Ik was voor het eerst trainer/coach. Mijn oudste dochter (10) had me naar voren gedrukt in haar schoolvoetbalteam, we hadden de zaak schromelijk onderschat. Ik dacht dat ik het wel tussen mijn werkzaamheden door zou kunnen frummelen, maar ik sloeg achterover van de hoeveelheid appverkeer van betrokken ouders.
Dan was er nog een ingelaste training.
Ik had wel eens met mijn dochters gevoetbald, de laatste keer hield ik daar een verzwikte enkel aan over omdat ik in een kuil stapte, maar ik was dan wel de beste van het veld. Het is natuurlijk normaal dat je wint van drie meisjes, maar ik hield daar toch een zegevierend gevoel aan over.
Dan de training.
We stonden in eerste instantie zonder bal op het kunstgrasveld van de dichtstbijzijnde voetbalvereniging, waar ze elkaar op het veld verbaal te lijf gingen. Er moest een aanvoerder worden aangewezen. Ik wees meteen naar mijn dochter, maar dat werd niet serieus genomen.
De stemmingen daarna verliepen chaotisch.
Er waren er nogal wat die uit veiligheidsoverwegingen op alle twee de overgebleven kandidaten stemden, maar er kan er natuurlijk maar één echt de aanvoerder zijn.
Mijn dochter riep: „Papa doe wat, dit is een bitchfight.”
Ik had nog nooit een bitchfight meegemaakt, maar uiteindelijk werd de zaak door mij beslecht door ze op te dragen achter hun favoriete aanvoerder te gaan staan.
De verliezend finaliste vond mij vanaf dat moment een hele slechte coach, de door mij verzonnen oefeningen – op goal schieten en combineren – werden met wegwerpgebaren begeleid. De kersverse aanvoerder speelde me in het afsluitende partijtje door de benen, hetgeen mijn gezag geen goed deed. Ik heb haar niet getrapt, iets wat ik mijn dochter thuis wel aanraadde om te doen als een tegenstander met haar zou doen wat dat meisje, die overigens de beste van allemaal was, bij mij had gedaan.
Thuis waren we diep onder de indruk van het niveau. Dit team was zo goed dat het me niet zou verbazen als ze uiteindelijk gewoon kampioen zouden worden. De inbreng van de familie Van Roosmalen was eerder verstorend, daarin vonden we elkaar. „Het is enige wat wij kunnen toevoegen is enthousiasme”, zei ik.
„Wat doe ik als ik de bal krijg?”, vroeg mijn dochter.
„Ze spelen niet naar jou”, zei ik. „Zo’n team is dit niet.”
Ondertussen brak er een oorlog uit, maar in mijn telefoon was dit bijzaak. Vanmiddag de eerste wedstrijd, tegen bitches uit Zuidoost. Ik zal de zegetocht zo enthousiast mogelijk begeleiden, er is al besloten dat ik daarna opgevolgd word door een broer van een van de betere speelsters.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04185711/040326VER_2032046782_zeespiegel.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/04125717/040326BUI_2032031476_staal.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/25154921/020326WET_2031784411_Antartica.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/02134137/020326VER_2031966120_zuidsoedan.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/02144516/020326VER_2031952031_Pettit.jpg)

English (US) ·