De geschiedenis navoelen, kan dat?

1 uur geleden 1

Op 5 mei stond ik op de Berlagebrug, en ik was niet de enige. Honderden Amsterdammers hadden zich opgesteld op de smalle stoepen. Sommigen hadden vlaggetjes in hun handen. De stemming was vrolijk, we wachtten op iets. Er klonk geronk en daar kwamen ze. Donkergroene jeeps, pantservoertuigen, motoren en vrachtwagens met Canadese soldaten. Ze reden de brug op. Ze zwaaiden naar ons, wij zwaaiden terug. Boven ons klonk het diepe gedreun van drie Lancaster bommenwerpers. We juichten en wapperden met onze vlaggetjes. We waren bevrijd!

Toch was het niet 1945, maar 1995. Ter gelegenheid van vijftig jaar bevrijding werd de intocht van de Canadese bevrijders nog eens overgedaan. Met authentieke uniforms, jeeps, motoren en vliegtuigen. Ik was er heen gegaan omdat het me een interessant schouwspel had geleken, al die oude legervoertuigen. Maar er gebeurde iets waar ik niet op was voorbereid: ik werd opgenomen in de menigte en was opeens een van die mensen die hier vijftig jaar geleden hadden gestaan. Ik voelde hun blijdschap, hoe hun harten overstroomden van dankbaarheid. Ik was er heen gegaan als toeschouwer, maar voor ik het wist was nam ik deel aan een historische gebeurtenis.

Misschien kwam het doordat mijn moeder en mijn grootouders zo vaak over de oorlog hadden verteld. Over de hongerwinter, over hun angst, over het geluid van marcherende Duitsers. Ze konden wel mooi zingen, zei mijn moeder. En natuurlijk over de bevrijding, een woord dat een magische klank had gekregen. Toen de Canadezen kwamen, en kauwgum en sigaretten uitdeelden. Mijn moeder had dagenlang gedanst.

Op de Berlagebrug kon ik haar opgetogenheid voelen. Dat kwam door haar verhalen, maar vooral door die geslaagde opvoering, die illusie die zo geloofwaardig was dat iedereen zich er graag aan overgaf: de soldaten die weer even bevrijders werden, de mensen die weer even bevrijd werden.

Toen ik naar huis fietste, bedacht ik dat deze gebeurtenis me iets van de geschiedenis had geleerd dat je op geen enkele andere manier kunt verwerven: hoe iets gevoeld moet hebben. Hoe je een historische gebeurtenis tot je door kunt laten dringen, alsof je er zelf bij bent geweest.

Een vloedgolf van herinneringen

Daar heb je wel iets voor nodig. Zoals een historische plaats. Dat is de Berlagebrug bij uitstek. Dit was de brug waarover de bevrijders de stad in waren gereden en die er in 1995 vrijwel net zo uitzag als in 1945. Verder: een historische datum. Dat de werkelijke intocht op 8 mei had plaatsgevonden, deed aan de feestvreugde niets af. Dan: attributen: authentieke legervoertuigen, dreunende bommenwerpers, historische uniformen. En vooral: deelnemers. Wij waren er, in groten getale. We stonden dicht bij elkaar en we wisten dat er iets bijzonders stond te gebeuren. En er waren Canadezen. Zij waren onmisbaar, ook al omdat wij zo aan een essentieel onderdeel van de feestvreugde uiting konden geven: dankbaarheid. Die werd door de Canadezen gretig in ontvangst genomen. Ik denk dat zij hetzelfde voelden als wij: dat ze even terug in de tijd waren.

Het merkwaardige was dat, getuige hun leeftijd, de meeste Amsterdammers die op de brug stonden de oorlog niet hadden meegemaakt. En het was ook duidelijk dat maar een deel van de binnenrijdende Canadezen dezelfden waren als die Amsterdam vijftig jaar geleden hadden bevrijd.

Dat bleek allemaal van secundair belang. We waren teruggesprongen in de tijd, en hadden daar ontroering, vreugde en dankbaarheid ervaren. Ik had over de intocht gelezen, ik had er verhalen over gehoord, en ik had me kunnen voorstellen dat de mensen toen blij waren geweest. Nu had ik er zelf iets van gevoeld.

Maar was dat echt, of leek het er alleen maar op? Was het kitsch, de ontroering die je bevangt aan het einde van een Hollywoodproductie, en die je na een halfuur weer vergeten bent? Nee, het was iets anders en die ervaring is me altijd bijgebleven. De gebeurtenis was niet echt, maar toch had ik het idee dat ik iets echts had meegemaakt. Dat ik geschiedenis had gevoeld.

Gebeurtenissen als die intocht staan bekend als re-enactments, het naspelen van historische gebeurtenissen. Dit is in sommige kringen een populair genre, waartoe vooral beroemde veldslagen behoren, compleet met historische uniformen, musketten, kanonnen en veel losse flodders. Het zijn manifestaties van wat tegenwoordig ‘herinneringscultuur’ heet; de manier waarop leden van de samenleving proberen contact te maken met de geschiedenis. Niet door een boek te lezen of een documentaire te bekijken, maar door iets te doen. Door iets authentieks te zien of te horen, door iets te herdenken en tegelijkertijd mee te maken. In de historische en menswetenschappen wordt wel gesproken van een memory boom, een vloedgolf van herinneringen.

Meer dan ooit is het verleden in het heden aanwezig. Je ziet het bij de bezoekers van oude en nieuwe musea, in de populariteit van genealogisch onderzoek, in het bezoek aan herdenkingsplaatsen overal ter wereld. Je ziet het in de aanhoudende stroom films die over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust worden gemaakt. En ook in de zich steeds verder uitbreidende categorie ‘erfgoed’, en in het zoeken naar ‘roots’ en identiteit.

De intocht van de Canadese bevrijders in Amsterdam in 1945.

Foto’s Nederlands Fotomuseum/ANP

Niervormige salontafels

De twintigste eeuw was een eeuw met veel radicale en bloedige gebeurtenissen: twee wereldoorlogen, genocides, een economische crisis, wereldwijde dekolonisatie, de val van de Berlijnse Muur. Al die gebeurtenissen grepen diep in op het leven van miljoenen mensen. Ze vonden de dood, verloren vrienden en familieleden en velen van hen kwamen op nieuwe plekken terecht. De verwerking van al die geschiedenissen is nog verre van voltooid, en dat blijkt bijvoorbeeld bij het bereiken van een bepaalde datum, bij herdenkingen, bij het onthullen van een monument of de verschijning van een boek. De memory boom bestaat vooral uit herinneringen aan smartelijke gebeurtenissen.

Ook de toekomst is een aanjager van de memory boom. We zijn nu getuige van snelle culturele, technische en wetenschappelijke veranderingen, zegt bijvoorbeeld de Duits-Amerikaanse literatuurwetenschapper Andreas Huyssen. En die hebben tot gevolg dat het deel van de toekomst dat we kunnen overzien aan het krimpen is. In die omstandigheden zijn mensen geneigd zich tot het verleden, tot herinneringen te wenden.

Dat doet zich ook op een heel alledaags niveau voor. Ik ben een regelmatig kijker naar het televisieprogramma BinnensteBuiten, waarin een vast onderdeel is dat mensen je rondleiden door het interieur van hun huis. Ik heb inmiddels tientallen huizen gezien die geheel ingericht waren in een tijdperk dat al lang tot het verleden behoort. Mensen die de fifties, de sixties of de seventies tot uitgangspunt hadden genomen, compleet met de niervormige salontafels uit de jaren vijftig en zestig, of de oranje beschuitbussen uit de jaren zeventig. Ik zag ook iemand die zijn huis geheel had teruggebouwd naar de jaren twintig, met donkere gordijnen, zware tapijten en een somber radiotoestel. Is dat allemaal nostalgie en heimwee? Misschien, maar veel van die geportretteerde mensen hebben de twenties, de fifties of de sixties helemaal niet meegemaakt. Het is ook de sensatie te vertoeven in een tijd die er niet meer is. En als je binnen zit, de lichten gedempt en de ramen dicht, is er niets dat er op wijst dat het in werkelijkheid 2026 is.

De derde oorzaak voor de vloedgolf van herinneringen ligt volgens veel historici in de moderne media en de ‘erfgoedindustrie’. In films, boeken, televisieprogramma’s, musea en toerisme worden historische gebeurtenissen, opnieuw verbeeld. Om de identificatie te vergemakkelijken vaak aan de hand van de lotgevallen van één persoon, of één familie. En het kon niet uitblijven: inmiddels zijn er ook met AI gemaakte foto’s van het leven in concentratiekampen. Een dansende vrouw in Sobibor, foto’s van een broodmagere violist in Auschwitz, een vrouw in gestreepte kampkleren die piano speelt. Pure nep, gemaakt door gewetenloze types die flink geld verdienen met de vele clicks die deze beelden op sociale media opleveren.

Je zou de herinneringscultuur kunnen zien als een zoektocht naar historische ervaringen. Mensen willen contact met de geschiedenis, ze willen voelen hoe dat was, die oorlog, of die bevrijding, of dat leven in de jaren twintig.

Canadese oorlogsveteranen in 1995.

Foto ANP

Bevrijdingsroes

Is dat mogelijk? Ik kan me wel verbeelden dat ik iets van de bevrijdingsroes heb ervaren toen ik daar op de Berlagebrug stond, maar dat weet ik niet zeker. Hoe het echt was, hoe de mensen dat in 1945 het hebben ervaren, weet niemand die het zelf niet heeft meegemaakt. Dat niet-weten is misschien wel het grootste probleem van de geschiedschrijving. Historici baseren zich op geschreven bronnen en beeldmateriaal. En op grond van dat materiaal proberen ze het verleden te reconstrueren. Maar of dat klopt, of die weergave overeenkomstig het verleden is, dat weet je niet, want, zoals de historicus Frank Ankersmit heeft opgemerkt, het verleden is niet meer beschikbaar om je vermoedens te toetsen.

Intussen doen die reconstructies wel hun werk. De gevoelens die me besprongen op de Berlagebrug waren het resultaat van de verhalen van mijn moeder, maar ook van alles wat ik erover had gelezen en had gezien op oude filmbeelden. De bevrijding was een gebeurtenis waaruit de blijdschap moeilijk te verdrijven was. Toch had ik ook de mistroostige oorlogsromans van Willem Frederik Hermans gelezen. De donkere kamer van Damokles en De tranen der Acacia’s. In die laatste roman beschrijft Hermans de ‘enige gedachte’ die bij zijn hoofdpersoon ter gelegenheid van de bevrijding opkwam: ‘O zo, dus toch’.

Maar die woorden hadden geen sporen in mijn herinnering achtergelaten. Die eigenlijk meer een herinnering aan eerdere herinneringen was, want tijdens de herdenkingen was het altijd feest. Fanfarekorpsen, spelletjes in het park, dansavonden. Het kon dus moeilijk anders, ik was in 1995 geheel klaargestoomd om de bevrijding zelf mee te maken in de bevrijdende zin van het woord.

Nederlands beroemdste historicus Johan Huizinga (1872-1945) heeft op verschillende plaatsen iets beschreven dat met mijn gevoelens op de brug wel iets te maken heeft: de historische sensatie. Het was een gevoel dat hem kon bevangen als hij naar iets keek of luisterde uit een voorbije periode. Dat kon een regel uit een oorkonde of een kroniek zijn, een prent of een schilderij, of ‘een paar klanken uit een oud lied’. Huizinga spreekt over ‘het beleven van waarheid’, een ‘contact met het verleden, dat begeleid wordt door een volstrekte overtuiging van echtheid, waarheid’. En op een andere plaats spreekt hij van een ‘bijna extatische gewaarwording van niet meer mij zelf te wezen, van over te vloeien in de wereld buiten mij’.

Ja, en daar moet ik passen. Al vond ik mijn ervaring behoorlijk sensationeel, ik had niet het gevoel dat ik niet meer mijzelf was. Toch begreep ik heel even waar Huizinga het over had: dat het verleden overal is, dat je de geschiedenis kunt aanraken en soms kunt voelen. Door de Amstel stroomt nu ander water dan toen, maar nog wel onder dezelfde Berlagebrug, waarover je nog steeds kunt lopen. Waar de bevrijding begon, nu 81 jaar geleden.

Lees het hele artikel