Het is gemakkelijker tegen dan voor de bouw van een datacenter te zijn. De – vaak ook nog eens zeer lelijke – gebouwen hebben weinig vrienden. Er wordt de laatste maanden dan ook flink tegen geprotesteerd. Dat gebeurt vooral in de Verenigde Staten, waar veel grootschaliger en in veel hoger tempo wordt gebouwd dan hier. Volgens peilingen richt al het anti-AI-sentiment zich daar nu tegen datacenters.
In Amsterdam was op 12 juni ook een protest. Actievoerders bezetten de bouwplaats waar de Britse ontwikkelaar Pure Data Centres Group drie datacentertorens neerzet. Dat complex wordt geheel verhuurd aan Microsoft, werd onthuld door NRC. Wat in Amsterdam-West verrijst, is in naam geen hyperscaler. De drie datacentertorens vallen niet onder de definitie van het landelijk verbod. Maar de optelsom komt op hetzelfde neer.
Ik was er niet bij (collega Merijn de Waal wel) en ik heb dus ook niet gevraagd of het verzet van Geef Tegengas! tegen alle datacenters is. Of alleen als ze groot, Amerikaans en geen toonbeeld van transparantie en goed bestuur zijn.
Die vraag vind ik relevant omdat het moeilijk is digitaal autonomer te worden zonder datacenters te bouwen. De vraag naar datacapaciteit stijgt enorm. Volgens de Europese Commissie is de komende vijf tot zeven jaar ten minste een verdrievoudiging nodig van de Europese datacentercapaciteit.
Dat wil niet zeggen dat er in Nederland drie keer zoveel bij moet. ‘Wij’ leveren nu al zo’n 1,5 gigawatt van het Europese totaal van ongeveer 12 gigawatt (datacenters worden bij gebrek aan beter gemeten in het elektrisch vermogen dat erin beschikbaar is). De capaciteit wordt bovendien nog steeds uitgebreid, maar in een veel lager tempo dan elders in Europa en al helemaal als je het vergelijkt met de Amerikaanse bouwwoede en investeringen.
Intussen lijkt het alsof niemand het debat daarover echt durft te voeren. Het is populair om tegen datacenters te protesteren. Eng om ze politiek te verdedigen. Dat geldt vermoedelijk met name voor lokale politici.
Alexander IJkelenstam, bestuursrechtadvocaat bij CMS, vertelt datinvesteerders staan te trappelen om geld te steken in de bouw van datacenters in Nederland. Dat willen ze op zich overal wel, maar Nederland is nog altijd interessant vanwege onze ‘hub-functie’ met internetknooppunten. We gelden als een „hyperconnectiviteitscluster”.
Maar – bovenop de netcongestie – zijn de regels hier momenteel te onduidelijk. Eigenlijk is alleen duidelijkheid over de allergrootste categorie (‘hyperscale’). Die mogen alleen in Eemshaven in Groningen en Middenmeer in Noord-Holland. Verder gewoon niet. Maar een maatje kleiner, wanneer en waar mag dát?
Zelfs de bouw van nieuwe, kleinere colocaties, voor applicaties van bedrijven en overheden, komt nu niet van de grond
„De leegstand in datacenters is historisch laag. En iedereen springt bovenop de weinige plekken die er nog wel zijn om te bouwen.” Maar dan loopt het geregeld alsnog spaak in het vergunningstraject. Want alle bestuurslagen bemoeien zich er inmiddels mee en hebben allemaal net een andere invalshoek. In beginsel gaan gemeenten op basis van de (nog betrekkelijk nieuwe) Omgevingswet over de ruimtelijke ordening. „De Omgevingswet heeft als uitgangspunt ‘zo decentraal mogelijk’. Veel ligt dus bij gemeenten en die willen datacenters niet.”
Provincies zijn het bevoegd gezag voor de milieuvergunning zodra de noodstroomvoorziening boven de 50 megawatt thermisch vermogen uitkomt, maar stellen in hun verordeningen inmiddels ook vestigingseisen waar gemeenten zich aan moeten houden. En er is dus landelijk hyperscalerbeleid. „Het is een heen en weer van verantwoordelijkheden en daardoor politieke onzekerheden. Zelfs de bouw van nieuwe, kleinere colocaties voor het laten draaien van de eigen applicaties van bedrijven en overheden komt nu niet van de grond.”
Het gevolg is dat geld van investeerders naar het buitenland gaat. In Scandinavië en Zuid-Europa kunnen ze wel bouwen en krijgen ze vaak nog nieuwere zeekabels ook. Intussen verliest Nederland zijn digitale voorsprong en groeit de afhankelijkheid van andere landen en Amerikaanse bedrijven. „Tijd voor een ‘spreidingswet’ voor datacenters”, oppert IJkelenstam.
Eigen datacenters eerst
Die slogan zullen politici niet snel in de mond nemen. Sowieso vindt lang niet iedereen het een goed idee om van bovenaf locaties aan te wijzen. Een daarvan is Peter Vermeulen, die professioneel statistieken verzamelt over datacenters en voor zowel de Nederlandse als de Europese branchevereniging voor datacenters een jaarlijks rapport produceert.
Ik zie het precies andersom, zegt Vermeulen desgevraagd telefonisch. „Zorg dat het binnen het systeem wordt opgelost. Kijk naar waar stroom beschikbaar is en ga daar bouwen.” En geef datacenters een positievere rol in het energiesysteem. „Als je ze op slimme plekken neerzet, kunnen ze bijvoorbeeld met hun batterijcapaciteit bijdragen aan het opvangen van pieken en dalen in de energievraag.”
Het debat komt in Den Haag intussen wel mondjesmaat op gang. VVD, D66 en CDA hebben recent een motie ingediend om meer ruimte te maken voor ‘Europese datacenters’. Eerder pleitten Kamerleden van Pro en de ChristenUnie ook al voor een vleugje ‘eigen datacentra eerst’. En het kabinet legt de laatste hand aan een nieuw rijkscloudbeleid met strengere eisen aan het gebruik van clouddiensten door de Rijksoverheid. Dat zou de vraag naar diensten van Europese aanbieders moeten aanwakkeren.
Intussen lobbyt Rick Pijpers van de Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie voor meer liefde voor datacenterprojecten waarin de meerderheid van de aandelen in Europese handen is. Die liefde zou moeten bestaan uit meer prioriteit op het stroomnet en soepelere vergunningverlening.
Dat betekent volgens Pijpers niet dat Nederland volgebouwd moet worden met megadatacenters. Die komen wat hem betreft in het noorden van Europa, onder meer in Noorwegen en Zweden. Dat is gunstiger omdat er voldoende energie uit waterkracht beschikbaar is (dat stroomt dag en nacht door), voldoende ruimte, en het koelen van de datacenters er minder energie kost. „Waarschijnlijk landen de geplande Europese AI-factories daar.”
Het ministerie van Economische Zaken zou volgens Pijpers vooral moeten investeren in dikke zeekabels van ‘de Nordics naar hier’. Zodat hier bedrijven kunnen ontstaan die „in soevereine datacenters” de daar ontwikkelde AI toepassen. „Dan blijven de opbrengsten uit die datacenters hier en maken we niet de fout zoals tijdens de ontwikkeling van het internet waarbij alle opbrengsten naar Amerika zijn gegaan.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/03105525/060726OPI_2034949050_Economist_City_Upon_Hill.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/05204059/050726SPO_2034976073_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01081643/050726DEN_2034871639_code.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/02153157/030726ECO_2034305085_WEB_ILLU_Geboren-consument1_Tomas-Schats.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/03172458/web-030726BIN_2034951268_quint.jpg)
English (US) ·