Drie vrouwen rijden elke donderdag vroeg in de middag naar het café, 261 jaar aan levenservaring in één Fiat Panda. De auto is van Tineke (82), een automaat, wel zo fijn, gezien haar slechte knieën. Ze pikt Rinkje (83) op in haar straat en daarna oude kennis Grietje (96). De teller ging eerst zelfs voorbij de 350, want Corrie (91) reed ook mee. Maar dat werd proppen, dus nu pakt Corrie de scootmobiel.
Op naar café Hoornstertil. Het ligt in hun dorpje van zevenhonderd zielen, Wehe-den Hoorn, gemeente Het Hogeland, 25 kilometer boven de stad Groningen. De zaal met bar in Engelse stijl doet elke donderdagmiddag dienst als ‘thuiskamer’, een ontmoetingsplek voor inwoners, gerund door inwoners. Goed, een sociaal werker van welzijnsorganisatie Mensenwerk Hogeland hielp onder meer om een plek te vinden, maar daarna namen de inwoners de organisatie over, inclusief het vervoer regelen. Vandaar de volle Panda.
Annelies (68) nam het voortouw, een gepensioneerd activiteitenbegeleider die zo’n beetje naast het café woont. De eigenaren van Hoornstertil stellen de zaal gratis beschikbaar, ze vinden zo’n ontmoetingsplek belangrijk voor het dorp en hadden nog plek op donderdagmiddag. De thuiskamerbezoekers krijgen 1 euro korting op hun eerste thee of koffie.
Met z’n achten zitten ze rond de tafel deze middag, allemaal vrouwen, een paar zestigers, een paar tachtigers, plus negentigers Grietje en Corrie. Ze spelen een spel bedacht door Annelies: noem om de beurt een achternaam die tevens een beroep is.
„Matroos!” klinkt het.
„Boer!”
„Smid!” zegt Corrie te snel, want het is Tinekes beurt.
„Bouwmeester”, zegt Tineke.
Nu is Corrie. „Zanger”, zegt ze.
„Dat is geen achternaam”, zegt Annelies.
Corrie valt stil.
„Je had het net over smid.”
„Ja, smid”, zegt Corrie.
Bij slecht weer wordt Corrie door haar dochter naar het café gebracht. Ze wordt, als ze haar dochter moet geloven, vergeetachtiger. Vorig jaar werd ze plots onwel – „ik kreeg een hersentikje”. Lag ze drie dagen in het ziekenhuis. Naar een verpleeghuis wil Corrie niet, „laat mij maar alleen”.
„Gezellig is het thuis lang niet altijd”, zegt Grietje, weduwe sinds 1996. „Zit je daar alleen in de winter, als het donker is.” De dokter kwam op huisbezoek en suggereerde de thuiskamer.
Alle vrouwen hier wonen trouwens nog thuis. Hun achternamen zijn bij de redactie bekend, maar NRC noemt ze niet, dat zou de slagingskans van nepagenten en andere babbelaars vergroten.
Lees ook
‘Mijn kinderen zeggen dat ik alles vergeet’, vertelt de Turks-Nederlandse vrouw aan de geriater met behulp van de tolk
Twee uur lang discussiëren
Mensenwerk, onderdeel van sociaalwerkorganisatie Tintengroep, begon in 2019 met vier thuiskamers in deze grote Groningse gemeente, die zich uitstrekt van Lauwersoog in het noordwesten tot Eemshaven in het noordoosten. Doel: meer ontmoetingen tussen inwoners voor een hoger welbevinden, zodat ze in hun eigen dorp prettig thuis kunnen blijven wonen. En ook: verdrijving van eenzaamheid.
Het concept heeft een vlucht genomen. Verspreid over de tientallen dorpskernen telt Het Hogeland nu 35 thuiskamers. Er zit iets aanlokkelijks in het laagdrempelig karakter: drie enthousiaste inwoners en twee vrijwilligers volstaan om aan te kloppen bij Mensenwerk. Iedereen vanaf achttien jaar is welkom, al nemen vooralsnog vooral oudere inwoners initiatief.
In Winsum ontmoeten gelijkgestemden elkaar in een ‘roze vijftigplus-thuiskamer’ in cultureel centrum De Blauwe Schuit; in Obergum kwamen zoveel ouderen samen in recreatieruimte Floraborg dat online restricties werden gepubliceerd: „Wegens groot succes is deze thuiskamer alleen bestemd voor mensen van 55 jaar en ouder, woonachtig in Obergum.”
Het gezelschap, een mannetje of twintig, groeit nogal. Eén boekenkast begint al danig in de weg te staan
Een almaar uitdijend groepje Bedumer filosofieliefhebbers – van eind dertig tot eind zeventig – klopte aan bij Mensenwerk voor ruimere behuizing en ze komen inmiddels één avond per maand samen in een activiteitencentrum, waar ze twee uur lang één stelling bediscussiëren. „Ik woonde één avond bij”, zegt Sandra Schoonbeek, coördinator van de thuiskamers bij Mensenwerk. „De stelling was: ‘Twijfel is het begin van wijsheid.’ Ik had niet gedacht dat we daar twee uur lang over konden praten. Maar dat was daadwerkelijk zo.”
De gemeente hoopt op een thuiskamer in elke dorpskern. Een onlangs gepubliceerde handreiking van Mensenwerk en hogeschool Hanze biedt praktische tips. Onlangs kwam 3.500 euro beschikbaar vanuit een samenwerkingsverband van gemeente, Rijk en enkele maatschappelijke organisaties.
Zoekend naar een locatie stuit men – soms ingegeven door het budget – op verrassende vondsten. Een havenrestaurant in Lauwersoog. Een omgebouwde manege in Winsum. Een boerderij in Niekerk. Het Koffie- en Winkelmuseum in Pieterburen. In het dorp Kantens kwam een mannengroepje anderhalf jaar gratis bijeen in een huurhuis dat wachtte op sloop na aardbevingsschade. Vervolgens weken ze uit naar de kantine van het ijsbaanterrein want ja, die wordt toch niet zoveel gebruikt en ijsvereniging Kantens vraagt slechts een vergoeding voor gas, water en licht.




Café Hoornstertil op donderdagmiddagen: naast de klaverjasclub is er sinds januari 2025 de thuiskamer, ontmoetingsplek voor dorpsgenoten.
foto’s Siese VeenstraDruk in de bibliotheek
In Uithuizen (5.500 inwoners) is op donderdagochtend de bibliotheek gesloten, maar de deuren gaan open voor de thuiskamer. Crista (59), voormalig kapper, is de kartrekker en zet met drie collega-vrijwilligers de kannen koffie en thee klaar op tafels tussen wandkasten met de boeken over reizen en kunst. Het gezelschap, een mannetje of twintig, groeit nogal. Eén boekenkast begint danig in de weg te staan.
Ruim voor de starttijd is al een aardig groepje aangeschoven, onder wie Henk (bijna 84), weduwnaar sinds 2022, dat ging heel plots, vertelt hij. Dus ja, hij komt hier voor de gezelligheid en leert intussen de namen van dorpsbewoners die hij jarenlang alleen van gezicht kende. Namen die hem vervolgens wel weer eens ontschieten, want, zegt hij, „mijn bovenkamer is wat vergiet-achtig”. Hij wil weten of de grap landt: „Vergíét-achtig hè, niet vergéétachtig.”
Henk houdt van praten, vooral over de jacht, dat merkte Crista ook, dus hij mocht laatst een lezing geven in de thuiskamer. Henk: „Dan begin ik altijd met: zijn er mensen die vegetarisch zijn of veganist? Nou, die waren er, twee of drie. Ik zeg: mensen, ik respecteer dat u veganist bent. Maar u moet mijn hobby ook respecteren.” En daarna informeerde hij dit gezelschap van vijftigers tot tachtigers over mannetjesreeën, ‘bokken’ die hun stanggewei afwerpen, nee, dat ís dus geen ouderdom, dat gebeurt gewoon elk jaar. De ouderdom kun je aflezen aan het gebit, aan slijtage en – heel grappig – die kleine reeën hebben dus óók een melkgebit, maar dan met molaren of eigenlijk premolaren en…
„Ook een bonbon?” Een vrouw met kort grijs haar houdt Henk een doosje voor. „Ik trakteer, want morgen ben ik jarig.” „Hoe oud word je?” vraagt een vrouw aan de andere kant van de tafel. „63”, antwoordt de bijna-jarige. „Snotneus”, zegt de vrouw.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/07132033/070426BIN_2032734994_thuiskamer6.jpg)
Café Hoornstertil heeft een thuiskamer. Het ligt in Wehe-den Den Hoorn.
Foto Siese VeenstraOp reis
Marga, zo heet de ‘snotneus’. Gemeenteambtenaar van beroep. „Dat klinkt heel wat, maar ik maak al 27 jaar het gemeentehuis schoon. Vorig jaar hebben ze mij in dienst genomen.” Scheuren maakten haar huis onbewoonbaar, ze verpieterde in een „wisselwoning” buiten het dorp en haar aardbevingscoach suggereerde deze thuiskamer van Uithuizen in de bieb.
„Als ik niet ga, is het net of ik wat gemist hebt”, vertelt Marga. Vorig jaar maakten ze een reisje met de thuiskamer, zestien man in twee taxibusjes, toerend door het Groningse land. „Iedereen mocht een plek opgeven, iets uit zijn herinnering. Memory lane, zeg maar.” Marga koos voor de pastorie van Westernieland, daar woonde ze als meisje.
Ze nam een oude buurvrouw een paar keer mee naar de thuiskamer. „Ze zei: als jij me ophaalt, kom ik. Nou dat heb ik twee, drie keer gedaan. Maar vandaag heeft ze afgebeld, want ze heeft last van haar rug.” En die buurvrouw, die had een vriendin die ook wel mee wilde. Fenny heet ze, Marga kende haar van gezicht. „Ze zit daar in de verre hoek.”
Nu heb ik geen drempelvrees meer. Het is hartstikke gezellig
„Ik kan krúípen naar de bieb, zo dichtbij woon ik”, zegt Fenny (79). Eigenlijk wist ze al van de thuiskamer. „Ik was al een paar keer voorbijgelopen, maar ik had drempelvrees”, zegt ze. „Ik dacht: zou ik naar binnen gaan? Nu heb ik geen drempelvrees meer. Het is hartstikke gezellig.”
Fenny woont alleen, heeft twee jaar geleden haar partner verloren. „Heel cru, maar dat is de derde man die ik verloor… dus dan denk je: waaróm?” Vriendinnen heeft ze zat en ze heeft ook hartstikke goed contact met haar kinderen, ze is oma en heeft zelfs twee achterkleinkinderen. Maar ja: „Dan kom je thuis van een feestje: hup, zit je weer alleen. Televisie aan…” zegt ze, „… bak chips erbij…” Ze schiet in de lach.
Grietje zit hard na te denken over achternamen die ook beroepen zijn, een paar uur later in het café twintig kilometer en heel wat weilanden verderop. Ja, er schiet haar iets te binnen. „Veenboer”, zegt ze.
„Veeboer?” zegt Annelies, „is dat een achternaam?”
„Véénboer”, zegt Grietje.
„O, véénboer! Nou oké, dat rekenen we goed.”
„Slager”, zegt de volgende.
„Dan zeg ik slachter”, zegt Annelies.
„Loodgieter.”
„Corrie?” zegt Annelies, „jouw beurt weer.”
Corrie denkt na. Op haar voorhoofd verschijnt een frons. „We worden hier gék gemaakt.”
Lees ook
In de afgelegen bergen van Zuid-Polen leven inwoners het langst: wat is hun geheim?


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/07223224/070426DEN_2032778482_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/07175719/070426VER_2032845370_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/07144859/070426BIN_2032779022_bio.jpg)





English (US) ·