Wim T. Schippers gedijde bij de verwarring die hij schiep

1 uur geleden 1

Toen in 1997 in het Utrechtse Centraal Museum een overzichtstentoonstelling werd gemaakt over het werk van Wim T. Schippers, was de tekst in het bijbehorende boek afgedrukt in groen en rood. Dwars door elkaar heen: de groene tekst was Nederlands, de rode Engels. Bijgeleverd waren twee doorzichtige vellen plastic in rood en groen: wanneer je een van de twee op de bladzijden legde, kwam er goed leesbare tekst tevoorschijn, maar als je de vellen kwijt mocht raken, was het boek vrijwel onleesbaar.

Het lijkt een beetje op wat Jacques Plafond (het radio makende alter ego van Wim T. Schippers) in mei 1990 deed in zijn programma Ronflonflon (1984-1991): in de vrijwel wekelijkse muziekrubriek De kloteplaat van Emile werden twee nummers tegelijk gedraaid: een over de linker- en een over de rechterspeaker. Een buitengewoon onpraktische manier om tijd te besparen. Voordat we hier een patroon bespeuren: het werk van Schippers is te veelzijdig om grote lijnen in aan te wijzen. Van Fluxus-kunstenaar tot stem van Ernie bij Sesamstraat, van tv-maker tot toneelschrijver voor honden: als Wim T. Schippers iets was, was het wel ongrijpbaar. Hij overleed afgelopen woensdag in Amsterdam op 83-jarige leeftijd, zo heeft de Stichting Wim T. Schippers maandag bekendgemaakt.

‘Waarachtig oninteressant’

In 1942 werd hij geboren in Groningen als Willem Theodoor Schippers, hij verhuisde als kind naar Bussum en ging studeren aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Rietveld Academie. „Waarachtig oninteressant” noemde Wim T. Schippers zijn werk graag – maar de kunstwereld toonde vanaf zijn vroegste werk al veel interesse. Tot ergernis van zijn docenten wist hij werk te verkopen dat hij als opdracht voor zijn studie had gemaakt. Hij zou de opleiding niet afronden.

Wim T. Schippers in de programma’s Plafond over de vloer (links) en De Lachende Scheerkwast (rechts).

Foto ANP Kippa

Met zijn ‘Manifestatie aan het strand te Petten’ wist hij de aandacht van de pers te trekken: een bescheiden stukje performance art dat eruit bestond dat hij een flesje limonade leeggooide in zee. Een absurd gebaar, dat toch ook het klassieke idee in herinnering roept van die ene wijndruppel die de samenstelling van de oceaan doet veranderen.

Het flesje was het begin van een carrière als conceptueel kunstenaar op het snijvlak tussen Fluxus, dada, surrealisme en Zero, met een flinke scheut humor. Beroemd werd de pindakaasvloer, die voor uiteenlopende locaties steeds opnieuw uitgevoerd kon worden en die in 2010 als concept werd verkocht aan Boijmans. Hij ontwierp een trouwzaal voor het Amsterdamse stadhuis waarbij de stoelen aan de muren hingen, een ingedeukte taxi voor Parijs, een half onder water staand torentje voor de Universiteit Twente. Het idee om het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Osaka in te richten met louter clichébeelden van Frankrijk ging niet door. Een verzameling van 25 klokken op het Rembrandtplein wel, en die werd bekritiseerd vanwege de kosten. Ook de ‘Nazomer-kerstboom’ die in 1969 op het Leidseplein werd neergezet, werd wisselend ontvangen: „Hier wordt de spot gedreven met de heiligste gevoelens van een groot deel van het Nederlandse volk”, oordeelde dominee L.L. Blok.

Grotere verwarring

De verbazing en verontwaardiging die zijn werk opriepen, bevielen Schippers goed, en dat was mogelijk een van de redenen om een breder publiek te gaan zoeken en voor de tv te gaan werken. Daar werd de verwarring nog groter. Hoepla was het eerste programma waarin hij – samen met Gied Jaspars, Wim van der Linden en Hans Verhagen – de grenzen van de Nederlandse burgersmaak in de jaren zestig opzocht. Hoepla werd beroemd dankzij Phil Bloom, die naakt of slechts gehuld in enkele plastic bloemen door het beeld paradeerde of Trouw zat te lezen. Het was overigens ook een interessant programma, met eigentijdse popcultuur en scherpe interviews.

In de jaren zeventig maakte Schippers programma’s rondom Fred Haché, Barend Servet en Sjef van Oekel, door Schippers bedachte personages die op het lijf geschreven waren van Harry Touw, IJf Blokker en Dolf Brouwers. In het muziekprogramma Sjef van Oekels discohoek kreeg een artiest maar zelden de kans om een liedje tot een goed einde te brengen, en optredens van ‘koningin Juliana’ en God waren voor de Nederlandse kijker ook aan de gewaagde kant.

Ontregeling

Toen er eens ‘Stop Barend Servet Show!’ in de krant stond, noemde Schippers dat „het mooiste dat me ooit is overkomen”. Het waren kruisingen tussen amusementsprogramma’s en sitcoms, waarbij de grens tussen fictie en werkelijkheid niet altijd helder was, en waarbij ontregeling centraal stond. Dat merkte Dolf Brouwers toen Schippers met Theo van den Boogaard stripverhalen ging maken met situaties die nog veel absurder waren dan op tv. Hij zag zijn beeltenis op papier in pornografische en scabreuze situaties terechtkomen en liep naar de rechter, tot verbazing van Schippers die hem louter als personage beschouwde. Er werd geschikt, waarbij Schippers enige concessies deed aan wat hij het personage Sjef van Oekel liet zeggen en doen.

Ook voor het theater en op de radio maakte Schippers bijzonder werk. Going to the Dogs (1986) werd wereldberoemd: een toneelstuk waarbij de rollen gespeeld werden door herdershonden en dat daadwerkelijk tweemaal in de Amsterdamse Stadsschouwburg werd opgevoerd, voor een aanvankelijk geamuseerd, en verder steeds meer verveeld rakend publiek. Dat hoorde er ook bij: Schippers was altijd bezig met de verhouding tussen publiek en podium: „Neem nou eens zo’n gesprek als dit. Dát hoor je niet in een toneelstuk”, was een veelzeggende regel uit Evengoed nog een hele zit (1983).

https://www.youtube.com/embed/Jld44ohJ_8I

Wilhelmina Kuttje jr.

En dan is er nog de radio: Ronflonflon was te horen op Hilversum 3, de voorganger van 3FM. Het is volkomen ondenkbaar dat die zender nu nog iets zou kunnen uitzenden als de collage van poëzie (Wilhelmina Kuttje jr.: ‘Herfst’, uit de bundel Herfst), filmtips van de constant scheten latende Jaap Knasterhuis (een rol van Rogier Proper), interviews en ‘kloteplaten’ die toen wekelijks midden op de dag te horen was.

In 1997 keerde Schippers weer terug op tv. Hij presenteerde dat jaar Zomergasten en deed dat opvallend ingetogen. Enkele jaren later werd hij de gastheer van een wetenschapsprogramma en van de Nationale Wetenschapsquiz, en ook bij deze programma’s was zijn optreden een stuk traditioneler dan in de jaren zeventig.

Schippers werd meerdere keren bekroond, in 1994 met de Zilveren Nipkowschijf voor zijn tv-werk, de David Roëllprijs voor zijn beeldende kunst, en in 2005 met de Jacobus van Looyprijs voor multi-talenten. Maar het publiek dat het best bestand is tegen humoristische anarchie bestaat waarschijnlijk uit kinderen, misschien daarom dat hij zo succesvol was in zijn langst durende rol: die van Kermit en Ernie in de Nederlandse versie van Sesamstraat.

Geen biografie

Over zijn persoonlijk leven was Schippers zeer terughoudend. Hij was lange tijd getrouwd met Ellen Jens (1940-2023), die ook veel van zijn tv-werk produceerde, maar heel veel meer is er niet bekend. De biografie die Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman in voorbereiding hadden en die voor 2019 werd aangekondigd, Wie is u, werd in een laat stadium afgeblazen. De poging van Ru de Groen strandde al eerder („Ik wil helemaal geen biografie”) en hij schreef toen maar een monografie over het werk.

Schippers wilde niet gekend worden. Onbegrip en verwarring: daar ging het hem om. Meer dan tien jaar lang vertelde hij in interviews zo nu en dan bezig te zijn met een studie over het onderwerp, werktitel: Inleiding tot de verwarring, er verscheen zelfs een fragment in Vrij Nederland. „Laten wij iets zinvols zeggen over de durf, laten wij zeggen dat wij zeggen van hoepla en zwier. Voorts, voort, luidt de mening.” Die publicatie kwam er nooit; de praktijk was een leven lang buigzamer dan de theorie.

https://www.youtube.com/embed/Lt34bjNcswA
Lees het hele artikel