Wat is er nog over van de ‘soft power’ van het Eurovisie Songfestival?

1 uur geleden 1

Van Songfestivalkoorts is dit jaar nauwelijks sprake in Nederland. Terwijl in 2025 nog miljoenen mensen inschakelden om het liedjesfestijn te bekijken, waren er dit jaar voor beide halve finales nog maar weinig kijkers over. Dinsdagavond keken slechts 541.000 mensen op NPO1 naar de eerste halve finale vanuit de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Donderdag was er iets meer belangstelling: volgens het Nationaal Media Onderzoek (NMO) had die uitzending 601.000 kijkers. Nog altijd een groot verschil met de vorige editie, toen Nederland meedeed met de zanger Claude. Toen waren er 2,3 miljoen kijkers voor de halve finale en 3,6 miljoen voor de finale.

Dat er dit jaar geen Nederlandse deelnemer is, zal deels de verklaring voor de ingestorte kijkcijfers zijn. Omroep AVROTROS besloot in december, net als vier andere landen, het festival te boycotten vanwege de controversiële deelname van Israël.

Ondertussen probeert organisator European Broadcasting Union (EBU) zoveel mogelijk te doen alsof er deze zeventigste editie van het Songfestival weinig aan de hand is. Wie alleen naar de tv-uitzendingen kijkt, ziet geen enkele verwijzing naar de boycottende landen. Presentatoren Victoria Swarovski en Michael Ostrowski praten de shows op luchtige wijze aan elkaar en de acts bieden de vertrouwde mix van popplezier en kitsch. Van protest in de zaal merkt de tv-kijker vooralsnog ook weinig. Tijdens de eerste halve finale was er wel gejoel te horen tijdens het optreden van Israël. Vier mensen die de act van Noam Bettan probeerden te verstoren werden uit de zaal verwijderd.

Rust uitstralen

Eerder deze week deed een onderzoek van The New York Times over de beïnvloeding van stemmen door Israël veel stof opwaaien. Volgens de krant waren bij de publieksstemming vorig jaar in sommige landen maar enkele honderden stemmers nodig om de televoting te winnen. Dit jaar mogen mensen nog maar maximaal tien keer stemmen, in plaats van twintig. Ook speelt de vakjury mee in de einduitslag.

Wie alleen naar de tv-uitzendingen kijkt, ziet geen enkele verwijzing naar de boycottende landen

Via de media doet Songfestivaldirecteur Martin Green ook zijn best om rust uit te stralen. „Dit is een lastig moment in onze geschiedenis”, zei hij tegen Het Parool. „Maar ik weet zeker dat we over tien jaar onze tachtigste verjaardag glorieus vieren.” Hij blijft ook hopen dat Nederland en de andere missende landen er volgend jaar weer bij zijn. „We respecteren hun keuze, maar zullen er alles aan doen om voor hen een weg terug te vinden.”

Wat duidelijk is: over bonte outfits, valse noten of melige presentatoren gaat het dit jaar veel minder. De geopolitiek die al decennia inherent verbonden is aan de landenwedstrijd, neemt inmiddels zoveel ruimte in dat wat je het ‘songfestivalgevoel’ zou kunnen noemen (samen op de bank douze points uitdelen) enigszins richting de coulissen wordt geduwd. Waarom wil Israël dan toch, ondanks alle kritiek vanwege het genocidale geweld in Gaza en de grootschalige stemcampagnes, zo graag op het Songfestivalpodium staan?

„Het Songfestival verschilt van een WK Voetbal of Olympische Spelen, daar heeft het publiek niets te zeggen”, stelt Jonathan Hendrickx, een Belgische hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Kopenhagen, gespecialiseerd in het Songfestival. „Tijdens het Songfestival gaat het om de stemmen van kijkers thuis. Voor Israël is die externe validatie belangrijk, daarmee kan het uitdragen dat het gesteund wordt door Europa.”

In 2022 won de Oekraïense groep Kalush Orchestra, enkele maanden na het begin van de Russische invasieoorlog in Oekraïne. „Hun verpletterende score bij de televoting [439 punten] gebruikten de Oekraïners om uit te dragen dat Europa aan hun kant staat”, zegt Hendrickx. Hoewel Oekraïne inmiddels al meer dan vier jaar gebukt gaat onder de Russische oorlog, merkt Hendrickx op dat het land het nog altijd heel belangrijk vindt aanwezig te zijn op het Songfestivalpodium.

Agressor Rusland werd in 2022 weliswaar uitgesloten van deelname, in de jaren daarvoor scoorde het goed met liedjes over vrede – terwijl het intussen het Oekraïense schiereiland de Krim had geannexeerd. „Dat was niet toevallig, ook Rusland begon het evenement als soft power te gebruiken”, zegt Hendrickx.

Onder soft power verstaat de songfestivalkenner ‘zichtbaarheid’. Dat hoeft niet expliciet politiek te zijn. „Neem Montenegro, een klein land met een kleine omroep. Hoofdreden voor hun deelname is dat de rest van Europa ziet dat Montenegro bestaat”, zegt Hendrickx. Vergeet ook niet dat het Songfestival voor veel kijkers „gewoon een jaarlijks entertainment-evenement is, waar ze iets van meepikken zonder zich te veel vragen te stellen over wie waarom deelneemt”.

Zaterdagavond viert het concours haar zeventigste verjaardag. Dat het in de jaren vijftig werd opgezet om de Europese integratie in de harten van inwoners te krijgen, is volgens Hendrickx een mythe. „Het ging vooral om het promoten van het medium televisie en de samenwerking tussen omroepen. Voor soft power wordt het altijd al gebruikt. Vanaf de jaren zestig namen Finland en Joegoslavië deel. Die lagen in de invloedssfeer van Moskou en wilden tonen dat ze voor Europa kozen. Spanje en Portugal waren nog dictaturen toen ze voor het eerst deelnamen. Daarmee wilden ze tonen dat ze zich openstelden richting Europa. Israël debuteerde in 1973, het werd toen uitgesloten van grote Aziatische evenementen en had de blik strategisch naar het Westen gericht.”

Wat als Israël zaterdagavond wint? Hendrickx: ”De Israëlische omroep Kan zal het evenement koste wat kost willen organiseren. De EBU zal een onafhankelijk expert laten onderzoeken of dat wel kan. Die expert zal concluderen dat het veiligheidsrisico te groot is, waarna de vraag komt welk ander land het Songfestival namens Israël wil organiseren. Dat zie ik enkel Duitsland doen.” Bijkomende onzekerheid is of meer landen na winst van Israël zullen boycotten. „Een halve finale met twaalf landen waarvan er tien doorgaan, zou domme televisie opleveren. Het Songfestival bestaat bij de gratie van deelnemende omroepen, zijn er daar te weinig van dan kan het snel gedaan zijn.”

Lees het hele artikel