Tak, plof, plof. Tak, plof, plof.
Yun Kloosterman (14) rolt zijn rolstoel razendsnel richting de andere kant van de baan, draait een rondje om zijn as en – tak – slaat de tennisbal naar de overkant. Plof, plof, richting zijn trainer. Twee keer plof, want met rolstoeltennis mag de bal twee keer stuiteren.
Yun heeft het caudaal regressie syndroom, een zeldzame aangeboren afwijking waarbij de wervels niet goed zijn aangegroeid en verschillende zenuwen niet goed of zelfs helemaal niet ontwikkeld zijn. Hij kan wel lopen, maar slechts kleine stukjes, en dat doet veel pijn en vreet energie. Buitenshuis zit hij sinds zijn zesde vrijwel altijd in de stoel.
Voor die tijd zat hij vooral in de buggy, vertellen hij en zijn moeder Yvonne Kloosterman voorafgaand aan de training bij hen thuis in Wijk bij Duurstede. Het avondeten – noedels met groente – is net op. De familie Kloosterman eet vaak vroeg, zodat Yun op tijd en zonder volle maag naar zijn tennistraining kan.
Toen het gezin in 2019 een weekje naar Villa Pardoes ging (een vakantiepark voor kinderen met een ernstige aandoening) bood het personeel een leenrolstoel aan. „We dachten: een rolstoel, is dat niet wat beperkend of confronterend? Maar hij werd er direct veel zelfstandiger van, kon zelf rollen, kreeg veel meer bewegingsvrijheid.”
Sindsdien zit Yun het liefst in zijn stoel. „Je moet je voorstellen dat je heel vermoeide benen hebt na een urenlange wandeling. Ik heb dat na twee minuten lopen al. Na vijf minuten krijg ik het gevoel dat er een spijker in m’n voet zit, en na tien minuten zitten er ook spijkers in m’n kuiten.” Wennen aan de stoel was geen probleem. „Wheelies kreeg ik zo onder de knie, stoeprandjes op en af ook. Ik ben heel speels, dat helpt denk ik.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13130950/140526SPO_2033630064_Yun10.jpg)
Nederland, Driebergen-Rijsenburg. . 4 mei 2026. Rolstoeltennisser, Yun Kloostermann, tijdens zijn traning. Foto: Dieuwertje Bravenboer
Nederland, Driebergen-Rijsenburg. . 4 mei 2026. Rolstoeltennisser, Yun Kloostermann, tijdens zijn traning. Foto: Dieuwertje BravenboerDie week in het vakantiepark gaf de Esther Vergeer Foundation, van voormalig wereldkampioen rolstoeltennis Esther Vergeer, een clinic rolstoeltennis. Daar sloeg Yun zijn eerste bal. „Ik vond het meteen geweldig”, zegt hij. „Yun zat die vakantie voor het eerst in een rolstoel én voor het eerst op de tennisbaan”, zegt zijn moeder. „Die week was echt een openbaring.”
Hij probeerde eerder ook andere, staande hobby’s uit, zoals taekwondo. „Iedere keer lag ik na één minuut al op de grond.” Daarna ging hij op musicalles. „Ik zing de hele dag door.” Maar het kostte hem te veel energie. „Ik weet nog dat ik halfdood in de coulissen lag en weer op moest. Dat ging niet meer.”
‘Eindelijk een sport die lukt’
En toen ontdekte hij rolstoeltennis. De clinic was vooral bedoeld om kinderen met een beperking aan te moedigen recreatief te sporten. Yun wilde er graag mee door, maar veel trainingsmogelijkheden waren er niet: in zijn buurt is geen vereniging met rolstoeltennis. Aad Zwaan, voormalig trainer van Esther Vergeer, richtte in die tijd een klein groepje op in Houten. Via de Esther Vergeer Foundation kwam Yun daar terecht. „Na drie jaar dacht Aad: deze jongen heeft wel talent”, vertelt Yun. „Hij stuurde me door naar de KNLTB [de tennisbond] en ik mocht met de selectie meetrainen.”
„Eerst zag ik het niet zo”, zegt moeder Yvonne. „Maar ik dacht: oké, als zij het zeggen. Gelukkig zag die trainer het wel want binnen een jaar zagen we megaveel vooruitgang. Niet alleen in zijn spel, ook in zijn algemene gesteldheid. Eindelijk een sport die lukte.”


Inmiddels heeft Yun er zo’n vijftig toernooien opzitten (nationaal en internationaal), prijken er tientallen trofeeën op de kast in zijn slaapkamer (de allereerste, een klein houten vierkantje, op zijn nachtkastje), is hij meervoudig Nederlands kampioen en de nummer zeven van de wereld (junioren).
Het tennis gaat voor alles. Yun doet expres vmbo in plaats van havo, zodat hij meer lessen kan missen zonder slechte cijfers te halen. Hij heeft nu twee jaar een talentenstatus van sportkoepel NOC*NSF waardoor hij vrijstellingen kan krijgen op school. Hij traint op maandag met een privétrainer en op dinsdag en woensdag bij de KNLTB in Amstelveen, net als op zaterdagochtend en -middag. Soms mag hij al meetrainen met de senioren.
Zijn eerstvolgende doelen: meedoen aan een Grand Slam voor junioren én meedoen aan een ITF Future toernooi, het instapniveau voor senioren. „Zodat ik als ik 18 ben meteen kan doorstromen naar de senioren.” Maar dan moet hij wel veel blijven trainen én meedoen aan andere toernooien, om de benodigde punten te behalen en voor Grand Slams en Futures in aanmerking te komen.
En dat kost geld.
Krrt, klikklik, krrt.
Yun is net van zijn dagelijkse rolstoel in zijn sportrolstoel gaan zitten, op de tennisbaan in Driebergen, en klikt zichzelf vast met de strappings. Dat zijn speciale gordels die hem in zijn stoel houden. De achterste is stuk en moet vervangen worden. Kosten: 194 euro.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13125605/140526SPO_2033630064_Yun2.jpg)
Nederland, Wijk bij Duurstede. 4 mei 2026. Rolstoeltennisser, Yun Kloostermann, maakt zich klaar voor de training. . Foto: Dieuwertje Bravenboer
Nederland, Wijk bij Duurstede. 4 mei 2026. Rolstoeltennisser, Yun Kloostermann, maakt zich klaar voor de training. . Foto: Dieuwertje BravenboerHet komt bovenop een reeks uitgaven die het gezin al jaarlijks doet voor Yun’s tennisambities. Rolstoelsport is duurder dan reguliere sport, becijferde ABN Amro recent. Rolstoelsporters die de stap naar topsport willen zetten, zijn daar jaarlijks gemiddeld tussen de 16.000 en 26.500 euro méér aan kwijt dan valide sporters. Het onderzoek richtte zich op rolstoeltennis, -basketbal, -rugby en -hockey, vertelt sectoreconoom bij ABN Amro Gerarda Westerhuis.
De voornaamste meerkosten zitten in speciaal vervoer en fysieke begeleiding. „Ieder dorp heeft een tennisvereniging, maar niet ieder dorp heeft een vereniging die rolstoelsport aanbiedt”, zegt Westerhuis. Sporters in een rolstoel moeten grotere afstanden afleggen en zijn daarbij afhankelijk van ouders of anderen die hen brengen met een grote auto – want zowel de dagelijkse rolstoel als de sportrolstoel moeten mee. „Een rolstoelsporter stapt niet even op de fiets.” Van de 1.600 tennisverenigingen in Nederland hebben er ongeveer zestig een programma voor rolstoeltennis.
Veel kilometers
„Dit is Bubbels”, zegt Yvonne terwijl ze de achterklep van de champagnekleurige stationwagen opentrekt. „Hij is lelijk, maar betaalbaar.”


De grote achterbak zit ramvol: voor vertrek legden Yvonne en Yun routinematig een nauwkeurige puzzel. Links Yuns dagelijkse rolstoel, rechts het frame van de sportrolstoel, één wiel daarvan erbovenop en één wiel er plat tegenaan. De grote tennistas – want naast het racket ook gevuld met gereedschap voor eventuele mankementen aan de sportrolstoel – op de achterbank.
Ook de sportrolstoel is duur. Gemeenten geven daar vaak om de zoveel jaar een vergoeding voor, in Yun’s geval 2.800 euro. Omdat die vergoeding per gemeente verschilt, is die niet meegenomen in het onderzoek. Maar een goede sportrolstoel kost al gauw tussen de 10.000 en 20.000 euro, vertelt zijn moeder. Intussen heeft Yun een paar tennisballen tussen zijn wielen geklemd en rolt hij de baan op om in te slaan met zijn trainer Rick Molier (50).
Bij de eerste bal die hij slaat, verschijnt een brede grijns op Yuns gezicht. Hij is vlug in zijn stoel. Maar tijdens het inspelen duwt hij zichzelf steeds een stukje omhoog. Hij zit niet lekker. Zijn stoel is aangemeten op zijn tiende. Dat was nog vóór zijn groeispurt. Hij krijgt er blauwe plekken van. Niet dat hij klaagt – zijn moeder wist er tot voor kort niet eens van, zegt ze. „Hij zegt nooit wat. Maar we waren laatst bij de fysiotherapeut en die vroeg of hij nog ergens last van had. Toen pas liet hij de blauwe plekken bij zijn heupen zien.”
De stoel van Yun is bovendien te log, zegt trainer Aad Zwaan (83), die zojuist de baan op is komen lopen. Yuns stoel is een instapmodel, zegt hij. „Op dit niveau moet je gewoon een betere, lichtere stoel hebben. Je bent de hele tijd aan het draaien en sturen met je heupen. Als de stoel te zwaar is, is dat heel belastend voor je heupen en onderrug.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13125907/140526SPO_2033630064_Yun7-2.jpg)
Nederland, Driebergen-Rijsenburg. . 4 mei 2026. Rolstoeltennisser, Yun Kloostermann, tijdens zijn traning. Hier in beeld: zijn trainers Rick Molier (l) en Aad Zwaan (rechts). Foto: Dieuwertje Bravenboer
Nederland, Driebergen-Rijsenburg. . 4 mei 2026. Rolstoeltennisser, Yun Kloostermann, tijdens zijn traning. Hier in beeld: zijn trainers Rick Molier (l) en Aad Zwaan (rechts). Foto: Dieuwertje BravenboerZwaan traint al sinds de jaren negentig toprolstoeltennissers, onder wie ook Yuns trainer en voormalig wereldkampioen Molier. Naast degenen die de top bereikten, zag hij ook veel jonge spelers vlak daarvoor afhaken. „Spelers die, net als Yun, veel talent en discipline hadden. Maar niet het geld. Voor een normaal gezin is het zonder hulp eigenlijk niet te doen.”
Zwiep, tak, plof.
„Weer mis. Opnieuw.”
Yun speelt te veel ballen uit bij het serveren, en daarom moet hij de bal nu vóór de pionnetjes slaan, op de eerste helft van het serveervlak. „Yun, jij wil vaak harder, harder, harder”, zegt Molier. „Zo van: die bal móét erin. Maar daardoor ga je soms te hard en gaat de bal juist uit.” Hij tilt zijn arm op en buigt zijn schouder. „Beweeg je schouder goed mee na het raken van de bal, om gecontroleerd en rustiger te slaan.”
In! En weer in! En nog een keer! „Subliem”, roept Zwaan vanaf de zijlijn. „Prachtige schouderrotatie!” Yun lacht.
Een jaar geleden werd Yun opeens ziek, midden op de tennisbaan. „Hij zakte in elkaar”, vertelt Zwaan. In het ziekenhuis bleek dat zijn darm aan het afsterven was. „Hij piepte er bijna tussenuit”, zegt zijn moeder. Tegen de verwachtingen van de artsen in, stond hij een halfjaar later alweer op zijn eerste tennistoernooi. „Daar heeft hij alles aan gedaan. Toen dachten we: oké, je vindt dit écht heel leuk.”
Sponsor
Daarom zijn Yun, zijn ouders en zijn trainers op zoek naar een sponsor. In de tenniswereld is het gebruikelijk dat spelers afhankelijk zijn van sponsoren. Alleen zijn die in het rolstoeltennis moeilijker te vinden. „Ze haken al af als ze het woordje ‘rolstoel’ horen”, zegt Yun. „Ze hebben geen beeld bij de sport, en hoe mooi die is.”
Ze sturen tientallen mails per maand naar mogelijke sponsoren, zegt Yun, maar krijgen meestal geen reactie. De hoop is nu gevestigd op de ABN Amro-sportbeurs, die dit jaar is gelanceerd en bestaat uit financiële ondersteuning en professionele begeleiding, en een bedrijf in Duurstede dat „aan het nadenken” is.
Wat als beide weer een ‘nee’ worden? „Het geld is eigenlijk op”, zegt Yvonne. Tot nu toe betaalden zij en haar man het tennissen van hun spaargeld en vakantiegeld. „Terwijl Yun ook nog een broer van 16 heeft. Die is gelukkig snel tevreden, maar gaat nu ook naar het mbo. Die kosten lopen dus op. We verdienen prima, maar zijn wel gewoon een middeninkomen.” Yvonne is administratief medewerker in de zorg, haar man zit in de beveiliging.
Westerhuis van ABN Amro noemt de geschatte meerkosten voor rolstoelsport „een onderschatting”. Naast de sportrolstoel is bijvoorbeeld ook niet meegenomen dat toernooien vaker in het buitenland zijn. „En niet in Duitsland, Frankrijk of België”, zegt Yun. „Eerder in Italië, Spanje, Kroatië of Zwitserland.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13125937/140526SPO_2033630064_Yun9.jpg)
Rolstoeltennisser Yun Kloosterman tijdens zijn traning. „Sponsors haken al af als ze het woordje ‘rolstoel’ horen.”
Foto Dieuwertje BravenboerDat betekent veel reizen, en naast de vliegtickets komen daar kosten voor een extra koffer met medische benodigdheden bij. En voor de sportrolstoel, als odd-size bagage. „Daarvoor betaal je zo 150 euro heen én terug.” Tel daar hotelkosten bovenop en ieder toernooi is een kostbare onderneming. „Het aantal toernooien dat je speelt is heel bepalend voor wie wel of niet de top bereikt”, zegt Yun.
Het laatste toernooi betaalden zijn ouders van het laatste spaargeld. Zonder sponsor zal Yun niet alleen de overstap naar de senioren niet kunnen maken, maar ook niet kunnen blijven tennissen zoals hij dat nu doet, zegt Yvonne.
Voor de afsluitende oefening scheert Yun rakelings met zijn wielen langs hoopjes tennisballen. Om de wendbaarheid in de rolstoel te oefenen, moet hij telkens een bal van een hoopje plukken en op zijn racket in het midden leggen. Hij gooit zijn lichaam naar links voor een scherpe bocht, de rolstoel volgt. Soms raakt hij een hoopje lichtjes aan. De ballen roffelen zachtjes over de baan.
Bzzt, bzzt.
Een appje van Yvonne, een week na de training. „Yun is geselecteerd voor de sportbeurs!!! We zijn super blij!!”
Een paar dagen later verschijnt Yun zelf in beeld, breed lachend. Hoe is het nieuws bij hem binnengekomen? „Het is fantastisch. Voor iedereen met liefde en potentie voor deze sport is het heel zuur als je moet stoppen vanwege geld. Ik ben blij dat ik door kan, een stukje onzekerheid valt weg. Maar ik vind het ook erg voor degenen die moeten blijven zoeken. Geld zou niet bepalender moeten zijn dan hoe hard je ergens voor werkt.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13125328/140526SPO_2033630064_Yun_Dragend.jpg)
Nederland, Driebergen-Rijsenburg. . 4 mei 2026. Rolstoeltennisser, Yun Kloostermann, tijdens zijn traning. Foto: Dieuwertje Bravenboer
Nederland, Driebergen-Rijsenburg. . 4 mei 2026. Rolstoeltennisser, Yun Kloostermann, tijdens zijn traning. Foto: Dieuwertje Bravenboer

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/64ea993-Vries%2520Marijn%2520de%25202023%252001%25201280.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13153252/140526BIN_2033680375_1-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13142509/140526ECO_2033670098_Kitchen.jpg)




/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11151914/110526OND_2033618566_nforce.jpg)

English (US) ·