Een speedboot met brullende motor onderbreekt het gesprek. Hij raast over de gracht pal achter haar huis in hartje Groningen, waar de klokken van de Sint-Jozefkerk over onze hoofden beieren. Soms komt een lawaaiige boot vol studenten langs, of klinken de sirenes van hulpdiensten. Amima Helmi kijkt met een glimlach naar de gracht. „Ik ben echt een stadsmens en hier is altijd wat te zien, ik vind dat zo leuk. Het is een rustig en groen stukje van het centrum en toch gebeurt er van alles.”
Sterrenkundige Amina Helmi (55), hoogleraar aan het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, woont hier nu drie jaar. In haar woonkamer staan twee koperen beelden met haar naam erop: de Christiaan Huygensprijs (2004) en de Spinozapremie (2019), met ernaast ruimte voor de gouden medaille die ze in september ontvangt als winnaar van de prestigieuze Kavli-prijs. Voor haar is het een soort Nobelprijs. „De Kavli-prijs is een erkenning van mensen die je werk echt goed kennen, die vinden dat wat jouw onderzoek heeft bijgedragen echt baanbrekend is.”
Helmi deelt de Noorse onderscheiding met collega’s Vasily Belokurov (University of Cambridge) en Rodrigo Ibata (Université de Strasbourg). Ze krijgt de prijs, haar deel van 1 miljoen euro en die medaille, uit handen van de Noorse koning, voor haar jarenlange onderzoek naar de geschiedenis van ons Melkwegstelsel. Dat is niet op zichzelf ontstaan, maar uit botsingen met andere sterrenstelsels. Helmi ontdekte in 1999 in de buitenste lagen van de Melkweg de overblijfselen van een dwergsterrenstelsel dat 6 tot 9 miljard geleden werd opgeslokt door het onze, resten die naar haar werden vernoemd: de Helmi-stromen.
In 2018 vond ze in de gegevens die werden verzameld door ESA-satelliet Gaia de resten van het stelsel dat ze Gaia-Enceladus noemde: enkele tienduizenden sterren draaiden in de tegenovergestelde richting van de meerderheid van de sterren in ons stelsel. Sterren die hoorden bij Gaia-Enceladus, tot het tien miljard jaar geleden werd opgeslokt door de Melkweg. „Je moet je voorstellen dat je een rotonde oprijdt, rechtsom zoals iedereen, maar ineens komt er een stroom auto’s die hem linksom neemt. Dan weet je: hier is iets aan de hand, die komen ergens anders vandaan. Dat zagen we ook in de sterren.” De stromen die ze twintig jaar eerder had ontdekt en die haar naam kregen, bleken niet anekdotisch, maar een bijna-tastbaar archeologisch bewijs voor haar voorspellingen.
Een simulatie van de botsing tussen Gaia-Enceladus en de Melkweg
Video Rijksuniversiteit GroningenZe vertelt over deze ‘galactische archeologie’ op haar dakterras onder de schaduw van een parasol. Het is code oranje vanwege de hitte, maar klagen doet ze niet. „Waar ik ben opgegroeid zou dit een heel gewone zomer zijn”, zegt ze met een lach. Helmi (1970) is geboren in Bahía Blanca, een havenstad ten zuiden van de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Haar vader is een Egyptenaar met Italiaanse moeder, geboren in Caïro, die in Wageningen terechtkwam voor zijn werk in de bodemchemie; haar moeder een Nederlandse uit Beverwijk die hem daar leerde kennen. Ze woonden een decennium in Egypte, maar haar moeder kon daar niet goed aarden en toen er een kans kwam om naar Argentinië te gaan, grepen ze die. Er was werk, het klimaat beviel hen en ze kregen er hun enige dochter, de eerste Argentijnse van de familie. „We spraken thuis een mengvorm van talen. We switchten de hele tijd tussen Spaans, Engels en Nederlands, en sommige dingen zeiden we altijd in het Arabisch – vooral met eten.”
Zo werkt het voor Helmi in Groningen nog steeds. Haar zoon heeft een Spaanse naam, haar hond een Arabische, en als je niet wist dat ze uit Argentinië kwam, zou het best lastig zijn om haar accent te duiden. „Soms heb je niet eens door in welke taal je spreekt met elkaar.” Lachend: „Maar nu er voetbal is, voel ik me héél erg Argentijns.”
Eurekamoment
In Bahía Blanca leerde ze op haar twaalfde van een juf met een sinaasappel en een citroen hoe de maan om de aarde draaide en je altijd naar dezelfde kant van de maan kijkt. Het was een eurekamoment voor haar: het idee dat je iets kunt begrijpen dat miljoenen kilometers hier vandaan gebeurt, greep haar. Op haar vijftiende las ze de roman Contact van Carl Sagan, over een vrouwelijke astronoom die met wiskunde en natuurkunde iets over het universum te weten kwam. Vervolgens keek ze al snel voorbij de maan en het zonnestelsel, de Melkweg werd haar terrein.
Lees ook
‘Van wie is de hemel? Die is van iedereen’
Ze studeerde sterrenkunde aan de Universidad Nacional de La Plata, dicht bij Buenos Aires, en kwam in 1996 in Nederland om in Leiden te promoveren. Ze kwam hier met haar toenmalige man, met wie ze een zoon kreeg, en had ook steun van de familie van haar moeder. Maar het was erg wennen. Van spontane etentjes met vrienden en familie kwam ze in het Nederlandse agenda-denken terecht, waar ontmoetingen liever ver vooraf goed gepland werden. „Natuurlijk duurt het altijd even voor je je plek vindt. Maar we hebben toen wel heel vaak naar last-minute aanbiedingen gekeken: kunnen we niet nog eventjes terug naar Argentinië?”
Ook een opvallend verschil: op de universiteit in La Plata was de man-vrouw verhouding in de sterrenkunde zo’n 50-50, maar in Nederland kwam ze terecht in een mannenbolwerk. „Ik had me nooit afgevraagd of sterrenkunde wel iets voor mij was, of ik geschikt was. In elk geval nooit vanwege mijn gender. Maar in Leiden was maar één vrouwelijke hoogleraar [de eerdere Kavli-winnaar Ewine van Dishoeck]. Ik was meestal de enige vrouw, ik vond dat heel erg vreemd.”
In Argentinië heerst een machocultuur, zegt ze, maar vrouwen werken er veel. Ze moeten wel, om genoeg geld bij elkaar te sprokkelen. „Een verschil met hier is dat een hoogleraar in Argentinië niet zo veel prestige heeft, dus mannen gaan liever iets anders doen, zoals de politiek in. Of iets anders waar ze hun ego in kwijt kunnen.”
„We zijn bezig met wat er gebeurt in het universum en dan maakt het niet zoveel uit waar je op aarde bent, of waar je vandaan komt”
Was het zwaar voor haar? „Niet zwaar, wel soms vermoeiend. Soms was ik een van de weinige vrouwen in een vergadering, dan kwam ik met een voorstel dat werd genegeerd. En dan kwam een half uurtje later een man met hetzelfde idee. Tja, dat is een ervaring die veel vrouwen kennen. Maar het gebeurt gelukkig steeds minder, omdat de verhoudingen beter worden. Hoewel dat vooral komt omdat er heel veel vrouwen uit het buitenland hier komen studeren en werken. We doen wel veel om Nederlandse meisjes te werven hoor, door ze te vertellen wat er kan en dat ook te laten zien. Ik ben vrouwelijke hoogleraar in de sterrenkunde, dat is natuurlijk al goed om te laten zien. Ik geef wel eens een lezing of interview ook al heb ik daar eigenlijk geen tijd voor. En ik heb nu een aantal vrouwelijke, Nederlandse bachelorstudenten, dat is heel erg leuk.”
Bemiddelaar
Van huis uit leerde Helmi juist niet in termen van landen of grenzen denken, en dat past bij de sterrenkunde. „We zijn bezig met wat er gebeurt in het universum en dan maakt het niet zoveel uit waar je op aarde bent, of waar je vandaan komt”, zegt ze. Thuis zat ze niet alleen tussen culturen, maar ook tussen twee geloven in: haar moeder was katholiek, haar vader islamitisch, en allebei waren ze erg gelovig. Maar Argentinië is een katholiek land en Helmi werd katholiek opgevoed. Ze werd de bemiddelaar in het gezin, zoekend naar overeenkomsten in plaats van verschillen. „Mijn vader vond dat erg moeilijk. Hij had liever gezien dat ik moslim was geworden, maar hij accepteerde het. Voor mij zijn de principes van het geloof eigenlijk hetzelfde, ook al zijn dingen binnen de beide religies anders.”
Helmi gaat op zondag naar de kerk die soms zo luid door het gesprek beiert. Het gevoel van God is voor haar een bepaalde dankbaarheid, die altijd aanwezig is geweest bij haar belangrijkste ontdekkingen. „Voor mij is er wel een soort plek, ergens, wat we de hemel noemen. Maar niet ‘de hemel’. Dat is voor mij een plek om naar de sterren te kijken. Geloof is heel persoonlijk. Het is jouw ervaring, jouw relatie met God. Ik ben niet zo van de doctrines.”
Donkere materie
De bijna twee miljard sterren die de Gaia-sonde registreerde in die hemel vormen slechts 1 procent van de Melkweg. Van het stelsel weten we niet eens uit hoeveel spiralen het bestaat, en we zullen het nooit van een afstand in z’n geheel zullen kunnen zien. ”Ik vind dat niet frustrerend. Ik vind het vooral bijzonder dat je met je brein toch zoiets kunt snappen. Het is mindblowing dat je zo ver terug in de tijd kunt gaan en dingen kunt leren. Ik snap sterren en ik snap – redelijk – hoe ze werken. Dat is genoeg voor mij, ik hoef niet zelf de ruimte in, hoor!”
Lees ook
‘Iedereen is fan’ van de Europese sonde die de subtiele structuren van de Melkweg heeft blootgelegd
‘Haar’ Gaia-telescoop is in januari 2025 uitgeschakeld, de batterijen raakten (vijf jaar later dan gepland) leeg. Er wordt bij ESA gesproken over een nieuwe Gaia-missie, maar Helmi is er niet bij betrokken. Ze kijkt alweer verder: naar de mysterieuze donkere materie, theoretische deeltjes met massa maar zonder lading die zouden verklaren waarom sterren en sterrenstelsels sneller door het heelal bewegen dan ze zouden moeten, wat betekent dat er meer massa is dan we kunnen zien. „De voorspelling is dat er een soort ‘klonten’ zijn van koude donkere materie in de halo van de Melkweg. Je kunt je voorstellen dat als daar slierten sterren bij in de buurt komen, ze invloed op elkaar hebben. Die slierten worden uit elkaar getrokken of ze veranderen van baan. We zijn nu bezig met heel veel van die sterrenstromen in kaart te brengen en te zien of er afwijkingen zijn die kunnen duiden op die klonten donkere materie.”
Ingewikkeld, want die afwijkingen kunnen ook door iets heel anders komen. Ze worden ook aangetrokken door satellietstelsels, zoals de Magelhaense wolken, of op een andere manier uit hun baan getrokken. Helmi praat sneller als het op dit onderwerp komt. En ja, als ze kan aantonen dat die klonten donkere materie bestaan door afwijkingen in sterrenstromen te vinden die niet op een andere manier veroorzaakt kunnen zijn, zijn we een grote stap verder in het oplossen van dat mysterie. „Ik vind het heel spannend. Het kan ook nog zijn dat die materie niet koud is, maar iets warmer, en de deeltjes zich net anders gedragen.”
Gaat ze tijdens haar leven de vraag beantwoorden wat donkere materie nou is? „Dat hoop ik – nee, dat moet wel!” Ze denkt even met haar ogen dicht over hoe ze de volgende zin moet vormen. „Als we de komende vijftien of twintig jaar de problemen met deze theorie niet kunnen oplossen, dan klopt onze natuurkunde misschien niet helemaal. Dan is de manier waarop we naar zwaartekracht kijken waarschijnlijk niet de juiste. Dat zou niet makkelijk zijn om op te lossen.” Ze lacht. „Maar ik ben daar niet bang voor. Je toetst theorieën, en ze kloppen of niet. Dat is de manier om vooruitgang te boeken. En als het allemaal anders blijkt te zijn dan hebben we een heel nieuwe puzzel, die we moeten rijmen met wat we nu denken te snappen. Dat puzzelen is juist leuk.”
Lees ook
‘Van wie is de hemel? Die is van iedereen’


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/03105525/060726OPI_2034949050_Economist_City_Upon_Hill.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/05204059/050726SPO_2034976073_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01081643/050726DEN_2034871639_code.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/02153157/030726ECO_2034305085_WEB_ILLU_Geboren-consument1_Tomas-Schats.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/03172458/web-030726BIN_2034951268_quint.jpg)
English (US) ·