Wat zeg je tegen Jenning de Boo? Na een 500 meter die hij in 33,88 reed, op gelegenheidsijs in een congreshal in Milaan, dat tot vlak voor de Spelen als ‘langzaam’ werd ingeschat. Een tijd die hij nooit eerder op een laaglandbaan reed, een tiende sneller nog dan eind vorig jaar in Thialf, toen al zo’n onvoorstelbare prestatie. Na een race waarin hij eigenlijk geen fout maakte, niet viel, geen slag miste – waarin hij in topvorm was. Maar ook een race die plaatsvond in een universum waarin Jordan Stolz schaatst. Die 33,77 reed, de zesde tijd ooit, en er met je goud vandoor gaat. Wat zeg je dan?
Dan stel je hem de vraag of hij het ergens heeft laten liggen. En dan zegt De Boo na afloop tegen journalisten: misschien de opening, de eerste honderd meter. 9,62, dat kon inderdaad een tiende sneller. Die laatste binnenbocht dan, die hij met ruim 60 kilometer per uur aanvloog en waarna hij íéts uitwaaierde – een bocht die hij met zijn shorttrackverleden altijd zo feilloos aansnijdt. Nee, die zou hij precies weer zo hebben gedaan. Dus veel verder dan: tja, jammer, chapeau voor Stolz kom je niet. En moest De Boo maar snel genieten van het zilver, zijn tweede van zijn winterspelendebuut, de eerste Nederlandse medaille voor een man op de 500 meter sinds Sotsji in 2014. Dat ging hij dan ook doen.
Geloof
Deze olympische 500 meter werd het nieuwe hoogtepunt van een mateloos boeiende rivaliteit tussen twee leeftijdgenoten. De een, Stolz (21), een fenomeen. De nieuwe Eric Heiden, een zeldzame alleskunner, hij pakte al op zijn achttiende drie wereldtitels. De ander, De Boo (22), met zijn razendsnelle ontwikkeling van onbekende schaatser tot sprintkanon, de huidige wereldkampioen op de kortste afstand. Eigenlijk verslaat De Boo Stolz alleen als de Amerikaan een mindere dag heeft. Maar hij is tegelijk de enige die hem consequent uitdaagt en – belangrijker – de enige die in het diepste van zijn hart gelóóft dat Stolz te verslaan is. Niet nu, dan de volgende keer, of anders die keer erna.
Zo ook nu: na de 1.000 meter was er trots op zijn zilveren medaille bij De Boo, want op die afstand was het verschil met winnaar Stolz te groot. Maar die 500, waarom niet? Hij deed het eerder. Als alles goed valt. Het is De Boo’s beste afstand en – hoe bizar het ook klinkt – de minste van Stolz. Althans, zo zou hij zaterdagavond verklaren na zijn gouden race: het is de moeilijkste horde op weg naar zijn doel van vier gouden medailles.
Het werd een prachtig direct duel, maar ook nu kwam De Boo tekort. Stolz zag het al na de laatste bocht, zei hij na afloop tegen de verzamelde pers. „Ik hoorde hem niet aankomen achter me, dus wist dat ik er goed voor stond.” Toen De Boo maar een klein stukje voor hem lag na die bocht, wist Stolz: ik heb de eindsprint, ik ga hem pakken.
Bij De Boo gingen de handen op het hoofd, en zijn ogen naar het ijs, waardoor hij ook nog uitgleed en de boarding in vloog. Nog geen uur later was er nog steeds een „bittere nasmaak”, zei hij, maar toch al de overtuiging dat hij de baan verliet met het „maximaal haalbare”. „Dit was mijn grootste en laatste kans, dan hoop je dat het lukt. Maar ik kan mezelf niets kwalijk nemen.”
Foto ANPGenieten van strijd
Wachtend op de podiumceremonie op het middenterrein in de Milano Speed Skating Arena stond De Boo glimlachend zijn race met Stolz te analyseren. „Hij is heel sportief en we hebben respect voor elkaar”, vertelde De Boo. Dat ze wederom tégen elkaar moesten rijden, zag De Boo niet als nadeel. „Hij kan heel goed op mij rijden, en ik goed op hem. Hij is mijn grootste tegenstander. Ik ben het zenuwachtigst voor hem en ga van hem het hardst rijden.” En De Boo geniet van de rivaliteit. „Zijn coach Bob Corby wenst me ook altijd succes, hij vindt de strijd ook mooi. Ik denk Stolz zelf ook – als hij hem maar blijft winnen.”
Stolz helpt De Boo ook naar een hoger niveau, zegt De Boo. „Maar deze battle heb ik iets te vaak verloren. Aan mij de taak nog harder te trainen, nog betere ritten te schaatsen. Ik geloof dat ik hem kan verslaan. Ik ben ook nog maar drie jaar bezig op de langebaan. Ik ben 22, ik geef mezelf genoeg tijd.”
Terwijl Stolz na zaterdag zijn blik verlegt naar de 1.500 meter en de massastart, kan De Boo uitblazen, de twee zilveren medailles koesteren. En dan weer uitkijken naar de volgende keer dat hij met Stolz om een titel strijdt. De Boo rijdt nu in het „tijdperk Stolz”, zo zei hij zaterdag. „Ik hoop dat mijn tijdperk nog komt.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14225506/140226SPO_2031591658_woutgoud3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14223103/140226SPO_2031591604_relay.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14194351/140226SPO_2031584117_bos.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/11153133/120226BIN_2031210687_weerbaarheid1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13184917/130226SPO_2031585782_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13085143/130226ECO_2031535517_3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/12174601/120226SPO_2031545249_lollobrigida.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/13211009/130226SPO_2031569498_-jorrit1.jpg)
English (US) ·