De eeuwoude noordse combinatie vecht in Predazzo voor haar voortbestaan

4 uren geleden 1

Wanneer Ryota Yamamoto zijn skilatten na een vlucht van 136,5 meter met een subtiele buiging door de knieën aan de grond zet, stijgt er een bewonderende zucht op uit het publiek. Even later blijkt dat hij, in combinatie met de punten van de jury, de beste score van de dag heeft neergezet. Gejuich, rood-witte vlaggen zwaaien heen en weer, Japanse fans houden borden met daarop Yamamoto’s hoofd in de lucht.

De tribunes onderaan de olympische schans in Predazzo zitten dinsdagochtend vol kleurrijk geklede toeschouwers. Niets wijst erop dat ze naar een bedreigde sport kijken.

Toch is dat zo: de noordse combinatie, de combinatie van schansspringen en langlaufen die al sinds 1924 in Chamonix een vast onderdeel van de Winterspelen is, staat op de nominatie geschrapt te worden van de kalender. Mocht dat gebeuren, dan is dinsdag met de combinatie van de grote schans en 10 kilometer langlaufen de laatste individuele olympische wedstrijd geweest. Alleen een team-event op donderdag resteert nog.

In juni beslist het Internationaal Olympisch Comité (IOC) over de toekomst van de sport. Daar wijzen ze op het gebrek aan internationale concurrentie, schrijft een woordvoerder in reactie op vragen. „Dat blijkt wel uit het feit dat de 27 medailles in de noordse combinatie op de laatste drie edities van de Winterspelen werden gewonnen door sporters uit slechts vier landen.” Duitsland, Noorwegen, Japan en Oostenrijk.

De sport had daarnaast „verreweg” de laagste toeschouwersaantallen tijdens de laatste drie Spelen, aldus het IOC, en ook de aandacht op televisie en (sociale) media bleef achter. „Uit onderzoek blijkt steevast dat de noordse combinatie ondermaats presteert.”

In de sport maken ze zich zorgen over de toekomst. „Ik schat onze kansen op fifty-fifty, dat is echt absurd”, zegt Horst Hüttel, de technisch directeur van de Duitse skibond. Ook bij de internationale skifederatie FIS zijn ze niet zeker van hun zaak.

Over de gevolgen van het besluit, mocht die negatief uitvallen voor de noordse combinatie, is iedereen het wel eens. „Als we van de Spelen verdwijnen, verdwijnt ook een hoop geld uit de sport”, zegt de Oostenrijker Johannes Lamparter, een van de grote favorieten voor goud. „Ik ben bang dat onze sport dan helemaal ophoudt te bestaan.”

Koebellen en blaashoorns

Een paar weken voor de Spelen, tijdens een wereldbekerwedstrijd in het Duitse Oberhof, is de ambiance een tikje anders dan in Predazzo. Enkele honderden toeschouwers staan onderaan de schans die tussen de naaldbomen van het Thuringerwäld is opgetrokken. Ze klingelen met wat koebellen en toeteren op hun blaashoorns, maar elke landing is met een doffe klap te horen.

In een vergelijkbaar nederig decor voltrekken de meeste wedstrijden van de noordse combinatie zich, zegt Ottesen naast de schans. „We zijn een bescheiden sport. Maar wel eentje waar lang niet iedereen zomaar aan mee kan doen.”

De noordse combinatie, zeggen de kenners, brengt de ultieme wintersporters voort: explosief genoeg voor de afzet van de schans, fit genoeg om kilometers lang te kunnen langlaufen. „Als jij of ik willen beginnen met skiën of langlaufen, dan kan dat gewoon”, zegt Hüttel. „Maar we kunnen niet zomaar beginnen met schansspringen. Dat is veel te gevaarlijk.” En, voegt de Duitser daaraan toe: niet iedereen heeft een springschans in zijn nabijheid om het te leren.

Het verklaart het kleine deelnemersaantal. Iets meer dan achthonderd sporters beoefenen de noordse combinatie op internationaal niveau. Op deze Winterspelen doen er 36 mee, uit vijftien verschillende landen.

Dat moeten er meer worden, erkennen ze bij de FIS. Daarom is er de afgelopen drie jaar 750.000 euro geïnvesteerd in het opzetten van talentenprogramma’s en samenwerkingen. Zo kon de Nederlander Sean Steenbakkers, die onlangs zijn wereldbekerdebuut maakte, ondergebracht worden bij de Duitsers, opende Noorwegen de deuren voor Estland en werken de Fransen samen met de Oostenrijkers.

Er is dus groei op komst, zegt Ottesen, maar dat duurt even. Volgens hem moet het IOC wel realistisch zijn. „Tien landen die meedoen om de medailles gaat ons op dit moment nog niet lukken. Wij hopen nu op zes.” Het argument dat er te weinig internationale concurrentie is, gaat bovendien voor wel meer sporten op, vindt de racedirecteur. „Langlaufen, schaatsen, om er maar een paar te noemen.”

Vrouwen zijn niet welkom

Er is nog een reden voor het IOC om de noordse combinatie te schrappen, en niet toevallig is die achterwege gelaten in de reactie die is verstrekt. De laatste jaren heeft het IOC van gendergelijkheid – evenveel mannelijke als vrouwelijke sporters – een topprioriteit gemaakt. Maar daarmee heeft de organisatie zich klemgezet als het aankomt op de noordse combinatie. Dat is de enige olympische sport waar vrouwen niet welkom zijn.

Ryota Yamamoto uit Japan sprong dinsdag het verste van de grote schans in Predazzo.

Ryota Yamamoto uit Japan sprong dinsdag het verste van de grote schans in Predazzo.

FOTO Kirsty Wigglesworth/AP

De vorige olympische cyclus deed de FIS een verwoede poging om de vrouwelijke sporters op déze Spelen te krijgen, maar zonder succes; het IOC vond het niveau en de internationale competitie niet goed genoeg. En nu wil het van die pijnlijke omissie in de eigen gendermissie af: in juni verdwijnt óf de hele sport, of de vrouwen mogen in 2030 ook meedoen.

Inmiddels is het niveau van de vrouwen zodanig gegroeid dat ze klaar zijn voor een olympisch debuut, meent Ottesen, waarmee gelijk een deel van het gebrek aan internationale concurrentie wordt opgelost. „Kijk naar langlaufen: als het daar gaat over de hoeveelheid nationaliteiten, gaat het over mannen en vrouwen samen. Dat zou bij ons gelijk een paar landen schelen.”

Om de aandacht verder te doen groeien heeft de FIS een paar jaar geleden een team opgetuigd voor sociale media. Tijdens de wedstrijd in Oberhof lopen er ‘content creators’ rond die niets anders doen dan de sport zo aantrekkelijk mogelijk in beeld brengen.

Dat legt een bepaalde druk op de sporters, zeggen enkelen van hen naast de schans in Oberhof. Ze moeten de focus op hun eigen prestaties combineren met het uitdragen van hun sport. De Noor Jens Oftebro, nog een medaillefavoriet, noemt dat lastig. „Sommigen vinden het fijn om actief te zijn op sociale media, maar ik niet. Ik denk ook niet dat mijn Instagrampagina de sport gaat redden.”

De grootste fanbase

Alle ontwikkelingen daargelaten heeft het IOC aangekondigd dat de prestaties van de sport op deze Winterspelen een belangrijke rol zullen spelen in de beslissing komende zomer. Dat is niet ongunstig voor de noordse combinatie omdat gastland Italië in Europa ligt. Daar zit de grootste fanbase van de sport (zie de dominerende landen). De FIS heeft gevochten voor betere uitzendtijden, vertelt Ottesen, en die ook gekregen: overdag, doordeweeks, terwijl er weinig andere sporten aan de gang zijn.

Als in het langlaufstadion van Tesero, op 8 kilometer van de springschans, dinsdagmiddag de langlaufwedstrijd begint, zijn de omstandigheden de sport gunstig gezind. De witte pistes baden in het zonlicht terwijl het honderden kilometers verderop in Livigno zo hard sneeuwt dat de freestylewedstrijden daar worden stilgelegd. Daardoor besluit onder meer de NOS de ontknoping van de noordse combinatie live uit te zenden.

Er ontvouwt zich een wedstrijd die pas in de slotfase wordt beslist. Oftebro, die als vijfde mocht starten na zijn sprong, toont zich de beste langlaufer en komt na twee felle demarrages op de laatste klimmetjes onbedreigd als eerste over de streep. Lamparter wordt achter hem tweede – het is dezelfde uitslag als vorige week bij de wedstrijd die de kleine schans met 10 kilometer langlaufen combineerde.

Als ze het podium opstappen, krijgen ze een staande ovatie van het publiek. De tribunes zijn goed gevuld, maar lang niet zo vol als een paar dagen geleden toen een uitzinnige menigte de Noor Johannes Klaebo naar zijn historische negende gouden medaille zag langlaufen.

Zou het genoeg zijn voor olympisch lijfbehoud? De medaillewinnaars kregen vorige week na hun wedstrijd een hoopvol bericht, vertelt Lamparter met zijn tweede zilveren medaille om zijn nek. „De voorzitter van de FIS noemde het de beste olympische wedstrijd die hij tot nu toe had gezien.” En, helemáál belangrijk: IOC-president Kirsty Coventry was komen kijken, zegt Lamparter. „Ik hoorde dat ze onder de indruk was.”

Of dit kan voorkomen dat er dinsdag voor het laatst olympische medailles van de noordse combinatie zijn uitgereikt, daarover komt pas over vier maanden duidelijkheid. „Natuurlijk is het fijn om nu kampioen te worden, maar ik hoop niet voor altijd de laatste te zijn”, zegt Oftebro met het goud in zijn handen. „Ik wil in 2030 ook weer olympisch goud winnen.”

Lees het hele artikel