Historica Amber Striekwold (31) dacht altijd dat ze wel wist hoe het boerenleven zich had ontwikkeld in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog, de Hongerwinter vers in het geheugen, vond via ruilverkaveling, mechanisatie en schaalvergroting een enorme groei plaats. In de schoolboeken gaat het over de kleine boer met wat koeien en bebouwde akkers die werd vervangen door de agrariër met gemechaniseerde stallen. Met veel dieren, veel productie, veel machines, veel kunstmest en veel uitstoot van stoffen die de kwetsbare natuur schaden, zoals ammoniak en stikstof, wat uiteindelijk heeft geleid tot de huidige stikstofcrisis. Daar probeert het kabinet uit te komen met een pakket maatregelen dat eind juni is gepresenteerd en dat het boerenleven in Nederland sterk gaat beïnvloeden.
Striekwold had, zoals zoveel andere Achterhoekers, tot enkele generaties terug nog boeren in de familie. „Mijn overgrootoma had tot in de jaren zeventig een gemengde boerderij in Gaanderen, maar die manier van boeren was op een gegeven moment niet meer rendabel. Onder historici is lang vooral aandacht geweest voor de stad, minder voor het platteland, terwijl daar een groot deel van onze geschiedenis ligt. Zoek in het archief een familiegeschiedenis uit en je stuit waarschijnlijk op boeren en landarbeiders. Om de stikstofcrisis te begrijpen, moet je weten wat zich de afgelopen decennia heeft afgespeeld”, vertelt Striekwold in de Oude Hortus, een historische universiteitstuin in het centrum van Utrecht.
In de jaren zestig weten ambtenaren al dat er een mestprobleem ontstaat. Toch doen politici tientallen jaren hetzelfde: negeren, traineren of bagatelliseren
Tijdens haar studie geschiedenis hoorde ze tussen de veldslagen en verdragen door dat je ook voeding en landbouw in historisch perspectief kon bestuderen. Ze dacht: dit gaat ook over mij en mijn familie. Sinds vier jaar doet Striekwold promotieonderzoek naar ‘voedsel als middel voor sociale verandering’, over hoe ideeën over voeding en landbouw zich sinds de jaren vijftig ontwikkelden.
Daartoe ploos ze onder meer tientallen decennia aan archieven uit van agrarische vakbladen en bladen van milieugroepen en volgde het spoor terug van politieke discussies. Ze zag dat het aantal landbouwbedrijven van meer dan 400.000 in 1950 naar ongeveer 50.000 nu ging, terwijl de veestapel veel minder sterk afnam, voor sommige diersoorten zelfs groter werd. Intensievere, grotere boerenbedrijven, kortom.
Wat ze ook ontdekte: de modernisering en schaalvergroting van de landbouw waren helemaal niet vanzelfsprekend. Tegengeluiden en alternatieven werden genegeerd door de politiek en industrie of raakten verstomd omdat kleine boeren verdwenen. Striekwold: „Het dominante beeld van onoverkomelijke groei klopt niet. Ook boeren hebben gewaarschuwd voor de gevolgen van te intensieve landbouw. Niet alleen omdat veel van hen het niet redden, maar ook omdat ze zagen dat de grond en de natuur dat niet aan zouden kunnen.”
Lees ook
In de Peel is de natuur er slecht aan toe en rouwen boeren nu al om hun land. Wat gaat het stikstofpakket betekenen?
Hoe begon de schaalvergroting in de Nederlandse landbouw?
„Anders dan wordt gedacht al voor de Tweede Wereldoorlog. Eind negentiende eeuw wordt de wereldmarkt steeds intensiever en Nederland wil competitief blijven. Kleine boeren waren vaak arm, maar werden zeker door conservatieve partijen gezien als hoeders van morele waarden. Boeren waren gelovig, werkten hard, hadden grote gezinnen en moesten daarom beschermd worden.
„Na de Tweede Wereldoorlog is het sociaal-culturele element minder belangrijk geworden, vermoedelijk ook omdat het nationaalsocialisme het boerenleven verheerlijkte onder de slogan ‘Bloed en bodem’. Je ziet ook dat de overheid na de oorlog doorzet met schaalvergroting en minder oog heeft voor de kleine boer.”
Logisch misschien: ‘nooit meer honger’ werd dominant.
„Ik denk dat daar te veel nadruk op wordt gelegd, in feite zet Nederland gewoon het vooroorlogse beleid door dat is gericht op een betere internationale handelspositie. Sicco Mansholt, minister van Landbouw van 1945 tot 1958, sprak over het ‘nieuwe landbouwbeleid’, maar je kunt je afvragen of dat nou zo revolutionair was. Die honger werd ook als narratief gebruikt voor de ruilverkaveling en intensivering. Begin jaren vijftig werden de eerste overschotten al merkbaar, dus ‘nooit meer honger’ als drijfveer was toen al niet meer houdbaar.”
Was er ook verzet tegen de steeds grotere productie?
„Dat was heel sterk, juist vanuit boeren en hun belangenorganisaties. Die zagen de kleine boeren verdwijnen. Tussen 1950 en 1965 hebben boerenorganisaties hier echt tegen gevochten. De leider van een Noord-Brabantse christelijke boerenbond brak in die tijd een lans voor de kleinschalige, gemengde boerderij, juist ook om de sociaaleconomische veerkracht van het platteland te behouden. Precies wat je nu hoort als het gaat over boeren die in bepaalde gebieden met velen tegelijk stoppen, bijvoorbeeld door regelingen van de overheid. Pas toen er nog maar weinig kleine boeren over waren, zakte die kritiek weg, rond eind jaren zestig.”
Het systeem van na de Tweede Wereldoorlog is er niet op gericht een vitaal platteland te waarborgen
Dat is ook de tijd waarin de natuur- en milieubewegingen een sterker geluid laten horen.
„Je zou kunnen zeggen dat die het stokje overnamen. In 1972 komt de stichting Natuur en Milieu met een rapport over de bio-industrie, waarin kritiek staat op intensivering van de landbouw, grondwatervervuiling en een teveel aan mest. Dat is heel invloedrijk geweest in de maatschappelijke discussie.”
Striekwold legt een vergeeld boekje op tafel. Bodem, plant en dier, in 1957 geschreven door Jan Grashuis, directeur van het instituut voor moderne veevoeding. Ze laat zien: de kritiek was niet exclusief iets van de milieubeweging. „Grashuis is de man die het mengvoer populair heeft gemaakt in Nederland, een van de motoren achter de schaalvergroting in de landbouw. Daardoor gingen koeien veel meer melk produceren, maar ook mest en daarmee ammoniak en stikstof.”
Ze bladert door het boekje, kijkt enthousiast op. „Hij waarschuwt hier zélf voor onevenwichtigheid in de bodem door te veel mest op het land en hij heeft het zelfs al over stikstof. Dus ja: de milieubeweging was groot, maar zelfs uit het hart van de industrie was er kritiek.”
Je hoort nu vaak van boeren dat hun voorouders wel groter moesten worden om aan de eisen van de melkfabrieken en banken te voldoen. Hebben ze een punt?
„Aan de ene kant wel: veel families waren gelukkig met een relatief klein boerenbedrijf. Maar boeren zijn wel ondernemers. In 1984, het hoogtepunt wat de neerslag van stikstof en ammoniak betreft, kondigde landbouwminister Gerrit Braks aan dat er geen varken en kip meer bij mocht en dat de melkproductie zou worden gemaximeerd. Honderden boeren hebben toen gedemonstreerd. Maar in de periode daarvoor, toen die maatregelen in de lucht hingen, zie je een ongelofelijke groei van het aantal kippen en varkens. Ook werd toen véél meer melk geproduceerd, om maar ‘goed’ te zitten als die wet erdoor kwam. Dan kun je daarna niet je handen in onschuld wassen.”
Lees ook
Minder stikstof én meer beheer om de natuur te redden. ‘Waar is de Spaanse ruiter? De blauwe knoop? Het glipt ons hier door onze vingers’
Problemen met mest en de neerslag van schadelijke stoffen zijn al decennia bekend. Waarom heeft de overheid die niet eerder kunnen oplossen?
„In de jaren zestig is bij ambtenaren al bekend dat er een mestprobleem aan het ontstaan is. Toch doen politici tientallen jaren hetzelfde: ze negeren, traineren of bagatelliseren. En als het echt niet anders kan, komen ze met een technische oplossing, in plaats van naar het centrale vraagstuk te kijken: past deze schaal van landbouw nog bij ons land?
Vroeg of laat volgt de schuldvraag: komt het door de boeren, de politiek, de milieubeweging, de consument die steeds meer vlees wil?
„Na dat rapport over de bio-industrie, begin jaren zeventig, werd door landbouwminister Fons van der Stee gezegd: ach, het valt wel mee, en als we te veel mest krijgen, dumpen we het in de Noordzee.
„De stikstofuitstoot is wel flink afgezwakt in de jaren negentig door beleid en door modernisering van agrarische bedrijven, maar die daling is ook weer gestagneerd. Het was in elk geval niet genoeg om de natuur te herstellen. Toen de Raad van State in 2019 oordeelde dat natuurherstel eerst moest, begon de stikstofcrisis officieel.”
Veel mensen geven elkaar de schuld van die crisis.
„Vroeg of laat volgt de schuldvraag. Komt het door de boeren, de politiek, de milieubeweging, de consument die steeds meer vlees wil? Waarschijnlijk van alles een beetje, maar als je weet hoe het is gegaan, kun je in elk geval niet alleen maar naar de individuele boer kijken. Agrariërs werden steeds meer knooppunten in een transnationaal economisch netwerk. Boerenbedrijven raakten alsmaar meer losgezongen van de lokale grond en sociale omgeving. Had de politiek ervoor gezorgd dat boeren verbonden bleven met die lokale „gemeenschappen en ecologie, dan was het anders gegaan.
Maar het systeem van na de Tweede Wereldoorlog is d’r niet op gericht een vitaal platteland te waarborgen. Je ziet dat ook aan landbouwsubsidies, ook Europees: die zijn heel lang veel sterker gericht geweest op grote bedrijven dan op bijvoorbeeld biologische landbouw.”
Het kabinet grijpt nu in met een ‘stikstofpakket’. Daarin staat ook een norm voor het aantal koeien per hectare, waardoor veel agrariërs of minder dieren kunnen houden of meer land moeten kopen.
„Dat is, zeker in de buurt van natuurgebieden, in elk geval een poging om terug te keren naar een andere schaal van het boerenleven, meer in balans met de natuur. Een historische correctie zou ik het niet noemen, maar het is duidelijk een breuk met het idee achter de industrialisatie van de landbouw.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/05204059/050726SPO_2034976073_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01081643/050726DEN_2034871639_code.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/05170718/050726VER_2034983797_.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/02153157/030726ECO_2034305085_WEB_ILLU_Geboren-consument1_Tomas-Schats.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/03172458/web-030726BIN_2034951268_quint.jpg)
English (US) ·