Ze gaan niet naar het verpleeghuis: ‘We zijn 64 jaar samen. Dan ga ik hem toch niet afstaan?’

1 uur geleden 1

Nee, de meneer bij wie Linda Vermeer nu langsgaat, kan ze eigenlijk geen cliënt noemen. Voor Linda is hij ‘ome Lex’ en zijn vrouw is ‘tante Magda’. Linda (55) kent hen al sinds de basisschool hier in Rozenburg, een dorpje onder Rotterdam. Ze was vriendinnen met hun jongste dochter. Familie met Indische wortels. Lex was elektromonteur en superhandig, hij bouwde zelf de wenteltrap naar zolder en het muurtje tussen keuken en woonkamer. Nu is hij negentig en zit op de rand van het bed zwijgend te wachten op Linda’s zorg.

Met een collega samen zal ze hem zo op een verrijdbare stoel zetten en naar de badkamer wielen voor een douchebeurt. Daarna helpen ze hem naar de traplift en eenmaal beneden begeleiden ze hem via zijn looprek naar zijn trippelstoel. Daarmee schuifelt hij naar de eettafel. Zijn medicijnen – bloedverdunner, anti-zweetpil, maagbeschermer – liggen klaar naast zijn boterham met hagelslag, voorgesneden door Magda. Zij somt Lex’ ziektegeschiedenis op: eerst een hartritmestoornis, daarbovenop twee TIA’s en daarna had hij een rollator nodig. In 2024 kreeg hij een herseninfarct. Lopen gaat sindsdien nauwelijks nog, spreken evenmin: hem verstaan vergt een geoefend oor.

De 90-jarige Lex wordt tijdens een maaltijd geholpen door zijn vrouw Magda (links) en thuiszorgmedewerkerLinda Vermeer (rechts).

Linda Vermeer met de 85-jarige Magda.

Foto Hedayatullah Amid

Lex begint aan zijn brood. „Zullen we gelijk je borreltje nemen?” zegt Magda. Ze reikt hem een mini-maatbekertje aan. Er zit een doorzichtige vloeistof in. Geen alcohol. Lactulose. Laxeermiddel.

Voor ouderen is het steeds moeilijker om in aanmerking te komen voor een verpleeghuis. Je moet, cru gezegd, ‘slecht genoeg’ zijn. Zo niet, dan is thuiswonen het credo want verpleeghuiszorg is duur en er is weinig personeel. Lex komt, desgewenst, wél in aanmerking voor een verpleeghuis. Maar hij wil niet. Magda moet er ook niet aan denken. „Ik wil hem thuis hebben”, zegt ze. „We zijn 64 jaar samen en dan zou ik hem moeten afstaan?”

De route voert, met uitzondering van Lex, louter langs vrouwen. De jongste is 79 en de oudste is de tel kwijt

Linda Vermeer – beroep: verzorgende – bezoekt dag na dag louter mensen die nog thuiswonen, al zouden de meesten van hen net als Lex probleemloos voor het verpleeghuis in aanmerking komen. Samen met collega’s levert ze thuis de hulp die deze mensen ook binnen de verpleeghuismuren zouden krijgen. NRC liep een ochtend mee. Wat voor hulp wordt verleend en hoe zijn de ouderen eraan toe?

De route voert, met uitzondering van Lex, louter langs vrouwen. De jongste is 79 en de oudste is de tel kwijt. De meeste vrouwen zijn weduwe en wonen alleen, allen te Rozenburg. De namen van de cliënten en hun partners zijn bekend bij de redactie. Hun achternamen noemt NRC niet in verband met hun veiligheid: het zou de slagingskans kunnen vergroten van eventuele nepagenten en andere babbelaars in dit dorp van 12.500 inwoners.

Wegbezuinigd

„Eerst even roken”, zegt Linda met Rotterdams aandoende tongval en ze loopt het steegje in achter het kantoor van haar werkgever, zorginstelling Careyn. Het kantoor huist in het gezondheidscentrum van Rozenburg waar ook de huisarts zetelt, de fysio, de apotheek en het dorpshuis dat ouderen dagbesteding biedt en een warme maaltijd tussen de middag. In een vorig leven deed dit gebouw dienst als verzorgingshuis voor ouderen, maar zoals overal in Nederland zijn dat soort bejaardenhuizen zo’n tien jaar geleden wegbezuinigd. Er wonen nog wel ouderen hier, maar dan in zelfstandige appartementen. Zoals Ria, de enige zeventiger op de route (79).

Met een vrolijk „goedemorgen!” stapt Linda het appartement binnen. Ria schuifelt wat rond. Een collega, Carla Rosinga (66), is al aanwezig. Ze haalt de was van het rek in het voorraadkamertje met op de planken zestien pakken incontinentiemateriaal. Linda ziet dat Ria’s medicijndispenser leeg is. Uit dat elektronisch apparaat op haar nachtkastje rollen in een vastgelegd ritme precies de medicijnen die Ria nodig heeft. Bètablokker, plaspil, bloeddrukverlager, foliumzuur. „Is uw medicijnrol niet geleverd?” vraagt Linda. „Weet ik niet hoor”, zegt Ria. Linda informeert beneden bij de inpandige apotheek: ja hoor, daar ligt Ria’s medicijnenzakje. „Ze deed kennelijk niet open toen ze werden bezorgd”, zegt Linda. Terug in het appartement heeft Ria zich geïnstalleerd op haar leunstoel, voeten op de poef. Het is bijna half negen – heeft ze al ontbeten? „Ik was aan een ijsje bezig”, antwoordt ze. „Een cornetto.” Carla blijft, Linda vertrekt.

Thuiszorgmedewerker Lillian van Sprang praat met Lex in Rozenburg.

Foto Hedayatullah Amid

Op de fiets, de wijk in. Wies woont in een rijtjeshuis. Kort grijs haar, klittenbandschoenen, Nederlands Dagblad op tafel. „Ben ik nou 96?” zegt ze. Linda kijkt het na: „97.” „Weljá”, zegt Wies. „Sjongejonge. Wat een leeftijd zeg.” Ze is laatst gevallen, waar en wanneer precies weet ze niet meer. Ze plukt aan een loshangend verband om haar onderarm. „Het zit niet goed.” Linda doet plastic handschoenen aan. „U was met de ambulance opgehaald hè”, zegt ze. Wies knikt licht. De nog helende wond beslaat een derde van haar onderarm. „Er moet nog wel iets op want als u het stoot is het zo kapot”, zegt Linda. Ze plakt er een stevig, absorberend verband op. „Zit het goed zo, denkt u?” „Prima.”

Linda kijkt Wies aan. „We moeten nog één ding doen hè?” „Wat dan?” „Wat moeten we altijd ’s morgens doen?” „O”, zegt Wies, „oefeningen.” En een minuut later staan de vrouwen zij aan zij in het keukentje, buik tegen het aanrecht, handen plat op het aanrechtblad. Vijf keer knie heffen links, vijf keer rechts, tien keer op de tenen. „Zo”, zegt Linda, „nu even uitrusten.” „Hoeft niet hoor”, zegt Wies en hop, nog tien keer op die tenen. Ja, ze wil thuis blijven wonen, zegt ze terug in haar stoel. „Zou iedereen wel willen denk ik.” Er komt genoeg visite: kinderen, kennissen, vrienden, mensen van de kerk. Ze kookt af en toe zelf, doet wat boodschappen, de winkel is niet ver. Verhuizing naar het verpleeghuis? „Nog niet over nagedacht.”

Lees ook

In dit verzorgingstehuis voelen Franse ouderen zich wél thuis: ‘je mag hier blijven wie je bent’

Bewoners van het tehuis samen met de directeur en een medewerker.

Zware lichamelijke aandoeningen

Ongeveer 120.000 ouderen wonen in het verpleeghuis. De zorg die zij daar ontvangen wordt gefinancierd via de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Een groeiende groep ouderen krijgt die langdurige zorg thuis. Eind 2025 ging het om 77.000 mensen. Begin 2023 waren dat er nog tienduizend minder: sinds dat jaar kunnen mensen met een nét minder zware hulpvraag niet meer in het verpleeghuis terecht. En bovendien wíllen verreweg de meeste ouderen dat ook niet. Zeker, ze hebben lichamelijke gebreken of zijn vergeetachtig, maar blijven liever in hun vertrouwde omgeving. Dat geldt ook in toenemende mate voor ouderen wier hulpvraag wél zwaar genoeg is. Die categorie vormt de overgrote meerderheid van Linda’s cliënten. Mensen met zware lichamelijke aandoeningen maar vooral: mensen met gevorderde dementie.

Lex, 90, gebruikt een traplift.

Foto Hedayatullah Amid

De intensieve hulp die zij nodig hebben, ontvangen zij via een regeling genaamd ‘volledig pakket thuis’. Van wondverzorging tot huisschoonmaak, hulp bij het douchen tot vervoer naar de dagbesteding. Of simpelweg het houden van gezelschap zodat de partner een ommetje kan maken. De zorg wordt gefinancierd vanuit de Wet Langdurige Zorg maar mensen betalen wel een eigen bijdrage, afhankelijk van inkomen, vermogen en huishoudsamenstelling. Minimaal 212,60 euro per maand, maximaal 1.115,80.

Als mensen in de kleine uurtjes vier keer achter elkaar de deur uitlopen en hun partner ze niet meer in bed krijgt, ja, dan zit daar het omslagpunt

Linda belt aan bij Afke (84), weduwe met blauwgrijze ogen. Weduwe sinds wanneer? „Al sla je me dood.” Ze lepelde net haar bakje yoghurt leeg en brengt het naar de keuken. Langzaam. „Oe-oe-oe”, zegt ze, „ik loop zo rot.” Vijf minuten later: „Mijn benen zijn goed.” Trap naar zolder? Geen probleem. „Medicatie ingenomen in mijn bijzijn”, rapporteert Linda op haar telefoon.

Op naar Lex en Magda, Linda’s oude bekenden. Een collega van Linda is al binnen, Lillian van Sprang (26). Samen zetten ze Lex onder de douche. Lillian is geen verzorgende, zoals Linda, maar een ‘leefondersteuner’, een functie die werkgever Careyn begin 2024 in het leven riep na twee jaar ervaring met verpleeghuiszorg thuis. Want waarom zouden zorgprofessionals als Linda eigenlijk de boterhammen van cliënten moeten smeren en de was moeten opvouwen? Nogal duur en bovendien onhandig, gezien het personeelstekort in de zorg. „Per dag is eigenlijk zo’n twee uur verpleging en verzorging nodig”, zegt bestuurder van Careyn Chantal Beks (52). „De rest van de tijd gaat over welzijn, gezelschap houden, aandacht, schoonmaak.”

Hedayatullah Amid, Foto Hedayatullah Amid

Careyn werft sinds twee jaar mensen uit tal van sectoren: Lillian werkte als huishoudelijke hulp in de zorg, anderen als kapper, schoonheidsspecialist, medewerker van de Hema, Rituals, filiaalmanager van Zeeman. „Vaak komen ze voor de zingeving, om iets te betekenen voor de ander”, aldus Beks. In Linda’s team zitten twee verzorgenden en zes leefondersteuners. De coördinatie is in handen van Ilona Rooimans (46). Behoeft een cliënt zwaardere verpleegkundige hulp – een mannenkatheter moet gewisseld, een wond wil niet helen – dan schakelt zij een wijkverpleegkundige in. Ook een specialist ouderengeneeskunde en huisarts zijn bij het team betrokken.

Acute meldingen

Wanneer is het alsnog nodig om te verhuizen naar het verpleeghuis? „Als mensen een gevaar worden voor zichzelf of voor anderen. Of als het voor de mantelzorgers niet meer te doen is”, zegt Linda. Vaak gaat het ’s nachts mis, als mensen gaan dwalen. Er staat een nachtteam paraat voor acute meldingen. „We zijn 24 uur nabij”, zegt Chantal Beks. „Maar als mensen in de kleine uurtjes vier keer achter elkaar de deur uitlopen en hun partner hen niet meer in bed krijgt, ja, dan zit daar het omslagpunt.” Linda maakte het recent mee. Meneer had dementie, z’n vrouw kon het niet meer aan. Ook was er een vrouw die telkens ’s nachts naar de supermarkt liep.

Half twaalf in de ochtend, Linda belt aan bij Miep (82), de laatste cliënt op de route. Haar man (84) doet open, Miep ligt op bed. Nu komt ze eruit. Linda komt voor het geven van de bloedverdunner maar Miep heeft het liever over de nieuwe wasmachine. „Mooi hè?” In haar japon gaat ze zitten aan het keukentafeltje tegenover haar man. Ze vertelt dat ze niet meer naar de dagbesteding gaat. Ze ging een paar keer maar haalde er de wc niet op tijd. „Hij was ver en dan was-ie bezet.” Miep kreeg de diagnose dementie, vertelt haar man. Lewy body. Helemaal zeker is het niet, de dokters zijn niet eenduidig.

Kort na de diagnose bezochten Miep en hij een verpleeghuis. Maar van hem hoeft het niet. „We zijn 58 jaar getrouwd, we wonen samen.” Miep wil ook niet. „En weet je waarom?” Ze laat een stilte vallen en zegt: „Allemaal gekke mensen daar.”

Thuiszorgmedewerker Linda Vermeer neemt afscheid van Lex en Magda, 85, na afloop van haar werk.

Foto Hedayatullah Amid

Lees ook

Ouderen niet enthousiast over verhuizen naar een verzorgingshuis: wonen veel liever zelfstandig

Het Koningin Emmahuis in Leerdam, gebouwd in 1972. Met bewoners op het terras. Foto ANP
Lees het hele artikel