Commissie wil Europese industrie stimuleren – maar wat is Europees?

3 uren geleden 1

Het is niet zomaar een nieuwe aanpak – je zou het zelfs een nieuwe doctrine kunnen noemen, zegt Stéphane Séjourné. Met het doel cruciale Europese bedrijfstakken te stimuleren, heeft de Franse Eurocommissaris voor Interne Markt en Diensten woensdag het langverwachte en meermaals uitgestelde voorstel gepresenteerd voor de Industrial Accelerator Act.

De Europese Commissie stelt hiermee een Made in Europe-eis aan de autosector, de sector voor duurzame technologie (windmolens, zonnepanelen), de energie-intensieve industrie en kerncentrales, en legt die sectoren ook duurzaamheidscriteria op. Bedrijven die overheidsopdrachten of -subsidies willen ontvangen, moeten aan die voorwaarden voldoen.

De bedoeling van de wet is de Europese industrie te versterken. Die is de afgelopen twintig jaar nauwelijks gegroeid, kan moeilijk op tegen de Chinese concurrentie en verkeert ook nog eens in grote onzekerheid door het grillige handelsbeleid van de VS. Draagt de industrie nu voor 14 procent bij aan de Europese economie, Séjourné wil dat dit tegen 2035 20 procent is.

Lees ook

Leus ‘Koop Europees’ wordt straks hard beleid: Brussel wil Europese inkoop verplichten

Een medewerker van Volkswagen voert een controle uit bij een auto die zojuist bij de Duitse fabrikant is voltooid.

Simpel zal dat niet zijn, erkende de Franse Eurocommissaris. Het was al moeilijk geweest zijn collega’s in de Europese Commissie op één lijn te krijgen, zoals ook de lidstaten veel discussie is. Frankrijk is al jaren voorstander van een Buy European-doctrine, Duitsland – waar de auto-industrie bijvoorbeeld veel onderdelen uit China betrekt – ziet het op zijn best als laatste redmiddel. Ook Nederland zit veeleer op de lijn van volledige vrijhandel.

Wederkerigheid belangrijk

En meer Made in Europe is ook niet eenvoudig. Hoe ver reikt ‘Europe’ bijvoorbeeld? Als je China wilt beconcurreren, sluit je dan partners als Canada, het VK, Japan en de VS uit? Is volledig ‘made’ in Europe realistisch, of kies je voor deels – en welk percentage dan? En moet het per se ‘in’ zijn, of mag het ook mét?

In het voorstel van Séjourné kan publiek geld besteed worden aan producten Made in Europe or by its friends. De Commissie sluit geen van de pakweg veertig landen uit waarmee de EU handelsovereenkomsten heeft, en geeft evenmin garanties. Voor deze landen, waaronder het VK, Japan en Canada, zal wederkerigheid een belangrijke factor zijn: hebben Europese bedrijven daar toegang tot overheidsopdrachten en -subsidies? Hier zou bijvoorbeeld Canada’s Buy Canadian-beleid een sta-in-de-weg kunnen zijn.

Voor onderscheiden producten verschillen de duurzaamheidseisen en de mate waarin iets in Europa moet zijn gemaakt. Voor staal geldt geen ‘Europa-eis’, wel een duurzaamheidseis. Voor aluminium geldt wel de eis dat het deels uit Europa moet komen. Elektrische auto’s moeten in de EU in elkaar gezet zijn, 70 procent van de onderdelen moet uit de EU komen, exclusief de batterij – waarvan dan wel weer een specifiek aantal onderdelen in Europa moet zijn gemaakt. De eisen zijn iets soepeler voor kleine elektrische auto’s.

Dirk Gotink, Europarlementariër voor NSC, is „hartstikke blij dat Europa kiest voor Made with Europe in plaats van Made in Europe”. Een sterke en concurrerende Europese industrie is volgens hem essentieel, „maar vergaand protectionisme is niet de juiste route”. De VS mogen zich afsluiten voor open handel, maar Europa moet geen muren optrekken voor andere vrijhandelslanden, aldus Gotink.

Europarlementariër Mohammed Chahim (PvdA) vindt: als je publiek geld uitgeeft, mag je verwachten dat het terugkomt in Europa –als producten, onderdelen of werkgelegenheid. Chahim vindt wederkerigheid belangrijk om te bepalen of een niet-EU-land meetelt bij Made in Europe, maar vindt dat criterium te breed. „Als je alle handelsafspraken meeneemt, sluit je niemand uit en betekent zo’n Europees label in de praktijk niets.”

Europese eigenaars

De Commissie werpt ook drempels op voor grote investeringen (vanaf 100 miljoen euro) van bedrijven buiten de EU met een groot marktaandeel. In de praktijk is die barrière gericht op China, schrijft de Brusselse denktank Bruegel.

De werkgelegenheid die met een dergelijke investering is gemoeid, moet voor minstens de helft voor EU-burgers zijn. Ook moet zo’n partij een joint venture aangaan met een Europese partner die daarin de meerderheid heeft. Onduidelijk is welke gevolgen dat heeft voor fabrieken met een Chinese eigenaar die al in Europa staan. Dat is, zegt Séjourné, „wat andere landen al jaren doen”. Hij wijst naar China waar je de markt niet op komt zonder nationale partner.

Met het voorstel voor de Industrial Acceleration Act heeft de Europese Commissie een aanzet gegeven voor meer geleid Europees industriebeleid. Het wordt nu inzet van onderhandelingen met het Europees Parlement en de lidstaten.

Lees het hele artikel