In de Nederlandse verpleeghuizen volstrekt zich ,,een enorme omwenteling’’, meldde NRC maandag in een artikel van Ingmar Vriesema. Omdat mijn vrouw in zo’n verpleeghuis zit, kan ik er enkele persoonlijke waarnemingen aan toevoegen.
Volgens de nieuwe regels in de Wet zorg en dwang moeten alle verpleeghuizen de deuren openen voor hun bewoners. Opsluiten achter gesloten deuren mag niet meer, aldus het artikel, ,,want hoe dement ook, bewoners van verpleeghuizen zijn vrije burgers, zoals iedereen’’. Vrijheid staat voorop tenzij er een ,,aanzienlijk risico’’ is op levensgevaar of zwaar letsel. ,,Wie zijn wij om ze hun vrijheid te ontzeggen?’’, zegt Katinka van Boxtel, voorzitter van de raad van bestuur van de Brabantse zorginstelling Archipel in het artikel.
Je zou het ook kunnen omdraaien met de vraag: ,,Wie zijn wij om ze hun veiligheid af te nemen?’’ Dat is een even retorische vraag met hetzelfde gebrek aan nuancering.
Mijn vrouw zit met nog zeven andere mensen op een gesloten afdeling. Zo’n afdeling mag gesloten blijven omdat deze bewoners levensgevaar lopen als ze onbegeleid buiten zouden komen. De andere bewoners in het gebouw mogen voortaan wél op eigen houtje (of rollator) naar buiten. Ik voel de goede bedoelingen achter deze wetswijziging en bij bestuurders als mevrouw Van Boxtel, maar toch heb ik ernstige bedenkingen.
Als voorbeeld noem ik mevrouw X, bewoner van de open afdeling van het verpleeghuis van mijn vrouw. Mevrouw X is nog een tamelijk kwieke vrouw, te goed voor de afdeling van mijn vrouw. Toch hoef je maar even met haar door te praten om te merken dat ze stevig dementeert. Onlangs zag ik haar op tien minuten loopafstand van het verpleeghuis lopen door een drukke wijk met veel verkeer. Ze moest enkele wegen met verkeerslichten en zebrapaden zijn overgestoken. Ik meldde mijn ervaring bij de verzorgers in het verpleeghuis. Ze vroegen het na en jawel, mevrouw X mocht zelfstandig naar buiten.
Wie zijn wij om ze hun veiligheid af te nemen?
Het leek mij alleen al uit het oogpunt van verkeersveiligheid onverstandig. In een klein dorp zou het nog kunnen, maar in een drukke Amsterdamse buurt, waar ik zelf extra goed moet opletten voor ik oversteek? Om in de stijl van mevrouw Van Boxtel te spreken: wie zijn wij om brokken in het verkeer te riskeren?
Ander voorbeeld. Mevrouw Y., nog niet zo lang bewoner van de open afdeling, vroeg mij of ik haar even naar buiten wilde helpen. Ik vroeg me af of ze toestemming had en verwees haar naar het personeel. De volgende dag liep ze op me af met de vraag: ,,U bent toch mijn zoon?’’ Waarmee ik maar wil zeggen: ook de bewoners van de open afdeling moeten niet overschat worden.
,,Beloven dat iemand 100 procent veilig bij ons kan wonen, dat moeten we niet meer willen’’, zei mevrouw Van Boxtel. Ik zou dat als familielid van een van die bewoners geen prettige mededeling vinden. Je hebt je partner naar een verpleeghuis gebracht omdat hij/zij thuis steeds wegliep, en vervolgens komt hij/zij in een situatie waarin wordt toegestaan om onbegeleid weg te lopen.
Omwentelingen kunnen ook té enorm zijn.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17214706/170226VER_2031662658_peri.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17193652/170226SPO_2031661799_slee.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/17132815/170226VER_2031643540_1.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/14230646/140226SPO_2031591695_woutwint3-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/16204226/160226DEN_2031623080_VanBerkel.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15112723/150226BIN_2031570939_tilburg4.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/15140038/150226SPO_2031595963_kok.jpg)

English (US) ·