Jordan Stolz zit op de hometrainer. Hij kijkt op zijn telefoon en maakt geintjes met andere schaatsers in het krachthonk van het Pettit National Ice Center, de ijsbaan in Milwaukee. Zijn coach Bob Corby (75) is er ook, hij zit op een stoel naast de massagetafel.
„Ik was vanochtend bij de bouwmarkt”, zegt Corby. „Grond halen voor in mijn tuin. Heb tien zakken van 40 kilo naar mijn auto gesjouwd en thuis uitgeladen.” Hij gniffelt. „En toen ik dat állemaal had gedaan, bedacht ik me: ik had ook gewoon een steekkarretje kunnen pakken.”
Stolz kijkt op van zijn telefoon. „Had je pijn?”
„Nee”, zegt Corby.
„Dan heb je niet hard genoeg je best gedaan.”
Ze lachen allebei, maar het is duidelijk: Stolz méént het – in ieder geval deels. In zijn wereld draait alles om afzien, het maximale eruit halen, méér doen dan de rest. Naar buiten toe is hij rustig en beleefd, vanbinnen brandt de ambitie.
Jordan Stolz (21) is de beste schaatser ter wereld. In de afgelopen seizoenen groeide hij uit tot een fenomeen, door de Nederlandse concurrentie gadegeslagen met een combinatie van nervositeit en gelatenheid. Hij won 31 wereldbekerwedstrijden, werd wereldkampioen allround en op drie individuele afstanden – tot twee keer toe. Het wereldrecord op de 1.000 meter staat op zijn naam; in december vestigde hij binnen tien dagen zes baanrecords. Zijn versnellingen op het ijs zijn ongekend, de kracht waarmee hij de bochten door knalt doet schaatsliefhebbers versteld staan.
Het enige wat nog ontbreekt is een olympische medaille. Maar daar komt, tenzij de voortekenen bedriegen, vanaf deze week verandering in. Hij geldt in Milaan als de grote favoriet voor goud op de 500, 1.000 en 1.500 meter én de massastart. Hij kan de eerste Amerikaanse schaatser worden sinds Eric Heiden die olympisch kampioen wordt op meer dan twee afstanden. Zijn legendarische landgenoot – vijf keer goud in 1980 – noemde Stolz al „een reïncarnatie van mij”.
1Het gezin
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/21164549/SPO_2025320932_2.jpg)
De familie Stolz bij de vijver op hun land, waar Jordan en zijn zus leerden schaatsen.
Foto Yvette Marie DostatniOp het perceel van de familie Stolz, nabij het dorpje Kewaskum in de golvende maisvelden van Wisconsin, ligt een grote vijver. Een beetje verstopt achter bomen en struiken, langs de oprit naar hun huis boven op de heuvel. Op deze zonnige nazomerdag in oktober kabbelt het water rustig, maar ’s winters is de vijver dichtgevroren en bedekt met een dikke laag sneeuw.
Hier leerde Jordan Stolz schaatsen. Hij was vijf jaar oud. Met zijn ouders en zijn oudere zus Hannah keek hij op televisie naar de Olympische Spelen in Vancouver, waar ze de Amerikaanse shorttracker Apolo Ohno drie medailles zagen winnen. Dat wilden broer en zus ook, zo hard over het ijs gaan. Hun vader Dirk, in het dagelijks leven politieagent, veegde een baantje schoon op de vijver – en hup, daar gingen Jordan en Hannah.
Al gauw, vertelt zijn moeder Jane bij de deur van het huis, deed Jordan niets anders dan rondjes schaatsen – ook na het eten, wanneer het donker was. „Dat ging prima, in het maanlicht en met de sneeuw. Soms bleef hij daar zo lang dat ik ging kijken waar hij bleef.” In het begin kregen Jordan en Hannah zwemvestjes aan, voor als ze door het ijs zouden zakken. Later installeerde Dirk schijnwerpers rond de vijver.
Voor schaatsen had Jordan talent, dat was snel duidelijk. Bij de Badger Speed Skating Club in Milwaukee, op 45 minuten rijden van Kewaskum, mocht hij meetrainen met oudere kinderen. Al snel begon hij met wedstrijden rijden door het hele land. „Ik kan me niet één race herinneren die hij verloor”, zegt Jeff Brand, de voormalig voorzitter van de Badgers.
Stolz werd nationaal jeugdkampioen op zijn negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende. „De enige keer dat hij niet won, had hij oorontsteking”, zegt zijn moeder. „Toen werd-ie tweede.”
Jordan kwam altijd naar de training, zoog de aanwijzingen op en klaagde nooit. Thuis werkte hij aan zijn conditie in het trappenhuis: vanuit de kelder via de begane grond naar de overloop en weer terug. In de zomer reed hij eindeloos rondjes op zijn rollerblades over de betonnen platen op het erf. En zodra de vijver was dichtgevroren: naar het ijs.
Toen Stolz negen was, zegt Jeff Brand, wilde hij per se meedoen aan de nieuwjaarstraditie van de club: honderd rondjes schaatsen, gelijk aan veertig kilometer. „Ik zei: Jordan, je bent negen, daar ben je veel te jong voor. Maar na veertig rondjes was hij er nog steeds. Na zestig rondjes ook.” Uiteindelijk haalde Stolz de 76. „En hij dubbelde het peloton ook nog eens.”
Tegen die tijd draaide het leven van de familie Stolz volledig om het schaatsen. Jordan en Hannah gingen van school af en kregen thuisonderwijs van hun moeder, zodat ze vijf dagen per week konden trainen. Dirk, geboren in Duitsland en op zijn negende naar de VS geëmigreerd, werkte als third-shift sheriff (in de nachtdienst), zodat hij de kinderen naar de ijsbaan in Milwaukee kon brengen. Alleen hun jaarlijkse jachttrip naar Alaska – zalm vangen, reeën schieten – was heilig voor Jane en Dirk: dan werden de kinderen gebracht en gehaald door de dominee van hun kerk.
Jordan werd nationaal jeugdkampioen op zijn negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende. „De enige keer dat hij niet won, had hij oorontsteking”, zegt Jane Stolz. „Toen werd-ie tweede.”
Op zijn zestiende won hij zijn eerste nationale wedstrijd bij de senioren, op zijn zeventiende kwalificeerde hij zich voor de Winterspelen in Beijing, waar hij geen medailles won. Maar kort daarna begon hij aan de reeks zeges, records en kampioenschappen die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Stolz woont nog steeds thuis. Zijn moeder bereidt al zijn eten, vertelt ze op het erf met uitzicht op het moeras waar Jordan en Hannah vroeger wormen en kikkers vingen. Bij het ontbijt krijgt hij havermout („houdt-ie eigenlijk niet van”), eieren, avocado’s en kaas. Voor de lunch: rijst en pasta. Tussendoor: smoothies met rauwe eieren, spinazie en courgettes („als er maar veel calorieën in zitten”). En als avondeten: opnieuw rijst en pasta, met ‘eland-taco’s’ of gegrilde zalm. „We hebben vriezers vol met hert, eland, zalm en heilbot. Uit Alaska.”
Van vroeg opstaan houdt Stolz niet. Op trainingsdagen is hij zelden voor tien uur zijn bed uit – een erfenis uit de jaren thuisonderwijs, toen Jane de kinderen liet uitslapen zodat ze hun vader niet wakker maakten na diens nachtdienst. In de herfst en winter stapt hij ’s middags klokslag kwart voor drie in de auto naar Milwaukee, om te gaan trainen op het ijs.
In het voorjaar en de zomer doet hij lange wielertrainingen in de heuvels rond Kewaskum en traint hij thuis met gewichten. In de kelder, dezelfde plek waar Hannah (23) – die op haar zestiende stopte met schaatsen en inmiddels is uitgegroeid tot een van de beste taxidermisten van de Verenigde Staten – aan haar opgezette vogels zit te werken. Een blauwe halsbandparkiet die overdag vrij rondvliegt in huis vindt het leuk om haar broer aan te vallen wanneer hij onder de halters ligt, vertelt ze. „Dan weet-ie dat Jordan niets terug kan doen.”
2De coach
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/21165111/SPO_2025320932_3.jpg)
Bob Corby en Jordan Stolz, tijdens een training bij het Pettit National Ice Center. Corby is sinds 2018 de coach van Stolz.
Foto Yvette Marie DostatniEén ding valt meteen op als je het Pettit National Ice Center in Milwaukee binnenstapt: het is er ontzettend koud. De ijsbaan – aangelegd in 1976, sinds 1992 overdekt – was decennia lang de enige plek in de VS waar je als langebaanschaatser terecht kon. Geen wonder dat vrijwel alle grote Amerikaanse schaatskampioenen afkomstig zijn uit Wisconsin: Eric Heiden, Bonnie Blair, Dan Jansen, Shani Davis. En Jordan Stolz.
In het krachthonk, waar het een stuk warmer is dan op de ijsbaan, leunt Bob Corby tegen de massagetafel. De coach van Stolz draagt sneakers en een bodywarmer. Hij is klein, vriendelijk en levendig – en had qua leeftijd Stolz’ opa kunnen zijn.
Toen Corby in 2018 begon als coach van Stolz, had hij dertig jaar niet meer in het schaatsen gewerkt. In de eerste helft van de jaren tachtig was hij coach van de Amerikaanse nationale ploeg. Veel succes had hij daarmee niet: op de Olympische Winterspelen van 1984 in Sarajevo – Eric Heiden was toen al gestopt – behaalde Amerika onder Corby’s leiding vier vierde plaatsen. Daarna wijdde hij zich aan een carrière als fysiotherapeut, met vier praktijken in Milwaukee en omstreken. Nadat zijn vrouw op jonge leeftijd was overleden, voedde hij in zijn eentje twee tienerzoons op. Tijd om te werken in het schaatsen had hij in die jaren niet, al bleef hij de sport wel op de voet volgen.
Acht jaar geleden verkocht Corby zijn praktijken: hij liep tegen de zeventig, tijd om met pensioen te gaan. En toen belde Jordan Stolz, veertien jaar oud. Of Corby hem onder zijn hoede wilde nemen.
Stolz komt het krachthonk binnengelopen. Het is half vier, tijd voor de warming-up. Hij neemt plaats op een hometrainer, trekt z’n donsjack uit en hangt hem aan het stuur. Al snel gaat het gesprek met zijn trainingsmaatjes over van alles en nog wat. Over de wereldbekerwedstrijden in Milwaukee bijvoorbeeld, begin 2025, waar het eten zo slecht was dat Stolz drie dagen lang alleen rijst met chipotle at. „En donuts!” zegt zijn trainingsmaatje Max Weber. Of over Kjeld Nuis, Stolz’ grote Nederlandse rivaal op de 1.500 meter, die volgens hem vóór wedstrijden zit te vissen naar zijn voorbereiding. Grijnzend: „Ik hou me altijd op de vlakte, dan merk ik dat-ie zenuwachtig wordt.”
Een ontspannen sfeer, dat is wat de trainingen in het Pettit (spreek uit: ‘peddie’) kenmerkt. Het clubje rond Stolz en Corby is klein: drie rijders, twee mannen en een vrouw. De Amerikaanse selectie traint tweeduizend kilometer verderop in Salt Lake City, op de andere overdekte schaatsbaan van de VS: ’s werelds snelste baan, dankzij de ligging op 1.300 meter hoogte. Ondanks herhaaldelijke verzoeken – „ze smeken al sinds z’n veertiende”, zegt Jane – is verhuizen naar Utah voor Stolz nooit een optie geweest. Hij wil bij zijn familie blijven en, belangrijker nog, op hoogte trainen bevalt hem niet. „Dan heb ik het gevoel dat ik minder snel herstel. Dat is fysiek niet goed.”
Tussen hun driehonderd-meter-sprints door hangen de schaatsers op de kussens langs de baan. Ze eten zure matjes uit een zakje of maken een praatje met een recreant. Anders dan in Thialf is het ijs in Milwaukee nooit exclusief gereserveerd voor topsporters: Stolz en zijn teamgenoten trainen gewoon tussen de hobbyisten en kinderklasjes. Een jochie van een jaar of tien geeft Stolz een highfive. Bob Corby staat langs het ijs, een stopwatch in de hand.
Corby’s trainingsprogramma’s, zegt hij zelf, zijn de vrucht van het olympische debacle van 1984. Jaren is hij bezig geweest zijn schema’s uit die tijd te bestuderen: wat had hij anders moeten doen om zijn schaatsers in Sarajevo wél een medaille te laten winnen? „Uiteindelijk gingen er drie of vier work-outs het raam uit, ik kwam uit op wat écht belangrijk is. En daar profiteert Jordan nu van, veertig jaar later.”
Hij laat Stolz veel gewichtheffen, aan elastieken hangen en squats doen. In de zomer gaan ze samen naar een skiheuvel buiten Kewaskum, waar hij Stolz twaalf minuten lang onafgebroken omhoog en omlaag laat rennen – soms aan elastieken of met oude autobanden gevuld met zand. De fietstrainingen uit Corby’s schema’s kunnen wel vier of vijf uur duren – ongebruikelijk lang voor een schaatser die is gespecialiseerd in korte afstanden. „Maar ik geloof dat het Jordan helpt in het tweede deel van zijn rit.”
Wat ook opvalt tijdens de trainingen op het ijs in Milwaukee: er komt, anders dan bij de Nederlandse schaatsploegen, weinig technologie aan te pas. Corby heeft een stopwatch, een zwart notitieboekje waarin hij rondetijden noteert en een iPad waarmee hij soms wat opnames maakt. Af en toe neemt hij een lactaatmeting af bij Stolz en de andere schaatsers, middels een prikje in hun oorlel. Aan spreadsheets doet hij niet: „Daar ben ik te oud voor.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/21165146/SPO_2025320932_4.jpg)
Coach Corby heeft een zwart notitieboekje waarin hij rondetijden noteert.
Foto Yvette Marie DostatniStolz zelf traint met een hartslagsensor en – op de fiets – een vermogensmeter. Een transponder om zijn snelheid op het ijs te meten? Heeft hij niet. Een smartwatch met data over z’n slaap en exacte calorieverbruik? Evenmin. „Ik ga vooral op mijn gevoel af. Dat is minder wetenschappelijk dan bij de Nederlandse schaatsploegen, maar ik heb het gewoon niet nodig op dit moment.”
Old school, zo zou je de werkwijze van Corby en Stolz kunnen omschrijven, maar dat vinden ze niet erg. Het werkt. De vele duurtrainingen, de zware gewichten, de zandzakken, de single-leg squats – ze hebben Stolz zo sterk en snel gemaakt dat hij praktisch onverslaanbaar is. En, zegt Corby, Stolz doet al die trainingsarbeid ook nog met alle plezier – hij moet zelfs worden afgeremd. „Hij vraagt vaak of-ie méér mag doen. ‘Wat dacht je van 190 kilo?’ Nee, zeg ik dan. ‘150 misschien?’ Nee! 100 kilo, punt!’”
De zware trainingen kunnen ook weleens verkeerd uitpakken. Zoals in februari vorig jaar. Halverwege het seizoen werd Stolz ziek: ontsteking aan zijn keel, longen en holtes. Ze besloten toch naar de wereldbekerwedstrijden in Polen af te reizen, waar Stolz gewoon drie afstanden won. „Maar na afloop heb ik hem te veel gewichten laten heffen”, zegt Corby. „150 kilo in plaats van 80. Dat was een fout van mij. Zijn benen raakten overbelast.”
In de weken daarna stond Stolz slechts twee keer op het ijs, zegt Corby, „en dat was drie keer twee rondjes”. De WK afstanden in Hamar, waar hij zijn wereldtitels op de 500, 1.000 en 1.500 meter wilde prolongeren, liepen uit op een flop: twee keer brons, een keer zilver. „Maar het was ook een goede les voor hem”, zegt Corby. „Je kunt niet altijd winnen, er kunnen onverwachte dingen gebeuren.”
In het krachthonk van het Pettit wordt verder gegeind. Max Weber begint over Joep Wennemars – de Nederlandse schaatser die Stolz in Hamar versloeg op de 1.000 meter. „Joep gaat van je winnen op de Olympische Spelen, Jordan!” zegt hij pesterig. „Hij heft meer gewichten dan jij.” Tegen de verslaggever: „Jordan droomt ’s nachts van Joep.” Stolz, semi-lijdzaam: „That’s my life.”
Na al die jaren verbaast Corby zich nog steeds wel eens over Stolz’ competitiedrang. Zoals vorig jaar, tijdens die ongelukkige WK afstanden in Hamar. Na het zilver op de 1.500 meter kwam Stolz naast hem zitten op het middenterrein. „Ik zag dat hij die medaille steeds verder richting de rand van het bankje schoof”, vertelt Corby. „Ik vroeg: ‘Wil je dat ding zo ver mogelijk van je af hebben?'”
Zeker, zegt Stolz op de hometrainer in Milwaukee. „Ik zei tegen Corby: ‘Weet je, ik bind die medailles aan de achterkant van m’n racefiets. Dan klingelen ze vrolijk en word ik er tijdens iedere training aan herinnerd.'” Van dat plan, zegt Stolz grinnikend, kwam niets terecht: eenmaal thuis kon hij de zilveren en bronzen medailles niet meer vinden. „Nog steeds niet trouwens.” En z’n gouden? „Die wel.”
3Het geld
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/21165213/SPO_2025320932_5.jpg)
Het clubje rond Stolz en Corby is klein: drie rijders, twee mannen en een vrouw. De Amerikaanse selectie traint tweeduizend kilometer verderop in Salt Lake City.
Foto Yvette Marie DostatniJordan Stolz? Emily Harycki van kapsalon Le Pompadour in Kewaskum moet heel diep nadenken. „Nog nooit van gehoord. Hoewel, het kan zijn dat ik hem weleens in de lokale krant heb gezien.” Barb, een gepensioneerde vrouw die een eindje verderop uit de lokale wasserette komt gelopen: „Stolz? Was zijn vader niet ooit directeur van de lutherse basisschool hier?” Pas bij de balie van het postkantoor is het raak. „Ik ken hem, dat is de schaatser”, zegt Emmy. „Maar goed, ik werk hier al twintig jaar.”
Langebaanschaatsen is in de Verenigde Staten een marginale sport. Het grote publiek krijgt er eens in de vier jaar iets van mee, tijdens de Olympische Spelen. „In de VS moet je goud winnen op de Spelen om op straat herkend te worden”, zegt Paul Golomski, de directeur van het Pettit National Ice Center. Zijn ijsbaan heeft ieder jaar moeite om de begroting sluitend te krijgen. Dat is ook de reden dat het er zo koud is, vertelt hij: een ijshal verwarmen is duur.
Veel geld heeft Jordan Stolz tot nu toe niet verdiend. Tot vorig jaar had ’s werelds beste schaatser slechts één sponsor: de Nederlandse schaatsploeg AH Zaanlander, waarmee hij verder geen sportieve samenwerking heeft. Wereldbekerwedstrijden rijden is voor hem, anders dan voor Nederlandse schaatsers, een financiële noodzaak – ook als het sportief even niet uitkomt. Het prijzengeld (1.500 euro per zege, 16.000 euro voor plek één in het eindklassement) kan hij simpelweg niet missen. Pas sinds dit seizoen heeft hij een zaakwaarnemer – iets wat hij helemaal niet vreemd lijkt te vinden: „Dat is toch alleen nodig in olympische jaren?”
Hoe krap zijn budget is, zie je ook op de ijsbaan in Milwaukee. Stolz traint in een oud, versleten pak van AH Zaanlander. Zijn bidon, met Friese hartjes, kocht Bob Corby voor hem in de winkel van Thialf. Tijdens het gewichtheffen delen Stolz en zijn ploeggenoten één halterriem, die ze aan elkaar doorgeven. „Tja”, zegt Corby, „ik zou er eigenlijk eens een paar extra moeten aanschaffen.”
Met de Spelen in aantocht hebben zich voor het eerst Amerikaanse sponsoren gemeld: Hershey’s, een chocoladefabrikant, en dierenvoedinggigant Nulo, waarvoor Stolz een reclamespotje opnam met zijn kat Mitzi. Maar nog steeds is hij afhankelijk van weldoeners. Hij krijgt financiële steun van David Vogel, een succesvolle investeerder en amateurschaatser uit Florida. En van Patricia Stark, de echtgenote van een steenrijke industrieel uit Milwaukee. Naast het huis in Kewaskum verrijst op haar kosten een nieuwe schuur, waar Stolz straks zijn work-outs kan doen – en verlost zal zijn van zijn zusters agressieve halsbandparkiet.
4God
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/21165559/SPO_2025320932_6.jpg)
Stolz traint in een oud, versleten pak van AH Zaanlander.
Foto Yvette Marie DostatniHeeft Jordan Stolz weleens last van zenuwen? Niet vaak, zegt zijn coach Bob Corby. Het enige wat hij kan bedenken: bij de start wil Stolz pertinent niet vooruit kijken. „Hij heeft zijn hoofd altijd naar beneden, richting het ijs. Hij zegt: ‘De baan in kijken, daar word ik heel nerveus van.’ Prima, zeg ik, dan kijk je naar het ijs. Je maakt toch geen fouten.”
Het lijkt erop dat Stolz immuun is voor stress en zorgen. Op wedstrijddagen maakt hij als enige grapjes aan het ontbijt, vertellen zijn teamgenoten. Hij kan overal en altijd een dutje doen, zelfs nog vlak voor een wedstrijd. In interviews is hij rustig en beheerst, op het laconieke af.
Vertrouwen in een goede afloop is een familietrek, zegt Jane Stolz, en het komt in belangrijke mate door hun onwrikbare geloof. „Alles is in Gods handen, we hebben er geen enkele invloed op.” Het gezin is born again christian, een evangelische stroming die de persoonlijke band met Jezus Christus centraal stelt. Ze gaan ter kerke in de Bible Baptist Church in West Bend, tien kilometer van Kewaskum. Toen hij jonger was, bezocht Jordan er de kinderkerk en de wekelijkse gebedsavonden. Als hij thuis is, zegt hij, gaat hij nog iedere zondag mee. Op buitenlandse reizen doet hij een bijbel in zijn koffer. Hij bidt op gezette tijden – maar nooit voor een race. Dat is niet nodig, vindt hij.
Jane en Dirk reizen hun zoon voor alle grote wedstrijden achterna. Jane filmt, Dirk kijkt. Soms gaat Hannah ook mee. Alleen de Olympische Spelen in Beijing hebben ze gemist – daar mocht, vanwege de strenge covidmaatregelen, zelfs geen naaste familie aanwezig zijn.
In Beijing had Stolz het zwaar. Zijn dagen bracht hij grotendeels alleen door op zijn kamer in het olympisch dorp. Hij had voortdurend honger, want het Chinese eten bevatte niet genoeg koolhydraten en eiwitten. De 150 pakketjes vacuümverpakte zalm, tonijn en kip die Jane voor hem had gekocht, mocht hij niet meenemen. Hij werd dertiende op de 500 meter en veertiende op de 1.000 meter – een flinke teleurstelling. Dat hij pas zeventien jaar oud was, vond hij geen verzachtende omstandigheid.
In Milaan zullen de omstandigheden anders zijn. Corby langs de baan, zijn ouders op de tribune. Het Amerikaanse publiek, wakker geworden uit zijn vier jaar durende olympische winterslaap, zal de televisie aan hebben staan. Natuurlijk voelt hij druk, zegt Jordan Stolz terwijl hij zijn jas van de hometrainer pakt en het krachthonk uitloopt. „Maar als ik eenmaal aan de start sta, zal het een rit zijn zoals alle andere.”
Een rit zoals alle andere – precies de woorden die Bob Corby al maandenlang gebruikt in de nabijheid van Stolz. „Er klinkt een startschot en wie als eerste over de streep gaat, die wint. Dat heeft hij al duizenden keren gedaan.”
De journalistieke principes van NRC


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/06141220/080226BUI_2031289391_Seguro.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08202856/080226_2031422799_Eitrem03.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/06154407/060226SPO_2031285964_1.jpg)


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2019/10/youp5bij3.png)

English (US) ·