In de exclusieve Londense buurt Mayfair lopen vier privédetectives kort na elkaar een wit pand binnen. Het is dinsdagochtend 5 augustus, afgelopen jaar.
Op opnames is te horen hoe ze hun stoelen aanschuiven en om thee met melk vragen. Dan neemt een van de mannen het woord. „Guys”, zegt hij tegen zijn collega’s, „gisteren hadden we het over haar paspoort”. Hebben ze kunnen uitvogelen welke landen de vrouw die ze onderzoeken bezocht? Waar is ze geweest?
„We hebben Europa gecheckt”, antwoordt een van hen. „We hebben ook Cambodja gecheckt, Laos, de Filippijnen en Jordanië.” Maar de zoektocht leverde geen enkele hit op. „Niks.”
Mmmm, mompelt de voorzitter.
De mannen werken voor twee private bureaus in Londen aan een geheime inlichtingenoperatie. Die draait om een vrouw in Nederland, met een topfunctie in het internationaal recht.
In opdracht van een klant brachten ze haar leven in kaart. Op de vergadertafel in Mayfair liggen stapels papier met persoonlijke gegevens van de vrouw en van haar familie. Haar schoonmoeder groeide op in Zeeland, schrijven ze, in de buurt van Terneuzen. Zij komt uit een „vooraanstaande ondernemersfamilie”, die pompstations runde in de provincie, van „East Zeeuws-Vlaanderen from De Braakman to Nieuw Namen”.
Illustratie Joost StokhofDe mannen doken in het kadaster, de Kamer van Koophandel, lazen Zeeuwse kranten, het telefoonboek. Ze bekeken geldstromen en vastgoedportefeuilles, legden lijsten aan met opleidingen, sportprestaties, huwelijken en scheidingen. „Op 5 augustus 1972”, staat in een van de rapporten, schoonvader Evert is dan negen, „wordt zijn tekening afgedrukt in de Provinciale Zeeuwse Courant, in de kinderbijlage Speulerieë”.
„Fascinerend”, mompelt de voorzitter.
Hoe nu verder?
Eigenlijk zouden ze in Den Haag bij haar voor de deur moeten gaan staan, oppert een van de mannen. Dat deed hij voor zijn vorige baas ook. „We hebben iemand nodig die haar in de gaten houdt.”
„Weten we waar ze nu zit?”, vraagt een ander.
„Maleisië”, zegt de voorzitter.
No way, zegt een ander aan tafel. De voorzitter: „Ze zit vrijwel zeker in Maleisië.”
Smeer- en smaadcampagnes
Europa heeft een bloeiende inlichtingenindustrie. Internationale steden als Londen en Genève zijn hotspots voor particuliere bureaus. Die opereren formeel meestal als „strategisch adviesbureau”; ze doen fraudeonderzoek, adviseren bij bedrijfsovernames, geschillen en reputatieschade, ze zoeken bewijs dat kan worden aangedragen in rechtszaken. Via de achterdeur bieden ze ook diensten aan die geheim moeten blijven: privédetectivewerk, smeer- en smaadcampagnes op bestelling.
Oók op Nederlandse bodem.
Het Londense kantoor Highgate Advisory (twintig medewerkers) krijgt in het voorjaar van 2025 de opdracht het vizier te richten op het Internationaal Strafhof in Den Haag, een van de belangrijkste rechtbanken ter wereld. „Main target”, zo beschreef The Guardian eind vorig jaar, is een 38-jarige advocaat. De vrouw heeft een belangrijke functie in de top van het Strafhof. In het voorjaar van 2024 beschuldigde zij de hoofdaanklager, Karim Khan, van seksueel misbruik. Sindsdien wankelt zijn positie.
Illustratie Joost StokhofHighgate roept de hulp in van Elicius Intelligence, een kleiner bureau een wijk verderop. Er werken voormalig agenten van de Amerikaanse drugsbestrijding DEA, de Britse National Crime Agency, IT-specialisten en een oud-onderzoeksjournalist. Deze ‘agenten’, zo noemen ze elkaar, werken discreet, gebruiken codetaal en communiceren via versleutelde apps. Gevoelige gesprekken voeren ze soms bewust op openbare plekken om afluisteren te voorkomen. Om dezelfde reden mogen telefoons officieel de vergaderruimtes niet in.
De bureaus verzamelen privacygevoelige informatie over Strafhofmedewerkers en hun familie, zoals over hun afkomst en religie
Highgate en Elicius werken zeker vijf maanden in het geheim aan een onderzoek op Nederlandse bodem. Agenten weten diep door te dringen in het privéleven van de 38-jarige vrouw en verschillende andere Strafhofmedewerkers – veelal advocaten die gevoelig werk doen, zoals slachtoffers bijstaan in spraakmakende rechtszaken.
NRC sprak met drie mensen die kennis hebben van de operatie en met negen mensen die er doelwit van waren. We beluisterden vijf opnames van werkbesprekingen over de strategie en de voortgang van de operatie. NRC had inzage in e-mails en appberichten. De stukken laten zien hoe indringend en verregaand de werkwijze is.
De bureaus verzamelen privacygevoelige informatie over Strafhofmedewerkers en hun familie, zoals over hun afkomst en religie. Ze werken met vermoedelijk gestolen informatie, zoals paspoortgegevens, e–mailadressen en wachtwoorden – en delen die met collega’s die voor weer andere bureaus werken. Ook proberen ze informatie los te peuteren bij contacten binnen het Strafhof.
Misleiding, bronnen dronken voeren, stiekem filmen; vrijwel alles lijkt geoorloofd. De mannen weten waar de vrouw die main target is zich bevindt. Nog geen 48 uur nadat ze is geland in Maleisië, is haar reis onderwerp van gesprek aan de vergadertafel in Mayfair.
De opdrachtgever moet te allen tijde geheim blijven. In werkbesprekingen noemen agenten geen namen. Ze spreken over „the principal” en „the ultimate client”.
Wereldnieuws
De onderzochte vrouw, we noemen haar S., is de rechterhand van hoofdaanklager Karim Khan. NRC deed vorig jaar onderzoek naar haar beschuldigingen van seksueel misbruik tegen hem. Op dienstreizen en in zijn kantoor bleef hij volgens S. aandringen op seks. Zijn gedrag zou zijn uitgemond in aanranding en verkrachting. Khan ontkent de aantijgingen, hij noemde ze „volstrekt onwaar”.
Haar beschuldigingen kwamen op een precair moment. Twee weken later nam Khan een historische beslissing: hij vroeg om de arrestatie van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu wegens oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid. De Verenigde Staten en Israël grepen de beschuldigingen van S. aan om hem en het Strafhof te ondermijnen. Netanyahu beweerde dat Khan vroeg om zijn arrestatie om de aandacht van zijn eigen problemen af te leiden. Volgens Amerikaanse politici was Khan overhaast te werk gegaan, om zichzelf te „beschermen tegen de beschuldigingen van seksueel misbruik”.
De aanklacht en het arrestatiebevel raakten onherroepelijk met elkaar verweven. De beschuldigingen van S. werden wereldnieuws.
De Verenigde Naties begonnen in november 2024 een onderzoek. Onder druk trad Karim Khan in mei 2025 tijdelijk terug. Afgelopen december leverden de VN-onderzoekers een rapport van vijfduizend pagina’s in bij het bestuursorgaan van het hof. Drie onafhankelijke rechters bogen zich over de bevindingen en formuleerden een advies. De VN-onderzoekers concluderen dat er bewijs is voor de beschuldigingen van S., maar de drie rechters noemen dat bewijs juridisch niet sterk genoeg. Het bestuursorgaan beraadt zich over vervolgstappen.
In de zomer van 2025 beschuldigde nog een vrouw Khan van seksueel wangedrag. Zij deed in The Guardian anoniem haar verhaal.
Khan stelt vanaf het begin, ook tegen NRC, dat er sprake is van een „georkestreerde campagne” om hem in diskrediet te brengen. Zijn advocaten suggereren een complot. Over S. gaan al snel allerlei verhalen rond, ook in de media. Ze zou een ‘honeytrap’ zijn, een spion. Ze zou voor de Israëlische inlichtingendienst Mossad werken, en Karim Khan in de val hebben gelokt.
Geruchten waarvoor geen enkel bewijs is. Waar komen ze vandaan?
Spion van de Mossad
Aan de vergadertafel in Londen zijn de agenten deze dinsdagochtend in augustus in hun nopjes. ‘The other side’, zoals ze de media noemen, is ‘quite well briefed’, concludeert de voorzitter. De Franse krant Le Monde publiceerde een dag eerder een artikel dat volgens de voorzitter niet hun werk is, maar wel helemaal in hun straatje past. De journalist werpt vragen op bij de beschuldigingen van seksueel misbruik. Misschien, schrijft de journalist, is Khan het slachtoffer van een complot. Online nieuwssite Middle East Eye citeert in een artikel een anonieme advocaat, zij vertelt dat Khan zich nooit ongepast gedragen heeft. „Hij is de laatste persoon op mijn lijst van mannen die zoiets zou doen.”
De voorzitter klinkt tevreden. „Er zijn een paar goede artikelen in omloop.”
Voor de komende weken hebben de agenten per appbericht nieuwe werkinstructies gekregen. Ze moeten steunbewijs vinden voor het gerucht dat S. een spion zou zijn, in dienst van de Mossad.
De instructietekst bevat een hint: S. zou een Israëlisch paspoort hebben, dat ze bewaart op de Israëlische ambassade in Berlijn. Via die route zou ze jaarlijks naar Israël vliegen. De agenten krijgen de opdracht om informatie te verzamelen die dat narratief ondersteunt.
Illustratie Joost StokhofKunnen ze vluchtbewegingen vanuit Duitsland vaststellen? Zijn er aanwijzingen dat S. Israël bezoekt? Dat ze een tweede paspoort heeft? Kunnen ze haar man aan Israël linken? „Zoek naar banden met Israël en Joodse afkomst.”
De agenten vinden in de weken die volgen niets dat op de Mossad of spionage wijst, blijkt uit onderzoek van NRC. Geen tweede paspoort, geen vluchten uit Duitsland. De enige vondst: het chemiebedrijf waar de man van S. werkzaam was, produceert koosjere ingrediënten. De mannen klinken twijfelachtig. „Zou dat een dekmantel kunnen zijn?”
Bij gebrek aan succes wordt het net breder uitgeworpen.
De Amerikaan Thomas Lynch komt op hun targetlijst. Hij werkt in het kantoor van hoofdaanklager Khan en is niet alleen diens belangrijkste adviseur, maar ook een vriend. Lynch zit op een sleutelpositie in het Strafhof, hij is contactpersoon voor het Amerikaanse Witte Huis en de vertegenwoordigers van de Israëlische premier Netanyahu.
Lynch is ook degene die intern aan de bel trekt over het vermeende seksueel misbruik. Hij vindt de beschuldigingen zo ernstig dat hij zich verplicht voelt om ze te melden bij personeelszaken.
Sindsdien zingen er hardnekkige geruchten over hem rond. Dat Lynch een spion is. Dat hij niet handelde uit plichtsbesef, maar Karim Khan voor de bus wil gooien. Hij zou zo het belang dienen van de VS, die het arrestatiebevel voor Netanyahu van tafel willen hebben.
Lynch is kortom, concluderen de mannen in een rapport, ‘topkandidaat’ voor de rol van ‘de mol’.
Een Strafhofmedewerker die vrijwel nooit iets op sociale media zet, kun je zien als iemand die iets te verbergen heeft
De agenten moeten onderzoeken met wie Lynch contact heeft gehad. Hij zou gesproken hebben met de Amerikaanse senator Lindsey Graham, een uitgesproken tegenstander van de arrestatiebevelen. Wat hebben zij besproken? Ze moeten onderzoeken of Lynch soms Joodse voorouders heeft. Wat zijn z’n Israëlische connecties?
Als Lynch hoort van NRC welke informatie de agenten zochten, valt hij stil van verbazing. „Het is treurig dat ze etniciteit en religie als wapen gebruiken. Om nog maar te zwijgen over hoe belachelijk de beschuldigingen zijn.”
Binnen enkele weken staat de halve top van het Strafhof op de targetlijst van de agenten: president van het bestuursorgaan van het hof Päivi Kaukoranta, vicepresident Margareta Kassangana, vervangend aanklager Nazhat Shameem Khan. En meerdere vertrouwelingen van S.: een juridisch adviseur, een tweede klokkenluider. Eén ding verbindt deze mensen: ze spelen allemaal een rol in het misbruikschandaal en de afhandeling ervan.
De agenten houden iedere snipper informatie tegen het licht. Onduidelijke geldstromen? Een gat in een cv? Dat kan wijzen op een dubbelleven, concluderen de mannen in hun rapportage. Een Strafhofmedewerker die vrijwel nooit iets op sociale media zet, kun je zien als iemand die iets te verbergen heeft. En het feit dat een van de ’targets’ ooit een jaar in Arlington (Virginia) woonde, is ook verdacht, aldus de agenten: „een locatie die bekendstaat om de aanwezigheid van inlichtingendiensten”.
Feit en fictie gaan steeds verder door elkaar lopen. De agenten vrezen op den duur zelf doelwit te worden van hacks en spionage, biechten ze elkaar op. Ze wisselen van telefoon, veranderen wachtwoorden, spreken elkaar moed in. Een van hen heeft een probleem met zijn Gmail-account. „Zulke dingen op het verkeerde moment. It really freaks you out.”
Tennistoernooi
Highgate en Elicius schakelen ook collega’s bij andere bureaus in. Een hele sliert onderaannemers voert klussen uit voor het onderzoek. Wie de opnames beluistert en resulterende rapporten bekijkt, vindt sporen naar het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Thailand en Nederland.
De onderaannemers weten vaak niet aan welk onderzoek ze meewerken, betrokkenen praten over een ‘big firewall’ tussen de agenten en hun opdrachtgever. „Ik weet bijna nooit wie de klant is”, zegt een onderaannemer. „Meer informatie dan over die ene specifieke klus, krijg ik niet.” Ze gaan, zegt een agent, op „jacht”. Kamernummers van voormalige studentenkamers worden in rapporten geplakt, familieportretten, de uitslag van een tennistoernooi in 1989.
„Kunnen we in- en uitreisgegevens krijgen van mensen die de Verenigde Arabische Emiraten bezochten?”, mailt een medewerker van Highgate – de mail is in handen van NRC. Dat kan, stuurt het contact terug. Hij vraagt om paspoortgegevens en een geboortedatum. De kosten: 1.000 pond, 10-12 werkdagen. „Helemaal prima”, stuurt de Highgate-medewerker terug. „Happy to proceed.”
Handel in vluchtinformatie en paspoorten is in deze branche aan de orde van de dag, zeggen collega’s van andere bureaus. „Alles is te koop, tot en met bankgegevens”, zegt een van hen. „Ik werk er dagelijks mee.” De agenten beschikken niet alleen over het paspoortnummer van S. maar ook over haar mailadressen, wachtwoorden en andere inloggegevens, óók van haar kind. NRC had inzage in de correspondentie daarover. S. bevestigt desgevraagd dat het om haar gegevens gaat.
Illustratie Joost StokhofLekken naar de pers
„Terzake mannen”, zegt de voorzitter van de meeting op die dinsdagochtend in augustus. „Het belangrijkste dat ik vandaag wil weten: hoe staat het met onze man in Nederland?”, vraagt hij. „Wat is de deal?”
In de vergaderzaal in Mayfair gaat het niet alleen over de zeer gevoelige informatie en stukken die ze in handen kregen. De volgende fase van de operatie is het vastleggen van mogelijk belastend bewijs.
De agenten zoeken mensen met relevante functies die ze belastende uitspraken kunnen ontlokken. „Fruits for conversation”, noemen ze het aan de vergadertafel. Het plan is om sturende vragen te stellen, zo blijkt uit de opnames, en beweringen stiekem op te nemen.
Ze hebben al een kandidaat op het oog: Pieter Hoogendoorn, bestuurslid van thinc, een denktank in Den Haag met de focus op Israël. Deze man van halverwege de zeventig zou weleens vaker wat geroepen hebben over de invloed die Israël heeft binnen het Strafhof. Of die beweringen kloppen, daar gaat het aan de vergadertafel niet over. Als Hoogendoorn ze maar op tape herhaalt.
Illustratie Joost StokhofDe tape, of het transcript ervan, zullen ze lekken naar de pers of naar de Nederlandse inlichtingendiensten, zo is te horen in de besprekingen. Op die manier zouden ze het idee kunnen voeden dat er een geheime Israëlische operatie loopt waarvan hoofdaanklager Karim Khan het slachtoffer is.
Ze hebben de tijd mee. „Jullie kennen de Nederlandse equivalent van de MI5?”, vraagt de voorzitter in de vergadering in Mayfair – hij doelt op terrorismecoördinator NCTV. Hij vertelt over een nieuw NCTV-rapport over buitenlandse inmenging. In juli 2025 wordt daarin voor het eerst Israël genoemd. De NCTV schrijft dat Israël de „publieke en politieke” opinie in Nederland probeert te beïnvloeden, en dat Israël „dreigementen” tegen het Strafhof heeft geuit. De agent ziet een kans. Het zou het „meest logisch” zijn, zegt hij, om naar de Nederlandse inlichtingendiensten te lekken.
De Nederlandse agent die hiervoor wordt ingeschakeld denkt dat het moet lukken. Hij heeft het bestuurslid van de denktank vaker gesproken, ze kennen elkaar van een congres. De onderaannemer vraagt 50.000 euro voor een transcript. Aan de vergadertafel in Londen gaan de wenkbrauwen omhoog bij dat bedrag. „Is dat niet wat veel geld voor uitspraken die niet over het hoofdonderwerp gaan?”, zegt een van de agenten. De beoogde uitspraken gaan over andere medewerkers van het Strafhof dan S., bedoelt hij. De agenten spreken een succespremie af: de Nederlandse agent krijgt 3.000 Britse pond voor een gesprek met het bestuurslid, 25.000 als de denktank-man zijn eerdere bewering herhaalt. „Een droomscenario”, mijmert de voorzitter aan de vergadertafel.
In Soest rinkelt enkele weken later de telefoon van het bestuurslid van denktank thinc. In het gesprek dat volgt vertelt Pieter Hoogendoorn de agent dat zijn gootsteenputje verstopt zit. De afwas stapelt zich op, „de keuken lijkt wel oorlogsgebied”. De agent probeert het gesprek naar het Strafhof te sturen, maar de man dwaalt steeds af. En tot overmaat van ramp ontstaat er verwarring, volgens Hoogendoorn haalt de agent het Strafhof (ICC) en het Internationaal Gerechtshof (ICJ) door elkaar, blijkt uit het transcript van het gesprek dat NRC heeft ingezien.
Na 37 minuten verbreken de mannen de verbinding. Hoogendoorn zegt in het telefoongesprek niets belastends over beide gerechtshoven. De operatie is mislukt.
Illustratie Joost StokhofAuto achter schoolbus
S. heeft geen idee wat zich bij de inlichtingenbureaus afspeelt, maar vanaf de zomer van 2025 begint ze een patroon te zien.
In afwachting van het VN-onderzoek zit ze thuis. Ze slaapt op de bank naast haar laptop, een printer en stapels papier.
Het begon met hackpogingen. Vanuit verschillende landen probeerden anderen in te breken op haar telefoon, haar mail, haar cloud. Daarna zag haar kind drie keer dezelfde auto achter de schoolbus aanrijden. En een paar weken geleden werd ze ’s nachts wakker van een scooter die door de straat heen en weer reed.
S. draait rondjes in haar hoofd: is ze overbezorgd? Ziet ze spoken? Of is iets anders aan de hand?
Haar vijf telefoons gaan de hele dag. Ze wordt benaderd door journalisten van over de hele wereld
De afgelopen weken lekten er allerlei belastende details over haar en de misbruikkwestie naar de media. Details die vragen oproepen over haar beweegredenen, over haar gezondheid, over de betrouwbaarheid van haar beschuldigingen en het VN-onderzoek. Haar vijf telefoons gaan de hele dag. Ze wordt benaderd door journalisten van over de hele wereld.
Een nieuwssite schreef dat S. in de periode dat ze zou zijn misbruikt, „vriendschappelijke relaties onderhield met zowel Khan als zijn vrouw”.
En nu is het The New Yorker die haar belt. De journalist wil weten of het waar is dat ze aan een auto-immuunziekte lijdt. S. begrijpt niet waarom dat relevant zou zijn, maar wil ook niet als onbetrouwbaar te boek staan, en stuurt ziekenhuisdocumenten naar de factcheckafdeling van het tijdschrift.
Een week later verschijnt het artikel, waarin S. wordt geïntroduceerd als een vrouw die lijdt aan „lupus, een luchtweginfectie en een slopende depressie”. Persoonlijke berichten die S. stuurde aan Karim Khan komen aan bod. „Zijn aanklaagster komt erg hartelijk over”, schrijft The New Yorker. „Ze vertelt gemakkelijk over haar privéleven en haar worstelingen, is erg bezorgd om Khan en zijn vrouw, en misschien is ze zelfs iets te gretig.”
S. is ervan overtuigd dat er een lastercampagne tegen haar wordt gevoerd. Wat kan ze doen? „Ik heb niet het geld of het netwerk om het daar tegen op te nemen”, schrijft ze in een reactie aan NRC.
Q-land
Wie gaf Highgate en Elicius de opdracht? En wie betaalt?
Dat is voor NRC niet met zekerheid vast te stellen.
De agenten, zo blijkt uit opnames van de vergaderingen en berichten tussen hen, zijn er zelf van overtuigd dat ze worden betaald door Qatar en dat ze werken voor de hoofdaanklager. Spreken ze eerst nog van ‘The Principal’ (de opdrachtgever), later noemen ze hem „KK” of „Karim”. In een bespreking schertst een van de mannen dat hij voor „een verkrachter” werkt.
De financier van de operatie wordt eerst nog vaag „the ultimate client” genoemd, maar krijgt in de loop van de tijd steeds meer profiel. Het is „een land” met „woestijnen”, „sjeiks” en „emirs”, dat „pro-Palestijns” is, een land dat „klant-land” en „Q-land” heet. De Britse krant The Guardian concludeerde in november al dat de operatie betaald is door „een diplomatieke eenheid binnen de Qatarese staat”. De Amerikaanse krant The Wall Street Journal schreef onlangs ook dat Qatar achter de operatie zit.
De agent die de operatie leidt, maakt zich op den duur hardop zorgen over loslippigheid van de andere agenten: „Jullie weten al te veel”, zegt hij in een opname als het over de opdrachtgevers gaat. „Wees heel, heel, heel voorzichtig.”
De agenten bezitten vertrouwelijke informatie, zoals de volledige verklaring die de vrouw van Karim Khan over de misbruikkwestie aflegde bij de VN. Shyamala Alagendra schaart zich in die verklaring achter haar man en trekt de beschuldigingen en het motief van S. en andere betrokkenen in twijfel. Alagendra schrijft dat ze door haar werk jarenlange ervaring heeft met slachtoffers van seksueel misbruik, en dat het gedrag van S. „niet strookt met wat je zou verwachten van iemand die voortdurend seksueel misbruikt wordt”. Alleen haar advocaten beschikken over de verklaring, schrijft ze op de laatste bladzijde van het document. „Ik verstrek ook een kopie aan mijn man en zijn advocaten.”
In een reactie aan NRC ontkent Khan via zijn advocaten „categorisch” iedere betrokkenheid bij de operatie. Khan wordt bijgestaan door verschillende advocatenbureaus. Het Britse Carter-Ruck antwoordt namens alle partijen en laat weten dat hun cliënt, tot er vragen kwamen van de media, nooit van deze inlichtingenbureaus had gehoord. Carter-Ruck schrijft dat „elke suggestie dat de heer Khan of zijn adviseurs op enigerlei wijze betrokken zouden zijn bij, of opdracht zouden geven tot, activiteiten van het soort waarnaar u verwijst” (…) „volkomen onjuist” zou zijn.
Shyamala Alagendra wil niet ingaan op vragen over haar verklaring, en hoe die bij de agenten kan zijn beland. Ze schrijft dat ze „geen enkel contact” heeft gehad met „een entiteit genaamd Highgate, noch direct noch indirect, en ik heb geen enkele advocaat opgedragen om namens mij contact op te nemen met een dergelijke organisatie”.
Het mediabureau van Qatar en de Qatarese ambassade in Nederland reageren niet op vragen van NRC. Na de publicatie in The Guardian eind vorig jaar, twitterde het mediabureau van Qatar dat de beschuldigingen ongefundeerd zijn.
Een kennis
De agent die in Nederland aan het onderzoek werkte, doet in zijn sportkleding de deur van zijn Amsterdamse appartement open. Op Twitter noemt hij zichzelf ‘inlichtingenonderzoeker’, gespecialiseerd in het verzamelen van inlichtingen door menselijk contact. Op congressen wordt hij aangekondigd als iemand met veel ervaring, hij heeft voor verschillende overheden en intelligence-bureaus gewerkt. In zijn deuropening is hij terughoudend. De agent beweert dat hij zelf slachtoffer is van een complot, het transcript verzonnen is, en wil verder niet reageren.
Pieter Hoogendoorn van denktank thinc herinnert zich het gesprek met de agent nog goed. Afgelopen zomer zat de afvoer in de keuken inderdaad verstopt, vertelt hij in zijn woonkamer in Soest. „Met baking soda heb ik het toen weten te verhelpen.” Als hij van NRC over de inlichtingenoperatie hoort, staat hij raar te kijken. Hij kan zich niet voorstellen dat de agent – „een kennis” noemt hij hem – hem heeft gebruikt. Ze hebben erna nog wel contact gehad. De agent vertelde Hoogendoorn dat er valse transcripten en verhalen in omloop zijn, en adviseerde hem eventuele vragen van journalisten alleen per mail te beantwoorden.
Highgate bevestigt in een reactie dat het onderzoek heeft gedaan naar het Strafhof. Het zou gaan om een onderzoek naar „mogelijke geheime of ongepaste activiteiten die mogelijk bedoeld waren om de geloofwaardigheid, onafhankelijkheid of efficiëntie van het Strafhof te ondermijnen”. Het Strafhof blijkt niets van een onderzoek te weten en noemt zo’n onderzoek „onaanvaardbaar”.
De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) sprak vorig jaar met Strafhofmedewerkers die doelwit van de campagne waren. De NCTV deelde de informatie uit die gesprekken met de inlichtingendiensten en de politie. De politie onderzoekt of er aanwijzingen zijn die strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigen. Op vragen hierover van NRC wil de NCTV niet reageren.
De agent die het onderzoek leidde is van de site van Highgate verdwenen.
„Het is behoorlijk verontrustend”, zegt Strafhofmedewerker Thomas Lynch. Over hem is een rapport opgesteld, met op de laatste pagina een familieportret. Twee jonge broers in dezelfde polo, hun ouders er stralend achter. Hij heeft zijn moeder gebeld, vertelt hij. Zij herkende de foto meteen. Die is gemaakt in 1981, in het Amerikaanse warenhuis J.C. Penney. Het gekke is, zegt Lynch, dat foto’s in die tijd niet werden gedigitaliseerd. „Hoe komen ze hieraan? En waarom is het relevant? De enige reden die ik kan bedenken: intimidatie.”
S. laat in een reactie weten dat haar beschuldigingen altijd in twijfel zijn getrokken. „Er is veel gespeculeerd over de vraag waarom het zo lang duurde voordat ik naar buiten trad”, schrijft ze, waarom ze niet zelf naar personeelszaken stapte, waarom ze geen aangifte deed. „Ik wist precies met wie ik te maken had. Alles wat sindsdien is gebeurd, bevestigt precies waar ik al die tijd bang voor was.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11105844/160526WEE_2033353080_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/15120044/150526ECO_2033467206_handelspartner.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13144709/150526SPO_2033721162_Thialf2.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13122654/130526ECO_2033715019_trein.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06174056/080526WET_2033466385_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/13120539/130526BUI_2033208638_macron1.jpg)
English (US) ·