Bij de Spaanse superster Rosalía komt alles samen in een uitbarsting van energie

3 uren geleden 1

Midden op het podium wordt een houten kunstkist opengebroken. Daarin staat Rosalía, verheven op een sokkel, roerloos en scherp omlijnd, haar haar strak opgestoken. In een wit balletpak met een zachtroze tutu en spitzen in een perfecte derde positie is ze een directe knipoog naar Edgar Degas’ ballerina’s, maar met een eigen, hedendaagse ziel. Als een mechanische danseres in een speeldoosje wacht ze op het eerste teken van leven.

Dan priemt haar présence als een dunne straal daglicht door de ruimte, een brug tussen hemel en aarde in een sereen podiumbeeld met een reusachtige maan. De opening ‘Sexo, Violencia y Llantas’ is een indringende toonzetter, rauw en meeslepend. In ‘Reliquia’ fluistert ze dat ze geen heilige is, maar zich wel gezegend voelt, terwijl ze dansend en pointe ontwaakt op de pulserende klanken van ‘Porcelana’. In de klassieke klanken knisperen beats; Engels, Spaans, Catalaans vloeien samen. Terwijl ze in ‘Mio Cristo piange diamanti’ (Mijn Christus huilt diamanten) de pure maagd, gesluierd, breekbaar en onaantastbaar hoog recht je ziel in zingt.

Foto Christian Bertrand

Dit was nog maar het eerste deel in een stijf uitverkochte Ziggo Dome. In een grootschalige productie die elementen van popopera en performancekunst samenbrengt heeft de Spaanse superster Rosalía – bekend om haar hybride benadering van popmuziek, waarin ze genres als flamenco, hiphop en experimentele pop mengt – in een zorgvuldig gecomponeerd geheel van alles verbonden.

Een caleidoscopisch avontuur

Gulzig zoeken, optillen, agenderen. Wat een caleidoscopisch avontuur was haar album Lux vorig jaar. Rosalía dwong er focus mee af, zocht diepgang als reactie op het snelle scrollgedrag van nu – de snelle shots dopamine. Haar songcyclus was geïnspireerd op het leven van verschillende vrouwelijke heiligen en kwam in vier delen, dertien talen, koren, strijkers én beats. In de liedjes van Lux doken duidelijke katholieke vrouwelijke archetypes op, met name rond Maria en Maria Magdalena als symbolen van zuiverheid, zonde en verlossing. Het London Symphony Orchestra tilde haar zang groots op – een soort weelderige operapop. Totaal anders dan haar vorige plaat Motomami (2022), die haar definitief tot een mondiale naam maakte, vol reggaeton, veel speelser en fragmentarischer.

Lees ook

Het nieuwe album van Rosalía: weelderig, dynamisch en volslagen uniek

Rosalía op de rode loper bij het Met Gala in New York, op 5 mei.

Nu is de Ziggo Dome twee avonden gevuld met publiek met serene bruidjes, nonnen met kapjes en kruizen, kerkgewaden en Maria Magdalena’s. Opvallend hoeveel Spanjaarden zijn afgereisd naar Amsterdam, merkt de zangeres in een Spaans onderonsje. Al haar liedjes kregen Nederlandse boventitels. Mooi uitgelicht in een kruis, midden in de zaal, wordt Rosalía begeleid door een orkest onder leiding van de Cubaanse dirigente Yudania Gómez Heredia. Dat die orkestleden weinig in beeld komen op de grote schermen is een gemis, ze zitten op hun stoeltjes net te laag voor de staande bezoekers.

De vraag was hoe Rosalía Vila Tobella, de 33-jarige artieste uit Barcelona, haar nieuwe muziek – de brede fusie tussen klassiek en pop – zou doortrekken op de podia. Knap en overdonderend, even aards als licht, vol leven en verbeelding, zo blijkt. Haar religieuze referenties worden visueel en emotioneel omgevormd tot een moderne, theatrale vorm. Het danceblok met steeds meer opgevoerde elektronica. Haar zoektocht naar religieuze verlichting. Haar lichtvoetige praatjes, over borrelen aan de grachten, geven het geheel een aardse, bijna relativerende ondertoon. Maar steeds voel je een ‘bravo!’ boven borrelen, na weer een adembenemend deel.

Dat komt vooral door haar stem, hard versterkt klinkend door de ruimte. Of ze nu danst, op de grond ligt tussen haar dansers, of zwoel in ‘La Yugular’ over een glazen plaat kruipt met de camera onder zich en er een gouden snipperregen over haar heen daalt. Ze is technisch zo begaafd, maar zingt vooral extreem indringend en smartelijk, met de oertraditie van flamenco als basis. Rosalía voelt elke noot.

Lees ook

Rosalía schakelt briljant tussen smachtend en dansbaar op Motomami

Zangeres Rosalía bij de presentatie van haar nieuwe album Motomami, in Madrid.

Een levend kunstwerk

En in één adem, of nou ja, er zijn best wat lange pauzes tussendoor, beweegt ze door verschillende personages: ingetogen en klassiek als een ballerina, uitgesproken en verleidelijk als een clubfiguur. Het schuivende podiumontwerp van de Rotterdamse ontwerper Dennis Vanderbroeck is effectief, de ‘sacred street style’ theaterkostuums van onder meer ontwerpster Ann Demeulemeester aantrekkelijk. En het is waanzinnig hoe de show barst van de kunstreferenties. Rosalía presenteert zich geregeld als levend kunstwerk: in de hit ‘Berghain’ is de zwarte dansende duivel met horens van Goya. Ze is de Mona Lisa in haar lijst, ze vliegt als Icarus met armen in veren. ‘La Perla’ is met recht een parel. Rosalía is de Venus van Milo, door een slimme zwart-witchoreografie met vele armen die haar omarmen als een dansende jurk.

In de choreografieën van het Franse danscollectief (La) Horde voert fysieke intensiteit sowieso de boventoon: van klassiek tot rave-energie uit de Berlijnse club Berghain: donker, pulserend en compromisloos. De operapop van de hit ‘Berghain’, nu weliswaar zonder koor en vocalen van Björk op band, is héét. De zaal gaat daarna volledig uit zijn dak wanneer Rosalía de energie opvoert met Motomami-knallers ‘Saoko’, een rauw feestmoment waarin beats en baslijnen als golven door het publiek slaan, het sensuele ‘La Fama’ en ‘La Combi Versace’ met dansers op blokken.

Foto Christian Bertrand

Traditie blijft dichtbij: haar publieksfavoriet ‘De Madrugá’, eindelijk ook op plaat vastgelegd, krijgt gestalte in een moderne flamencodans die het verleden en het heden naadloos verbindt. Tijdens het intermezzo voor ‘Dios es un stalker’ beweegt Rosalía zich dwars door de mensenmassa naar haar orkest op een tweede speelvlak. Het publiek zingt luidkeels mee, en zij lacht, omhelst, en breekt elke afstand af die normaal tussen artiest en zaal bestaat.

Een sacrale dimensie

In ‘La rumba del perdón’ zoekt ze vervolgens naar verzoening, gedragen door de warme cadans van een Spaanse rumba. Boven het publiek zwaait tijdens ‘CUUUUuuuuuute’ een immens vat wierook in laserlicht, zoals het zwaaiend wierookvat in de kathedraal van Santiago de Compostela. Ook hierdoor krijgt het concert weer een sacrale dimensie.

Niet elk onderdeel is even scherp. Waar het publieksmoment met ‘Can’t Take My Eyes Off You’ (Frankie Valli) met Rosalía als Mona Lisa charmeert, is een grote biechtsessie een veel te lange theatrale onderbreking. Maar daartegenover staan intense hoogtepunten als ‘La perla’ en ‘La yugular’, waarin vorm, stem en beeld precies samenvallen.

In de finale komt alles samen in een uitbarsting van energie. Oude knallers ‘Bizcochito’ en ‘Despechá’ zorgen voor euforie en lichtheid, terwijl de tragiek van ‘Focu ’ranni’ eindigt in het beeld van de gevallen engel: ze valt achterover met gespreide vleugels. Een prachtig kwetsbaar slot, al brengt toegift ‘Magnolia’ alles terug naar de naturelle opening.

Lux maakt uiteindelijk vooral indruk door zijn ambitie en uitvoering. Rosalía toont zich een artiest met groot stilistisch lef en een stem die alles draagt in fluïde muzikale werelden. Ze weigert te kiezen tussen pop, klassiek en flamenco, en juist in die voortdurende beweging wordt duidelijk waarom ze nadrukkelijk richting wereldtop beweegt.

Lees ook

Rosalía mengt stijlen en genres als een muziekalchemist. Wie is zij?

Lees het hele artikel