Bij elke spelhervatting morste AZ opzichtig handenvol tijd. Vanaf deze zomer mag dat niet meer

2 uren geleden 1

Met nog meer dan een uur op de klok begint het getreuzel al. Bij middenvelder Teun Koopmeiners, die bij een hoekschop naar de cornervlag slentert. Bij verdediger Wouter Goes, die een vrije trap krijgt maar zogenaamd de bal niet kan vinden. Bij Rome-Jayden Owusu-Oduro, die voor een doeltrap lang zoekt naar het juiste graspolletje om de bal op te leggen.

AZ is zaterdagavond op bezoek bij PSV al vroeg op een 0-1 voorsprong gekomen, en meteen zet de ploeg uit Alkmaar alle middelen in om het tempo uit de wedstrijd te zuigen. Met succes, zo lijkt het, want bij de spelers van PSV neemt de irritatie snel toe. Middenvelder Ismael Saibari foetert en protesteert doorlopend. Bij iedere vertragingspoging gaat het thuispubliek harder fluiten.

Een kleine voorsprong verdedigen door opzichtig met seconden te morsen: het is een aanpak die AZ goed beheerst, bleek eerder deze week al. In de halve finales van de beker, woensdag tegen Telstar, deed de ploeg van trainer Lee-Roy Echteld hetzelfde. Bijna veertig seconden deed spelverdeler Kees Smit er bijvoorbeeld over om bij zijn wissel naar de zijlijn te strompelen, terwijl hij vlak ervoor nog in een drafje achter een tegenstander aan was gegaan.

Het bleek effectief: AZ verdedigde de voorsprong met succes. Tot grote ergernis van de trainer van Telstar, Anthony Correia. „Vanaf minuut zestig is het tijdrekken, tijdrekken”, mopperde hij voor de camera’s van ESPN. „We krijgen acht minuten blessuretijd, daarvan zijn er vier minuten gevoetbald. Maak er dan twaalf minuten van.”

Op hun vingers terugtellen

Als het aan de partij ligt die de spelregels in het voetbal bewaakt, de IFAB, zijn zulke situaties vanaf komende zomer verleden tijd. Vorige zaterdag stemde de organisatie in met een aantal aanpassingen die het tijdrekken moeten terugdringen. De veranderingen gaan in vanaf het wereldkampioenschap van komende zomer, en gelden vanaf dan ook voor alle andere voetbalcompetities.

Bij inworpen en doeltrappen kunnen scheidsrechters in het vervolg op hun vingers terugtellen, zoals sinds dit seizoen al gebeurt wanneer een doelman de bal in zijn handen heeft. In beide gevallen krijgt de ploeg in balbezit dan vijf seconden de tijd om het spel weer te beginnen. Gebeurt dat niet, dan krijgt de tegenstander de inworp, of wordt de doeltrap een hoekschop voor de andere partij.

Ook moeten wisselspelers binnen tien seconden nadat de vierde man het bord omhooghoudt het veld hebben verlaten. Nemen ze daarvoor meer tijd, dan mag de invaller het veld pas in bij het eerste dode spelmoment na één minuut spelen. Daarnaast wordt het veinzen van blessures eveneens minder aantrekkelijk: is er behandeling op het veld nodig, dan mag een speler pas na één minuut het veld weer in.

Seconden smokkelen

In Eindhoven is er volop sprake van gesmokkel, bij AZ, maar soms ook bij de thuisclub. Opgeteld zagen de toeschouwers ruim 61 minuten voetbal, zo berekende databureau Opta op verzoek. Dat komt neer op bijna 64 procent van alle tijd op de klok, inclusief blessuretijd. Dat klinkt als weinig, maar is meer dan in de gemiddelde wedstrijd dit seizoen: Daar werd 61,6 procent van alle tijd gevoetbald.

Dat het veel erger kan, bleek bijvoorbeeld bij Fortuna Sittard tegen Heracles, in het laatste weekeinde van november. Daar gingen meer dan een helft verloren bij inworpen, doeltrappen, hoekschoppen en vrije ballen – bijna 52 minuten, of 54 procent van alle speeltijd. Heracles maakt zich sowieso vaak schuldig aan tijdrekken: bij spelhervattingen van de ploeg gaan gemiddeld bijna 23 minuten per wedstrijd verloren, aldus Opta.

Waar Heracles daarmee koploper is in het verspillen van tijd, doet PSV dat juist het minst: net geen 18 minuten per wedstrijd. Ook bij Ajax en FC Twente wordt de bal betrekkelijk snel weer in het spel gebracht. En anders dan de wedstrijden van afgelopen week doen vermoeden, verkwist AZ dit seizoen ook betrekkelijk weinig tijd.

De meeste tijd gaat verloren bij strafschoppen, zo berekende Opta: ruim twee minuten per keer. Wat daarin meespeelt is dat in zulke situaties ook de videoscheidsrechter betrokken is, die de scheidsrechter naar het scherm roept om herhalingen te bekijken. Maar omdat strafschoppen betrekkelijk weinig voorkomen, eens per vier wedstrijden, valt het totale tijdsverlies daar mee: 0,6 procent van alle speeltijd dit seizoen.

Veel groter is het probleem bij vrije trappen, waar spelers gemiddeld 31 seconden smokkelen. Die komen 24 keer per wedstrijd voor: goed voor ruim 12 minuten tijdverlies per wedstrijd. Meteen daarna volgen inworpen (10 procent van alle speeltijd) en doeltrappen (8 procent). Hoeveel tijd er verloren gaat bij wissels valt niet te zeggen: statistieken daarover houdt Opta niet bij.

Wat de nieuwe regels daarmee gaan opleveren? Dat zal afhangen van hoe snel scheidsrechters bij een ingooi of doeltrap beginnen met terugtellen. Is dat vanaf het moment dat de bal uit is, of vanaf het moment dat een doelman de bal heeft klaargelegd? Een doeltrap kost nu gemiddeld 28 seconden. Stel dat die straks in 10 seconden worden genomen, dan levert dat supporters bijna vijf minuten extra aan voetbal op. Geldt voor inworpen (nu kosten die 16 seconden) hetzelfde, dan komt daar nog eens drieënhalve minuut bij.

Voor AZ levert de vertragende aanpak zaterdag weinig op. Vlak voor rust valt de gelijkmaker, kort voor tijd schiet PSV-aanvaller Ricardo Pepi de 2-1 binnen. Dan blijkt dat ook de thuisploeg tijd kan verspillen: bij een vrije trap in de 93ste minuut bukt doelman Matej Kovar kalm voorover. Hij legt de bal neer, en nog eens, en nog eens. Tot ergernis van de spelers van AZ.

Lees het hele artikel