„Kijk, dit is een beverglijbaan, daar sjeest hij het water in.” En die kale stammen? „Dat zijn wilgen, daar eet hij de bast van.” En zie je daar? „Daar heeft hij allemaal materiaal omgeknaagd.” Ze wijst. „Hier is-ie: de dam.” Helemaal waterdicht is hij niet. Maar het is onmiskenbaar dat er meer water vóór dan achter de dam staat. „Het scheelt minstens een halve meter, ik denk wel meer”, zegt Lieve van Zandvoort.
Elke week loopt ze haar achtertuin uit tot aan de idyllisch meanderende beek die de grens van haar erf vormt: de Kleine Beerze. Ze volgt het pad langs het water. Op een dag, begin vorig jaar, lag er plots een boom op dat pad. Wie heeft die nou weer omgezaagd, dacht ze boos. Toen zag ze tussen de begroeiing talloze afgeknaagde boompjes, alsof er potloden uit de grond groeiden. „Zo kwam ik erachter dat er een bever zit”, zegt ze verrukt. Sterker nog: twee bevers.
Dat eindeloze knagen is niet alleen arbeidsethos, voor de bever is het noodzaak. De oranje tanden waarmee het grootste knaagdier van Nederland bomen velt, blijven groeien, een beverleven lang. Hij móét knagen, om ze op lengte te houden. Daarna bouwt hij. Een veilige burcht met een ingang onder water, om vijanden buiten de deur te houden, is het doel. Maar dan moet er eerst een dam zijn. Op veel plekken is de bever, zich van geen kwaad bewust, daardoor in gevecht met een waterschap. Ook in het Brabantse Hoogeloon, waar een miljoenenproject de natuurlijke stroom van de Kleine Beerze heeft hersteld. Tot de bever kwam.
Daarom ligt naast de dam van het beverstelletje in de Kleine Beerze een gigantische berg nat materiaal. De bever, een bouwtechnisch genie, begint zijn bouwwerk met takken en metselt dat vervolgens dicht met klei en zand. „Al maanden lang komt elke week iemand van het waterschap een deel van de dam weghalen, zodat het water weer stroomt.” Zo houdt het waterschap de bevers bezig en de bevers het waterschap.
Standbeeld voor een bever
Tweehonderd jaar geleden werd de laatste Nederlandse bever doodgemept. In 1826 verdachten de inwoners van het Overijsselse Zalk een bever ervan te graven in de dijk – een beverhobby – die hen bij hoogwater moest beschermen tegen de IJssel. Met een doffe klap stierf de bever in Nederland uit. In 1920 was er in heel Europa, voornamelijk vanwege de bontjacht op het dier met gemiddeld 10.000 haren per vierkante centimeter, geen bever meer te vinden.
Ruim 160 jaar na de Zalkse bever, die een standbeeld kreeg op de plek waar hij werd doodgeslagen, keerde de bever terug. In 1988 werden drie koppeltjes onder toeziend oog van prins Bernhard, erelid van het Wereld Natuur Fonds, vrijgelaten in de Biesbosch. Ondertussen tellen ze in de Biesbosch niet meer hoeveel bevers er zitten, het zijn er te veel.
In Nederland wonen nu minstens 6.000 bevers, volgens sommige recente schattingen loopt het aantal zelfs op tot 7.000 exemplaren. Het zijn flinke beesten: van kop tot kont kan een bever ruim een meter lang worden – exclusief staart. Nog steeds is de bever, samen met zijn dam en burcht, beschermd onder de Omgevingswet en de Europese habitatrichtlijn. Maar de vraag dringt zich op: is er wel ruimte voor zoveel exemplaren?
Nou, niet overal. „The battle is on”, zegt Lieve van Zandvoort, terwijl ze naar de berg kijkt die Waterschap De Dommel uit de dam heeft getrokken en op de kant heeft gegooid.
‘Nooit meer honger’
Waterschap De Dommel houdt kantoor op een halfuurtje rijden van de Kleine Beerze, in Boxtel. In een zaaltje verzamelen projectleider Eric Schellekens, ecoloog Ron Schippers en regiobeheerder Toon Kemps zich om een ronde tafel. Dankzij hen meandert de Kleine Beerze weer, met nadruk op wéér.
„De Kleine Beerze is in de jaren zeventig rechtgetrokken”, zegt de projectleider. Dat heeft indirect te maken met de Tweede Wereldoorlog. Toenmalig minister van Landbouw, Sicco Mansholt, getekend door de verschrikkingen die hij zag tijdens de hongerwinter, zei toen: „Nooit meer honger in Europa.” Door ruilverkaveling en het sneller afvoeren van water kon landbouwgrond intensiever worden benut. Intussen is de kijk op waterafvoer veranderd. „Vijftig jaar nadat de Kleine Beerze recht werd, hebben wij hem weer laten kronkelen.”
Het waterschap brengt waar nodig Brabantse beken terug in de oorspronkelijke bedding, onder meer zodat de beken meer water kunnen vasthouden en om zo verdroging tegen te gaan. Het beekherstel van de Kleine Beerze gaat om krap zeven kilometer. De voorbereidende werkzaamheden hebben een kleine tien jaar geduurd, de uitvoering ervan een jaar. En toen kwam de bever. „Ja, die hadden we tien jaar geleden nog niet”, lacht de beheerder. Ook de mannen van het waterschap zijn onder de indruk van wat het dier kan. „Halen we een halve meter van die dam af, is-ie binnen twee of drie dagen weer helemaal terug.”
Ze volgen met het deels verwijderen van de dam het beverprotocol. „Het lastige is dat de bever een habitatrichtlijnsoort is”, zegt de ecoloog. Kortom: je mag eigenlijk niet zoveel. „Ja, hélemaal aan het einde van de escalatieladder mag een bever doodgeschoten worden. Maar dat is in uiterste gevallen.”
In Limburg, waar naar schatting ruim een derde van de beverpopulatie zit én waar het dier, net als in Zalk, schade toebrengt aan dijken en waterwegen, zijn afgelopen jaren honderden bevers afgeschoten. Ook in Drenthe en Gelderland kan de bever niet meer blind vertrouwen op zijn beschermde status. In Noord-Brabant zijn in 2025 twee bevers afgeschoten, maar de rechter heeft in december, in een zaak aangespannen door dierenrechtenorganisaties, de provincie teruggefloten, schrijft Omroep Brabant. Afschieten mag niet meer.
„Om eerlijk te zijn? Het gaat wel héél goed met dat beest hè”, zegt de ecoloog. De beverpopulatie is ondertussen zó groot dat de bever „in de haarvaten van ons watersysteem” zit. Het probleem is dat Nederland „alleen maar postzegeltjesnatuur heeft”, zegt de ecoloog. Met woningnood voor zowel dier als plant tot gevolg.
Patrijzen en marters
Kijk, zegt Lieve van Zandvoort, de buurvrouw van de bevers. „Dit is een beuk, dat een hazelaar, daar staan grijze, witte en zwarte elzen. Allemaal inheemse soorten.” Op die flora is naast de bever meer fauna afgekomen. „Daar, een staartmeesje. Kieviten, wulpen, patrijzen. Hazen, konijnen en marters ook. Er zit van álles.”
Het is grappig, zegt ze, dat het waterschap een plan creëert voor de natuur, en de natuur vervolgens haar eigen plan trekt. In dit geval in de vorm van een beverstelletje. Dat is eigenlijk de kern, denkt ze. De mens creëert natuur, die dus per definitie onnatuurlijk is. Als die natuur dan haar eigen gang gaat, zoals de bever die zijn natuurlijke gedrag vertoont, ervaart de mens dat als een probleem. „Maar ze kunnen het weghalen wat ze willen, ze blijven bouwen hoor. De bever is een vakman.”
Ooit, vóór de intensieve landbouw, waren mens en bever blij met elkaar. In archeologische vondsten worden restanten van bevers en hun dammen en menselijke resten en hun nederzettingen regelmatig bij elkaar gevonden. Het afgedamde water was voor de mens een zegen. En nog steeds lost de bever soms, meestal in landen groter dan Nederland, mensenproblemen op. In Tsjechië kwamen ze na jarenlang overleg maar niet tot het ontwerp voor een dam in de rivier Klabava. Bevers bouwden er eentje zonder ook maar een enkele vergadering en bespaarden de lokale overheid dik een miljoen euro. Ook in Sacramento, Californië, namen bevers met succes het heft in eigen hand.
Een beverdam zorgt voor natuurlijke waterretentie, met de droge zomers van de laatste jaren geen overbodige luxe. Maar voor de huidige beverpopulatie is Nederland gewoon niet groot genoeg, denkt de ecoloog. Hoewel, in het geval van de dam in de Kleine Beerze is het waterschap misschien onnodig fanatiek geweest. Het constant verwijderen van die dam, „dat was toch vooral een beetje op gevoel”, zegt de beheerder.
„Ondertussen hebben we het hydrologisch advies binnen. De conclusie is dat de bevers daar eigenlijk niet zo heel veel kwaad kunnen. We hebben besloten het in de gaten te houden, maar verder doen we voorlopig even niks.” De bever kwam, zag de weer meanderende Kleine Beerze, bouwde een dam en overwon. Zijn dam mag blijven en hij ook. In elk geval tot hij het voor het waterschap weer te bont maakt.
De journalistieke principes van NRC


/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data143302702-339a9f.jpg)
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data143275888-78103a.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/02161043/020226WET_2031280821_.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/04035421/Screenshot-2026-02-03-at-20.53.29.png)
/https://content.production.cdn.art19.com/images/8f/97/18/cc/8f9718cc-7d46-43ff-b0ef-1039e8dc53e5/924560bd983817f8434aead51c62b1b0ebb976cf8e92ef50541056265b150689a009684203e3be2445846c83ffc7bb93b1c9080fa362fd7eb9bed78c3d52fff4.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/28110444/070226WET_2030293611_KarlheinzSamenjo2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/04120203/040226ECO_2031335066_aow2.jpg)
English (US) ·