Bobsleeën en rechtszaken lijken wel op elkaar, weet advocaat en bobsleepiloot Dave Wesselink. ‘Het draait om presteren op het beslissende moment’

5 uren geleden 1

Als bobsleeër Dave Wesselink (26) maandagochtend samen met Jelen Franjic (25) aan zijn eerste run begint in Cortina d’Ampezzo, heeft hij de baan in zijn hoofd al tientallen keren afgelegd. Tijdens het ontbijt, na trainingen, voor het slapen: in gedachten suisde Wesselink de afgelopen dagen telkens opnieuw door de zestien Italiaanse bochten. Het parcours tekende hij na in een schrift, met notities in de kantlijn. Zijn telefoon gaf Wesselink dagen geleden al aan zijn coach; in alle rust wil hij zich kunnen voorbereiden op de races.

Die minutieuze voorbereiding neemt hij mee uit zijn andere werkveld. Want Wesselink mag dan topsporter zijn, in eerste instantie is hij advocaat voor een kantoor in Alkmaar. Wanneer hij in de rechtszaal staat voor een zaak over fusies of aandeelhouders, werkt hij ook scenario’s uit en probeert hij zijn hoofd koel te houden. In zekere zin lijken bobsleeën en zittingen ook wel op elkaar, zegt Wesselink afgelopen januari op topsportcomplex Papendal. „Het draait allemaal om presteren op het beslissende moment.”

Deze week probeert Wesselink, piloot van de Nederlandse twee- en viermansbob, op de Olympische Winterspelen te pieken op het moment suprême. Met beide ploegen mikt hij op een plek in de toptien. Het zou een voorlopige bekroning zijn van zijn nog korte bobsleecarrière. Dit nadat hij zich in januari ondanks twee zware crashes en in een geleende Australische bobslee op memorabele wijze kwalificeerde voor de Spelen.

En dat terwijl Wesselink vier jaar geleden nog nooit in een bobslee had gezeten.

Ontmoeting op Tenerife

Wesselink leek zich in 2022 nog op te maken voor een topsportcarrière als hordeloper. Hij werd Nederlands kampioen bij de junioren, ging in 2018 naar het WK onder-20 en pakte in 2020 en 2021 brons bij de senioren. Veel tijd en energie ging uit naar de atletiek. Wesselink studeerde rechtsgeleerdheid in Leiden, maar bleef in zijn geboortedorp Heiloo wonen en kreeg van het studentenleven weinig mee.

Tot zijn frustratie bleek de stap naar de senioren te groot, blessures bleven hem achtervolgen. Een trainingskamp op Tenerife veranderde alles. Op het Spaanse eiland ontmoette Wesselink een Duitse bobsleester, die hem bevlogen over haar sport vertelde, en over grote, succesvolle bobsleeërs die ook begonnen in de atletiek – onder andere bobsleegrootheid Francesco Friedrich was in zijn jeugd atleet.

Lees ook

‘Franz’ zou een grootheid worden in de bobslee – en dat is gelukt

De bobslee van Team Friedrich tijdens de Olympische Spelen van Beijing

Wesselink wist weinig van bobsleeën – „ik kende de basisregels, en de film Cool Runnings over de Jamaicaanse ploeg in 1988” – maar vulde een formulier in van de bobsleebond. Een half uur later ging zijn telefoon. Of hij naar Innsbruck wilde komen, waar de Nederlandse ploeg nieuwe piloten zou testen. Twee weken later zat Wesselink voor het eerst in een slee.

„Het was een impulsieve actie, eigenlijk niets voor mij, maar ik was nog niet klaar met het topsportleven. Ik zag bobsleeën als een uitweg.”

‘Achtbaan besturen’

Wesselink, die in dezelfde periode begon als advocaat, was meteen verkocht. De snelheid, de adrenaline, het gevoel „zelf een achtbaan te besturen”. Na zijn eerste afdaling belde hij zijn ouders. „Ik zei: ‘Pap, mam, dit is het vetste wat ik ooit heb gedaan.’”

Wesselink – 1,93 meter lang, ruim 100 kilo – viel bij de bobsleeploeg op door zijn snelheid, kracht en explosiviteit, maar ook door zijn reactievermogen. Cruciale eigenschappen voor een piloot, op wie grote verantwoordelijkheid rust. Teamgenoten duwen de bob op gang, maar zodra de slee rijdt, zijn ze volledig aangewezen op Wesselinks stuurmanskunsten.

Dat sturen moest hij nog wel leren. Lange gesprekken met coach en oud-bobsleeër Ivo de Bruin hielpen daarbij, net als diens onorthodoxe trainingsvormen. Zo belandde Wesselink op een dag op een motor. Sturen, remmen, koppelen: de ritten over de snelweg moesten zijn hersenen op een andere manier trainen. „Als piloot moet je één worden met de slee. Hoe ik beweeg, zo beweegt de slee. Zo werkt het op een motor ook.”

Wesselink ontwikkelde zich fysiek, mentaal en technisch snel, maar hoewel de olympische droom steeds dichterbij kwam, wilde hij de advocatuur niet opgeven. Het zou hem een „leeg” gevoel geven. „Als topsporter ben je vaak hele dagdelen aan het niksen. Trainen, eten, slapen: dat is het dan. Dat is niets voor mij.” Zijn trainingen doet Wesselink in de zomer om het advocatenwerk heen. In de winter wisselt hij het kantoor en buitenlandse trainingskampen af.

Toch nam Wesselink afgelopen oktober onbetaald verlof; hij moest zich zien te kwalificeren voor de Spelen. Dat lukte, met kunst- en vliegwerk en dankzij de hechte bobsleegemeenschap.

Australische slee

Het liep namelijk slecht met de tweemansbob van Wesselink en Franjic in wereldbekerwedstrijden. De start was meestal nog wel aardig, maar in de laatste bochten verloor het duo telkens snelheid. Hoger dan een teleurstellende vijftiende plek eindigden ze steeds niet, onvoldoende voor olympische kwalificatie.

Maar Wesselink en Franjic belden wat rond. Ze mochten de veel snellere slee van de Australische Sarah Blizzard lenen – een slee bepaalt voor een belangrijk deel het resultaat. Een cruciale zet: plots zoefden ze in St. Moritz naar de achtste plaats, precies genoeg voor olympische kwalificatie. Na afloop kon een geëmotioneerde Wesselink het nauwelijks geloven.

Voor de camera van de NOS zei Wesselink eigenlijk niet eens te weten wat de Australische slee zoveel beter maakt. „Nou ja, ik wilde het publiek niet vermoeien met een technische uitleg”, nuanceert hij nu. „De Australische slee is vergevingsgezinder. Ook als ik een klein foutje maak in een bocht, gaat hij rechtdoor. Het scheelt veel: een fout in een bocht werkt altijd door in de volgende. Je verliest dan tijd, of erger.”

Dave Wesselink met de helm waarmee hij tijdens een training in St. Moritz crashte.

Dave Wesselink met de helm waarmee hij tijdens een training in St. Moritz crashte.

Foto Iris van den Broek/ANP

Erger, dat ondervond Wesselink een week daarvoor tijdens een training met de viermansploeg – in eigen slee. Wesselink ging te hard, kon niet meer repareren, crashte. Kansen verkeken, dacht hij onderweg naar het ziekenhuis met knallende koppijn. Toen Wesselink uit het raam keek, zag hij „vreemde vormen”.

Het bleek de stress te zijn die het lichaam moest verlaten. Een CT-scan wees uit dat hij geen hersenschudding had, de olympische ambitie bleef in leven. Een week later crashte de viermansbob opnieuw, maar ondanks een daardoor gemiste wedstrijd – en dus een te lage eindklassering – droeg sportkoepel NOC-NSF de ploeg voor.

Auto-ongeluk

Zo’n crash blijft heftig, zegt Wesselink. Hij vergelijkt het met een auto-ongeluk, maar dan „eentje dat dertig seconden duurt”. Klap na klap krijgt de piloot met 130 kilometer per uur op zijn helm te verwerken. Na zo’n crash twijfelt Wesselink. Kan ik dit wel? Is het dit waard? „In het begin moest mijn coach mij daar echt uit praten, maar nu ik meer ervaring heb, kan ik meer vertrouwen op mijn kwaliteiten.”

In Cortina wil Wesselink met datzelfde vertrouwen aan zijn runs beginnen. De Australische slee mogen ze opnieuw lenen, die van hen gaat naar Trinidad en Tobago. Met de beoogde top-tienplekken blijft Wesselink realistisch, medailles won Nederland nog nooit. „Landen als Canada en de VS hebben miljoenenprogramma’s, met fulltime atleten. Wij doen het eigenlijk al ongelofelijk goed.”

De baan zit in ieder geval in zijn hoofd, de bochten heeft hij „aan elkaar geknoopt”. Na de Spelen moet Wesselink zich ‘gewoon’ weer melden bij advocatenbureau Schenkeveld. „En over vier jaar heb ik twee keer zoveel ervaring in het bobsleeën. Dan kunnen we écht hele mooie dingen laten zien.”

Lees het hele artikel