Zodra de storm gaat beuken springen Delftse studenten in een busje om te zien hoe de Zandmotor zich houdt

2 uren geleden 1

Masterstudenten Coos van Velzen (22) en Saana Taal (23) waaien bijna uit hun sokken. Ze staan boven op de Zandmotor, op een kleine zandklif van drie meter hoog. Hagel striemt horizontaal tegen hun regenbroeken en gele hesjes aan. Met een gps-apparaat op een manshoge stok proberen ze coördinaten vast te leggen, met de bergschoenen stevig in het zand weten ze zichzelf en het meetinstrument net waterpas te houden.

De Stormtroopers, deze dinsdag in februari een clubje van zes masterstudenten civiele techniek van de TU Delft, trotseert opgewekt de barre omstandigheden. Het quick response team trekt eropuit als de verwachte waterstand bij Scheveningen hoger is dan 1,70 meter boven NAP, om metingen te doen bij de Zandmotor. Vanmiddag en morgen wordt hoog water verwacht, door een weersysteem dat over de noordelijke Noordzee trekt. De noordwestenwind stuwt het water in de Noordzee richting de Nederlandse kust. Daarbij is het ook nog springtij: naar verwachting komt het water boven de 1,90 boven NAP.

De Stormtroopers onderzoeken wat zulke stormachtige omstandigheden doen met het Zandmotor. Dat kunstmatige schiereiland voor de kust van Kijkduin werd 15 jaar geleden aangelegd, om op natuurlijke wijze de kust te versterken. 21,5 miljoen kubieke meter zand uit de Noordzee werd over een lengte van 2,5 kilometer gestort, dat wind en water twintig jaar lang langs de kust en richting de duinen moesten verspreiden. Bouwen mét het water in plaats van ertegen, is de filosofie. In plaats van om de paar jaar zand uit zee halen en het voor de kust te storten, zoals op andere plekken gebeurt. Dat helpt ook de plaatselijke flora en fauna: omdat de zeebodem in de tussentijd niet verstoord wordt, kan op het land en in het water de natuur zijn gang gaan.

De Zandmotor op een luchtfoto uit november 2018. Rechts natuurgebied Solleveld, tussen Monster (niet zichtbaar) en Kijkduin. Op de achtergrond Den Haag.

Foto Rijkswaterstaat

Vijftien jaar later steekt het schiereiland een stuk minder ver de zee in, maar is het wel stukken langgerekter. De Argusmast stond eerst midden in een uitgestrekte zandvlakte, inmiddels staat de hoge toren aan de rand van de steile zandklif bij de waterlijn. Deze veertig meter hoge mast werd in 2012 gebouwd om data te verzamelen over de Zandmotor. Op de camera’s boven in de toren en een tafel en wat stoelen na is de mast inmiddels ontmanteld. Rijkswaterstaat monitort de Zandmotor jaarlijks, maar inzicht in het effect van individuele stormen ontbreekt nog grotendeels.

„Het is moeilijk om eropuit te trekken en metingen te verrichten tijdens extreme weersomstandigheden”, zegt Matthieu de Schipper, die de Stormtroopers vorig jaar met twee collega-professoren van de TU Delft oprichtte, met bijdragen van alumni via het Delftse Universiteitsfonds. „Studenten zijn veel flexibeler.” Het doel van het team is tweeledig: belangrijke data verzamelen én studenten ervaring laten opdoen in de praktijk. De Schipper: „We merkten dat studenten, wanneer we ze later in hun studie meenemen naar het veld, enorm enthousiast worden. Omdat ze de materie waar we het over hebben daadwerkelijk kunnen zien en het echt tot leven komt. Als je merkt hoe een golf van een halve meter aanvoelt, is dat heel anders dan wanneer je het alleen maar berekent.”

De gegevens die de Stormtroopers verzamelen zijn daarnaast belangrijk voor onderzoek en beleid, zegt De Schipper. „Kusterosie is een cruciaal onderwerp voor Nederland. Het meeste onderzoek naar deze extreme gebeurtenissen vindt echter plaats in laboratoria. Maar er is een groot verschil tussen de werkelijkheid en het laboratorium.”

De Argusmast in juni 2020.

Foto Rijkswaterstaat

Afgelopen weekend trommelde Marcus De Lemos Schaper de studenten op voor deze dinsdagochtend. Hij is student-assistent en hoofd-Stormtrooper. Met een appgroep met zo’n 70 geïnteresseerde studenten is het busje dat ze huren om van de campus naar het strand te rijden meestal in no time gevuld. Om half negen laadden ze deze ochtend het busje vol met lieslaarzen, grondboren, gps-apparatuur en een GoPro-camera. Voor twee studenten is het de eerste keer op de Zandmotor, de rest heeft al vaker metingen gedaan. Hannah Boerlijst: „Er wordt vaak over de Zandmotor gepraat in college, dat het zo’n iconisch project is en kansen geeft voor wetenschappers. Ik vind het leuk om ’m nu in het echt te zien.”

„De vorige keer, na storm Benjamin, was dit allemaal duinmeer”, wijst De Lemos Schaper met een weids armgebaar naar de grote zandvlakte die we oversteken. Nu is het meertje vijf keer zo klein en maar enkele tientallen meters breed. Het zeewater staat al 80 centimeter hoger dan normaal met dit getij, weet hij. „Het is al veel stormachtiger dan ik dacht, dit is goed voor ons!”

Boerlijst en hij gaan in lieslaarzen het meertje in om een druksensor te plaatsen. Zo kunnen ze meten hoe hoog het water daar komt te staan, als het met vloed door de eerste duinenrij stroomt.

Van Velzen en Taal gaan met Keisi Kunst (22) de scarp opmeten, de klifachtige rand van de Zandmotor. Het is nu de vraag hoeveel zand het hoge water uit de klif zal slaan. „Als je hier morgen zou komen, zou-ie bijna verticaal zijn,” wijst Kunst. Nu loopt de klif door zand dat er tegenaan waait geleidelijk omhoog, een beetje achteroverhellend. „Het strand voor de helling was door storm Benjamin eind oktober gemiddeld 14 centimeter lager, al dat zand was weggespoeld.”

Een miljoen camera’s

Van Velzen en Taal lopen met de gps in de hand de rand af. De lucht betrekt, de wind trekt aan en het begint te hagelen. Als ze de hele klif vastgelegd hebben, nemen ze zes dwarsdoorsneden van de rand naar de branding. Donderdag, na de storm, meten ze dat weer. Zo kunnen ze zien hoeveel het strand en de klif geërodeerd zijn door de storm. De toren staat nu op nog maar een paar meter van de klif. De Lemos Schaper, terug uit het meertje: „De rand zou tijdens deze storm de toren al kunnen raken, dat zou sick zijn.”

De studenten bleken niet alleen enthousiast om het veld in te gaan: ook voor de dataverwerking meldden zich veel vrijwilligers. Ongeveer wekelijks organiseren de student-assistenten data-meetings in de lunchpauze, om de metingen met behulp van professoren te analyseren. „Het wordt zoveel duidelijker als je het in het echt ziet”, zegt Guusje den Dunnen (23). Het eerste rapport, over storm Benjamin, is inmiddels af. Ook zijn er plannen om het onderzoek van de Stormtroopers uit te breiden naar rivieren: in de Lek bij Vianen is veel erosie, de vraag is in hoeverre dat door scheepvaart en door hoog water komt.

De zon breekt weer door, Kunst schept een beetje zand in een afsluitbaar plastic zakje: „We willen de korrelgrootte van het zand langs de doorsnede weten.” Boerlijst bestudeert de top van de helling, waar nog een plukje helmgras groeit. Ze vraagt zich hardop af wat de invloed is van de vegetatie op de erosie van de hoek van de helling. „Laten we het meten!” roept De Lemos Schaper uit. Ze pakken de gps er weer bij en lopen langs de ronding. Boerlijst: „Eigenlijk wil je elke dag een volledige scan van alles maken, maar zo werkt de wereld helaas niet.”

„Ik wilde dat ik een miljoen camera’s had”, verzucht De Lemos Schaper, „om het allemaal te kunnen opnemen.” Vandaag hebben ze er maar eentje mee, die ze na een kort overleg hoog op een duin achter het meertje installeren, zodat die het binnenstromende water kan vastleggen. Drie anderen meten nog even de afstand en hoogtevariatie van het strand tussen de branding naar de druksensor in het meer. Een kleine twee uur na aankomst, vlak voor de volgende bui losbarst, snellen de Stormtroopers weer naar het busje. „Al met al: een succesvolle missie”, concludeert een tevreden De Lemos Schaper.

Tegen zijn verwachtingen in was het meer donderdag na het hoge water iets gekrompen, mailt hij dat weekend: van 548 meter omtrek naar 527. Op het videomateriaal zagen ze wel een kleine doorbraak vanuit zee, maar die duurde maar kort. De helling is weer wat verder afgebrokkeld – hoe veel precies moeten ze nog analyseren – maar de Argusmast staat nog een meter van de rand.

Foto Marit Verbeek
Lees het hele artikel