Zangeres Cristina Branco: ‘Ik neem alle wereldzorgen mee naar het podium’

1 dag geleden 2

Ze haalde het weemoedige Portugese levenslied naar de polder, gaf hier haar eerste concert en bracht zelfs haar eerste plaat in Nederland uit. Fadozangeres Cristina Branco (53) ziet Nederland al lang niet meer als het buitenland. „Ik geef hier tours als nergens anders”, zegt ze, als ze op het scherm verschijnt vanuit haar huis in Lissabon. „Het is eigenlijk de plek waar ik het meeste werk.”

Eind maart keert Cristina Branco terug voor een reeks concerten in het land waar haar carrière bijna dertig jaar geleden begonnen is. Het is onderdeel van een internationale tour waarbij de zangeres zich steeds meer van haar politieke kant laat zien. Zo bracht ze eind vorig jaar een nadrukkelijk feministisch album uit, Mulheres de Abril. „Ik heb niet alleen een zangstem”, zegt ze. „Ik heb ook iets te zeggen.” 

‘Fado was iets exotisch’

Het succes van Branco kwam bijna per ongeluk. Rond de eeuwwisseling kreeg de in Amsterdam wonende impresario José Melo een demo van de zangeres in handen. Hij haalde haar naar Nederland voor een optreden in een kleine zaal in Amsterdam. De zangeres, die toen nog communicatiewetenschappen studeerde in Portugal en journalist wilde worden, zong er moderne fadomuziek en het publiek reageerde enthousiast. 

Kort daarna verscheen haar debuutalbum Live in Holland (1997). Ze vond in Nederland al een publiek, nog voordat Portugal haar echt had ontdekt. „Fado was destijds voor veel Nederlanders iets exotisch”, zegt Branco. „Het was wereldmuziek: iets nieuws, iets fris.” 

In de jaren daarna groeide de band met dat eerste nieuwsgierige publiek uit tot een duurzame relatie. Ze bracht album na album uit, waaronder het in Nederland bijzonder succesvolle O Descobridor, met vertaalde teksten van dichter J. Slauerhoff. „In het begin kwamen mensen misschien naar een fadoconcert, maar na verloop van tijd kreeg ik het gevoel dat ze niet meer alleen naar fado kwamen”, vertelt Branco. „Ze kwamen op míjn naam af.” 

Met haar zuivere stem en de muziek die een onvertaalbare melancholie uitdrukt – saudade – trad ze op voor volle zalen in onder meer het Concertgebouw. De Volkskrant schreef over ‘fado-fever’ en ‘fado-manie’. Ook in Friesland kreeg het genre voet aan de grond: zangeres Nynke Laverman bracht een plaat uit met fadonummers in het Fries: Sielesâlt.  

Cristina Branco

Foto Augusto Brazio

Poëzie en bossa nova

Haar succes buiten Portugal had ook te maken met wat Branco niet was. Ze werd wel gepresenteerd als een nieuwe fadista, maar in haar muziek zocht ze al tijdens haar eerste concerten de grenzen van het genre op. Haar muziek klonk luchtiger, met invloeden van tango, jazz en lichte popmuziek. Ook liet ze zich inspireren door Kaapverdische en Braziliaanse muziek, zoals bossa nova, en waar traditionele fado slechts een vierkwartsmaat kent, experimenteerde Branco met verschillende maatsoorten.

Ook in Portugal, waar Fado tot het nationale erfgoed behoort, belandde haar muziek daardoor in sommige platenwinkels toch bij de afdeling ‘wereldmuziek’. „Twintig jaar geleden kenden mensen me in Portugal helemaal niet”, zegt ze. „Puristen hadden niet veel op met mijn muziek. Maar inmiddels heb ik het respect van Portugal gewonnen.” 

Branco sloeg al vroeg een brug naar literatuur: ze zong teksten van dichters, maar maakte die zich volledig eigen. „Mensen lezen tegenwoordig weinig poëzie”, zegt ze over die keuze. „Terwijl het juist in deze tijd, waarin informatie kant-en-klaar wordt aangereikt, belangrijk is om te moeten nadenken over een tekst. Ik probeer poëzie naar de mensen te brengen, zonder dat ze een dichtbundel moeten kopen.” 

Een rugzak met ervaringen

Traditionele fado, het Portugese levenslied, is een emotioneel genre. Melancholie is het standaardbegrip om de weemoedige klanken uit te leggen, maar het dekt de lading niet. De zang hangt vaak op de rand van breken. Daaronder trilt de Portugese gitaar: helder, scherp, met een toon die lijkt te klagen of te schuren. In die combinatie ontstaat wat Portugezen saudade noemen: een verlangen dat niet alleen naar het verleden wijst, maar ook naar iets wat misschien nooit bestaan heeft. 

In de muziek van Branco is, mede door haar gevoelige vertolking van de gedichten en zuivere zangstem, ook die melancholie te horen. „Ik vond dat lastig, toen ik jonger was”, zegt ze. „Fado is diepe, emotionele muziek en het is een emotionele ervaring om fado te zingen. Als je jong bent, is het moeilijk om open te staan voor die emoties. Daar heb je een rugzak aan levenservaring voor nodig.”

„Ik maak me zorgen om de staat van de wereld”, zegt ze. „De democratie staat onder druk, vrouwenrechten zijn in gevaar: denk aan de loonkloof, of huiselijk geweld. Al die zorgen zijn te horen in mijn muziek. Ik neem ze mee als ik op het podium sta.” 

Een egoïstisch genre

Politieke fado is zeldzaam, gaat Branco verder. Fado ontstond in het begin van de negentiende eeuw in rokerige cafés in Lissabon en was vooral populair bij de onderste klasse van de samenleving. Volgens haar werden daar nog weleens politieke teksten gezongen, maar verdwenen die volledig tijdens de dictatuur (1926 tot 1974). De teksten werden streng gecensureerd. „Toen bleven vooral verhalen over liefde, melancholie, traditie en zeelieden over.” 

Na de revolutie keerden veel jongeren zich juist daarom van de muziek af. Fado werd gezien als fatalistisch en passief: het woord fado betekent immers ‘lot’, en veel teksten draaien om het aanvaarden van tegenslag, armoede en verdriet: een levenshouding die, voor veel jonge Portugezen, niet in lijn was met de idealen van de revolutie. 

Branco, geboren in 1972 in de Portugese stad Almeirim, hoorde bij die generatie. „Het werd een egoïstisch genre”, zegt ze. „In nummers werden verhalen over wijn, brood en traditie beschreven. Het was de beschrijving van perfectie, maar de wereld is niet perfect, en muziek moet daar ook over gaan. Pas heel veel later ontstond er sociaal geëngageerde fado.”

Een vrouw is geen decorstuk

Daarom grijpt Branco in haar recente album Mulheres de Abril terug op het repertoire van zanger en dichter José Afonso. De zanger was het symbool van de Anjerrevolutie, die in 1974 een einde maakte aan de dictatuur. Zijn lied Grândola, Vila Morena werd in 1974 zelfs het geheime startsignaal van de revolutie.

Cristina Branco koos er specifiek voor om zijn liederen over vrouwen te herinterpreteren. „Ik had al eerder muziek aan hem gewijd”, zegt ze, verwijzend naar haar album Abril, dat in 2007 uitkwam. „Maar ik vond vrouwen nog niet nadrukkelijk genoeg aanwezig in zijn werk. Ik wilde ze dit keer centraal stellen.” 

In een van de nummers op het album zingt Branco een regel die haar bijzonder dierbaar is: „Uma mulher na democracia não é biombo de sala”: een vrouw is in de democratie geen decorstuk. „Een biombo is een kamerscherm”, legt ze uit. „Iets dat in de kamer staat als versiering. Maar vrouwen horen niet alleen in de kamer te staan. Ze horen mee te spreken, mee te beslissen en volwaardig deel te nemen aan de democratie.” Het is daarmee een nadrukkelijk feministisch album geworden, zegt Branco. „Het gaat echt over de noodzaak om een feminist te zijn, of je nou man of vrouw bent.” 

Ook op haar Nederlandse tournee zal die feministische boodschap hoorbaar zijn. Branco zal vooral persoonlijke nummers spelen, uit haar album Mãe (2003). „Het kan niet anders dat een concert dat persoonlijk voor me is, ook een politiek concert wordt”, zegt ze. „Het is mijn missie: ik heb een stem gekregen, en een podium. Die moet ik gebruiken.”

Lees het hele artikel