten nu pas echt goed zichtbaar – wat bijvoorbeeld blijkt uit de paniek op Europese vliegvelden over kerosinevoorraden.
Ali bin Ahmed Al Kuwari, minister van Financiën van Qatar, zei dat de gasinstallaties in zijn land zo ernstig beschadigd zijn dat er wellicht jaren nodig zijn om ze te herstellen. Onderdelen zijn niet makkelijk te krijgen, zei Al Kuwari. Hij vertelde dat zijn land kijkt naar het inzetten van materiaal dat eigenlijk bedoeld was om productie-installaties uit te breiden. „Ik denk dat we pas het topje van de ijsberg hebben gezien”, zei Al Kuwari.
Sommigen vroegen zich af of de Straat van Hormuz überhaupt ooit weer open zal gaan op de manier die we gewend zijn. Amos Hochstein, een voormalige energie-adviseur van president Joe Biden, zei dat de wereld ermee moet leren leven dat Iran blijvend invloed zal uitoefenen op de zeestraat. „Die geest is uit de fles. Ze weten nu dat ze deze macht hebben, over de VS en over hun buren. Die zullen ze niet opgeven.”
Het IMF hamerde er de hele week op dat deze schok „asymmetrisch” is. Hij raakt juist arme en opkomende landen hard, zoals de Filippijnen en Senegal: zij zijn het sterkst afhankelijk van olie. Afrika in het bijzonder krijgt bovendien bijna al z’n kunstmest uit het Midden-Oosten. „We zien dat daar de prijs van ureum [kunstmest] al verdubbeld is”, zei IMF-directeur Kristalina Georgieva.
Mijn vrouw en ik bestellen gewoon pizza, alles
is oké, alles is prima
Een specifiek geval betreft de landen rondom de Golf, waarvan sommige hun economieën zwaar in de problemen zien komen de komende jaren. Zo krimpt het bbp van gasgigant Qatar mogelijk met een dramatische 8,6 procent.
De paniek die in de regio heerst over het conflict werd dinsdagochtend onbedoeld goed voelbaar bij een gesprek met Hadi Badri, de baas van de Dubai Economic Development Corporation, op een evenement in de marge van de voorjaarsvergadering. Het businessmodel van Dubai als hedonistische, veilige haven in het Midden-Oosten zit in een existentiële crisis als gevolg van raketaanvallen op de stad; ofschoon het IMF in de Verenigde Arabische Emiraten nog steeds groei verwacht, werd deze wel flink omlaag bijgesteld. Veel buitenlanders hebben Dubai verlaten.
Badri was duidelijk op een pr-missie om het tij te keren. Met een stalen glimlach benadrukte hij hoe veilig het in Dubai was, een zin die hij zo vaak herhaalde dat het na een tijdje eerder wanhopig klonk. „Mijn vrouw en ik bestellen gewoon pizza, alles is oké, alles is prima.” (Scholen in Dubai zijn nog altijd dicht.)
Ironisch genoeg leek niemand zich echt zorgen te maken over de Amerikaanse economie. Het land dat de oorlog samen met Israël begon, is behoorlijk goed „geïsoleerd” van de wereldwijde schok, zei Michael Pyle van investeerder BlackRock. „Het gooit misschien een tiende procentpunt van de groei af, zoiets.” Hij wees erop dat de gasprijs in de VS zelfs iets lager ligt dan voor het conflict.
Het betrouwbare imago van lng is aan diggelenKrijgen we zonnepanelen of kolen?
Welke langetermijngevolgen zal de huidige schok hebben op de energiemarkt? Het IMF hintte in de World Economic Outlook voorzichtig op een versneld afscheid van fossiele energiebronnen – een saillant gevolg van een oorlog die is begonnen door een Amerikaanse president die een fel tegenstander is van duurzame energie.
Dit idee kreeg brede navolging in D.C. Muhammad Aurangzeb, minister van Financiën van Pakistan, benadrukte – naast het aanhouden van voorraden – veel meer zonnepanelen in zijn land te willen installeren. „We hebben de les geleerd dat we te afhankelijk zijn van olie en gas”, klonk het van zijn Thaise collega Ekniti Nitithanprapas, die ook het uitbreiden van zonne-energie noemde.
„De risicoperceptie over sommige regio’s en sommige brandstoffen zal veranderen”, vatte Tim Gould, econoom bij het Internationaal Energieagentschap (IEA), deze ontwikkeling samen. Hij wees erop dat hier historisch gezien niks nieuws aan is. „Na de oliecrisis van de jaren zeventig was er een grote golf in de uitbouw van nucleaire energie.”
Toch waarschuwde hij voor al te hoge verwachtingen. Het kan ook zomaar zijn dat landen, in een poging hun energiebehoefte veilig te stellen, naar hun eigen kolenvoorraden grijpen. „En dat is juist de meest CO2-intensieve brandstof.”
Zijn baas Fatih Birol, hoofd van het IEA, voorspelde het einde van de opmars van lng als populaire brandstof in veel opkomende markten. Een land als Vietnam overwoog voor de oorlog nog te investeren in lng-terminals. Het wilde toegang krijgen tot deze energiebron, die bekendstond om zijn „betrouwbaarheid en betaalbaarheid”, aldus Birol.
Van dat imago is weinig over, en een terminalproject in het Zuidoost-Aziatische land dreigt nu niet door te gaan. Birol: „Deze landen moeten voordat ze gaan investeren zeker weten dat er in de nabije toekomst niet een derde gascrisis zal plaatsvinden.”
Ga je economie stresstesten, investeer in sociale stelsels
De VS zijn ‘all-in’ op gebied van kunstmatige intelligentieTorenhoge verwachtingen van en diepe angsten voor AI
De voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank wordt altijd omringd door een scala aan nevenevenementen. Denktanks, Amerikaanse media, lobbygroepen: allemaal organiseren ze hun eigen sessies in zaaltjes in hotels. In de straten van Washington D.C. zie je overal mannen en vrouwen met badges om hun nek die zich van bijeenkomst naar bijeenkomst begeven. Sommige van de zij-evenementen trekken deels een ander publiek aan, zoals investeerders en mensen uit het bedrijfsleven.
Een populaire plek dit jaar was The Conrad, een modern, glazen hotel waar een groot evenement van het Amerikaanse digitale medium Semafor plaatsvond. Op dinsdagmiddag, bij een sessie over AI, kwam een nagenoeg eindeloze trits sprekers voorbij wier optimistische vergezichten op oer-Amerikaanse wijze van het podium gutsten. „AI brengt enorme voordelen”, voorspelde Kevin Hassett, de belangrijkste economische adviseur van Trump. „Het vergroot de productiviteit van kleine en grote bedrijven.”
Hij trad op vlak na Linda Yaccarino, de voormalige topvrouw van X. Sinds haar vertrek vorig jaar leidt zij een AI-gezondheidsstart-up in Miami. Zij beweerde dat AI patiënten „onderwijst”, en dat dit geweldig nieuws is. „Stel je een toekomst voor die er al is! Er is zoveel informatie beschikbaar die nooit eerder beschikbaar was.” Zo ging het spreker na spreker door. Michael Dell, van het gelijknamige bedrijf, beweerde dat AI absoluut geen bubbel is. „De vraag is immers groter dan het aanbod.”
Het optimisme reflecteerde hoe in de VS zowel de huidige regering als Silicon Valley all-in zijn met betrekking tot AI. Maar het contrast met de veel zorgelijker boodschappen in het IMF-gebouw – over Iran, maar ook over AI – was enorm. „Het is ofwel heel erg goed, ofwel heel erg slecht”, vatte Martin Mühleisen, voormalig IMF-ambtenaar en analist bij de Atlantic Council, het AI-standpunt van het Fonds samen.
Het IMF heeft eerder al gewezen op de bubbelachtige trekjes van de astronomische AI-investeringen. Maar afgelopen week benadrukte het vooral twee andere dingen: overheden moeten zich veel beter voorbereiden op de enorme „ontregeling” die de technologie kan gaan brengen, bijvoorbeeld op arbeidsmarkten. „Ga je economie stresstesten, ontwerp scenario’s, investeer in sociale stelsels”, riep Bo Li, onderdirecteur van het Fonds, landen op.
Hij zei ook te vrezen voor groeiende wereldwijde ongelijkheid door AI. „Geavanceerde economieën hebben voordelen op het gebied van infrastructuur, vaardigheden en toegang tot de technologie.” Er is een risico, zei hij, dat de productiviteitsgroei door AI in rijkere landen daardoor veel groter zal zijn dan in arme landen – een uitkomst die lijnrecht tegen de doelen van het IMF ingaat.
De economische strijd tussen China en de VS bereikt het IMFHet Internationaal Monetair Fonds in het tijdperk-Trump
Op de bijeenkomst dragen sommige leden van de organisatie een wit jasje met daarop de tekst: greening the meetings (de bijeenkomsten vergroenen). Dat is een restant van een intern programma van enkele jaren geleden, om de vergadering (waarvoor honderden, zo niet duizenden mensen de wereld over vliegen) zo duurzaam mogelijk te laten plaatsvinden – bijvoorbeeld door biologisch afbreekbaar servies te gebruiken.
De jasjes zijn een overblijfsel van een ander tijdperk. Het onderwerp verduurzaming moet je dit voorjaar met een vergrootglas zoeken – zelfs de hoop op een versnelling van de energietransitie brengt het IMF vrij omfloerst. Het onderwerp klimaat is nergens op de agenda te vinden, terwijl het Fonds nog maar anderhalf jaar geleden gold als voorvechter van investeringen in duurzaamheidsprojecten.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17121638/170426ECO_2033054475_IMF3.jpg)
De Chinese minister van Financiën Lan Fo’an tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF.
Foto Shan Thew / EPADe reden hiervoor zijn de Verenigde Staten, de grootste aandeelhouder en gastland van het IMF. Precies een jaar geleden bekritiseerde minister van Financiën Scott Bessent het Fonds in een veelbesproken speech. Dat zou zijn afgeweken van zijn oorspronkelijke missie van financiële stabiliteit en zich te veel zijn gaan bezighouden met randzaken als klimaat en gendergelijkheid. Waarom richtte het zich niet meer op China, dat met enorme industriële overcapaciteit de wereld schade toebracht en de Amerikaanse industrie kapotmaakte?
Een jaar later lijkt het IMF aan Bessent duidelijk te willen maken dat het geluisterd heeft. Niet alleen is klimaat geschrapt van de agenda, ‘global imbalances’ (mondiale onevenwichtigheden) in de handelsrelaties tussen landen staan opeens hoog op de agenda. Het IMF bracht eerder dit jaar een onderzoek naar buiten over de risico’s hiervan.
Zo heeft de economische strijd tussen de VS en China inmiddels ook het IMF bereikt. Dat valt aan meer dingen te merken, waaronder de aandacht voor zeldzame aardmetalen dit voorjaar in de World Economic Outlook. „De conclusie om weg te diversifiëren van één aanbieder – China – klinkt de VS als muziek in de oren”, zegt een andere betrokkene. „Het is geen toeval dat dat een prominente plek krijgt.”
Over invoerheffingen wordt daarentegen deze keer nauwelijks gesproken. „De vorige keer is die schade wel breed uitgemeten, maar daar wordt nu wel iets tegenovergesteld”, klinkt het.
Uiteindelijk houden het IMF – voorvechter van vrijhandel, van onafhankelijke centrale banken – en de huidige Amerikaanse regering er simpelweg andere „wereldbeelden” op na, zei Mühleisen. Gezien die context was de afgelopen week ook juist opluchting te horen. Een jaar geleden was er nog de angst dat Trump de VS volledig zou terugtrekken uit de Wereldbank en het IMF, wat vrijwel zeker een existentieel probleem zou zijn geweest. Dat risico lijkt geweken. „De instituties leven nog”, zei Nicole Goldin, Senior Fellow bij de Atlantic Council. En dat is voor nu het hoogst haalbare.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/14142108/180426WEE_2032822423_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/17145501/170426VER_2032830425_ambu.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/16121230/170426WEE_2032765534_1.jpg)




/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/14135051/150426CUL_2032610645_3.jpg)

English (US) ·