Windparken op zee en subsidies voor industrie: hoe groen is het klimaatbeleid van kabinet-Jetten?

2 dagen geleden 2

Rob Jetten liep tijdens de campagne niet met zijn groene verleden te koop. De vroegere ‘klimaatdrammer’ en D66-lijsttrekker profileerde zich op andere thema’s, zoals de woningnood en de zorg. Jetten, die in het kabinet-Rutte IV te boek stond als een ambitieuze klimaatminister, sprak vooral over het klimaat als hem daar expliciet naar werd gevraagd.

Inmiddels is Jetten beoogd premier. De minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA die hij gaat leiden is qua samenstelling vrijwel gelijk aan Rutte IV – alleen de ChristenUnie ontbreekt. Dat kabinet stond bekend om zijn vergaande klimaatplannen: Nederland moest een ‘groene koploper’ worden in Europa. Rutte IV trok 35 miljard euro uit voor een Klimaatfonds en in 2023 waren de klimaatdoelen voor 2030 voor het eerst in zicht. Twee hoofdrolspelers uit die tijd, Rob Jetten en voormalig CDA-Kamerlid Henri Bontenbal, bepalen nu mede de koers.

Keert het kabinet-Jetten nu terug naar het klimaatbeleid van Rutte IV?

Focus op industrie

Klimaat is bij D66, CDA en VVD geen ‘moetje’ meer, zoals bij het kabinet- Schoof, maar overtuiging. „We doen alles wat nodig is om doelen van 2040 en 2050 te halen”, schrijven de partijen in het coalitieakkoord. Uit het akkoord blijkt klimaatambitie, al is die wel naar beneden bijgesteld: Nederland wil niet langer Europese koploper zijn en rekent niet meer serieus op het halen van het klimaatdoel voor 2030.

„De omstandigheden zijn veranderd”, zegt Pieter Boot van het Centre f for International Energy Policy. „Ze kiezen ervoor volop mee te doen in Europa, terwijl Rutte IV méér wilde doen dan Europa.” Dat is te verklaren, zegt Boot, omdat de Nederlandse industrie onder druk staat en groene investeringen worden uitgesteld. In heel Europa worstelt de industrie met Chinese concurrentie, klimaateisen en relatief hoge energiekosten. „Begin van Rutte IV was dat geen aandachtspunt.”

In het coalitieakkoord valt de focus op de industrie op. De CO2-heffing, een Nederlandse belasting voor de industrie die stamt uit Rutte IV, is definitief geschrapt. Ook heeft de coalitie geluisterd naar kritiek vanuit de industrie op de relatief hoge, Nederlandse elektriciteitsprijzen en zorgen over hun concurrentiepositie. De partijen maken de komende jaren 200 miljoen euro, en vanaf 2028 tot 2035 jaarlijks een miljard euro vrij voor de compensatie van elektriciteitskosten voor grootverbruikers.

Daar tegenover staat dat de coalitie afspraken wil maken met de industrie over „het tempo” van verduurzamen. Ook moeten nieuwe ‘maatwerkafspraken’ worden gesloten: niet meer per bedrijf, maar direct voor een heel gebied, zoals de haven van Rotterdam. Dit soort verduurzamingsafspraken tussen het Rijk en de grootste industrie verlopen vooralsnog uiterst moeizaam. Zoutwinner Nobian, het enige succesverhaal, heeft vorige week zijn groene investeringen gepauzeerd.

Lees ook

Van groene industriepolitiek lijkt weinig over te blijven

De fabriek van Dow Chemicals in Terneuzen, gelegen aan de Westerschelde. Het  bedrijf uit de VS heeft geen afspraken kunnen maken met het kabinet over staatssteun voor vergroening. Foto Roger Dohmen/ANP

Het akkoord is duidelijk: Nederland moet geen strengere klimaatregels opleggen dan buurlanden als het wil dat de industrie hier verduurzaamt. Van beloften uit het D66-verkiezingsprogramma, zoals het stellen van „duidelijke grenzen aan vervuilende industrie” en een „einddatum voor fossiele technieken”, valt weinig terug te lezen. Op het industriebeleid drukken het CDA en de VVD hun stempel. De coalitie trekt extra geld uit, terwijl de keuzes over voor wélke industrie straks nog plek is, een D66-wens, nog niet gemaakt worden.

Geen geld voor noodfonds

„Deze coalitie legt het accent op de industrie”, zegt Boot. „Dat vind ik verstandig, want anders is die weg.” Verder reserveert de coalitie tot 2040 geld voor windparken op zee en brengt het een cruciale verduurzamingssubsidie voor energieprojecten terug. Van beide besluiten profiteert de industrie, die veel goedkope energie nodig heeft, mee.

„Maar die keuze heeft een prijs”, zegt Boot. „Dat geld wordt niet uitgegeven aan de burger.” Zo is er geen geld voor een nieuw noodfonds voor mensen die hun energielasten niet kunnen betalen, zoals D66 en CDA zich in december nog hadden voorgenomen. Ook reserveert de coalitie geen geld voor hun ambitie om warmtenetten op te kopen, terwijl warmtenetten dé manier zijn om stedelijke wijken met bijvoorbeeld flats te verduurzamen.

Aan een oplossing voor de enorm stijgende stroomkosten (door de verzwaring van het elektriciteitsnet), wat niet alleen grote bedrijven maar ook burgers raakt, waagt de coalitie zich niet. Zonder overheidsingrijpen kunnen burgers te maken krijgen met tot wel drie keer hogere stroomkosten in de komende vijftien jaar.

„Ik zie veel goede haakjes in het akkoord”, zegt Olof van der Gaag van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie. Hij is blij met het geld voor de verduurzamingssubsidies en wind op zee. „Soms missen we nog de knaken.” Tegen het einde van de kabinetsperiode zal het potje voor het verduurzamen van woningen, dat deel uitmaakt van het Klimaatfonds, bijna leeg zijn, zegt hij. „Burgers merken dat nu niet direct, maar fabrikanten maken een inschatting van hoe de markt over een paar jaar is.”

Over de industrie zegt Van der Gaag: „De coalitie handhaaft de status quo. Er worden geen duidelijke keuzes gemaakt over wat voor soort industrie we in Nederland willen.” De coalitie verkeert, nu ze geld heeft uitgetrokken voor de industrie, in een goede uitgangspositie om „strenge afspraken” vast te leggen over het verduurzamingstempo, zegt Van der Gaag. „Dan moet je het wel nog doen, natuurlijk.”

‘Afgezwakte voortzetting Rutte IV’

Het coalitieakkoord is in feite „een afgezwakte voortzetting van Rutte IV in een nieuwe, geopolitieke tijd”, zegt Boot. Nederland gaat zich richten op Europees klimaatbeleid en een gelijk speelveld, waar het CDA en de VVD al langer voor pleiten. Windparken op zee en elektrificatie van de industrie blijven, net als bij Rutte IV, de grote pijlers onder het Nederlandse klimaatbeleid. Anders dan toen, richt het klimaatbeleid van kabinet-Jetten zich meer op bedrijven dan op gewone burgers.

Voorlopig dan. De partijen hebben afgesproken om in 2027 extra, nationale plannen te maken als blijkt dat Nederland niet op koers ligt om in 2040 90 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Het lijkt onontkoombaar dat verder ingrijpen – en vooral extra geld – nodig is. Het is een stok achter de deur voor het klimaat, zoals Rob Jetten het in Rutte IV ook graag zag.

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel